In deze serie over zangtechniek is het begrip compressie meerdere malen ter sprake gekomen. In deze vierde aflevering gaan we dieper op dit onderwerp in. Je stembanden spelen hierbij een cruciale rol. Leer te zingen met én zonder compressie en verrijk daarmee je klank.

Zingen met en zonder compressie

Let op

Ga onderstaande zangtechnieken niet in je eentje uitproberen, maar combineer deze kennis altijd met zanglessen. Zelfs een paar lessen zijn al beter dan niets. Hiermee voorkom je a) dat je vastloopt en b) dat er schade aan je stembanden ontstaat.

Compressie

Compressie is kort gezegd het actief tegen elkaar aanzetten van je stembanden. Tot nu toe hebben we ons in deze serie gefocust op het zingen mét compressie. Dat heeft een reden, die we straks zullen uitleggen. Je kunt ook zonder compressie zingen. Dat klinkt anders dan met compressie, vooral doordat je stem dan andere boventonen heeft. Door zowel met als zonder compressie te kunnen zingen, verrijk je je klankspectrum. Je stem krijgt meer mogelijkheden. Met of zonder compressie zingen (of ze afwisselend toepassen) is vooral een artistieke keuze. Beheers je ze niet allebei, maar zing je bijvoorbeeld altijd met of altijd zonder compressie? Dan nog kun je een prima zangcarrière opbouwen. Overigens zingen de meeste mensen van nature met compressie, omdat ze ook zo spreken. Maar wil je meer te bieden hebben met je zangstem, dan is het goed om beide technieken in huis te hebben. Naast artistieke overwegingen zijn er ook zangtechnische argumenten om beide technieken te beheersen. Want zingen met compressie kent beperkingen. Je kunt er namelijk niet heel zacht of heel hard mee zingen. Probeer je dat toch, dan kan er schade aan je stembanden ontstaan. Wat betreft toonbereik doen ‘met en zonder compressie’ zingen niet voor elkaar onder. Met beide technieken kun je je hoogste toon halen. Maar moet het hoog én hard, zoals in een live situatie, dan moet dat zonder compressie (daarover straks meer). Want als je zingt zonder compressie, heb je een groter dynamisch bereik dan met compressie.

Ademsteun en compressie

In deze serie over zangtechniek hebben we ons tot nu toe gefocust op zingen met compressie. Dat heeft een reden en die heeft alles met ademsteun te maken. Als je deze serie volgt, zal je inmiddels duidelijk zijn hoe belangrijk ademsteun is voor goed zingen (zie met name aflevering 2). Ademsteun aanzetten en geven doe je met je middenrif. Compressie plaatsen en ademsteun aanzetten zijn van nature met elkaar verbonden. Want je stembanden en je middenrif zijn functioneel met elkaar gekoppeld. Als je compressie plaatst (dus je stembanden tegen elkaar aanzet), zet je automatisch je ademsteun aan. Dit mechanisme is van oorsprong bedoeld om kracht te kunnen zetten, bijvoorbeeld als je iets moet tillen. En dat natuurlijke mechanisme komt heel goed van pas bij zingen. Daarom hebben we ons in deze serie over zangtechniek eerst gefocust op het aanzetten van je ademsteun vanuit je stembanden, dus vanuit het plaatsen van compressie. Dit is een natuurlijke beweging, waardoor je je dit snel eigen kunt maken. En dat vormt weer een goede uitgangspositie om te leren ademsteun aan te zetten zónder compressie.

Stembanden

Wat is dat nu precies, compressie? Daarvoor moeten we de stembanden wat preciezer bekijken. De stembanden bestaan uit de stemplooien, de eigenlijke stembanden, de stemspier en de bekerkraakbeentjes, allemaal aan beide kanten. De spleet tussen de stembanden wordt de stemspleet (glottis) genoemd. Om geluid te kunnen maken, moeten de stembanden tegen elkaar aan worden gezet. Niet met te veel kracht, want dan kan er geen lucht meer langs. Door de langsstromende lucht gaan de stembanden trillen, wat geluid oplevert. Hoe sneller de luchtstroom, hoe meer energie naar de stembanden, hoe harder het geluid. Het tegen elkaar aanzetten van de stembanden kan op verschillende manieren gebeuren. De stembanden zijn spiertjes. Die kunnen zich aanspannen. Als bij het zingen de stembanden zich aanspannen samen met de spieren die de stembanden tegen elkaar aan trekken (de adductoren), dan noemen we dat de actieve modus oftewel zingen met compressie. De stembanden zijn hier dus actief betrokken (inwendig aangespannen) bij de toon en de toonhoogte. Naast deze actieve modus is er ook een passieve modus. De stembanden worden ook dan tegen elkaar aan geplaatst, maar dat gebeurt alleen vanuit de omliggende spieren (de genoemde adductoren). De stembanden zelf blijven daarbij ontspannen. Het zingen in deze passieve modus noemen we zingen zonder compressie. Zowel bij het zingen met compressie als zingen zonder compressie staan de stembanden tegen elkaar aan. Dat moet ook wel, anders zou er geen stemgeluid ontstaan. Dus, bij zingen met compressie zijn het de stembanden zelf die tegen elkaar aan gaan staan (actieve modus). Bij zingen zonder compressie (passieve modus) zijn het de omliggende spieren die de stembanden tegen elkaar aan zetten, waarbij de stembanden zelf ontspannen blijven.

Belcanto en registers

Wat kunnen we hier nu mee? Om dat uit te leggen, duiken we eerst even in de geschiedenis van de zangtechniek. In de eerste aflevering van deze serie hebben we het een en ander verteld over belcanto. Deze zangtechniek, die drie à vier eeuwen geleden is ontstaan, is bedoeld om mooi en tegelijk hard te kunnen zingen. Overigens is de naam van de techniek belcanto pas enkele eeuwen na het ontstaan ervan in zwang gekomen. Belcanto is een klassieke zangtechniek. De kern van het belcanto is dat de ruimte tussen het strottenhoofd en het zachte verhemelte zo groot mogelijk wordt gemaakt. Dat geeft de stem een vol en open geluid, in alle toonhoogtes. In het belcanto wordt gesproken over zogeheten registers: borststem, kopstem en soms ook middenstem. Al naar gelang de gezongen toonhoogte gebruik je één van deze registers. De naam van het register is gebaseerd op de plek in je lichaam waar je je stem op dat moment het meeste voelt. Je zou (ongeveer) kunnen zeggen dat de kopstem en de borststem registers zijn waarbij je zonder compressie zingt. En de middenstem is (ongeveer) het register waarbij je met compressie zingt. In het belcanto streeft men ernaar dat de overgangen van het ene register naar het andere zo onhoorbaar mogelijk zijn. Dit doe je door steeds je strottenhoofd zo laag mogelijk te houden. Daar wordt heel veel op getraind en het duurt zo’n acht jaar voordat je dat onder de knie hebt.

Popmuziek is anders

Belcanto is een zangtechniek waarmee je een klassiek klankideaal probeert te bereiken, zoals we dat kennen van bijvoorbeeld opera. Het is natuurlijk een kwestie van smaak, maar deze manier van zingen leent zich niet zo goed voor popmuziek. In de popmuziek wordt doorgaans anders gezongen. Bovendien heeft belcanto het nadeel dat teksten moeilijk zijn te verstaan, omdat door het laag houden van het strottenhoofd alle klanken op elkaar gaan lijken. In de popmuziek is tekst doorgaans belangrijk, dus die willen we goed verstaan. Mede daarom wordt in de popmuziek het strottenhoofd niet zo laag gehouden als in het belcanto. In de popmuziek vinden we het helemaal niet erg als je de overgang tussen zingen met compressie en zingen zonder compressie gewoon hoort. Je stem ‘slaat dan over’: je schiet plotseling in de andere stemmodus. Of om het anders te zeggen: de spierspanning (de compressie) schiet los, waardoor je ineens een ander mechanisme gebruikt. Ter illustratie, de overgang tussen met en zonder compressie is heel goed hoorbaar bij jodelen. Tot zover belcanto. Voor de popmuziek zijn er twee veel toegepaste zangtechnieken. Dat zijn Estill Voice Training System (EVTS) en Complete Vocal Technique (CVT). Net als belcanto kennen ook deze zangtechnieken een soort registers. EVTS onderscheidt zes zogeheten ‘voice qualities’. En CVT kent vier zogeheten ‘vocal modes’. Deze kun je allemaal beschouwen als de basisklanken die je met je stem kunt maken, een soort ‘presets’. De Vocal Feedback Methode van Alfons Verreijt (bron voor deze serie) onderscheidt slechts twee basismodi voor zingen: met compressie en zonder compressie. En daarbinnen kun je je stem anders kleuren. Maar wie heeft er nu gelijk? “Alle methodes hebben gelijk”, is het antwoord van Alfons. “De diverse methodes hanteren eigen namen voor wat in principe allemaal op hetzelfde neerkomt. Maar om te begrijpen hoe een zangstem werkt, is het goed om als basis het zingen met en zonder compressie te nemen.” Voor zijn Vocal Feedback Methode heeft Alfons gekozen voor twee stemfuncties: met en zonder compressie. “Het zijn de enige twee die zeer duidelijk van elkaar verschillen en ook functioneel op stembandniveau niet te mengen zijn. Dat betekent overigens geen beperking van het aantal klankmogelijkheden. Want andere klanken maak je op andere niveaus: hoog of laag strottenhoofd, wel of geen twang (trechter van je strottenklepje), zacht verhemelte omhoog of niet, enzovoorts. Het zelf leren onderscheiden van de plek waar je je klank kunt beïnvloeden, is een belangrijk element van de Vocal Feedback Methode”.

Zingen met en zonder compressie

Dynamisch bereik

We duiken wat dieper in het zingen met en zonder compressie. De tabel maakt het een en ander duidelijk. In deze tabel wordt een onderscheid gemaakt tussen zingen zonder compressie en met compressie. De grens daartussen is een harde grens, vandaar de dikkere lijn. Want het mechanisme ‘compressie gebruiken’ staat aan of uit. Het kan nooit deels aan en deels uit zijn. Ga je van compressie naar niet-compressie, dan hoor je dat. In het belcanto probeert men die overgang zo onhoorbaar mogelijk te maken. Toch schijnen belcanto-zangers die overgang zelf wel te voelen, als een soort inwendige klik. Heel belangrijk is het dynamisch bereik (hard en zacht). Bij zingen zonder compressie heb je het volledige dynamisch bereik. De volumeknop van je zangstem kan van 0 tot 10, dus van heel zacht tot heel hard. Dat geldt niet voor zingen met compressie. Dat kan minder zacht en minder hard: de volumeknop kan van 3 tot 7. Zing je met compressie zachter dan ‘volume 3’, dan ga je kreunen. Want de aangespannen stembanden geven te veel weerstand voor de zacht langsstromende lucht. Wil je met compressie harder zingen dan ‘volume 7’, dan wordt de lucht met te veel kracht langs de aangespannen stembanden gestuwd. Het klinkt misschien stoer, maar het is schadelijk voor je stembanden. Daarom heb je na een kroegbezoek vaak last van je stem: je praat met compressie en je wil toch volume maken om verstaanbaar te zijn.

Bereik in toonhoogte

Tot zover het dynamisch bereik. We gaan nu naar het bereik in toonhoogte. Zoals eerder gezegd: zowel met als zonder compressie kun je je hoogste en laagste tonen halen. Maar er zit een addertje onder het gras. Soms zijn er omstandigheden waarin je hard moet zingen of dat je het gevoel hebt dat je hard moet zingen, bijvoorbeeld in een live situatie. Echter, hard zingen kan niet met compressie. Want met compressie kun je niet harder dan ‘volume 7’. Veel zangers kunnen in de studio hun hoogste noot halen, omdat daar de omstandigheden zo zijn dat ze niet hard hoeven te zingen. Maar live kan het anders zijn, omdat je daar harder moet (of denkt te moeten) zingen dan in de studio. Je ziet dan wel eens dat in bij de hoge noten de microfoon naar het publiek wordt gericht. De hoge noot wordt dan ‘uitbesteed’ aan het publiek. Hard én hoog moet dus zonder compressie. Maar daar komt wel het een en ander bij kijken. Als je in de tabel kijkt, zie je dat je in de modus ‘zonder compressie’ onderscheid kunt maken tussen ‘randjes’ en ‘volle breedte’. Deze termen slaan op je stembanden. Bij ‘randjes’ zijn alleen de randjes van de stembanden in trilling, bij ‘volle breedte’ doen de hele stembanden mee. Gebruik je alleen de randjes, dan klinkt je stem soft en zeer dun. Gebruik je de stembanden in de volle breedte, dan klinkt het hard en stevig. Ook hier is het vooral een artistieke keuze welke techniek je toepast en hoe je ze eventueel afwisselt. Als we even doorgaan op de wens om ‘hard én hoog’ te zingen, dan zie je dat je bij zingen zonder compressie ook vastloopt. Bij gebruik van de randjes kun je niet hard zingen. En bij gebruik van de volle breedte lever je vier à vijf tonen in de hoogte in. Hoe kun je dan wel hard en hoog zingen? Daarvoor bestaat een goede methode, genaamd ‘belting’ (in het Nederlands nog het beste te vertalen met ‘krijsen’). Je zingt daarbij zonder compressie, je stembanden trillen in de volle breedte en dit combineer je met het zogeheten ‘twangen’. Als je dit doet, kun je hard én hoog zingen. Belting en twangen worden in de volgende aflevering behandeld.

Aanzetten zonder compressie

Tot nu toe hebben we zingen met en zonder compressie vooral theoretisch benaderd. Nu over de praktijk: hoe doe je het? Wat betreft zingen met compressie: dat doe je door je stembanden actief tegen elkaar aan te zetten. Dit hebben we in de vorige aflevering besproken. Maar hoe zet je aan zonder compressie? Als je aanzet en zingt zonder compressie, heb je het gevoel dat je keel open staat. Alsof je stembanden niet tegen elkaar aan staan. Echter, schijn bedriegt: je stembanden staan wel degelijk tegen elkaar aan, maar zijn ontspannen. Hoe krijg je dit voor elkaar? Dat doe je met de inademing. Als je inademt, doe je dat met een open keel. Wil je zingen zonder compressie, dan moet je dat open gevoel handhaven.

Artistieke keuze

Nogmaals, zingen met of zonder compressie is vooral een persoonlijke artistieke keuze. Het kan ook een artistieke keuze zijn om ze afwisselend te gebruiken. Een zangeres als Maria Carey doet dat voortdurend. Leadzanger Chris Martin van Coldplay zingt de lage noten en midden-noten doorgaans met compressie, maar zingt zijn hoge noten zonder compressie. Toch is het essentieel dat je beide technieken beheerst. Je klank wordt er rijker door, waardoor je als zanger(es) meer te bieden hebt. En je loopt minder snel tegen technische beperkingen aan. Tot zover zingen met en zonder compressie. In de volgende aflevering gaan we het hebben over en ‘belting’ en ‘twangen’. Deze termen zijn in dit artikel al genoemd. Ze bieden je de mogelijkheid om hard én hoog te kunnen zingen.

Zie ook

» Belten en twangen- Techniek voor hoog en hard zingen
» Vloeiend zingen door dynamische ademsteun en blending
» Pitch-correctie: Auto-Tune, Melodyne… valsspelerij?
» Hoe je een koor moet opnemen
» Zing! Het is goed voor je (ook al kun je het niet)
» Zang-opnames mixen in 5 stappen
» Zang opnemen en versterken voor beginners
» Alle Zangtechniek-blogs
» Alle Zang-blogs

» Microfoons en accessoires
» Zangboeken
» Vocal effects
» Speakers

Reacties gesloten...