Heb jij de neiging om meteen mee te gaan tikken zodra je een leuk liedje hoort? Worden mensen in je omgeving knettergek van al dat getimmer? Misschien is drummen dan wel helemaal jouw ding. “Maar hoe word ik drummer?” zul je je afvragen. Is het bijvoorbeeld nodig om te beginnen met drummen op een echt drumstel? Wat is een goede leeftijd om te leren spelen? En kun je alleen leren drummen op drumles en met notenleer? In dit blog beantwoorden we al deze beginnersvragen, en meer! Vragen of tips? Laat onder het blog een reactie achter.

Hoe word ik drummer? Alles voor beginners

Geschiedenis van de drums in het kort

Al sinds mensenheugenis wordt er getrommeld. Niet alleen om muziek te maken. In Afrika werden (en worden wellicht nog steeds) trommels gebruikt om over lange afstanden boodschappen door te geven. Ook bekend is het militair gebruik van trommels als marcheer-instrument of om commando’s te geven op het slagveld. In dit artikel gaan we het uiteraard hebben over de muzikale inzet van drums, waarbij we focussen op het drumstel. De basis voor het drumstel is gelegd in de 18e eeuw. Het is ontstaan uit zuinigheidsoverwegingen. In theaters wilde men slagwerkers zoveel mogelijk percussie-instrumenten laten spelen, maar het moest zo weinig mogelijk geld en ruimte kosten. In 1909 introduceerde William F. Ludwig een werkbaar voetpedaal om de bassdrum te bespelen. Daarmee opende hij de weg naar het moderne drumstel, zoals we dat nu kennen. Samen met de basgitaar vormen de drums de ritmesectie van de band. Gitaar en toetsen zou je ook tot de ritmesectie kunnen rekenen, mits die een ritmische partij spelen. Maar de basis van de ritmesectie wordt gevormd door drummer en bassist.

Hoe zit een drumstel in elkaar?

Je kunt een drumstel zo groot en uitgebreid maken als je zelf wilt. Maar de basis van een drumstel is een vierdelige set. Die bestaat uit een bassdrum (ook kick genoemd), een snaredrum, een hangende tom (ook racktom genoemd) en een staande tom. Normaal gesproken komen daar nog bekkens (cymbals) bij, die je in verschillende soorten en maten hebt. De drie belangrijkste zijn de hi-hat, ride cymbal (ritmebekken) en crash cymbal (voor accenten). Als we het in dit artikel over links en rechts hebben, denken we steeds vanuit de rechtshandige drummer. We beginnen met de hi-hat. Dat zal je misschien verbazen, maar met het oog op de belangrijkste functie van een drummer (maat houden) is de hi-hat belangrijker dan veelal gedacht wordt. De hi-hat staat links van de drummer en bestaat uit een standaard met daarop twee bekkens met de holle kant naar elkaar toe. Aan de standaard zit een voetpedaal, waarmee de drummer het bovenste bekken op en naar laat bewegen. De drummer bedient de hi-hat met zijn linkervoet (de ‘ritmevoet’). Uiteraard kan de drummer de hi-hat ook bespelen met zijn sticks. Dat doet hij dan met zijn rechterhand (de ‘ritme-hand’) of met beide handen. Je kunt de hi-hat op verschillende manieren bespelen. Bij het onderdeel Drumtechniek hieronder, vertellen we straks nog meer over hoe je deze trommels en bekkens bespeelt.

Wat heb je nodig?

Eigenlijk is dat vrij simpel. Zodra je ritmisch aan het tikken bent met je handen of voeten, ben je in feite aan het drummen. Om drummer te zijn, heb je dus niet per se een drumstel nodig, al is dat waarschijnlijk wel je doel! Heel wat drummers zijn begonnen op potten en pannen, of met een kartonnen doos als bassdrum en kussens als snaredrum en toms. Koop een setje drumstokken en trommel maar lekker mee op je knieën of de bank! Vinden je huisgenoten de bank of de kookpannen niet zo’n leuk idee? Dan is een oefenpad een niet al te dure optie! Je krijgt dan al een beetje het gevoel alsof je op een trommel speelt. Hardop meetellen met de muziek is trouwens een goede manier om gevoel voor ritme en tempo te kweken. Een prima leeftijd om te beginnen op een drumstel is ongeveer tussen de 8 en 14 jaar. Voor kinderen onder de 6 jaar is een drumstel vaak nog een beetje te groot. Zij kunnen daarom beter eerst een jaartje percussie spelen, bijvoorbeeld djembé of cajon. En maak je geen zorgen als je ouder bent: hoewel kinderen een nieuwe vaardigheid vaak wat sneller onder de knie krijgen, kun je ook ook nog prima leren drummen op latere leeftijd.

Drumstel uitkiezen

Als je het drummen echt leuk vindt, dan is het tijd voor je eerste drumstel. Laat je familie of vrienden je niet wijsmaken dat er geen ruimte is, of dat het niet kan vanwege geluidsoverlast. Dat was misschien vroeger zo, maar tegenwoordig zijn er allerlei manieren om stil te kunnen drummen. Bijvoorbeeld met een elektronisch drumstel, of met speciale gaasvellen en bekkens die bijna geen geluid maken. Sommige elektronische kitjes kun je zelfs helemaal in elkaar klappen, waardoor je amper ruimte nodig hebt. Als je ambities hebt om in een bandje te gaan spelen, dan is het wel verstandig om een akoestisch drumstel te kopen. Het is makkelijker om van akoestisch naar elektrisch over te stappen dan andersom.

Drum-accessoires: wat heb ik minimaal nodig?

Uitbreiden van je drumset

Hoe moet je beginnen met drummen?

Is drummen moeilijk? Nou, hoe moeilijk drummen is, is eigenlijk niet de juiste vraag. Het is belangrijker om te onthouden dat sommige muziekinstrumenten in het begin moeilijker zijn om te leren dan andere instrumenten. Daarna kun je het zo moeilijk maken als je wilt. Het drumstel is gelukkig niet zo lastig in het begin. Het heeft ten eerste weinig onderdelen, dus dat is overzichtelijk. Daarnaast wordt er geen gebruikgemaakt van bijvoorbeeld toonladders en akkoorden. Ofwel, je hebt in het begin minder te maken met theorie. Ook is het zo dat het maken van een klank niet moeilijk is: sla op een van de trommels of bekkens en je hebt eigenlijk al meteen een heel aardig geluid. Bij bijvoorbeeld een viool zou het vinden van een prettige klank veel langer duren. Verder is het erg leuk dat je na het leren van enkele simpele ritmes al mee kunt spelen met talloze liedjes. Er zijn weinig andere instrumenten waar dat mee kan! Wat is er dan wel moeilijk in het begin? Op een gegeven moment zul je beide handen en voeten tegelijk moeten gaan gebruiken. Die coördinatie is een van de grootste uitdagingen voor de beginnende drummer. Begin zo langzaam als nodig is, oefen alles apart, heb geduld en het komt goed.

Heb je drumles en notenleer nodig?

Heb je drumles nodig om een goede drummer te worden? En kun je ook leren drummen zonder notenleer? Goede vragen, maar ik wil eerst zeggen dat motivatie, doorzettingsvermogen en veel oefenen de allerbelangrijkste voorwaarden zijn. Nu ik dat gezegd heb, kan ik je de tip geven om in ieder geval in het begin een aantal drumlessen te nemen. Want een goed begin is het halve werk! Ja, op YouTube zijn veel gratis lessen te vinden en er bestaan veel goede leermethodes. Populair zijn bijvoorbeeld Real Time Drums en Ik loop dus ik drum. Toch is het beter om eerst een echte leraar te hebben, hoe getalenteerd je ook bent. Hij of zij kan je wijzen op fouten die je zelf niet direct door hebt. Zo is het erg belangrijk dat je een goede houding hebt, omdat je erg fysiek bezig bent. Anders ga je daar later geheid last van krijgen. Je moet bovendien je stokken goed vasthouden, je polsen op een natuurlijke manier bewegen en ook hoe je op de kruk zit is, met name voor je rug, erg belangrijk. Een goede techniek aanleren is makkelijker dan een slechte techniek afleren. En dan is er nog de vraag of je moet leren noten lezen. Nee, zeker niet, maar het is gewoon ontzettend handig als je het kunt. Het helpt om nieuwe dingen te leren, maar ook om bekende dingen te onthouden.

Oefenen, oefenen, oefenen!

Als je eenmaal een drumstel hebt, gaat het feest echt beginnen. Belangrijker nog dan noten leren lezen is dat je veel luistert en kijkt naar andere drummers. De meeste professionele drummers hebben vele uren meegespeeld met hun favoriete muziek. En ook als je niet achter je drumstel zit, kun je oefenen. Natuurlijk moet je je spieren bepaalde bewegingen aanleren, maar over het algemeen geldt toch dat als je iets in je hoofd kunt en begrijpt, je het in werkelijkheid ook wel zal lukken. Zolang je dus maar voortdurend met drummen bezig bent – in het echt of in je hoofd – word je, als het goed is, steeds een beetje beter.

Drumtechniek

Voordat je gaat spelen, moet je nog heel even geduld hebben. Het is namelijk erg belangrijk dat je op een gezonde manier gaat zitten en je stokken op de juiste manier vasthoudt. Ook moet je goed controleren of alle onderdelen van het drumstel op beste plaats staan voor je. Op die manier voorkom je blessures en kun je straks veel strakker en sneller spelen, als je dat wilt. In het begin een kleine tijdsinvestering, straks enorm veel tijdswinst!

Ritmes, fills, rudiments en solo’s

Een drumritme speel je als begeleiding van een nummer. Een fill is als je even ‘stopt’ met het gewone ritme en een ‘opvulling’ maakt, bijvoorbeeld op de toms. Dat doe je meestal vlak voor een belangrijk moment in de muziek. Je kunt zo veel drumritmes en fills bedenken als je wilt en natuurlijk zul je in het begin vooral ritmes spelen die andere drummers hebben verzonnen en door iedereen worden gebruikt. Want waarom zou je het wiel opnieuw uitvinden? Daarnaast is er nog iets heel belangrijks bij het leren drummen. Dat zijn de drum-rudiments. Dit zijn allerlei verschillende oefeningen die misschien een beetje saai lijken, maar wel ontzettend nuttig zijn. Je techniek gaat met sprongen vooruit als je deze dagelijks trouw en heel precies speelt.

Bassdrum, snare, hihat, tom en bekkens

We hadden al iets verteld over wat de onderdelen zijn van het drumstel. We duiken er nu wat dieper in!

Hi-hat als metronoom

“Van oorsprong is de hi-hat bedoeld om alleen met de voet te bedienen”, zegt drummer Juan van Emmerloot. “En dan op elke tel in de maat, dus op iedere kwart. Want de hi-hat – uitgesproken als ‘hai-het’ – is eigenlijk de metronoom van de drummer. Ook tijdens een fill moet de hi-hat gewoon doorlopen.” Juan weet dat veel drummers de hi-hat niet op die manier gebruiken. “Maar zelf vind ik het belangrijk om dat wél te doen. Als drummer heb ik me daar inmiddels sterk op gefocust. In het totaal van het drumgeluid moet iets zitten waaraan de drummer én de rest van de band het metrum kunnen refereren. Dat moet een geluid zijn dat je op iedere tel in de maat hoort, in iedere gespeelde maat. Anders hoor je de drumpatronen niet, zeker niet als er syncopisch (‘buiten de tel’) wordt gespeeld.” Je kunt er eventueel voor kiezen om de hi-hat-accenten niet op iedere tel te spelen, maar alleen op de twee en de vier (backbeat). “Maar wat je ook doet, doe het in iedere maat”, adviseert Juan. “Om de hi-hat op deze manier goed te kunnen bedienen, moet je veel ‘kilometers maken’ op je hi-hat. Oefen bijvoorbeeld door ritmisch ‘tegenstrijdig’ te spelen, terwijl je de hi-hat op de tel speelt. Door de hi-hat consequent zo te gebruiken, wordt het een metronoom die voorkomt dat je in tempo gaat zweven.”

Bassdrum

Dan komen we aan bij de bassdrum (ook kick genoemd). Dit wordt uitgesproken als ‘beesdrum’. “De bassdrum is meer een arrangerend instrument”, zegt Juan. “De patterns (patronen) die je op je bassdrum speelt, zijn belangrijk voor de herkenbaarheid van de muziek. Aan de hand van het bassdrum-patroon herken je de muziekstijl, bijvoorbeeld rock of funk.”

Snaredrum

Links van de bassdrum (vanuit de rechtshandige drummer gezien) staat de snaredrum, meestal kortweg snare genoemd. De snaredrum – uitgesproken als ‘snerdrum’ (met een lange è) – is een kleine trommel, met bovenop een slagvel en onderop een resonantievel, met daar overheen een snaarmat (van ijzer of nylon) gespannen. Door die snaarmat krijgt de snaredrum een scherp geluid. “In bijna alle muziek wordt de snaredrum bespeeld op de backbeat, dus op de tweede en vierde tel van de maat”, legt Juan uit. “De backbeat wordt ook wel afterbeat genoemd. Dit zware accent op de backbeat stamt uit Amerika. Amerikaanse drummers staan dan ook bekend om hun ‘moddervette’ backbeat. Vanuit Amerika is het spelen op de backbeat overgewaaid naar Europa.” Europeanen hebben van oorsprong de neiging om het accent op de ‘downbeat’ te leggen (eerste en derde tel), maar inmiddels is de Amerikaanse benadering helemaal ingeburgerd in het Europese muziekmaken.

Snaredrum als ‘soundpalet’

De snaredrum kun je op verschillende manieren bespelen. Iedere manier van bespelen levert zijn eigen sound op. “De snaredrum kun je beschouwen als het ‘soundpalet’ van de drummer, waarmee hij zijn drumgeluid kan kleuren”, aldus Juan. We bespreken hier kort de belangrijkste manieren van bespelen van de snaredrum, naast de ‘standaard’ manier. Een voorbeeld is de rimshot. Hierbij raak je met je stick zowel het vel als de rand van de ketel. Je snaregeluid wordt er heftiger door. “Het mooiste is om een rimshot niet te hard te spelen”, aldus Juan. “Laat de tip van je stick op de rand van het vel terechtkomen. Als je dat niet te hard doet, krijg je meer hogere frequenties en daardoor een timbaal-achtige klank. Op die manier zijn rimshots echte sfeermakers en lenen ze zich goed voor bijvoorbeeld reggae-achtige fills. De fills krijgen er een latin-achtig karakter van. Overigens worden in bijvoorbeeld de grunge ook veel rimshots gebruikt, maar dan hoeft het juist niet zo verfijnd.” Een andere speeltechniek voor de snaredrum is de sidestick, ook rimclick genoemd. Je legt daarbij je speelhand op het drumvel, met die hand pak je de stick achterstevoren vast en je speelt met de omgekeerde stick op de ketelrand. Mooi voor bijvoorbeeld ballads, reggae of een slow blues. En je kunt er zachte passages mee spelen terwijl je de backbeat overeind houdt.

Ghost notes en buzz rolls

We blijven nog even bij de snaredrum-technieken en komen aan bij de zogeheten ghost notes (‘spooknoten’). Op de snaredrum zijn dit zacht gespeelde slagen tussen de slagen van de backbeat in. Door ghost notes krijg je meer leven in het ritme. Voor sommige muziekstijlen zijn ghost notes op de snaredrum zeer kenmerkend. In Rosanna van Toto hoor je drummer Jeff Porcaro (of later Simon Philips) ghost notes spelen. “Er moet voldoende volumeverschil zitten tussen de ghost notes en de noten van de backbeat. Anders wordt de backbeat onduidelijk”, zegt Juan. “Dat volumeverschil maakt het spelen van ghost notes trouwens wel moeilijk. Het vereist veel training. Het beste is om eerst te trainen waar ze zitten, dus ze neer te leggen op de juiste plek, en dan pas de dynamiek te gaan oefenen.” Overigens zijn er ook muziekstijlen die gekenmerkt worden door het (vrijwel) ontbreken van volumeverschil tussen de backbeat en de ghost notes. Voorbeelden zijn de grunge en de Britse emo-rock. Verwant aan de ghost notes zijn de zogeheten buzz rolls. Dit is het laten nastuiteren van je stick op de snaredrum, waarmee het snaredrum-geluid nog meer ‘jus’ krijgt. Daarmee kun je sfeer creëren en je kunt bepaalde muziekstijlen benadrukken.

Toms

Naast snaredrum en bassdrum heeft een drumstel nog meer trommels. Dat zijn de toms. Het vierdelige basis-drumstel heeft twee toms: een hangende tom (ook racktom genoemd) en een staande tom (floortom). Door het boven- en ondervel te stemmen, krijgen toms een bepaalde toonhoogte. Dat is een trommeltoon in een bepaalde toonhoogte en niet een toonhoogte zoals we die kennen van een melodisch instrument. De toms zorgen voor de melodische klanken in het drumspel. Ze worden vooral in fills gebruikt, maar soms hebben ze een vaste plek in een gespeelde groove.

Bekkens

Na de trommels en de hi-hat resten nog de twee belangrijkste bekkens: de ride cymbal en de crash cymbal. De ride cymbal, meestal kortweg ride genoemd, is het ‘ritmebekken’. Het is een wat dikker bekken, dat zich gemakkelijk laat bespelen met de tip van de drumstick. Door de constructie van het bekken veert de stick terug (bouncing), waardoor je lang achtereen snelle patronen kunt spelen. Vaak worden er achtsten op de ride gespeeld. Of zestienden met steeds op dezelfde plek een onderbreking, bijvoorbeeld steeds drie of vier zestienden in een vast patroon. “Met de ride kun je muziek een langzame of snelle feel geven, terwijl het werkelijke tempo van het nummer hetzelfde blijft”, merkt Juan op. “Door snel te spelen op de ride creëer je ‘drukte’, terwijl het nummer niet versnelt.” Het laatste onderdeel dat we hier bespreken is de crash. Dit is een dunner bekken, dat bedoeld is om accenten te leggen, bijvoorbeeld in fills. De klank van dit bekken leent zich daar dan ook voor. Varianten zijn de splash (een kleine crash) en de China cymbal. Dit is een omgekeerd bekken met gebogen randen, waarvan het geluid bijna overal doorheen snijdt. Je kunt er geen ritme op spelen, maar je kunt er uitstekend accenten mee leggen.

Wat moet een drummer in een band kunnen?

Wat is de belangrijkste functie van een drummer binnen een band? Voor Juan van Emmerloot is er maar één antwoord mogelijk op deze vraag: “De maat houden, dat is het belangrijkst. Dus het juiste tempo inzetten en vervolgens zorgen dat de band niet versnelt of vertraagt.” En op de tweede plaats? “De drummer moet de structuur van ieder te spelen nummer kennen en beheersen.” En daarmee komen we op de derde plaats van deze top drie: “De drummer moet die structuur duidelijk kunnen aangeven naar de andere leden van de band.” Juan vindt deze top drie de belangrijkste taken van een drummer binnen een band. Maar hij weet ook dat het heel lastig is om dit consequent voor ogen te houden. “Een drumstel biedt oneindig veel mogelijkheden om je drumpartij invulling te geven, bijvoorbeeld met fills. En het is voor een drummer heel verleidelijk om daarin op te gaan en die top drie te vergeten. Ik ben zelf ook regelmatig in die valkuil gevallen.” De drummer is het fundament van de band, aldus Juan. “Het valt of staat met de drummer. Ik heb veel demo’s opgenomen en afgemixt van bands. Als de drumpartij niet goed is, is er van zo’n demo niets te maken. Aan een drumpartij valt niets weg te moffelen, iets wat je bij andere partijen vaak nog wel kan doen. De drummer is verantwoordelijk voor de timing. En muziek met een slechte timing is onprettig om naar te luisteren.” Verderop in dit artikel gaan we dieper in op de muzikale rol van de drummer.

Drummer als dirigent

“De drummer is de dirigent van de band”, zegt Juan. “Naast het tempo aangeven en dit tempo vasthouden, geef je als drummer ook de overgangen en de dynamiek aan. De drummer bewaakt de spanningsbogen en stuurt deze aan.” Een verschil tussen een dirigent en een drummer is dat de dirigent vóór het orkest staat en de drummer achter de band zit. Dat maakt het wel lastig voor de drummer. “Dat betekent dat je door je spel sterk aanwezig moet zijn”, aldus Juan. “Je moet een dwingende manier van spelen hebben. En dat lukt alleen als je heel duidelijk bent in wat je speelt. En dat houdt weer in dat je het niet te moeilijk moet maken. Houd het eenvoudig. Leg je backbeat heel duidelijk neer, dan snapt iedereen waar de twee en de vier zitten. Maak geen fills die niemand snapt, behalve dan misschien die twee drummers in het publiek. Weersta de verleiding van de virtuositeit.” Die duidelijkheid van je drumspel moet ook in de groove zelf zitten: “Houd de groove constant en wissel bijvoorbeeld niet steeds af in het bassdrum-patroon. Als je toch van patroon wisselt, houd dat dan op z’n minst enkele maten vast. Anders herkennen je medemuzikanten het ritme niet meer. De lijn moet duidelijk zijn. Dat gebeurt in bijvoorbeeld de jazz ook. Je hebt de indruk dat een jazzdrummer heel vrij drumt. Maar intussen legt die drummer een heel steady groove neer op de ride en de hi-hat. Daar ligt in de jazz de doorlopende lijn.”

Tandem met bas

De bas en drums vormen samen een ‘tandem’. “Het spel van de bassist bepaalt mede hoe goed jij als drummer je werk kunt doen binnen de band”, schetst Juan. “Als je een goede bassist naast je hebt, ontstaat er een verbinding tussen jouw drumspel en het harmonische gedeelte van de band. De bassist is je verbinding met de rest van de band, hij is het cement in het muzikale geheel. Als de drummer en bassist hun rol binnen de band kennen, vormen ze tezamen een tandem die nooit de weg kwijt is en waar de rest van de band op kan leunen. Zodat solisten het avontuur aan kunnen gaan in hun solo’s.” Juan speelt al 22 jaar met bassist Walter Latupeirissa, in verschillende bezettingen. “In al die jaren groei je naar elkaar toe. Mijn bassdrum en zijn bas klinken samen als een lekker ronkende V8-motor.”

Goed om te weten

Het ideale aftikken

Een belangrijke taak van de drummer is het aftikken. Je geeft daarmee het tempo en het begin van het nummer aan. “Wees altijd consequent met aftikken”, zegt Juan. “Tik dus altijd op dezelfde manier af. Doe je dat niet, dan kun je er van op aan dat het af en toe misgaat. Afwijkend aftikken en intussen roepen wat je bedoelt, heeft ook geen zin. De kans is groot dat de medebandleden niet horen wat je roept.” Er zijn verschillende manieren van aftikken. Bij een vierkwartsmaat is het vrij gebruikelijk om vier tikken vooraf te geven. Sommige drummers geven slechts twee tikken, om daarmee tel drie en vier aan te geven. “Dat is niet handig”, vindt Juan. “Het geeft bandleden te weinig tijd en je krijgt ook niet echt het gevoel van het juiste tempo.” Wat vindt Juan de beste manier van aftikken? “Zelf tik ik het liefst twee maten af, met de eerst maat in ‘half time feel’. Het is dan tik-rust-tik-rust-tik-tik-tik-tik. Dus eigenlijk one-two-one-two-three-four, waarbij de eerste ‘two’ op de tel drie van de eerste maat valt. Dit is een professionele en gangbare manier van aftikken.” Het op deze manier aftikken biedt meerdere voordelen, aldus Juan. “Het maakt het voor de band gemakkelijker om over te schakelen naar het tempo van het volgende nummer. Door twee maten af te tikken krijgt de band de kans om het tempo van het volgende nummer écht te gaan voelen. Bovendien zet je met die eerste maat op half time feel de band op ‘standby’. Nog een voordeel is dat je als drummer de kans krijgt om jezelf te corrigeren tijdens het aftikken. Stel dat je in die eerste (half time feel) maat nog niet het juiste tempo hebt, dan kun je dat in die tweede maat corrigeren. En het valt niet eens op.” Zit je in een band waarmee je veel speelt en ken je de nummers door en door? Dan kun je in plaats van aftikken ook beginnen met een fill. Die moet dan wel zo duidelijk zijn dat ieder bandlid snapt waar de één van de beginmaat zit. Soms beginnen nummers met een opmaat, dus vóór de eerste tel. Is dat het geval, tik dan ook over twee maten af met de eerste maat in half time feel. Dus zoals hier besproken. Ergens in de tweede maat valt de band in. Jij stopt dan met aftikken.

Meteen het juiste tempo

Als drummer moet je de tempo’s van alle te spelen nummers goed in je hoofd hebben. Dat kan nog best lastig zijn. Heeft Juan een advies? “Zorg dat je als drummer in jezelf het refrein van het nummer kunt zingen, op het juiste tempo. Waarom het refrein? Omdat dit het meest herkenbare deel is van het nummer. Zing het refrein in jezelf en je hebt het juiste tempo te pakken. Je kunt dan zonder behulp van een metronoom aftikken.” Juan adviseert drummers om ook de auto als oefenruimte te benutten: “Speel de nummers in de auto op je radio/cd-speler af en zing de refreinen mee. De laatste dag voor een optreden zing je de refreinen zonder de radio aan.” Bekend probleem in live situaties is dat een nummer niet in het juiste tempo wordt ingezet. Is het dan aan de drummer om tijdens het spelen het tempo te corrigeren, dus te versnellen of te vertragen? “Dat is heel moeilijk, zelfs voor ervaren drummers”, weet Juan. “Daarom kun je eigenlijk niet van een drummer eisen dat hij dat kan. En stel dat hij dat wel kan, dan nog is het de vraag of je dat moet doen. Het publiek merkt onherroepelijk dat je aan het corrigeren bent en dat komt niet goed over. Zeker niet op het publiek van tegenwoordig, dat gewend is om naar strak gespeelde muziek te luisteren. Dan maar liever te snel of te langzaam. Het beste is om gewoon in het juiste tempo te beginnen en je energie erin te steken om dat te beheersen. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen op gevoel het juiste tempo aan kan geven, dat is te leren. Maar het vergt wel veel training.”

Legendarische drummers

Hier een overzicht van de drummers die voor Juan een goed voorbeeld waren en daarom voor hem (en vele andere drummers) legendarisch zijn of waren. Natuurlijk kent de muziekgeschiedenis nog veel meer beroemde drummers. Wie zijn jouw favoriete drummers? Laat het weten in de comments hieronder!

Buddy Rich (1917-1987) is dé trendsetter voor technisch drummen, bekend bij iedere drummer.

Stewart Copeland (1952) van The Police is een drummer die met zijn onuitputtelijke energieke spel de brug wist te slaan tussen punk en reggae. Hij speelde voornamelijk recht voor zijn raap, met bijna alleen maar single strokes (enkele slagen om en om). Maar wel met een ongelooflijke snelheid en energie.

Cozy Powell (1947-1998) van Rainbow was dé drummer van de Britse hardrock van de jaren zeventig en tachtig. Altijd ‘in the picture’ met extreem grote maten drums en snelle auto’s. Juan heeft hem persoonlijk gekend. “Wat een boeiende persoon. Helaas niet meer onder ons.”

Jack DeJohnette (1942) is voor Juan het voorbeeld van een jazz-fusion drummer die weet hoe hij moet praten via zijn drumstel: eigenwijs, telkens weer verrassend en altijd een vette groove.

Steve Smith (1954) van de rockband Journey vindt Juan de meest smaakvolle rock- en fusion-drummer die hij kent. “Ik hoor hem graag ‘sloppy’ spelen.”

Tony Williams (1945-1997), drummer van jazztrompettist Miles Davis. “Een verhaal apart, deze man. Als je Tony hoorde spelen, dan hoorde je een en al statements, vrijheid, emotie en energie. Hij maakte gewoon muziek op zijn kit.”

Alex van Halen (1953) van rockband Van Halen. “Voor mij één van de smaakvolste muzikale drummers uit de USA hardrock scene. Hij schommelt hier en daar in tempo, maar alles is gewoon to the point en heel typisch Alex. Nobody has a better snare beat than Mr. Legs Van Halen.”

Drum-termen

In het artikel wordt een aantal drumtermen besproken. Hieronder enkele nog niet besproken drumtermen, die ook handig zijn voor de andere bandleden om te weten.

  • Straight feel: rechte opvatting in zestienden of achtsten.
  • Shuffle feel: jazzy opvatting, ook triolen-opvatting genoemd.
  • Clicktrack: metronoomstrakke computertrack als guide voor de drummer.
  • Stick bag: stokkentas.
  • Drumriser: drumpodium.
  • Drumfill: grote monitor met veel vermogen, speciaal voor de drummer.
  • Close miking: microfoontechniek waarbij alle trommels van dichtbij met aparte microfoons worden opgenomen.
  • Syncopische inzet: inzet op een zestiende voor de eerste tel.

Drum-onderhoud

Optreden, Opnemen en Carrière

Praktische tips voor drummers

  • Drummen is een fysieke inspanning. Daarom moet je voor een optreden goed eten. Anders zie je halverwege sterretjes voor je ogen en herken je de patronen niet meer. Het beste is om minimaal anderhalf uur voor het optreden te eten.
  • Heb je een optreden of ga je de studio in? Vermijd dan alcohol en andere geestverruimende middelen. Je denkt dat je strak speelt, totdat je het terughoort.
  • Zorg dat je materiaal altijd in orde is. Vergeet geen onderdelen mee te nemen en zeker je kruk niet. Is er iets kapot, repareer het dan zo snel mogelijk. Anders vergeet je het en dan word je er op het eerstvolgende optreden mee geconfronteerd.
  • Heb je een optreden of opname, ga dan op tijd van huis. Ga er vanuit dat je een uur te vroeg wilt zijn. Dan heb je tijd om even de weg kwijt te raken en je hebt ter plaatse voldoende tijd om je voor te bereiden. Bijvoorbeeld om de akoestiek te checken. Vervolgens kun je rustig opbouwen. Als je gestresst moet opbouwen, verlies je het gevoel voor tempo en dat wreekt zich tijdens het optreden. De stress van het gehaast moeten opbouwen raak je namelijk niet meer kwijt.
  • Voor een drummer is het goed om voor een optreden een warming-up te doen. Dat kan zonder geluidsoverlast te veroorzaken. Vouw een handdoek over de lengte dubbel en wikkel die bij je knie om je bovenbeen heen. Gebruik dat als drumstel om warm te draaien.

Muzikale tips voor drummers

  • Laat niet te veel je kunstje zien, zoals fills en solo’s. Anders ben je aan het soleren terwijl de band gewoon doorspeelt. Je bent dan geen onderdeel van de band meer en het publiek snapt het niet. Als drummer ben je in dienst van de muziek.
  • Het is natuurlijk goed om je in te leven in de muziek, maar voorkom dat je gaat meedromen in bijvoorbeeld de zang of een gitaarsolo. Je gaat dan zweven in tempo. Bovendien bewaakt de drummer de lengte van bijvoorbeeld een solo. Stuur als drummer de solist naar het eind van de solo toe, tenzij deze zelf aangeeft dat hij wil verlengen.
  • Wees als drummer gefocust op de frontman of –vrouw van de band. Iedere frontman/vrouw heeft eigen cues (signalen), waaronder ook verborgen cues. Ontdek die cues en vertaal ze al drummend naar de andere leden van de band. Ben je ergens niet helemaal zeker van? Gewoon bluffen!

 

2 reacties
  1. De grijsgroene schreef:

    Ik denk dat stukje mij over de streep gaat trekken waar ik al 25 jaar niet over ga.

Laat een reactie achter