Muziek is een luidruchtig fenomeen. Het is daarom belangrijk dat zalen, kroegen, oefenruimten en studio’s goed zijn geïsoleerd. Voor menig muzikant met buurtbewoners is het haast een noodzaak om naar hartenlust en op volume te kunnen musiceren. Maar hoe doe je dat: goed isoleren om het muzikale geweld binnenskamers te houden? Daarvoor is een beetje isolatie-theorie onvermijdelijk, maar de moeite waard om burenruzies te voorkomen! Stap één: eierdozen zijn geen ideale geluidsisolator.

Isoleer je eigen oefenruimte of studio

Hoe werkt isolatie?

Isolatie werkt als volgt. Een constructie zoals een wand, plafond of vloer is altijd aan een andere constructie gekoppeld. Je kunt een wand op een vloer schroeven of metselen. De wand kan ook los op de vloer staan, maar ook dan is er een koppeling door de zwaartekracht. Deze koppeling zorgt ervoor dat de wand moeilijk beweegt. Moeilijk bewegen betekent echter dat er geluidsisolatie optreedt, die door de stijfheid van de koppeling wordt bepaald. Elke constructie heeft een zogenaamde ‘eigen’ resonantiefrequentie. Op die specifieke resonantiefrequentie isoleert een constructie heel slecht, omdat je met weinig energie de hele constructie kunt bewegen. Zoals je een schommel heel gemakkelijk kunt laten slingeren wanneer je hem op het juiste moment aandrukt. Als je zomaar wat drukt, dus niet op de resonantiefrequentie, zul je de schommel de ene keer aandrukken en de andere keer juist afremmen. De totale beweging van de schommel heeft veel minder energie dan de energie van het aandrukken.

Meer massa

Op de resonantiefrequentie laat een geluidsgolf de constructie trillen en de geluidsgolf aan de andere kant van de constructie kan dan gewoon verder bewegen. Gevolg is: geen goede geluidsisolatie. Om wel te isoleren, moet je de resonantiefrequentie zo laag mogelijk houden ten opzichte van de frequenties die je wilt isoleren. Een lage resonantiefrequentie kun je realiseren door de massa van de constructie te vergroten. Daarom hoor je bij geluidsisolatie altijd dat je massa nodig hebt en moet een constructie zo zwaar mogelijk zijn. Je kunt zeggen dat de frequenties boven de resonantiefrequentie op het verkeerde moment tegen de muur drukken, waardoor hij steeds moeilijker in beweging komt. Daarom zie je dat een constructie bij hogere frequenties beter gaat isoleren. Het is eenvoudiger om een hoge pieptoon te isoleren dan een basdrum of de lage E van een basgitaar. Die dreunt bijna overal doorheen. Brommende bassisten hebben bunkers nodig om de buren niet wakker te spelen. Op een gegeven moment gaan er golven in de wand lopen, die weer resonanties aanstoten en de wand heel gemakkelijk laten buigen. Dit heet coïncidentie. Deze resonantie zorgt voor een verslechtering in de geluidsisolatie bij hogere frequenties. Door een wand te dempen, verminder je deze dip. Dat kan door van de wand een spouwwand te maken of bijvoorbeeld tussen twee gipsplaten Green Glue aan te brengen, maar een folie tussen twee glasplaten werkt ook. Boven de coïncidentie gaat de massawet weer werken. Coïncidentie is bij het isoleren van muziekgeluid iets minder belangrijk.

Spouwconstructies

Het dubbel maken van een wand heeft weer tot gevolg dat de laagste resonantiefrequentie van de constructie omhoog gaat. Dus hoewel je bij hogere frequenties meer isolatie krijgt, wordt de geluidsreductie bij lagere frequenties minder goed. Als je een dubbele constructie maakt, moet je de spouw dempen met bijvoorbeeld minerale wol. Je dempt dan staande golven in die spouw en bovendien zorgt de wol dat het geluid minder snel beweegt en creëert een soort verslapping van de veer die de lucht in de spouw vormt. De resonantie wordt hierdoor verlaagd en dat is goed. Een losjes gevulde spouw is optimaal. Meer vulling kan de veer juist weer stijver maken en dus de resonantiefrequentie verhogen. Groter maken van de spouw is ook een zeer effectieve manier om de resonantiefrequentie te verlagen en de isolatie dramatisch te verbeteren. Bij drie spouwbladen, en dus twee spouwen, wordt de resonantiefrequentie nog hoger. Bij hoge frequenties krijg je veel isolatie, bij lage frequenties minder. Deze zogenaamde ‘triple leaf’ constructies dien je echter te vermijden, zeker als je muziekgeluid moet reduceren. Daarom kun je beter het middelste spouwblad aan één van de andere spouwbladen toevoegen, want meer massa is meer isolatie. Tegelijkertijd maak je de spouw groter. Dat verlaagt ook de resonantie en verbetert de isolatie. Koppel twee wanden ook niet met een frame of spouwankers aan elkaar. Hierdoor gaat de gehele constructie functioneren als één enkel spouwblad. De hele wand gaat als een enkele wand werken, maar vaak minder effectief dan wanneer je beide massa’s als één massa zonder spouw zou uitvoeren. Je vermindert dan de isolatie bij hogere frequenties. De reden waarom je twee wanden gebruikt, is juist om deze hoge frequenties te dempen.

Flankerende geluidsoverdracht

Als twee ruimten naast elkaar liggen of onder en boven elkaar, en de wand/plafond/vloer constructie tussen beide isoleert het geluid niet voldoende, veroorzaakt dat geluidsoverlast. In eerste instantie wil je dus die constructie beter isolerend maken. Er loopt niet alleen geluid via die constructie, maar ook via alle andere constructies van de ene ruimte naar de andere. Dit noemen we flankerende geluidsoverdracht. Het beter isolerend maken van een constructie helpt om geluidsoverlast te beperken, maar op een gegeven moment komt er meer lawaai via andere paden dan de scheidingsconstructie in je ruimte en helpt het verbeteren van de scheidingsconstructie niet meer. Deze flankerende geluidsoverdracht kan zelfs veroorzaken dat ruimten op grotere afstand van de kamer, waar lawaai wordt gemaakt, overlast ondervinden. Dat kom je vaak in flats en rijtjeshuizen tegen.

Ontkoppeling van een vloer

Om flankerende geluidsoverdracht te voorkomen, werk je met ontkoppeling. Constructies moeten daarom los van de bestaande constructies worden opgebouwd. Dat leidt in het extreme geval tot het ontstaan van de legendarische ruimte-in-een-ruimte of box-in-box. Een ontkoppelde constructie heeft spouwbladen die elkaar niet raken of via materiaal dat veert aan elkaar zitten. De resonantiefrequentie van een constructie moet daarbij zo laag mogelijk zijn. Het is niet zo moeilijk om dit te bewerkstelligen. Als je bijvoorbeeld een vloer op elastisch materiaal legt, moet dat materiaal een bepaald percentage ’inveren’ om een specifieke resonantiefrequentie te bereiken. Als je zo’n vloer van licht materiaal zoals OSB-plaat maakt, moet je er rekening mee houden dat de situatie niet stabiel is. Wordt de vloer dynamisch belast met meer of minder mensen, een nieuw apparaat of meubilair, dan klopt er niets meer van de ‘invering’. Een vloer die 20 kilo per vierkante meter weegt en wordt belast met bijvoorbeeld een muzikant van 80 kilo is het negatieve effect op de resonantiefrequentie uiteraard veel groter dan wanneer je vloer zelf al 400 kilo per vierkante meter weegt. Licht materiaal dempt niet zo goed als zwaar materiaal. Een wand van 9 mm MDF isoleert geluid slechter dan een kalkzandsteenwand van 15 cm. Bij een vloer is dat niet anders.

Rubberblokjes

Houd er rekening mee dat elastisch materiaal niet allemaal hetzelfde is. Rubber is bijvoorbeeld tamelijk stijf. Het wordt niet echt samengedrukt, maar vervormt meer. Dus het advies om zomaar een rubbermat onder een constructie leggen, is niet erg professioneel. Je moet met blokjes werken, waarvan je de mechanische eigenschappen kent. Dan kun je uitrekenen hoe je de blokjes moet gebruiken. Bepaalde minerale wolvarianten of schuimstoffen veren weer anders in en ook hier moet je weten hoe je één en ander moet uitvoeren. Wilde ideeën volgen zoals een constructie op oude autobanden of op tennisballen bouwen, is helemaal vragen om ellende. De kans dat je zo’n constructie goed krijgt, is nihil. Wanden en plafonds worden normaal gesproken niet variabel belast en je kunt hier met standaardconstructies, waarvan meetgegevens bestaan, werken. Hou wel rekening met het feit dat al deze constructies dezelfde isolerende eigenschappen moeten hebben; de totale geluidsisolatie wordt bepaald door de zwakste schakel in de keten. Daarom moet je ook je luchtverversing, deuren, ramen en kabeldoorvoeren in de gaten houden. En natuurlijk moet je vooral de eierdozen vermijden.

Goed om te weten

Praktijk en wetgeving geluidsniveau

Om een ruimte te isoleren, moet je eerst bepalen hoeveel geluidsisolatie nodig is. Hoeveel lawaai produceer je en wat zijn de wettelijke regels. In een oefenruimte of studio waar bands met drummers spelen, heb je te maken met geluidsniveaus die al gauw boven de 115 dB(A) liggen. Binnen gebouwen mag van dit geluidsniveau wettelijk in verblijfsruimten van bijvoorbeeld buren overdag van 7.00 tot 19.00 uur 35 dB(A) en ’s nachts van 23.00 tot 7.00 uur 25 dB(A) overblijven. Van 19.00 tot 23.00 uur bedraagt dat niveau 30 dB(A). Bij muziekgeluid komt daar nog een strafcorrectie van 10 dB bij, omdat muziek heel herkenbaar en dus hinderlijker is dan ‘normaal’ geluid. Die 115 dB(A) moet dus met 100 dB worden gereduceerd. Dat is normaal gesproken absoluut onmogelijk, dus een kamer in een rijtjeshuis ombouwen tot drumkamer, oefenruimte of studio is vragen om moeilijkheden. Als de oefenruimte/studio zich in een vrijstaande schuur in de tuin bevindt, wordt de situatie gunstiger. Op de gevel van de buren mag ’s nachts 40 dB(A) worden gegenereerd. Na verrekening van de strafcorrectie hebben we het dan over 85 dB reductie. Als die buren nu ook nog een meter of 20 verderop wonen, gaat daar 26 dB extra vanaf en hebben we het over 59 dB reductie. Een betonvloer tussen twee woningen in bijvoorbeeld een flat moet minstens 30 cm dik zijn voor voldoende geluidsisolatie. En dat geldt niet over het isoleren van muziekgeluid, maar van gewone leefgeluiden. Iedereen weet wat er gebeurt als in een dergelijke flat de geluidsinstallatie of televisie te hard staat: dan krijgen we te maken met overlast. Wanden tussen woningen moeten eigenlijk worden uitgevoerd als ankerloze spouwconstructies om een redelijke geluidsisolatie te realiseren. Als je dus gaat nadenken over de constructies die nodig zijn om een studio of oefenruimte adequaat te isoleren, moet je beseffen dat halfsteense wanden, pannendaken en ramen met dubbel glas meestal totaal niet voldoen. Van een bestaand gebouw kan de geluidsisolatie worden gemeten. Als binnen de ruimte, die als oefenruimte wordt gebruikt, via een flink luidsprekersysteem roze ruis wordt gedraaid, kun je dit opnemen. Als daarna buiten de ruimte het geluid dat daar overblijft ook wordt opgenomen, kunnen beide opnames worden vergeleken met bijvoorbeeld een analyzer en kan worden bepaald hoeveel geluidsreductie het gebouw levert en of dit voldoende is. Als de isolatie tekort schiet en de verschillende scheidingsconstructies zoals deuren, ramen, dak en wanden van het gebouw bekend zijn, is uit te rekenen hoe je die constructies kunt verbeteren.

Isolatietheorie in het kort

  • Massa isoleert, meer massa isoleert beter.
  • Omdat muziek voornamelijk lage frequenties bevat, moet je dus met veel massa isoleren.
  • Dubbele constructies werken ook, maar je moet weten wat je doet, anders wordt de isolatie daar waar je het nodig hebt vaak slechter.
  • Een spouw moet losjes worden gevuld met minerale wol.
  • Constructies met meer dan twee spouwbladen zijn af te raden, zeker als je muziek-geluid wilt isoleren.

Tijd om te gaan bouwen en verbouwen

De tijd van bouwen en verbouwen is nu aangebroken, maar hoe ga je te werk, waar moet je op letten en wat kun je verwachten van het resultaat? Stel dat je een oefenruimte wilt realiseren. Je hebt ruimte om een vrijstaand gebouw neer te zetten of een bestaand gebouw aan te passen. De buren wonen op een bepaalde afstand verderop en je huisgenoten zijn heel tolerant. Je moet, om aan de normen te voldoen, de 110 dB(A) die je bandje genereert terugbrengen tot wat op de gevel van de buren wettelijk toegestaan is. Dat is meestal van 7.00 – 19.00 uur 50 dB(A), van 19.00 – 23.00 uur 45 dB(A) en van 23.00 – 7.00 uur 40 dB(A). Daar komt een strafcorrectie bovenop van 10 dB, omdat muziek heel herkenbaar is en dus ook heel irritant kan zijn. Maar de buren wonen op x meter afstand, en 20*LOG(X) = Y, dus Y dB isolatie krijg je gratis. Je weet nu dus, afhankelijk van tot hoe laat je wilt spelen, hoeveel isolatie je voor elkaar moet zien te krijgen. Een ander scenario: je hebt een grote kelder of schuur bij je huis en je wilt daar de oefenruimte bouwen. Als je zelf boven je oefenruimte woont, hoef je niet aan een norm te voldoen, maar je wilt uiteraard zoveel mogelijk geluid isoleren. Maar het kan ook nog anders als je echt geen mogelijkheid of budget hebt om een oefenruimte deugdelijk te isoleren. Veel mensen vinden namelijk opnemen en afluisteren leuk. De drums en andere luide instrumenten kan je dan elders opnemen. De rest van de instrumenten en de zang registreer je thuis op je zolder of slaapkamer. Ook in deze situatie zal je iets aan isolatie moeten doen, want de buren mogen er geen last van hebben.

Vrijstaand

We beginnen met het eerste scenario: de oefenruimte in de vrijstaande, eventueel te bouwen, schuur. Je kent nu je isolatiebehoefte. Een enkele wand van bijvoorbeeld kalkzandsteen of beton met een dikte van 100 mm die goed is gepleisterd, weegt een kilo of 175 tot 200 per vierkante meter. Zo’n wand reduceert popmuziek met 36 dB. Wat wil zeggen dat, als je binnen 110 dB(A) lawaai maakt, je buiten op een afstand van 1 meter van die muur 74 dB(A) overhoudt. Dit is een beetje kort door de bocht, omdat het ook afhangt van het oppervlak van de constructie en de nagalm in het ontvangvertrek, maar als een schatting kan het er mee door. Als zo’n wand van een voorzetconstructie wordt voorzien, gaat het geheel veel beter presteren qua isolatie, die tot wel 57 dB(A) kan oplopen. Daartoe moet je het volgende doen: de voorzetconstructie mag de basiswand NIET raken. Ontkoppeling betekent: niet raken. Uiteraard moeten we ook oppassen voor flankerende geluidsoverdracht. Als de twee wanden netjes worden uitgevoerd, maar beide zijn aan elkaar gekoppeld door bijvoorbeeld de vloer of fundering, is er een gerede kans dat de berekende isolatie niet wordt gehaald. Als je dus een vrij hoge isolatie moet realiseren, kun je het best denken aan een geheel ontkoppelde constructie. Werk je met zware wanden (massa = goed voor isolatie) dan kun je ze het best op hun eigen fundering zetten. De wanden worden dan alleen door het zand waarin ze liggen, gekoppeld en met een normale vrij droge zandsoort is die koppeling relatief gering. Een voorbeeld van een studio, die op deze manier is gebouwd, is Roy’s Kitchen in Kotten. Roy heeft iedere ruimte op de eigen fundering gebouwd en daarna de buitenkant van de studio daar omheen gebouwd. Als de wanden op één fundering moeten worden gebouwd, kun je de binnenwand op een ontkoppelend materiaal zetten, zoals Sylomer of één van de afgeleiden daarvan. Om dat goed te doen, moet er wel wat worden gerekend. Dat Sylomer moet namelijk een bepaald aantal procenten inveren om de juiste resonantiefrequentie te krijgen. Als bijvoorbeeld een dakconstructie ook op die binnenwand rust, moet dat uiteraard in de berekening worden meegenomen. Deuren en ramen in de constructie zijn potentieel zwakke punten. Ze zijn lichter dan de rest van de constructie en isoleren daardoor minder geluid. Door de spouw tussen dubbele glasbladen of deuren groot te maken, kun je compenseren. Als de spouw tussen de constructiebladen niet wordt afgesloten – als je dus de lucht tussen de glasbladen of de deuren de lucht van de spouw tussen de rest van de wanden kan ‘zien’ – telt die ook weer mee voor het totaal. Die spouw maakt de resonantiefrequentie lager en dat is goed voor de isolatie.

Binnenshuis

Als je onder je huis in de kelder of in de garage een muziekruimte wilt maken, kan dat. Maar dat is geen sinecure. Een van de ultieme voorbeelden van zo’n constructie is te vinden op de weblog van Paul Woodlock op Studiotips.com. Daar wordt in bijna vermoeiend detail de bouw omschreven van een garagestudio in Engeland. Er wordt een betonvloer in een verloren bekisting gestort, die zweeft op inverend materiaal. De producenten van dergelijk materiaal zullen adviseren om het hele vloeroppervlak te ondersteunen met hun materiaal. In de praktijk is het beter om datzelfde materiaal te kiezen dat eigenlijk veel grotere gewichten kan torsen. Dat snijd je in blokken, lijmt deze op elkaar zodat je meer spouw krijgt. Je bespaart erg veel geld, omdat veel minder oppervlak-materiaal nodig is. Als meerdere ruimten zoals een opnameruimte en een controleruimte zijn gepland, kun je de vloer gebruiken om de wanden en het dak op te zetten. De berekening van het zwevende materiaal wordt dan aangepast, omdat de massa die erop rust toeneemt. Voordeel van deze constructie is dat je heel veel gewicht krijgt en dat daardoor een dynamische vermeerdering van de vloerbelasting door bijvoorbeeld artiesten en/of apparatuur minder snel tot overcompressie van het inverende materiaal leidt. Als het een enkele ruimte betreft, kun je de voorzetwanden en het plafond eventueel aan de bestaande wanden monteren via een systeem met akoestisch ontkoppelende spijkerregels. Zo’n spijkerregel is een speciale constructie die op de basiswand wordt bevestigd en waarop een voorzetconstructie kan worden gemonteerd zonder dat er een akoestische koppeling plaatsvindt. In de Alternator-studio in België zijn zo drie oefen/opnameruimten en een controleruimte onder een woning gerealiseerd. De eigenaar zegt dat als er beneden twee bands tegelijk spelen, hij er boven geen enkele last van heeft.

Zolder of slaapkamer

Als er minder isolatie nodig of mogelijk is, kan er ook worden gewerkt met lichtere scheidingsconstructies. Moet je bijvoorbeeld een zolder of slaapkamer isoleren, dan kun je werken met de eerdergenoemde spijkerregels. Daarop wordt een vloer van plaatmateriaal gemaakt zoals triplex, OSB of iets dergelijks. De wanden en het plafond worden van een soortgelijke constructie voorzien. Er moet in deze gevallen wel zeer goed rekening worden gehouden met de belasting van de vloer. Bereken van te voren precies hoeveel gewicht aan apparatuur, meubels en aanwezigen in de ruimte aanwezig is. Kijk ook naar de bestaande constructie. Dat zijn voor de woningscheidende wanden in een rijtjeshuis vaak spouwconstructies. Het is belangrijk dat je precies weet of en hoe je daarvoor met voorzetconstructies moet werken, omdat je heel snel triple leaf-constructies (constructies met drie spouwbladen en twee spouwen) creëert, die de geluidsisolatie juist slechter kunnen maken.

Goed om te weten

Goede analyse noodzakelijk

Het is onmogelijk om zonder een goede analyse van de situatie te bepalen hoe een isolerende constructie moet worden gerealiseerd. Hoe dik moeten wanden zijn, hoe groot moet de spouw zijn, hoe moeten ramen en deuren worden gedimensioneerd? Het moet allemaal worden uitgerekend. Als dit niet wordt gedaan, is de kans aanzienlijk dat de ruimte als hij af is niet voldoet en aanpassen is altijd duur en moeilijk en vaak onmogelijk. De constructie kan ook worden overdreven. Dat kost heel veel geld en weegt niet op tegen wat een goed ontwerp kost. Sommige mensen willen van te voren weten hoe duur de verbouwing wordt om te weten of het wel de moeite waard is. Sorry mensen, maar dit weet je pas als de situatie is onderzocht.

Kierdichting essentieel

Naast massa en massa-veer-massa-systemen is voor isolatie kierdichting essentieel. Als een voorzetconstructie lek is, kan het hele geluidsisolerende effect ervan teniet worden gedaan. Alle kieren, hoe klein ook, moeten worden gedicht. Kierdichting is bij normale deuren en ramen een beperkende factor van de geluidsisolatie. Je kunt de deur zwaarder maken, maar de isolatie neemt niet meer toe, omdat het gebrek aan kierdichting dominant wordt. Je moet op een gegeven moment dus met professionele kozijnen werken om meer isolatie te halen. Denk ook aan stopcontacten en doorvoeren van leidingen. Stopcontacten moeten als opbouwelementen op een voorzetconstructie worden gemonteerd en alle doorvoeren moeten zorgvuldig worden gedicht.

Denk aan ventilatiesystemen

In een goed geïsoleerde ruimte kun je heerlijk veel geluid produceren zonder dat je overlast veroorzaakt. Alleen wordt ademhalen op een gegeven moment moeilijk, terwijl het ook lekker warm kan worden. Denk dus aan een ventilatiesysteem en realiseer je dat ventilatie betekent dat er gaten aan de constructie komen die geluid doorlaten. Je moet daarom een ventilatiesysteem berekenen dat voldoende capaciteit heeft en het geluid zo goed isoleert dat het niet ten koste gaat van de rest van de isolatie.

Geluidsisolerende waarden constructies

De zelfdoeners onder ons zullen waarschijnlijk Internet gaan raadplegen aangaande geluidsisolerende waarden van verschillende constructies. Deze mensen vinden goede informatie op de site van de BBC, van de IRC-NRC et cetera. In deze studies staan geluidsisolatiegegevens per frequentieband, maar ook één getal-gegevens. Die gegevens heten bijvoorbeeld RW en STC. Deze waarden zijn NIET bedoeld voor geluidsisolatieberekeningen die betrekking hebben op muziekgeluid! Het zijn gegevens over leefgeluid. Frequenties onder de 100 Hz, waar zich de meeste energie bij muziekgeluid bevindt, worden buiten beschouwing gelaten. Berekeningen moeten dus bij voorkeur in 1/3 of 1/1 octaafbanden worden uitgevoerd. Soms zijn getalgegevens voorhanden die zijn gebaseerd op het VROM-spectrum muziekgeluid of housegeluid. Deze gegevens kunnen wel worden gebruikt, maar houd er rekening mee dat ze moeten worden gewogen voor de oppervlaktes van constructies en andere randvoorwaarden. Je kunt dus niet zomaar zeggen dat een constructie 60 dB muziek isoleert, omdat dat getal ergens wordt genoemd. Verder zijn er talloze forums en sites te vinden, die over geluidsisolatie gaan en waarop je ongeveer alles kunt vinden wat je wilt lezen. Dus ook heel veel onzin. Het forum over geluidsisolatie, dat betrouwbaar is en waar de meeste andere op zijn gebaseerd is Studiotips.com. Hier vind je ook de meeste relevante informatie over isolatie, absorptie en rekenmodellen en -software om veel dingen uit te rekenen. Realiseer je vooral dat je werkt met massa en massa-veer-massa-systemen met een zo groot mogelijke, met minerale wol gevulde, spouw. Moeilijke constructies met veel spouwbladen zijn ALTIJD verdacht. Geluidsisolatie is gewoon natuurkunde en geen zwarte magie of religie.

Zie ook

» Alle Studio & Recording-producten

» Wat je moet weten over geluid en akoestiek
» Geslaagde opnamesessies in 5 stappen
» Subwoofer in je studio – Wanneer (niet) en hoe
» Hoe je een koor moet opnemen
» Brom, en hoe ik het voorkom
» Mixen met koptelefoon – (On)verstandig?
» Mixen & masteren van muziek – Leer het hier!
» Opnames maken – Alles over recording
» Fase-problemen in de studio: zo kun je ze oplossen of voorkomen
» Haal alles uit je studiomonitors met absorbers en diffusers
» Microfoon-opstellingen bij stereo-opnames
» Plaatsing van studiomonitoren: waar op te letten

No responses

No comments yet...

Leave a Reply