Evergreens: het zijn de songs die iedereen kent en kan meezingen – de superhits. Worden die nog gemaakt? Dat vroeg cultuurwetenschapper en trendwatcher Thimon de Jong zich af. Hij ging op onderzoek uit en kwam tot de bevinding dat het slecht gesteld is met de evergreen-nummers. Daar zijn meerdere oorzaken voor aan te wijzen.

Evergreen-songs: worden die nog gemaakt?

Wat zijn evergreens?

Evergreens zijn liedjes die door de jaren heen hun populariteit blijven behouden. Een echte evergreen is niet alleen populair binnen een kleine groep, maar overstijgt generaties en landsgrenzen. De cultuurwetenschapper en trendwatcher Thimon de Jong uit Amsterdam maakte op muzikaal front wat dingen mee die hem vervolgens aan het denken hebben gezet. Hij begon zich af te vragen of er vandaag de dag nog wel evergreens worden gemaakt. En stel dat dit niet het geval zou zijn, hoe komt dat dan? “Ik ging naar een nineties feest in Utrecht”, vertelt Thimon. “Het viel me op dat er veel jongeren waren die eigenlijk ‘te jong’ waren voor zo’n feest. Er waren veel 18- en 19-jarigen en die waren in de jaren negentig nog zo jong, dat ze de muziek van die tijd niet bewust kunnen hebben meegemaakt. Hun muziek zou eigenlijk de muziek moeten zijn van de jaren nul, dus van het eerste decennium van deze eeuw. Een tijdje terug wilde ik samen met wat anderen een ‘jaren nul’-feest organiseren. We gingen op zoek naar de grote hits uit die periode, de evergreens zeg maar, om die te kunnen draaien tijdens het feest. Vreemd genoeg vonden we maar twee of drie van die nummers.” Dit gegeven zette Thimon aan het denken. Zijn er de afgelopen tien jaar écht zo weinig superhits gemaakt die iedereen kent en kan meezingen? Met andere woorden, worden er nog evergreens gemaakt?

Time of My Life

Thimon ging op onderzoek uit. “Ik pakte de Top 2000 erbij en andere bekende charts, zoals Billboard. Ook bestudeerde ik verzamel-cd’s die gebaseerd waren op de Top 100 aller tijden en varianten daarop. Er viel me duidelijk iets op. Als je een ‘aller tijden’-lijst van bijvoorbeeld begin jaren negentig bekijkt, zie je dat daar veel meer recente nummers in staan dan in de ‘aller tijden’-lijsten van nu. Dat bevestigde mijn vermoeden dat er tegenwoordig veel minder liedjes worden gemaakt die echt iedereen kent en die bij een grote groep mensen populair zijn. De evergreen lijkt dus uitgestorven.” Maar hoe zou dat komen? Is het een kwestie van kwaliteit? Dat hoeft niet het geval te zijn, aldus Thimon. Er spelen ook andere factoren mee. Hij illustreert: “In 1988 was ik elf jaar oud en het nummer The Time of My Life van Bill Medley en Jennifer Warnes was mijn favoriete nummer. Het werd een superhit en zelfs mijn ouders begonnen het mee te zingen. Nadat het vijf maanden in de Top 40 had gestaan, waarvan negen weken op nummer één, hadden ook mijn ouders er genoeg van. Het nummer was stukgedraaid. Toen ik tien jaar later op mijn eerste eighties-feest stond, werd The Time of My Life massaal meegezongen. Echt iedereen kende het nummer, omdat je er in de tijd dat het een hit was gewoon niet omheen kon.”

Stukgedraaid

Hiermee illustreert Thimon een belangrijke voorwaarde voor de evergreen: het liedje moet helemaal worden ‘stukgedraaid’ en niemand moet er omheen kunnen. “Daar zit een belangrijk verschil met vroeger. Tot eind vorige eeuw was iedereen aangewezen op radio en televisie om nieuwe liedjes te horen. Ook het aantal zenders was beperkt. Als een liedje een hit was, kon je er niet omheen. Want het werd veel gedraaid. Daarom kennen mensen die in 1980 punker waren toch de hits van Abba, ook al wilden ze er toen niets van weten.” Tegenwoordig is dat anders, schetst Thimon: “Door de technologie van nu is muziek sterk geïndividualiseerd en gefragmenteerd. Je luistert naar de muziek waar je naar wilt luisteren en andere muziek kun je vermijden. Als je nu Lady Gaga wilt ontlopen, is dat geen enkel probleem.” Het is dus bijna niet meer mogelijk om ervoor te zorgen dat niemand om een bepaald liedje heen kan. “Radio wordt steeds minder voor nieuwe muziek beluisterd en de Top 40 is op sterven na dood”, aldus Thimon. “Jongerenzender MTV zendt al jaren geen muziek meer uit overdag en heeft ook geen eigen hitlijsten meer. Hierdoor worden er geen nummers meer ‘stukgedraaid’. En juist dat is nodig om evergreens te creëren.”

Hits op YouTube

Maar hoe zit het dan met bijvoorbeeld YouTube? Dat is toch te beschouwen als veel bezocht muziekkanaal. Dat werkt anders, legt Thimon uit. Hij geeft een voorbeeld: “Het nummer Girlfriend van zangeres Avril Lavigne heeft anderhalf jaar lang in de top drie gestaan van meest bekeken muziekclips op YouTube. Ongelooflijk populair dus. Een evergreen? Nee, want heel veel mensen kennen het liedje niet. Het is vooral bekend bij een grote groep tienermeisjes, maar daarbuiten nauwelijks. De doelgroep is te beperkt om een evergreen te worden.” Er zijn trouwens wel melodieën die bijna iedereen kent. Die komen dan bijvoorbeeld uit bekende videogames of uit films, zoals Harry Potter. “Maar veel minder uit de popmuziek en dat is toch wel jammer”, vindt Thimon. Lukt het niet meer via de Top 40 om een evergreen te creëren, er zijn nog wel andere kanalen waarlangs dat kan. Zo heeft Vodafone lange tijd het nummer Crazy van Gnarls Barkeley gebruikt als muziek bij een wereldwijd ingezette commercial. “En daardoor werd dit nummer een evergreen”, aldus Thimon. Overigens heeft sportmerk Nike voor zijn commercial rond het WK Voetbal in Zuid-Afrika een oude hit gekozen: Hocus Pocus van de Nederlandse formatie Focus. “Een mooi nummer, maar een gemiste kans om een nieuwe evergreen te maken”, vindt Thimon.

Vertraagde vernieuwing

In hoeverre speelt muzikale kwaliteit een rol bij het fenomeen evergreen? “Dat is een muziekwetenschappelijk onderzoek. Ik heb me vooral gericht op de sociaal-culturele elementen”, antwoordt Thimon. “De meeste evergreens zijn gemakkelijk mee te zingen. Maar er zijn ook evergreens die qua melodie moeilijker in elkaar zitten, zoals Bohemian Rhapsody van Queen.” Thimon denkt wel dat een liedje vernieuwend moet zijn om een evergreen te kunnen worden. Ook daar schort het de laatste tien jaar aan. “Eigenlijk zijn er geen echte nieuwe muziekstijlen. De vernieuwing van nu gaat veel langzamer dan bijvoorbeeld in de jaren zestig, zeventig en tachtig. Muziek van begin jaren tachtig klinkt heel anders dan muziek van begin jaren zeventig. In die tijd ging de ontwikkeling heel snel. Tussen muziek van 2010 en 2000 hoor je nauwelijks verschil, terwijl dat ook een tijdspanne is van tien jaar.” Die vertraagde vernieuwing zie je trouwens niet alleen in de muziek, maar bijvoorbeeld ook in de mode; we kleden ons niet zo heel veel anders dan tien jaar geleden. Zet dat minieme verschil maar eens af tegen de mode van 1980 en 1970. Dat is een wereld van verschil.

Subculturen

Een opvallende tegenstelling is dat de technologie de afgelopen decennia juist wel een enorm snelle ontwikkeling heeft doorgemaakt. Thimon wappert met zijn iPhone: “Het is ongelooflijk wat je allemaal met zo’n ding kunt. Dat had je begin deze eeuw niet geloofd.” De technologie ontwikkelt zich nu razendsnel, maar aan de snelle ontwikkeling in muziek, mode en andere cultuurverschijnselen lijkt na 2000 een eind te zijn gekomen. ‘Cultural deceleration’ (culturele vertraging) noemt Mark Fisher dit in een artikel in het Britse opinieblad New Statesman. Die ‘cultural deceleration’ wordt veroorzaakt doordat er geen nieuwe subculturen meer zijn, legt Thimon uit. In de twintigste eeuw kwamen de meeste nieuwe muziekstijlen voort uit subculturen. Met elk hun eigen evergreens, waar niemand omheen kon, omdat ze werden ‘stukgedraaid’ op de radio. Wat California Dreaming van The Mamas & The Papas voor de hippies was, was Smells Like Teen Spirit van Nirvana voor de grunge subcultuur van begin jaren negentig. “Muziek is onlosmakelijk verbonden met de identiteit van een subcultuur”, zegt Thimon. “Daardoor is muziek een stempel van zijn tijd, verbonden aan de tijdgeest van toen.”

Meteen mainstream

De snelle verspreiding van informatie en de enorme invloed van marketing hebben de subcultuur een mokerslag toegediend. Thimon illustreert: “Als er ergens in een Berlijnse buitenwijk honderd jongeren zich apart kleden en op eigen muziek een raar dansje doen als politiek statement, staat dat de volgende dag op YouTube en Facebook. Een week later staat het op een modeblog en een maand later ligt de subcultuur in wording op tafel bij een groot modemerk die het als inspiratie gebruikt. Door een beginnende subcultuur onmiddellijk de mainstream in te trekken, sterft de subcultuur in wording een vroegtijdige dood. De ontwikkeling staat meteen stil.” Bij gebrek aan iets eigens, grijpen jongeren tegenwoordig terug op een subcultuur uit het verleden, bijvoorbeeld punk, gothic, gabber of emo. Ze geven er vaak wel een eigen draai aan door een kleine vernieuwing door te voeren, maar in de basis zijn dit ‘oude’ subculturen. Op zoek naar vernieuwing en eigenheid is in de jaren nul uit armoe de mash-up (of mix-up) cultuur ontstaan: als het dan niet mogelijk is om een eigen nieuwe muziekstroming of subcultuur te creëren, dan maar oude muziekstijlen mixen tot iets nieuws. In de mash-ups worden vaak stukjes evergreen gebruikt om een ‘superhit-gevoel’ te creëren en een brug te slaan tussen de generaties. “Een voorbeeld hiervan is Pokerface van Lady Gaga. Daarin wordt duidelijk het Ma Baker-refreintje van Boney M gebruikt”, zegt Thimon. “De mash-up-stroming is echter geen subcultuur, maar eerder een vervolmaking van de remix-trend die in jaren zeventig begon.”

Groepsgevoel

De Vlaamse psycholoog Herman Konings verwondert er zich in zijn boek De stand des tijds over dat jongeren zich niet meer afzetten tegen de muziek van hun ouders. Dit komt doordat jongeren voor hun behoefte aan evergreens automatisch bij de helden van oudere generaties terechtkomen. Er lijkt in dat opzicht geen generatiekloof meer te zijn tussen kinderen en ouders. Sterker nog, jongeren waarderen de muziek van hun ouders. Dat was eerder ondenkbaar. “Blijkbaar is er wel behoefte aan evergreens, juist ook bij jongeren”, constateert Thimon. “Je zag dat ook na het overlijden van Michael Jackson. Jongeren en kinderen stortten zich massaal op die muziek. Terwijl Michael de held van hun ouders was en hij in 1991 zijn laatste hit heeft gehad. Je ziet het ook aan de Top 2000 (met veel oude muziek), die heel populair is bij jongeren.” Dat alles heeft er toch mee te maken dat we als mens een groepsgevoel willen creëren, aldus Thimon. “We vinden het nu eenmaal fijn om dingen die we leuk vinden met elkaar te delen. Dat is een menselijke behoefte. Als je een mooie film hebt gezien, wil je dat met een ander delen. In je eentje is het veel minder leuk. De mens is op zoek naar een gedeelde ervaring.”

Geen cultuurpessimist

Thimon zou het toejuichen als de popmuziek weer evergreens zou voortbrengen en dat goede muziek ook de kans krijgt om evergreen te worden. “Drie à vier eeuwen geleden had je een belangrijke stijlperiode. Dat was de barok”, filosofeert Thimon. “Die duurde van 1600 tot 1750, dus wel anderhalve eeuw lang. Als je ergens midden in die periode was geboren, wist je niet beter dat barokmuziek dé muziek was. Pas na 1750 kwam er vernieuwing. Misschien zitten we nu ook wel in zo’n periode en moeten we de komende honderd jaar teren op de muziek van de twintigste eeuw.” Thimon heeft zijn bevindingen gepubliceerd in NRC Handelsblad en hij kreeg daar veel reacties op. “Sommigen noemden mij een cultuurpessimist. Maar dat ben ik absoluut niet. Ik zou het gewoon enorm toejuichen als de popmuziek van nu weer evergreens voortbrengt. Want ik weet zeker dat we daar met z’n allen behoefte aan hebben.”

Zie ook

» Catchy songs schrijven – Dat doe je met een ‘hook’
» Liedjes verkopen! – Over labels, publishers en credits
» Songwriter worden? Leer alles over liedjes schrijven
» Writer’s block? Tips voor songwriters

Geen reacties

Nog geen reacties...

Laat een reactie achter