Als er één ding is waarin een ervaren mixing engineer in de studio zich onderscheidt van een beginner, is het wel het goed mixen van bas-instrumenten. Daarmee bedoel ik alles wat in de laagste frequenties zit, zoals de bass drum en basgitaar, maar ook de laagste klanken van instrumenten als gitaar en keyboards. Waarom is de ‘low end’ mixen zo veel moeilijker dan de rest van het frequentiespectrum? Hoe krijg je een vol, punchy laag dat op elk speakersysteem goed tot zijn recht komt? Lees verder!

Low end mixen - Hoe je een vol, punchy laag krijgt

Arrangement

De reden dat topproducties zo goed klinken, is omdat de producer al tijdens het arrangeren nadenkt over de verdeling van het frequentiespectrum. Het lage deel van het frequentiespectrum loopt snel vol. Voor een helder punchy laag kun je de onderste regionen van het arrangement dus het beste niet te complex maken. Bassisten hoor je om die reden zelden akkoorden spelen en bass synthesizers zijn meestal monofoon. Een goed uitgangspunt is om maximaal twee bas-instrumenten tegelijk te laten spelen, bijvoorbeeld bassdrum en basgitaar. Wat betreft de andere instrumenten kun je met de instrumentkeuze en speelwijze ruimte vrijhouden in het laag. Een toetsenist kun je bijvoorbeeld vragen om zijn of haar linkerhand partij weg te laten om de bassist meer ruimte te geven. Heb je een lekker wollig klinkende Rhodes die het laag-mid opvult? Vraag dan aan de gitarist om zijn of haar akkoorden in een hoger register te spelen.

Monitoring

Wat je niet hoort, kun je niet mixen. Lage frequenties zijn erg moeilijk om correct weer te geven. Dit heeft te maken met de kwaliteit en het bereik van je speakers, maar misschien nog wel meer met de ruimte waarin ze staan. Speel maar eens een 60 Hz testtoon af en loop een rondje door je ruimte. Op sommige plekken valt de toon bijna helemaal weg terwijl hij verderop juist veel harder lijkt te worden. Met goede speakers ben je er dus nog niet. Het is ook belangrijk dat je een plek vindt waar je speakers het volledige frequentiegebied weergeven, zonder al te veel pieken en dalen. Vervolgens kun je de akoestiek aanzienlijk verbeteren met absorbers, basstraps en diffusors. Als kers op de taart kun je gebruikmaken van kalibratiesoftware zoals Sonarworks Reference. In kleine ruimtes blijft het altijd behelpen, zelfs als je alle bovenstaande stappen hebt doorlopen. Een koptelefoon kan je een goede ‘second opinion’ geven, waarover meer info in ons artikel hierover. Zie daarnaast het blog over het gebruik van een subwoofer in je studio.

Hakken, zagen, schaven en polijsten

Als mixing engineer heb je lang niet altijd invloed op het arrangement en de instrumentkeuze. Wat je wel kunt doen, is ruimte creëren voor bas-instrumenten door middel van equalizers, gates en compressors. Bij stemgeluid kun je gerust alles onder de 100 Hz wegfilteren met een high pass filter en bij een shaker kun je die filter misschien wel op 500 Hz zetten. Wanneer een bassdrum lang doorgalmt, kan deze de basgitaar (of bas synth) in de weg gaan zitten. Met een gate of expander kun je de sustain van de bassdrum wat inkorten. Omdat een bassdrum maar korte noten speelt, kun je er ook voor kiezen om er slechts tijdelijk plek voor te maken. Hiervoor heb je een compressor of multiband-compressor nodig met ‘side chain’-functie. Zet deze compressor bijvoorbeeld op de basgitaar of op een ander instrument dat de bassdrum mogelijk in de weg zit. Kies de bassdrum vervolgens als sidechain input en stel een vrij snelle attack en release in. Telkens als de bassdrum speelt, wordt het instrument waar je de compressor op hebt gezet even weggedrukt.

Effecten

Als mixing engineer ben je natuurlijk niet alleen bezig met dingen wegfilteren, je voegt ook dingen toe. Reverb en delay bijvoorbeeld. Als je even niet oplet, kunnen dit soort effecten het laag van je mix enorm modderig maken. Delay-effecten hebben meestal wel een ingebouwd high pass filter en daar zou ik altijd dankbaar gebruik van maken. En anders kun je de delay altijd nog door een losse filter of equalizer sturen. Reverb-effecten hebben behalve filters en shelves ook vaak de mogelijkheid om de ‘decay’ (uitsterftijd) los in te stellen voor de lage frequenties. Zo hou je een mooi vol geluid, maar sterft de galm in het laag wat eerder uit.

Zie ook

» DAW-software
» Studiomonitors
» Studio-subwoofers
» Studio-koptelefoons
» Effect-plugins

» Opleiding tot producer: de moeite waard?
» Subwoofer in je studio – Wanneer (niet) en hoe
» Automation in een DAW: wat het is en hoe je het gebruikt
» Mixen met koptelefoon – (On)verstandig?
» Mixen & masteren van muziek – Leer het hier!
» 5 manieren om je mix harder te laten klinken
» Stereo mixen in 3D: diepte creëren met twee speakers
» Fase-problemen in de studio: zo kun je ze oplossen of voorkomen
» Wat is een equalizer en waarom gebruik je hem?
» Zang-opnames mixen in 5 stappen
» Mixen met een mix bus
» Haal alles uit je studiomonitors met absorbers en diffusers
» Mixen met inserts en aux sends
» Zelf muziek masteren: 5 tips om je op weg te helpen
» Loudness War: hoe hard is hard genoeg?
» Plaatsing van studiomonitoren: waar op te letten

2 reacties
  1. Maarten | Bax-Music schreef:

    @Simon

    Het klopt dat we een winkel zijn, en dus willen we producten verkopen aan klanten die daar dan leuke dingen mee gaan doen.

    Maar sta mij toe je even een rondleiding te geven in ons schrijfkantoor (voor DJ-, PA- en studioproducten).
    – Martijn: een authentieke MPC-oldskool rapper en componist, met de uitstraling van een brave huispapa.
    – Brian: een Hardstyle-DJ en dito componist, staat vaak op podia. Grote bek, maar wel oog voor detail.
    – Ben: een Jazz/Prog/Fusion-componist, virtuoos met vier tot en met acht snaren, en virtuoos met maatsoorten die uit priemgetallen bestaan. Heeft een baard en draagt vaak een houthakkersoverhemd.
    – Ikzelf: componist, virtueel orkestrator en sound-designer, programmeur. Gewerkt voor o.a. film, docu, games, tv, reclame, songwriting etc. Gekleed in zwart, en weet iedere normale situatie totaal bizar te maken.
    – Stefan, de schrijver van dit artikel, weet alles van microfoons, microfoonopstellingen, en al ’t andere dat je in een studio tegenkomt. Zoals inderdaad ook equalizers, compressors en al ’t andere. Drumt ook, en heeft in z’n slaapkamer een altaar voor Herman Finkers.

    Meer dan twintig jaar geleden ging ik naar een studio om de titelsong van een film op te laten nemen – de clip is nog uitgezonden op TMF destijds, alwaar ik ook voor een interview bij Bridget mocht komen. Ik leverde de orkest-track aan, ’t ging daar in die studio louter om de zang en een gitaarpartij. Die studio was ook heel erg van ‘wij laten de klank puur, we compressen niet alles plat, etc. etc.’

    Oké. Dat is een keuze. Maar er zijn meer keuzes mogelijk. Iemand anders zal juist meer randapparatuur gebruiken omdat ‘ie weet dat daardoor de klank van de muziek verbetert. Uiteraard moet alles met beleid, en overdaad schaadt. Dit alles is een keuze. Het maakt niet uit welk mixageparadigma je gebruikt, als je er maar goed in bent en je het proces de baas bent.

    En jij kiest dus voor clean/puur, en een andere engineer kiest voor details, laagjes e.d. met randapparatuur of effect-plugins. Het ene is niet beter dan ’t andere, ’t is gewoon een ander paradigma. Er zijn ook niet echt wetten en regels, als ’t maar goed klinkt. De luisteraar thuis zal ’t uiteindelijk niet uitmaken hoe ’t gemaakt is.

    Ondertussen zijn wij studiospecialisten en onze klanten natuurlijk heel benieuwd naar de technieken die jij in de afgelopen 45 jaar hebt ontwikkeld!

  2. S Baas schreef:

    Niet echt een oké verhaal. Alles wegpoetsen met randapparatuur is not done. De bron moet goed zijn en dingen weg drukken met compressors om ruimte te krijgen in de mix ? Sorry hoor. Maar deze ervaringsdeskundige wil alleen spullen verkopen en weet niks van het geluidsvak. Greetz. Simon. Pro soundengineer sedert 45 jaar.

Laat een reactie achter