Het waren pioniers van de psychedelische rock: de Amerikaanse groep Jefferson Airplane – veel later Jefferson Starship – die half jaren zestig doorbrak. Van origine een groep folkmuzikanten die echter al snel inspiratie haalde uit groepen als de Beatles en de Byrds, en uiteindelijk een elektrische sound omarmde. Gastblogger Bart Dingemans vindt het een eerbetoon waard en bespreekt Jefferson Airplane’s vier beste platen, ondersteund door een hoop luistermateriaal.

De eerste psychedelische groep uit San Francisco met wereldsucces

Jefferson Airplane was de eerste groep die over de hele wereld bekend werd met zogenoemde psychedelische muziek uit San Francisco. Ik kies van hun album Surrealistic Pillow uit 1967 het nummer White Rabbit om meteen het geluid van de groep in herinnering te roepen dan wel te introduceren. Ik denk dat de meeste baby boomers de song destijds hebben gehoord. De lyrics (van Grace Slick) zitten vol verwijzingen naar het verhaal Alice in Wonderland: “Go ask Alice, when she’s ten feet tall”.

White Rabbit

Jonge folkmusici kozen voor de popmuziek

Net als de Byrds, de Mamas & Papas en Bob Dylan waren de oudste leden van Jefferson Airplane van origine folkmusici. Folk is in de vroege jaren zestig heel populair in de U.S. Kenmerkend zijn de spaarzame begeleiding op alleen akoestische gitaar, en nadruk op zang en teksten. Er is een diepe verering voor de songs uit het verleden van de U.S. Eigen composities zijn aanvankelijk ongebruikelijk, bijna taboe. De liefhebbers zijn veelal links-intellectueel geëngageerd. Juist uit San Francisco kwam de meest succesvolle folkgroep: het Kingston Trio. Van de ingrediënten van de rock-‘n-roll – blues, country, gospel, jazz en showmuziek – zit folk dichtbij de countrymuziek. Deze beide, folk en country, hebben een directe lijn naar de muziek van de blanke kolonisten uit Europa. Folk is maatschappelijk georiënteerd, country is in schijnbare tegenstelling daarmee gericht op vertolking van individueel persoonlijke gevoelens.

De British invasion van de Beatles c.s. in 1964 gooide de populaire muziek in de U.S. overhoop. Zij deed vele jonge folkartiesten de weg (terug) kiezen naar deze populairdere, energiekere popmuziek. Vele jonge aankomende musici wilden op deze golf vooruit komen. Het was zeker bij de leden van Jefferson Airplane geen kwestie van naäperij of een graantje meepikken. Men was ook oprecht betoverd door de Beatles en hun muziek, en de sfeer van vrolijkheid en open zelfbewustheid. Je hoort dit heel duidelijk terug in hun eigen werk.

Razendsnelle muzikale ontwikkelingen

Het is een hele toer om dit oeuvre beknopt recht te doen. Want de essentiële platenproducties van de groep zijn uitermate verschillend, weerspiegelen de razendsnelle ontwikkeling van de groep, waarin de abrupte maatschappelijke ontwikkelingen in de U.S. voelbaar zijn. Begin 1967 verschijnt Surrealistic Pillow, opgenomen in 1966. Eind 1967 komt After Bathing At Baxter’s uit, in 1968 is er The Crown Of Creation en in 1969 Volunteers. Ik probeer van deze vier monumentale platen een mooie keuze van nummers te maken. De eerste LP, getiteld Jefferson Airplane Takes Off, heb ik niet gekozen. De Airplane heeft hier nog een andere zangeres dan de ‘coole diva’ Grace Slick. Het is Signe Toly Anderson Ettlin, een uitstekende stem, met name in het bluesrepertoire, maar ook in folk. Zij overleed in 2016. De groep is met haar al lokaal een sensatie. En Jefferson Airplane Takes Off is zonder meer een knappe plaat die nog steeds overtuigt. Signe, zwanger, en met een voor de Airplane onuitstaanbare echtgenoot, zegt later zelf te hebben gekozen om te vertrekken in het belang van haar huwelijk en haar kind. Het late werk van de Airplane, dat heel lang van uiterst matige kwaliteit was, laat ik buiten beschouwing, evenals het wél knappe werk van de ritme-tandem van de groep: gitarist Jorma Kaukonen, en basgitarist Jack Casady, onder de naam Hot Tuna. De Live-LP Bless Its Pointed Little Head uit 1969 vind ik te mager van opnamekwaliteit en repertoire, anders dan velen.

Een kwelgeest als manager

De groep heeft in haar begintijd een kapitale blunder gemaakt door ene Matthew Katz als manager aan te nemen. Zij hebben vanaf dag één hun keuze betreurd. De groep heeft 21 jaar lang tegen Katz geprocedeerd over geldkwesties. Dom was dat ze hem gemachtigde hadden gemaakt om alle inkomsten van de groep te ontvangen. Katz weigerde het eenmaal in enkelvoud getekende contract te tonen. Dit soort praktijken kwam in de U.S. vaker voor.

Bij de toelichting op de LP’s stel ik de leden van de groep achtereenvolgens voor.

Surrealistic Pillow

Van Surrealistic Pillow, de meest blije, optimistische plaat kies ik:

Coming Back To Me

Geschreven en gezongen door Marty Balin. Na het roken van krachtige marihuana nam Marty de daarbij ontstane song zo snel mogelijk op, met hulp in de studio van alleen bassist Jack Casady, Grace Slick (blokfluit) en vriend Jerry Garcia, van de ook uit San Francisco stammende groep The Grateful Dead, die op de hele LP hielp als coach, inspirator.

Marty Balin, geboren 30 januari 1942, oorspronkelijke naam Martyn Jerel Buchwald, zat in 1965 al enkele jaren in de muziek . Hij was tevens acteur en danser, en kon snel werk vinden in de film- en muziekwereld van Los Angeles. Bij een opnamesessie als background-vocalist valt hij op, en zijn zakelijke begeleider van dat moment regelt dat Marty voor eigen rekening een opname maakt, met eigen repertoire. De studiogroep musici blijkt op de opnamedag een voltallig orkest te zijn met leden van de illustere Wrecking Crew (de bijnaam van een groepje top-sessiemusici uit Los Angeles in de jaren vijftig en zestig). Het levert Marty een opnamecontract op. Het speciale timbre van Balin’s stem en zijn talent voor prachtige composities zijn een grote asset van Jefferson Airplane.

After Bathing At Baxter’s

Op deze plaat is de instrumentale power van de Airplane volledig ontplooid. Deze was voordien alleen te ervaren bij hun live-optredens.

Young Girl Sunday Blues

Dit is een song van Balin en Paul Kantner. Het nummer begint met flarden van druk pratende stemmen in de studio met gelach en allerlei elektronische geluidsfoefjes. Dit leidt naar de climax van een stem die “no man is an island” schreeuwt, waarop iemand zegt “he’s a peninsula”. Dan volgt aanstekelijk gegiechel en dán de meesterlijke intro op bas en gitaar.

Marty ontmoet bij een solo-optreden in een folk-bar voor het eerst Paul Kantner: hij nodigt hem uit in zijn plaats wat nummers te spelen, “vanwege zijn vreemde uiterlijk”. Kantner geeft er na twee nummers de brui aan: “Ik kan hier niet meer tegen” (het tussen de muziek door praten van de klanten). Daarop zegt Marty: “Jou wil ik in mijn groep”.

Paul Lorin Kantner, geboren 17 maart 1941 in San Francisco, overleed op 28 januari 2016, dat is op dezelfde dag als Signe Toly Anderson. Hij was een centrale kracht die hoewel geen absolute uitblinker op gitaar en als zanger, door zijn wilskracht, organisatietalent en eigenwijsheid de koers voor een groot deel bepaalde. Hij schreef (mede) vele essentiële songs en bracht de science fiction-thema’s in. Hij was evenals Balin, wiens grootouders uit Oost-Europa kwamen, een derde generatie Amerikaan. Zijn grootouders hadden wortels in Duitsland en Frankrijk.

Martha

Op After Bathing At Baxter’s is de inbreng van Marty Balin teruggebracht tot één song – het bovengenoemde Young Girl Sunday Blues. Kantner is in zijn plaats zeer productief. Deze song Martha is van zijn hand. De ritme-tandem van Jorma Kaukonen en Jack Casady laat de Airplane op dit album echt vliegen, en nieuwe zangeres Grace Slick is niet alleen een stralend middelpunt bij optredens, maar draagt ook op deze plaat songs en ideeën bij. Balin’s liefdesballades vallen minder in goede aarde bij de anderen, die meer hebben met associatieve teksten, soms vaag, in het teken van de tijd. Hippiemuziek ging over van alles behalve de ‘gedateerde’ liefdesromantiek.

Jorma Kaukonen is een derde generatie Amerikaan met Finse wortels. Hij wordt als derde lid aangenomen. Wat velen verbaasde omdat hij zich aan het ontwikkelen was als een knappe bluesgitarist en -kenner. Van zijn ludieke bijnaam ‘Blind Thomas Jefferson Airplane’ is de groepsnaam afgeleid. Hij werd geboren in de hoofdstad Washington in een gezin van een vader in vele overheidsbanen, dat over de wereld zwierf. Zijn vader zou in Pakistan hebben gewerkt voor de CIA. In 1962 komt Jorma na omzwervingen over de wereld te wonen in Santa Clara, Californië. In de kleine lokale blues scene ontmoet hij Jerry Garcia, Dino Valenti (later Quicksilver Messenger Service) en Janis Joplin. Een collector’s item zijn tapes van hem en Janis Joplin, thuis opgenomen, met prachtige muziek, waar doorheen je op de achtergrond zijn Zweedse echtgenote hoort typen (’the typewriter tape’). Het wegvallen van haar inkomen na een arrestatie is de trigger voor Jorma om bij de Airplane te komen als gitarist. Hij haalt in zijn kielzog de basgitarist Jack Casady, een jeugdvriend uit Washington naar de Airplane.

Kaukonen en Casady worden een begrip in de progressieve popwereld. Kaukonen heeft een in seconden herkenbare stijl; het lijkt mij dat hij kleine, originele riffjes steeds weer gebruikt. Ook zijn gitaargeluid is meteen herkenbaar. Ik lees dat hij met een fingerpicking-techniek speelt. Daarbij bespeel je met de duim en één vinger de dikke snaren en met de andere de dunnere snaren. Deze techniek werd of wordt zelden in de R&R op elektrische gitaar toegepast. Men gebruikt(e) meestal een plectrum. Jack Casady gold jarenlang als de meester-basgitarist. Zijn spel is een aaneenschakeling van melodische loopjes en noten op iedere tel en nooit een statische noot op een vaste tel van de maat. Als je dat gitaar+basgeluid op volle sterkte hoort, is de associatie met een overvliegend vliegtuig overweldigend en overduidelijk. Luister naar:

Watch Her Ride

Maar hoor ook het veelzijdige, inventieve drumwerk van Spencer Dryden (geboren 7 april 1938 in New York, overleden 11 januari 2005). Dryden was jazz-drummer en werd geëngageerd na het ontslag van Skip Spence als drummer. Skip werd door Marty Balin uit het publiek van volgers geplukt, om zijn Adonis-gelijke uiterlijk. Hij protesteerde nog dat hij gitaar speelde, maar werd gewoon overgehaald om te gaan drummen. Hij deed het niet eens slecht, en bracht in het begin zelfs enkele songs in op de eerste LP. Zijn tragiek was, dat hij na LSD-gebruik (waar alle leden aan deden) eerst tijdelijk, maar later constant paranoïde werd.

Spencer Dryden stamt uit een heel bijzondere familie van musici en filmmensen. Hij was een neefje van Charly Chaplin, de grote komiek van de stomme film (volle naam Charles Spencer Chaplin). Abbott en Costello, Stan Laurel en Boris Karloff kwamen thuis over de vloer. Spencer’s krachtige, maar ook los swingende drumwerk met veel roffeltechnieken, een specialiteit van jazz- drummers, maakt het ritmisch unieke deel van de muziek van Jefferson Airplane af.

Hoogste tijd om ten slotte Grace Slick te introduceren . Zij kwam pas laat bij de Airplane, maar was juist de missing link die Jefferson Airplane’s muziek werkelijk overweldigend heeft gemaakt. Ze is geboren op 30 oktober 1939 in een familie van hoge standing. Van moederszijde stamt ze af van één der Pilgrim-fathers, een prediker die als pionier in de zaeventiende eeuw naar Amerika kwam. Van vaderszijde is Zweden haar oorsprong. Haar familienaam is Wing, een verengelsing van Vinje. Ze zat op dezelfde school als een dochter van president Nixon. Was geheel niet geïnteresseerd in muziek tot na haar twintigste. Woonde in een chique buurt van Palo Alto, Californië. Daar ontmoet ze een zoon van de buren, Jerry Slick. Ze trouwen, en beginnen al gauw een popgroep, die de naam krijgt The Great! Society (let op het uitroepteken). Die groep is zeker niet slecht, een compositie van echtgenoot Jerry is Somebody To Love, opgenomen en door de Great! Society uitgebracht als Someone To Love. In deze tijd schrijft Grace al het nummer White Rabbit, dat ik aan het begin noemde. Haar ‘open’ huwelijk wordt beschreven als ‘passionless’. Ze treden vaak op in dezelfde clubs als Jefferson Airplane. Als die een zangeres zoeken valt Grace op een foto van Marty en komt erbij in 1966.

The Crown Of Creation

Lather

(betekent schuim). Deze compositie van Grace opent de derde LP van de groep, getiteld The Crown of Creation.

Grace is oer-nuchter en is meteen frontvrouw, voor geen enkele lastige concertbezoeker bang. Haar zang beschrijft ze als eigenlijk geen zingen maar zing-zeggen. Ze heeft nooit anders muziek beleefd dan tussen heftig versterkte gitaren, en probeert haar stem één te maken met die geluiden. Ze ontplooit zich onmiddellijk in Jefferson Airplane met zang, composities, teksten en partijen op piano, orgel en blokfluit. In korte tijd blijkt ze op het hoogste niveau creatief te kunnen zijn. Naast de ritmebasis is de driestemmige samenzang van Grace, Marty en Paul het meest opvallende aan de Airplane. Voor de samenzang is er geen afspraak, hoe. Het ongepolijste geeft juist die grote aantrekkingskracht. Ze tilt de groep ook naar grotere hoogten door haar enorme aantrekkingskracht als vrouw. Na een relatie met mede-groepssenior Spencer Dryden, volgt Paul Kantner. Met alle anderen behalve Marty heeft ze ook korte relaties gehad. Er is hierdoor zeker een heel bijzonder soort groepsgevoel geweest.

Lather is een hoogtepunt van sound, melodie, tekst, geluidseffectjes. Het thema is dat van een man die niet volwassen wordt. Wie zou ze bedoelen?

Het album The Crown of Creation verscheen in 1968, de opnamen waren medio 1967 gestart. Op dat moment was de LP Surrealistic Pillow een groot succes in de album- charts. De weg naar plaats 1 werd slechts geblokkeerd door de Beatles’ Sergeant Pepper en… de derde LP van de Monkees.

Van januari 1967 af was Haight-Ashbury wereldnieuws. Daar werd in het park de Pow-Wow Gathering of the Tribes Human Be-In gehouden, met optredens van Jefferson Airplane, Grateful Dead, Allen Ginsberg, Timothy O’Leary etc. Op de kruising van Haight en Ashbury Street was volgens de media (Time Magazine) het centrum van de hippe wereld, en binnen drie maanden was de plaats vergeven van daklozen, weggelopen tieners, drugdealers en toeristen. De popartiesten werden met hun drugsgebruik plotseling een prooi van de politie en de schandaalpers.

Niet verwonderlijk dat The Crown Of Creation veel minder opgewekt en positief klinkt dan het voorgaande album. Op de hoes zie je een foto van de kernbom-ontploffing boven Hiroshima, met de groepsleden in een bedrukte pose. Op Surrealistic Pillow poseren ze met muziekinstrumenten die ze juist niet bespelen, een onschuldig grapje. Gelukkig levert Marty Balin weer meer bijdragen. Ik kies zijn compositie.

Share A Little Joke

Muzikaal vind ik dit album het hoogtepunt van Jefferson Airplane.

Ondertussen had men, als opvolger van Matthew Katz, Bill Graham als manager aangenomen. Hij was een no-nonsense, betrouwbare ondernemer die grote invloed had op de ontwikkeling van de popmuziek van zijn tijd. Hij was eigenaar-concertpromotor van de Fillmore-clubs in San Francisco en New York. Hij zorgde dat het creatieve kon bloeien door chaos te voorkomen. Voor optredens in zijn clubs werden wekelijks creatieve affiches gemaakt: de oorsprong van de psychedelische posters van talentvolle kunstenaars, een stijl die nu nog zeer herkenbaar is.

Radiozenders werd verboden om tegelijkertijd hetzelfde programma op de AM- en de FM-band uit te zenden. Nu was er ineens ruimte om de nieuwe muziek op FM te laten horen, zonder de commerciële dwang van het AM-radio-format: alleen singletjes, met veel opgewonden gebabbel. Tom Donahue begon de FM-radiozender KPMX: veel meer tijd voor DJ’s om hele LP’s te draaien, storingsvrije ontvangst, en in stereo.

De jaren 1966, 1967 en 1968 waren de debuutjaren van stereo- en meersporen-opnametechnieken. Het aantal opnamesporen in de studio’s nam toe van 4 (Sergeant Pepper) via 8 naar 16 (in 1969). Dit leidde tot soms goede, soms matige geluidskwaliteit van de platen. De originele Airplane-platen vind ik wat missen in de bassen en wat ‘fuzzy’ in het midden. Crown Of Creation is mijns inziens nog de beste. Het platenlabel van de Airplane, RCA Victor, was op dit gebied niet baanbrekend. Het label had naast een kwakkelende Elvis geen grote groep onder contract. Matthew Katz sloot een financieel sterke deal met RCA Victor, waar Jefferson Airplane RCA’s vlaggeschip werd. Maar men had er weinig popaffiniteit. De mooie ontwerpen van klaphoezen werden steevast geruïneerd. Veel informatie, zoals songteksten, werd weggelaten tot een simpel enkel hoesje overbleef.

De groep is live op haar best, maar de plaatverkopen en hitnoteringen worden minder. Men is tot de poparistocratie gaan behoren. Jack Casady doet mee op een plaat van Jimi Hendrix. Paul McCartney komt langs in San Francisco; hij bewondert Jack’s spel.

Volunteers

In 1969 verschijnt het album Volunteers. Het is een bijzonder knappe, maar niet betere plaat dan de voorgangers. De sfeer is grimmig, sarcastisch/humoristisch. Ik kies twee nummers:

Turn My Life Down

Een nummer van Jorma Kaukonen, die ongehoord goed blijft spelen. Solozang door Marty. Op orgel horen we Stephen Stills.

Wooden Ships

Dit is een prachtige versie van het David Crosby/Paul Kantner-nummer dat ook op de eerste van Crosby, Stills & Nash staat. Het thema is het met een schip voorgoed vertrekken uit de moderne wereld.

Twee andere nummers – We Can Be Together en Volunteers – zijn revolutionaire hymnes, in de lyrics de kreet “up against the wall motherfuckers”, toen uiterst controversieel.

De Airplane wordt niet alleen door rechts verafschuwd, maar ook door links gehoond als salonrevolutionairen.

David Crosby is de trait d’union San Francisco – L.A. Hij is bevriend met de Airplane en doet ook mee op de plaat, evenals Jerry Garcia.

Snel na Volunteers ontstaat de breuk in de groep die er al lang zat aan te komen. Nadat de relatie van Grace Slick met Spencer Dryden eindigt, begint ze een relatie met Paul Kantner die lang stand houdt. Door stembandproblemen kan ze lange tijd niet optreden. Dryden verlaat in 1970 de groep, Marty Balin vertrekt in 1971.

Hot Tuna is OK, later Airplane-werk zwak

De hobbyclub Hot Tuna van Kaukonen en Casady blijft uitstekend spelen en optreden en komt geleidelijk los van de Airplane. Fantastisch vind ik de eerste gelijknamige LP Hot Tuna (1970), ook knap zijn Burgers (1972) en The Phosphorescent Rat (1974). De Jefferson Airplane platen die volgen, Blows Against The Empire, Bark en Long John Silver zijn bijzonder zwak, inspiratieloos. De groep heeft de luxe van een langlopend platencontract. De live–LP Thirty Seconds Over Winterland uit 1973 is een aardige meevaller, met de beste songs van deze voorgaande albums.

De nadagen

Er ontstaat een heel lange sage van omvorming, ontbinding en herstart van de groep. Die gaat op een gegeven moment Jefferson Starship heten, en daarna na nog meer ruzie Starship. Er blijven nauwelijks originele Airplane-leden over. Maar de platen van de (Jefferson) Starship zijn tot ver in de jaren tachtig onverwacht zeer succesvol in de U.S.-hitlijsten.

Grace en Paul beëindigen hun relatie, waarna Grace in 1976 trouwt met de lightshow-director Skip Johnson. In 1989 was er nog een reunion-LP van Jefferson Airplane met alle originele leden behalve Spencer Dryden. In de loop der jaren is Grace Slick langdurig alcoholist geweest, en treedt niet meer op. Ze schreef een autobiografie met de titel Somebody to Love?

Zie ook

» Jerry Lee Lewis – Geschiedenis van een geboren rock-‘n-roller
» The J. Geils Band – Geschiedenis van een macho groep met stijlgevoel
» Doug Sahm en zijn Sir Douglas Quintet – Geschiedenis van een cowboy-hippie
» Little Feat – Geschiedenis van een cult-band
» Lyle Lovett – Geschiedenis van een ongewone countrymuzikant
» Ian Dury & The Blockheads – Geschiedenis van een groep virtuoze punkrockers
» Otis Redding – Geschiedenis van een groot soulzanger
» Kate & Anna McGarrigle – Geschiedenis van twee singer-songwritende zussen
» Buddy Holly – Geschiedenis van een muzikale vernieuwer
» Steely Dan – Geschiedenis van een unieke popband
» Latin-muziek: een grote verzameling muziekstijlen – Leer er meer over!
» Joy of Cooking – Geschiedenis van een pretentieloze hippieband

Gastblogger Bart Dingemans

De formule van gastblogger-muziekkenner Bart Dingemans is: het laten horen van hoogtepunten van het werk van door hem gekozen bijzondere artiesten, met een toelichting van muzikale en maatschappelijke context, wetenswaardigheden en anekdotes.

Hij is muziekenthousiast met een liefde voor de vele genres, binnen of net buiten het etiket popmuziek (blues, R&B, country, bluegrass, folk, jazz, soul, gospel, reggae). Hij wil liefhebbers verrijken met muziek die echt briljant is, maar die zij wellicht niet (goed) kennen. Want veel van het beste dat de popmuziek vanaf de begin jaren vijftig heeft voortgebracht, raakt langzamerhand vergeten. Het aanbod via internet, muziekwebsites als Spotify en radio etc. is zo verwarrend groot, dat velen afhaken. Of men kijkt niet meer verder dan de eigen vaste favorieten.

Bart Dingemans: “Wat goede muziek is, is subjectief. Maar op radio en televisie heersen overdag middelmatige en tot vervelens toe bekende muziek. Minder bekende muziek hoor je alleen ’s nachts. En de grote online muzieksites bevatten wel heel veel titels, maar missen helaas iedere impuls om iets nieuws te ontdekken.” In de gastblogs krijgt de lezer binnen het verhaal de songs van de gekozen muzikale hoogtepunten voorgeschoteld.

» Alle blogs van Bart

Geen reacties

Nog geen reacties...

Laat een reactie achter