In dit artikel uit de serie over zangtechniek gaan we het hebben over de theorie en praktijk van het meerstemmig zingen. Er valt ontzettend veel over te leren, maar gelukkig kun je met een eenvoudige, goed geplaatste tweede stem al een prachtige harmonie maken. Van daaruit kun je als zanger langzaam je repertoire gaan uitbreiden!

Meerstemmig zingen: theorie & tips voor de prakitjk

Meerstemmig zingen: de theorie

We nemen eerst een duik in de theorie van het meerstemmig zingen. Geen interesse? Je kunt ook meteen doorscrollen naar de praktijk.

Duizenden jaren oud

Meerstemmig zingen kent een traditie die waarschijnlijk duizenden jaren teruggaat. Zo zijn er zogenaamde ‘primitieve’ culturen die wellicht al sinds de prehistorie meerstemmig zingen. Luister eens naar Afrikaanse samenzang. De meerstemmigheid daarvan zit vaak heel ingenieus in elkaar. Deze vormen van meerstemmige samenzang zijn spontaan ontstaan, hoe ingenieus ze ook zijn. En ze zijn veelal op gehoor van generatie op generatie doorgegeven. Pas ergens in de Middeleeuwen is in de westerse wereld een eerste poging gewaagd om muziek te gaan opschrijven. Dat heeft uiteindelijk geleid tot het notenschrift zoals wij dat nu kennen, maar daar zijn veel verschillende vormen aan vooraf gegaan.

Polyfonie en harmonie

Polyfonie is een term die vaak (meestal foutief) wordt gebruikt om alle vormen van meerstemmigheid aan te geven. Zo is een polyfoon synthesizer een synthesizer die meerdere tonen tegelijk kan weergeven, in tegenstelling tot een monofoon synthesizer. Maar de strikte en oorspronkelijke betekenis van polyfonie is minder breed. Officieel is polyfone muziek een muziekvorm waarin meerdere melodieën door elkaar lopen en waarin iedere melodie even belangrijk is. Dus in strikte zin is zang begeleid met akkoorden, zoals veel popmuziek, geen polyfone muziek. Dit ondanks het aspect van ‘meerdere tonen tegelijk’. Deze muziek heet monodie, dat eigenlijk twee betekenissen heeft: monofone muziek (één toon) of melodie met akkoordbegeleiding. Bekende traditionele vormen van polyfone muziek zijn de canon en de fuga. De bekendste canon is wellicht Vader Jacob, waarin iedere groep binnen het koor zijn eigen zin zingt. De fuga is een ingewikkelde vorm van polyfone muziek, waarmee componisten als Bach furore hebben gemaakt. In de polyfone muziek is het zogeheten contrapunt een belangrijk fenomeen. Het contrapunt geeft het verband aan tussen de twee of meer onafhankelijke melodielijnen in een polyfoon muziekstuk. Nu wordt het ingewikkeld, denk je wellicht. Geen zorgen, in de popmuziek wordt nauwelijks met een contrapunt gewerkt, omdat het doorgaans niet om polyfonie gaat. Bij popmuziek gaat het om harmonie en dat ligt eenvoudiger dan polyfonie, hoewel er popmuzikanten zijn en waren die er wel raad mee weten of wisten. Wijlen Freddie Mercury van Queen bijvoorbeeld heeft nummers geschreven waarin polyfone gedeeltes met een contrapunt zitten. In musicals kom je het ook regelmatig tegen. In dit artikel richten we ons op het vinden van een tweede en eventuele derde stem vanuit de harmonie, zoals dat gebruikelijk is in de popmuziek. Daar zijn verschillende manieren voor, die we hier stuk voor stuk zullen beschrijven. Daarna gaan we in op de praktische uitvoering ervan, maar hier nu eerst de ‘theorie’.

Eerste manier

Allereerst de keukenmeidenterts, ook wel het biertertsje genoemd. Het klinkt wat denigrerend, maar dat is eigenlijk onterecht. De naamgeving is zo, omdat je deze tweede stem, met enige muzikale aanleg, vrij gemakkelijk en spontaan kunt zingen. Maar deels ook omdat een heel lied in de keukenmeidenterts wat afgezaagd en voorspelbaar gaat klinken. Hoe dan ook, in veel muziek of minstens in gedeeltes daarvan, is deze tweede stem een logische en prima keuze. Bijvoorbeeld Acda & De Munnik gebruiken hem veel. Een terts is een afstand van drie tonen (zie ook ons artikel over akkoordentheorie). De tweede stem ligt in dit geval een terts boven, maar meestal onder de melodietoon. Die terts moet dan laddereigen zijn, dus in de toonsoort van het nummer. Afhankelijk van de toonsoort is het daardoor steeds een grote of kleine terts. Dat klinkt allemaal moeilijker dan het is. In feite kan iedereen met muzikale aanleg hem zo zingen. Als je de melodie kent en je krijgt de eerste noot van de tweede stem cadeau, zing je spontaan de hele melodie in keukenmeidenterts mee. Je beweegt altijd parallel aan de melodiestem, dus samen omhoog en omlaag.

Tweede manier

De tweede manier om een tweede stem te bedenken, overlapt deels de keukenmeidenterts. Je zingt dan meestal deze terts, maar bij grote sprongen in de melodie ga je niet (helemaal) mee. Je probeert de tweede stem dan zo horizontaal mogelijk te houden. Dat betekent dat je niet altijd een terts zingt, maar af en toe een kwart of een kwint (vier of vijf tonen afstand). Steeds binnen de toonsoort van het nummer, dus laddereigen. De keuze of het een kwart of een kwint moet worden, hangt af van het akkoord van dat moment. Je kiest dan een toon die in het akkoord zit. Heb je muzikale oren, dan hoor je dat wel. Het voordeel van deze tweede manier is dat het minder ‘lijzig’ klinkt dan het hele nummer de keukenmeidenterts. Ook komt er meer rust in de muziek.

Derde manier

In de derde manier probeer je de tweede stem nog meer horizontaal te krijgen, waardoor er nog meer rust komt. Dat doe je door consequent een toon uit het akkoord te zingen en die zo te kiezen dat deze bij de akkoordenwisselingen geen of zo klein mogelijke sprongen maakt. Voor de eerste en tweede manier kun je een heel eind komen met muzikale oren. Voor deze derde manier heb je toch wel akkoordenkennis nodig en een keyboard of piano bij de hand, zodat je de verschillende mogelijkheden kunt uitproberen om uiteindelijk de ‘ideale’ lijn te vinden.

De vierde manier

De vierde manier benadert enigszins de polyfone muziek met het contrapunt. Want in de vierde manier spiegel je als het ware de tweede stem aan de eerste stem, zoals Bach dat ook veel in zijn fuga’s deed. Je hebt een denkbeeldige as tussen de eerste stem en de tweede stem, die als een soort spiegel functioneert. Gaat de eerste stem omhoog, dan gaat de tweede stem omlaag. En andersom. Steeds binnen de toonsoort. Daardoor gaan de eerste en tweede stem afwisselend naar elkaar toe of van elkaar af. Door de soms grote afstanden tussen de twee tonen creëer je spanning, een gevoel dat het misschien niet meer goed komt.

Vijfde manier

Bij de vijfde manier zijn de hoofdmelodie en de bas het vertrekpunt. Tussen de heen-en-weer springende melodielijn en baslijn kies je een lijn voor de tweede stem die zo horizontaal mogelijk blijft, waarbij je uitgaat van de toonsoort en de akkoorden. Net als de vierde manier vergt dat het nodige puzzelwerk en experimenteren. Bij de eerste en tweede manier kun je dus vrij intuïtief de tweede stem vinden. En met de nodige muzikaliteit lukt dat met de derde manier ook nog wel. Bij de vierde en vijfde manier wordt het meer puzzelen. Maar het blijft hoe dan ook gewoon een kwestie van proberen. Een piano erbij is dan heel handig.

Derde en vierde stem

Hoe zit het nu met een eventuele derde of zelfs vierde stem, vraag je je wellicht af. Voor het vinden van die stemmen gelden dezelfde principes. Dus door vanuit die principes door te redeneren, vind je die derde en vierde stem. Welke van de hier beschreven vijf manieren je kiest, hangt af van het soort nummer en uiteraard je eigen muzikale voorkeur. Van de eerste naar de vijfde manier wordt het steeds ‘spannender’. Qua spanning in meerstemmigheid zou je dit als opgaande lijn kunnen beschouwen: kinderliedjes, Nederlandstalige piratenmuziek, eenvoudige popmuziek, meer ‘geavanceerde’ popmuziek, musical en tot slot jazz. Met spannende meerstemmigheid kun je relatief eenvoudige liedjes spannend laten klinken. LA The Voices (met Gordon) doet dat bijvoorbeeld. Tegelijk geldt dat je het ook niet spannender moet maken dan nodig is. Zo circuleren op YouTube de meest uiteenlopende arrangementen van Sinterklaasliedjes. Hoe origineel en ingenieus ze ook zijn, het echte Sinterklaasgevoel krijg je niet van een jazzy arrangement, maar gewoon van de Gouden Nachtegaaltjes (zoek ze maar op) in een traditioneel arrangement. En daar is dus niks mis mee.

Goed om te weten

Hoger of lager?

Meestal is de tweede stem lager dan de eerste stem. Intuïtief trekt de aandacht van de luisteraar naar de hoogste stem, dus is het logisch dat dit doorgaans de hoofdmelodie moet zijn. Bij een mannenstem als leadzang met vrouwenstemmen als achtergrondzang ligt dat uiteraard anders, omdat vrouwenstemmen doorgaans hoger zijn dan een mannenstem. Als je in dat geval een tweede stem moet bedenken, kun je de mannenstem bijvoorbeeld een octaaf hoger denken en van daaruit een tweede stem bedenken. Meestal zoek je naar voldoende (toon)afstand tussen de leadzang en het achtergrondkoor, maar soms ook niet. Zo zit de achtergrondzang van Britney Spears aardig dicht op haar toonhoogte, wellicht om haar stem enigszins te ‘verstoppen’. Bij Lady Gaga echter gaat het alle kanten op.

Couplet en refrein

De tweede (en derde) stem wordt in de popmuziek vaak gebruikt voor het toevoegen van wat drama. Of gewoon om ‘aan te dikken’, want het klinkt allemaal wat breder en orkestraler. Een meerstemmig gezongen refrein contrasteert dan mooi met een eenstemmig couplet. Ook kunnen in het couplet bepaalde woorden of zinsdelen worden geaccentueerd door die even meerstemmig te zingen.

Meerstemmig zingen: tips voor de praktijk

We geven een aantal oefeningen voor thuis en je krijgt adviezen voor de oefenruimte en het podium.

Keukenmeidenterts

Is het zingen van een tweede stem volledig nieuw voor je? Begin dan te oefenen met de zogeheten keukenmeidenterts, waar we het de vorige keer over hebben gehad. Zoals verteld, kun je de keukenmeidenterts, met enige muzikale aanleg, vrij gemakkelijk zingen. Heb je de eerste twee of drie tonen, dan loopt de rest vrijwel vanzelf. Luister onder het zingen goed naar de melodie (de leadstem). Ga niet naar de leadstem toe, maar blijf steeds op je eigen ‘etage’, je eigen hoogte. Zorg dat je je tonen aanpast aan de akkoorden die je hoort. Blijf daarbij zo horizontaal mogelijk, dus vermijd grote sprongen in de melodie die je zingt. Klinkt het acceptabel, denk je? Je weet het pas als je het opneemt en terugluistert. Het is al eerder gezegd in deze serie over zangtechniek: neem jezelf op. Voor het geld hoef je het niet te laten, want je kunt tegenwoordig geweldige en zeer praktische opname-apparaatjes kopen voor relatief weinig geld. Het is lastig om muziek nauwkeurig te bestuderen als je zelf de uitvoerende muzikant bent. Opnemen dus en terugluisteren.

Zingen op akkoorden

Lukt het aardig met de keukenmeidenterts? Dan hebben we hier nog een andere oefening voor je. Voorwaarde is wel dat je gitaar of toetsen tot je beschikking hebt en weet hoe je er akkoorden op speelt. Speel een akkoord en zing de laagst hoorbare toon van het gespeelde akkoord. Dat hoeft dus niet per se de grondtoon te zijn. Wissel van akkoorden en zing steeds die laagste toon. Werk zo bijvoorbeeld het akkoordenschema van een liedje door. Heb je de tonen? Zing dan deze tonen tegen de melodie aan. Zo heb je een prima tweede stem voor het hele liedje op een vrij gemakkelijke manier verkregen en meteen geoefend. En het is een manier om de tweede stem te creëren vanuit de praktijk van het muziekmaken zelf. Dit is een goede methode om een tweede stem te vinden en te oefenen voor harmonisch ingewikkelde muziek. Met alleen de combinatie bastoon en melodie heb je eigenlijk al genoeg harmonische informatie over een liedje. Luister op YouTube maar eens naar Frau Contrabas of naar het duo Paulien van Schaik (zang) en Hein van de Geyn (contrabas).

Arpeggio’s zingen

Een variant op de vorige oefening is het zingen van zogeheten arpeggio’s ofwel gebroken akkoorden. Je zingt dan de afzonderlijke tonen van een akkoord achter elkaar; van onder naar boven en eventueel weer terug, als een soort toonladder. Dat kan met driestemmige en vierstemmige akkoorden, maar zelfs ook met vijf- of zestemmige akkoorden (het 9- en het 11-akkoord). Wat is het nut van deze oefening? Het is een gehoortraining of solfège (leren horen wat er in de muziek gebeurt). Door deze oefening raak je vertrouwd met harmonieën. En dat kun je weer benutten in het intuïtief zingen van een tweede stem. Door deze training zul je niet gauw een kleine terts zingen in een majeur-akkoord, iets wat enorm wringt. Nog een oefening om vertrouwd te raken met harmonieën: verander de oorspronkelijke melodie, maar wel passend op de akkoorden. En dan heb je natuurlijk het oefenen ‘met de plaat’. Luister naar nummers waarin een tweede stem wordt gezongen. Zoek die tweede stem uit en zing hem vervolgens mee.

Op het podium

Thuis goed genoeg geoefend? Dan op naar de oefenruimte en het podium. Monitoring is daarbij erg belangrijk. Zing je de tweede stem, dan moet je monitor zo zijn ingesteld dat je jezelf net kunt horen. Je moet de leadstem altijd goed kunnen horen, want die is leidend. Het vergt enige oefening om jezelf zo zacht te horen, maar het werkt uiteindelijk het beste. Bij het zingen van de tweede stem gaat het niet alleen om het zingen van de juiste toon, passend bij de melodietoon. Je timing en intonatie moeten ook parallel lopen aan de leadstem (er vanuit gaande dat je een tweede stem zingt die parallel loopt aan de leadstem). We komen nu aan bij een belangrijk onderdeel van het zingen van de tweede stem. Dat is de inademing. De inademing is eigenlijk de ‘streepjescode’ van de te zingen zin. De manier van inademen bepaalt veel factoren van die gezongen zin: het volume, de hoeveelheid compressie, eventuele twang, de hoeveelheid lucht enzovoorts. Focus bij het zingen van de tweede stem op de inademing van de leadzanger. Probeer parallel mee te ademen. Doe dat vooral op gehoor, je kunt dat met je ogen dicht: je oren vangen het op, je hersenen doen de rest (met behulp van de zogeheten spiegelneuronen, zie kader over apen). Als jij net zo inademt als de leadzanger, zal dat ten goede komen aan het synchroon zingen qua timing, intonatie, volume enzovoorts. ‘Fiets’ dus mee op de inademing van je leadzanger.

Inademing

Inademing heeft per definitie een belangrijke rol in muziek, zang en spraak. Wellicht is je wel eens opgevallen dat ze in veel reclamespotjes de zinnen heel snel achter elkaar uitspreken. De kleine pauzes voor de inademing tussen de zinnen zijn weggeknipt. Dat geeft iets onnatuurlijks aan de gesproken tekst. Je kunt het zelfs als vervelend ervaren. Wellicht is het gedaan om dure reclamesecondes te besparen. Als je in zangopnames de inademing wegknipt of wegdrukt, krijgt de zang iets heel onnatuurlijks. Die inademing hoort erbij. En dan ook een inademing die past bij de gezongen zin. Zangcoach Alfons Verreijt illustreert dit met een anekdote: “Doordat ik een keer per ongeluk de opnameknop te vroeg indrukte, stond er een inademing van een eerder gezongen zin voor een andere gezongen zin. Dat hadden we in eerste instantie niet door, maar we hoorden wel dat er iets niet klopte. Pas later ontdekten we waar het aan lag. De zin had de verkeerde ‘streepjescode’. Als luisteraar kreeg je een andere zin te horen dan je op grond van de inademing verwachtte.”

Zelfvertrouwen

Tweede stem zingen kan lastig zijn en je kunt natuurlijk fouten maken. Dat hoeft niet altijd een probleem te zijn. Stel je zingt een toon die niet zo is afgesproken, maar hij klopt muzikaal wel. Niets aan de hand, niemand in het publiek die dat door heeft. Dat geldt voor alle noten die er anders uitkomen dan bedoeld, maar wel muzikaal zijn. Gewoon stoer blijven kijken, dan lijkt het net alsof het zo hoort. Dat laatste geldt ook voor gezongen tonen die muzikaal fout zijn. Blijf vooral stoer kijken. Trompettist Miles Davis speelde een toon die niet paste in het akkoord net zo lang tot er een akkoord voorbijkwam waar hij wél paste. Doe hem vooral niet al te enthousiast na, we hebben het hier alleen over de houding waarmee je met fouten kunt omgaan. Een laatste tip: zing je veel tweede stem? Zing dan toch af en toe de leadstem. Anders raak je helemaal geconditioneerd op het ‘parasiteren’ van de leadstem en bestaat de kans dat je zelfvertrouwen verliest als zanger. Je bent dan te gewend geraakt om altijd achter iemand anders ‘aan te fietsen’. Dus fiets regelmatig ook zelf voorop of gewoon in je eentje.

Goed om te weten

Alles begint met vals zingen

Zingen, en zeker een tweede stem zingen, leer je in de praktijk. Dus door het veel te doen. In het begin zul je regelmatig vals zingen. Het advies: niets van aantrekken, gewoon doorgaan. Het is namelijk de enige manier om het te leren. Je zult echt niet worden gearresteerd door de ‘zangpolitie’. “Wil je leren zingen (lead of tweede stem), dan heb je het ‘onvervreemdbare recht’ om vals te zingen”, pleit zangcoach Alfons Verreijt. “En doe het vooral met overtuiging. Juist als je er bang voor bent, gaat het mis. De noten zitten goed in je hoofd. Komen ze er niet goed uit, dan moet je aan je zangtechniek werken. Verdachte nummer één is altijd je ademsteun.”

Meersporenopname als hulpmiddel

Heb je software waarmee je een meersporenopname kunt maken? Dan kun je die benutten om van jezelf meerdere stemmen op te nemen, op ieder spoor een stem. Zo kun je experimenteren en gedetailleerd terugluisteren. Ook handig is de website karaokeversie.nl. Daar kun je voor een klein bedrag meersporenopnames kopen van bestaande nummers, ingespeeld door professionele muzikanten. Je maakt de gewenste mix op de website zelf en vervolgens download je die mix als stereo mp3 naar je computer. Als je een nummer eenmaal hebt gekocht, kun je oneindig vaak je eigen mixen maken en die downloaden. Zo kun je bijvoorbeeld een mix maken waarin de tweede stem sterk naar voren komt, zodat je die kunt analyseren en oefenen. Gaat dat goed, dan maak je een mix waarin de tweede stem heel zacht staat of zelfs ontbreekt. Vervolgens ga je daarmee oefenen. Ook handig voor instrumentalisten die covers moeten uitzoeken en oefenen.

Tip voor solerende instrumentalisten

In het artikel wordt uitgelegd hoe belangrijk de aanwezigheid van inademing is in gezongen en gesproken teksten. Dat geldt ook voor instrumentale muziek, met name in solo’s. Laat je solo ademen en ‘dreutel’ niet aan één stuk door. Dus maak zinnen met daartussen zogenaamde adempauzes. Dat heet fraseren. Die solo’s zijn veel prettiger en vaak ook spannender om naar te luisteren dan naar een solo die altijd maar doorgaat. Het verhaal gaat dat Toots Thielemans op die manier bij de mondharmonica is terechtgekomen. Toots (inmiddels 90 jaar!) is van oorsprong jazzgitarist. Iemand adviseerde hem om ook mondharmonica te gaan spelen, om zo te leren solo’s te maken die ademen. Op een mondharmonica ontkom je daar niet aan. Dat bleek een uitstekende move en Toots heeft de mondharmonica daarna gelukkig nooit meer losgelaten, hoewel hij ook nog steeds gitaar speelt. Of het verhaal echt waar is, weten we niet. Maar het is wel een mooi verhaal.

Apen apen apen na

In het artikel worden spiegelneuronen genoemd. Deze spiegelneuronen zijn per toeval ontdekt door Giacomo Rizzolati in 1996 tijdens onderzoek bij apen. Spiegelneuronen zijn hersencellen die niet alleen actief zijn als je iets doet, maar ook als je een ander iets ziet doen. Of hoort doen. Dus als iemand anders inademt, doen de spiegelneuronen in jouw hoofd vrolijk mee. Ze kunnen dus op hun beurt jouw ademhaling ‘synchroniseren’ met die van een ander. Hierin ligt ongetwijfeld een verklaring voor het feit dat veel mensen in een koor beter zingen dan alleen; men heeft letterlijk steun aan elkaar. De gezamenlijke ademhaling wordt door de dirigent ‘voorgedaan’. Dat imitatie bij ieder leerproces én bij de ontwikkeling vanaf de allerjongste leeftijd een cruciale rol speelt, wordt pas sinds de ontdekking van spiegelneuronen bevestigd.

Voorbeelden

Enkele voorbeelden van het gebruik van meerstemmige zang. Er zijn er natuurlijk nog duizenden meer te bedenken.

Terts erboven – Sting: refrein van Fragile

Terts erboven – Coldplay: refrein van Fix You

Terts erboven – Snow Patrol: refrein van Chasing Cars

Terts erboven – Jason Mraz: I Won’t Give Up

Driestemmig – Gavin DeGraw: einde van Soldier

Leadzang met herhalend koortje (driestemmig) – Beyoncé: Best Thing I Never Had

Akkoorden, melodie begeleid door akkoorden, parallel en tegen elkaar in – Queen: Bohemian Rhapsody

Zie ook

» Microfoons en accessoires
» Zangboeken
» Vocal effects
» Speakers

» Zingen in een vocal group – Waarom dit een uitdaging is
» Efficiënter bewegen als muzikant – Leer het met deze methodes
» Ademhaling voor muzikanten
» Hoe zorg ik dat mijn bladmuziek niet wegwaait?
» Stemproblemen bij zangers – Hoe deze ontstaan
» Backing vocals: op de achtergrond, maar onmisbaar
» Zingen en spelen tegelijk – Ook jij kan het leren!
» Zangtechniek – Leer alles over zingen
» Zingen met effecten: growlen, grunten, distortion, krijsen, kraken, ruisen…
» Zingen met en zonder compressie
» Ademsteun en ademcyclus bij het zingen
» Hoe je een koor moet opnemen
» Zang-opnames mixen in 5 stappen

Reacties gesloten...