Steely Dan is een van de muzikaal knapste groepen uit de geschiedenis van de complexere popmuziek. Deze unieke popband is gelukkig redelijk in de herinnering blijven hangen, omdat ze enkele single-hits hebben gehad in de USA, Engeland en Nederland: Do It Again en Rikki Don’t Lose That Number. De bepalende rol is van Donald Fagen (geboren 1948) en Walter Becker (geboren 1950, overleden 3 september 2017 op 67-jarige leeftijd). Gastblogger Bart Dingemans neemt je mee in de geschiedenis van deze legendarische band. Hij doet dit aan de hand van hun bekendste albums en songs én met een kritische blik.

Steely Dan - Geschiedenis van een unieke popband

Muziek bij dit artikel

Elk van de nummers die ik bespreek in dit artikel, kun je direct beluisteren door te klikken op de YouTube-speler eronder. Daaronder vind je tevens een Spotify-player waarmee je de eerste dertig seconden van de song kunt luisteren. Je kunt van daaruit ook doorklikken naar de volledige versie op Spotify, als je daar een abonnement hebt. Dat is aan te bevelen, omdat de geluidskwaliteit op Spotify gegarandeerd goed is.

Afkeer van pop in hun begintijd

In hun vroege tienertijd, de jaren 1958 – 1963, was de rock-‘n-roll door heftige tegenwerking van de mainstream media grotendeels uit de top 10 verdwenen en schijnbaar uitgewoed. Zij was vervangen door commerciële acts met een van de rock-‘n-roll afgekeken image en maniertjes: een hele groep tieneridolen vaak met de naam Bobby en voorzien van een grote mooie kuif à la Elvis (Bobby Rydell, Bobby Vinton, Bobby Vee). Daar zetten Fagen en Becker zich tegen af door jazz-fans te worden, En niet alleen dat, ze waren beiden ook zo getalenteerd dat ze die behoorlijk moeilijk te spelen muziek door kregen, en gingen meenemen in hun eigen muzikale ontwikkeling. Ze hadden sterke neigingen om nerdy jazz freaks te blijven: droge humor, intellectuele praatjes, geen enkel talent voor of behoefte aan show en voortdurend afgeven op slechte muziek. Beiden waren teruggetrokken, verlegen in optreden, schijnbaar bestemd voor een bestaan op de achtergrond. Toen ze elkaar op Bard College in New York ontmoet hadden, was hun levensroeping duidelijk: samen songs schrijven en die op de plaat laten opnemen. Ze waren allebei snel bedreven in het schrijven van op jazzakkoorden gebaseerde hoogst originele songs. De teksten waren in sfeer geënt op de beat poetry van de eind veertiger, begin vijftiger jaren (Kerouac, Ferlinghetti). Vooral opzettelijk mysterieus, hip jargon, citaten uit boeken en films uit die tijd.

Begeleiders van Jay & The Americans

Na een begintijd van baantjes als songschrijver, werden ze muzikaal begeleider van de vergane-glorie-groep Jay & the Americans. Optredens in het golden oldies-circuit van een volmaakt verouderd zang- kwartet met een dans- act erbij. Daarbij kwam dat die groep via de zanger volledig in de greep van de maffia was beland. Langzaam rijpte het idee bij Becker en Fagen dat ze een nieuwe start moesten zien te maken, wilde hun carrière ooit wat worden.

Vorming van de groep Steely Dan

Ze kwamen in contact met ene Gary Kannon, die hun de opstap zou bezorgen naar een goed platencontract. Hij werd later hun trouwe vriend en manager/producer onder zijn echte naam Gary Katz. Ook vormden ze een groepje geestverwante musici om zich heen. Allereerst sologitarist-bebop-jazz-liefhebber Denny Dias, bij wiens groep Demian ze gingen spelen, en die groep feitelijk overnamen, op de kracht van hun ingebrachte composities. Later kwamen erbij: sologitarist/steelguitar-speler Jeff ‘Skunk’ Baxter: een geweldige instrumentalist, en aanbrenger van ideeën, en drummer Jim Hodder: een echte solide popdrummer. Becker en Fagen – aanwijzing voor hun eigenlijke rock-‘n-roll-identiteit – wilden geen jazzdrummer met alle swing en subtiliteit die dat met zich meebrengt. De betreffende jazzdrummer van Demian werd eruit gewerkt. Zanger werd David Palmer: dit is merkwaardig, want Donald Fagen is bekend geworden als de zanger met het unieke, karakteristieke Steely Dan-geluid. Hij lijkt de klanken met grote moeite uit zijn strottenhoofd te wringen. Donald wilde echter lange tijd niet zanger zijn, hoewel allen zijn stem juist zeer goed vonden. Hij was daarvoor te verlegen, zei hij, en zou de belasting van zingen tijdens optredens niet aankunnen. David Palmer werd daarom aangesteld als zanger en deed dat eigenlijk heel goed. Een aantal prachtige staaltjes horen we op de eerste LP. Na nogal wat embarrassment bij optredens: drinken voor optredens, showen met uiterst strakke broek, met niets eronder, die tijdens een optreden scheurde, verdween hij snel uit beeld. Gary Katz bezorgde Steely Dan een platencontract bij ABC in Los Angeles.

Can’t Buy A Thrill (1972)

Waar komen de naam Steely Dan en de LP-titel Can’t Buy A Thrill vandaan? Steely Dan was de naam van een van drie rubberen dildo’s van de figuur Mary uit William Burroughs’ roman The Naked Lunch, een zeer hip boek onder studenten in de jaren zestig. De titel Can’t Buy A Thrill is de tweede zin die Bob Dylan zingt in het nummer It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry: “well I ride on the mail train baby / Can’t buy a thrill”.

Do it Again

De single van dit nummer is een verkorte versie, waarin de fantastische solo van Denny Dias ontbreekt. Zijn enige ervaring met de elektrische sitar. Hieronder de langere albumversie.

Dirty Work

Gezongen door David Palmer. Bitterzoete zang, bijna sentimenteel. “Like the castle in its corner in some medieval game” verwijst naar het schaakspel, favoriet van Walter. De song is ook gedaan door de Pointer Sisters. Saxofoonsolo van Jerome Richardson. Man draaft steeds op als zijn lover het vraagt, terwijl hij voor haar slechts een extraatje is in haar welgestelde bestaan.

Kings

Steely Dan noemt het “a vacuous historical romance”. Ik maak ervan: een satirisch commentaar op de klassieke, clichématige historische plot. Een machtig man is overleden, zijn grote daden worden clichématig beschreven. Ik hoor er de sfeer van de New Yorkse gangsterbaas in, niet een middeleeuwse setting. Werkelijk geweldige gitaarsolo van weer een gast: Elliott Randall. Jeff Baxter had moeite de solo goed te krijgen, en zei zelf tegen de langsgekomen Randall: probeer jij het eens. Becker, Fagen en Katz kenden hem uit de Jay & the Americans tijd. De beste gitaarsolo ter wereld, zei Jimmy Page (Led Zeppelin). Randall werd uitgenodigd lid van de groep te worden, maar zag ervan af. Hij vond Becker en Fagen te tyranniek, en dacht dat hun groep geen lang leven beschoren was.

Midnite Cruiser

Gezongen door drummer Jim Hodder. In de door Fagen prachtig klaaglijk gezongen coupletten komt “Felonious my old friend” voor: dit is Fagens jeugdheld Thelonious Monk, de jazzlegende.

Only A Fool Would Say That

Gezongen door Fagen en David Palmer. Dit nummer heeft een Latijns-Amerikaanse sfeer en ritme, en eindigt met in het Spaans gemompelde woorden van Jeff Baxter. Een heel uitgewerkt song-einde à la het beste werk van de Beatles. Deze muziek verveelt nooit. Het is zo sterk, zo vol prachtige momenten, met extra ingebouwde hoogtepuntjes.

Het overige LP-werk

Bijna al hun werk is naar mijn mening van uitzonderlijke klasse:

  • Countdown to Ecstasy (juli1973)
  • Pretzel Logic (maart 1974)
  • Katy Lied (april 1975)
  • The Royal Scam (mei 1976)
  • Aja (september 1977)
  • Gaucho (november 1980)

Ik kies van drie LP’s enkele van de voor mij mooiste songs

Countdown to Ecstasy (1973)

Is absoluut niet minder dan de eerste LP Can’t buy a thrill. Het is de meest claustrofobische, raadselachtige Steely Dan-plaat.

Razor Boy

Je hebt alle ingrediënten van een trademark Steely Dan-song. Zang met een moeilijk definieerbare ironische ondertoon. Een beginzin “I hear you singing a song of the past / I see no tears” is instant nostalgie plus een onverwachte twist. Onbestemde beklemming door de ‘razor boy’ die je je mooie dingen komt afnemen. Gaat dit over een enge moordenaar? Verschillende tempi, solo’s op steelgitaar en piano. Jazzy vibrafoonsound. Ik las een heel mooie interpretatie: hoe gelukkig of succesvol we ook kunnen worden, we weten nooit of er niet om de hoek iets op de loer ligt wat alles onderuit kan halen. Maar wat dan met de zinnen: “I guess only women in cages can stand This kind of night I guess only women in cages Can play down The things they lose”? Een aanduiding voor het gewoon een vrouw kiezen, zegt Donald Fagen in een interview. De song zou dus niet gericht zijn aan een van door Dan’s in het verleden ontmoete (onbereikbare) vriendinnen.

My Old School

Een van de duidelijkste verwijzingen naar Bard College, bij Annandale, aan de Hudson-rivier, de liberal arts-universiteit van Becker en Fagen die regelmatig in hun teksten opduikt. “Well, I did not think the girl Could be so cruel And I’m never going back To my old school”. Dit betreft de vrouwelijke studentendecaan die de politie tipte over een marihuana-party op de campus, waaraan Donald Fagen en zijn high school-vriendin Dorothy White meededen. Bard betaalde ieders borgsom, maar niet voor gast Dorothy, die een nachtje in de vrouwengevangenis belandde. Fagen ging in 1985 toch terug, maar dan wel om een eredoctoraat te aanvaarden. Het echte hoogtepunt van dit nummer is de schitterende gitaarsolo van Jeff Baxter. Het ronkende, overstuurde geluid hoort vooral bij de oudere Dan-platen, waarop Jeff nog de enige sologitarist  voor de rock-solo’s is. Denny Dias speelt de subtiele jazzy partijen. Jeff bouwde zelf de gitaar waarop hij hier te horen is. Het instrument was bij de opnames pas klaar: er werd op de parkeerplaats van de studio de laatste hand aan gelegd.

Boston Rag

Ik houd van de ultiem gesloten, benauwde sfeer van dit nummer. Het lijkt te gaan over een stel geliefden dat radeloos is in moeilijke omstandigheden. Ik kon nooit een reden vinden voor de titel Boston Rag tot ik las dat de hoofdpersoon van de song, Lenny Yongue, een kamergenoot van Fagen op Bard College was, met vreemde gewoonten. Mijn tekstvertaling: “Lonnie was de spilfiguur in 1965. Dweilde de ‘playroom’, slokte alles op wat hij kon vinden. Het was 48 uur later dat hij weer bijkwam”. En het woord ‘rag’ is hier dan niet bedoeld als een muzieksoort (ragtime), maar letterlijk als zwabber. Andere kijk: Lonnie is het kindje, een peuter, van het stel. Dit kind eet op wat het op de vloer van de speelkamer vindt. Of is in Boston Rag de rag de muzieksoort: een muziek waar de ik-figuur van de song naar terugverlangt?

Pretzel Logic (1974)

Pretzel Logic (‘dronkemanslogica’) noemt men wel Steely Dan’s Sgt. Pepper: virtuoos, iets meer open en ontspannen.

De single-hit Rikki Don’t Lose That Number

De song gaat gewoon over een vrouw die Fagen en Becker kenden van Bard College in New York, waar ze studeerden, en die grote indruk op ze maakte. Rikki kan maar beter niet het telefoonnummer kwijtraken van de welgestelde man, boven haar stand, die haar vriend is. Misschien een ironisch advies: ze bedoelen dump die kerel alsjeblieft, hij is niets voor jou. Perfecte gitaarsolo van Jeff Baxter. Pianopartij van sessieman Michael Omartian. De donkere xylofoonachtige geluiden aan het begin zijn van de flopanda, een soort marimba. Of is dit een grap? Jim Gordon speelt drum op deze track (drummer bij onder andere Joe Cocker, Eric Clapton). De melodie is geïnspireerd op het nummer Song For My Father van Horace Silver.

East St. Louis Toodle-Oo

Een Duke Ellington-song uit 1927 wordt op gitaar en synthesizer zo precies mogelijk nagespeeld. Ik heb hiervan de originele versie van de Duke op CD. Ieder accentje, iedere ritme-vondst op dit complexe instrumentale nummer is door Steely Dan exact overgenomen. In plaats van de grote blazerssectie wordt alles gedaan met gitaar en synthesizer. Een toelichting van Walter Becker: wat de lippen van een trompettist kunnen in 1927, kunnen we nu met de modernste apparatuur eindelijk benaderen.

Het origineel van Duke Ellington:

Pretzel Logic (de song)

Een door gastdrummer Jim Gordon superieur neergelegd bluesshuffle-ritme als basis. En de gitaarsolo is van Walter zelf. Prachtig geluidsbeeld, breed en gepolijst. Donald Fagen antwoordde in een interview doodernstig dat het nummer over tijdreizen gaat, naar Napoleons tijd. Ik denk eerder dat het nummer gaat over ooit gekoesterde dromen van succes, traumatische tournee-ervaringen daarna. Wat dan met Napoleon, die ze zouden willen ontmoeten, als ze er de tijd voor hebben? Ik las een overtuigende uitleg dat Napoleon hier Napoleon Hill is, de auteur van een in de U.S. bekend boek over slagen in het leven. Verwerkt is een herinnering van Walter of Donald aan de tijd van sappelen en zwoegen. Extra komisch puntje: de tekststrofe dat hem in een sollicitatiegesprek wordt gezegd: waar heb je in godsnaam die schoenen gekocht?

Katy Lied (1975)

Katy Lied is intrigerend en broeierig. Maar het almaar toenemend meedoen van externe sessiemensen, het eindeloos doorrepeteren en het afkeuren van versies maakt de kern wel wat brozer, minder sterk. Het meedoen op een sessie van een Steely Dan-plaat is het hoogste wat een LA-sessiemusicus in die tijd kan bereiken. Zo horen we bijvoorbeeld Chuck Rainey op bas, Larry Carlton op gitaar en Jeff Porcaro en Bernard Purdie op drums. Zelf spelen Becker en Fagen nauwelijks meer mee op de eindversies. Er zijn nummers waarop een sessiemusicus vijf seconden te horen is. En dan: door pijnlijk misverstand wordt de master tape onherstelbaar verslechterd en is de eindmix van Katy Lied matiger van geluidskwaliteit dan je verwacht. De fout is gemaakt bij het toepassen van het nieuwe DBX-systeem voor ruisonderdrukking op de unieke, kostbare master tape.

Rose Darling

Dit nummer en het volgende dat ik gekozen heb, laten je genieten van het razend knappe drumwerk van Jeff Porcaro. Luister naar alle breaks, alle variaties. Jeff is een tienerwonder op drums. Hij volgt geleidelijk Jim Hodder op. In 1974 worden Hodder en Jeff Baxter door Fagen en Becker aan de kant gezet. Met hun tweeën is er alleen nog gitarist Denny Dias van de eerste line-up overgebleven. Porcaro is in 1992 al op 38-jarige leeftijd overleden. Hij zat met twee van zijn broers ook in de groep Toto. Genoemd wordt een aangeboren hartprobleem, snelle veroudering als doodsoorzaak. Rose Darling is van structuur een fuga (Fagen studeerde in die tijd graag Bach). De tekst bevat elementen van bedrog, een geheime affaire, maar wie met wie of wat? Een met opzet grove beschrijving van sex, een sneaky aangezette ik-figuur. De gitaarsolo is van Dean Parks. Op Katy Lied doen liefst zeven sologitaristen mee.

Daddy Don’t Live In That New York City No More

Het mooiste nummer van Katy Lied, volgens mij. Het medium-tempo ritme met steeds die prachtige drumfills blijft fascineren. Het is een song over een man die zo precies wordt ingevuld, dat de interpretatie, dat hij een aspect van Becker of Fagen zelf is, uitgesloten lijkt. Ik zie de zwart-witte beelden van een film uit de jaren 50, de (sigaren)lucht van nostalgie van een opgroeiend jongetje als Walter of Donald, die om zich heen kijkt. Ik hoor er geen souteneur in, of een stiekeme homoseksueel zoals sommigen stellen. Eerder de gemiddelde hardwerkende New Yorker, type Archie Bunker, vroeg gestorven door hard werk, drinken en roken.

Meer commercieel succes, terugkeer naar jazz-invloeden

The Royal Scam (1976)

Dit album gaat verder op de weg van Katy Lied. Het geluid is weer 100% OK. Een bepaalde overrijpheid is hoorbaar, maar er zijn vele ijzersterke composities, ook op single: Haitian Divorce.

Aja (1977) en Gaucho (1980)

Vanaf Aja wordt het langzamerhand steeds jazzier: merkbaar aan de grote lengte van nummers en de langdurige solo’s van gasten. Een bepaalde rock-drive is komen te ontbreken. Het is wel hun eerste million-seller die een veelvoud verkoopt van al hun voorgaande LP’s tezamen. Zelf zeggen ze steeds dat ze dit hun beste werkstuk vinden. Hun oudste werk beluisteren ze liefst niet meer. Aan de plaat Gaucho schijnt twee en een half jaar te zijn gewerkt. Er is helaas sprake van beginnend writer’s block. Het spontane lijkt er af te zijn. Aja en Gaucho zijn minder rock en meer jazz. Ik vind ze een grote achteruitgang.

Verdere carrière en leven van Fagen en Becker

In 1982 verschijnt de eerste solo-LP van Donald Fagen, the Nightfly. Deze licht nostalgische plaat is eveneens meer jazz dan rock. Ik mag hem liever dan Aja en Gaucho, omdat hij zo ontspannen is. Het is een nostalgische ode aan de late night jazz disc jockeys.  Maar ook hier geldt dat het rock-gevoel, de rock urgency ontbreekt. Helaas hebben veel popliefhebbers een mening over Steely Dan die is gebaseerd op deze latere fase in hun werk. Donald heeft een lange carrière opgebouwd als solo-artiest. Zijn volgende albums zijn Kamakyriad (1993) en Morph the Cat (2006). Zijn partner is Libby Titus, een Amerikaanse singer-songwriter bekend van enkele prachtcomposities en een eerdere relatie met Levon Helm, drummer van The Band. Walter Carl Becker woonde sinds 1981 met vrouw Elinor en twee kinderen, van wie een aangenomen dochter, op Hawaii. Bij Walters overlijden is slechts bekendgemaakt dat hij aan een ziekte is overleden, zonder verdere informatie. Na de grote tijd met Steely Dan maakte hij van tijd tot tijd platen, en toerde met reunion- versies van de Dan. Hij produceerde platen van Michael Franks, Rickie Lee Jones en de Engelse groep China Crisis, waarvan hij zelf ook deel uitmaakte.

Tot zover mijn perspectief op deze opmerkelijke band. Heb jij een heel andere kijk op de muziek van Steely Dan? Laat hieronder gerust een reactie achter. Ik ben benieuwd naar je feedback!

Zie ook

» Het succesalbum Bridge over Troubled Water
» Britpop in de jaren 90: kort maar krachtig
» Gangstarap – Geschiedenis van deze beruchte muziekstroming
» Carole King: een van de succesvolste singer-songwriters
» Chess Records: thuisbasis van Rhythm & Blues en Rock & Roll
» Latin-muziek: een grote verzameling muziekstijlen – Leer er meer over!
» Wie was Les Paul?
» Hiphop-geschiedenis: meer dan alleen rappen
» Elektrische gitaar: geschiedenis, klank en speeltechniek
» Synthesizer: geschiedenis, soorten & tips
» Jazz – Geschiedenis en kenmerken van een rijke muziekstijl

Gastblogger Bart Dingemans

De formule van gastblogger-muziekkenner Bart Dingemans is: het laten horen van hoogtepunten van het werk van door hem gekozen bijzondere artiesten, met een toelichting van muzikale en maatschappelijke context, wetenswaardigheden en anekdotes.

Hij is muziekenthousiast met een liefde voor de vele genres, binnen of net buiten het etiket popmuziek (blues, R&B, country, bluegrass, folk, jazz, soul, gospel, reggae). Hij wil liefhebbers verrijken met muziek die echt briljant is, maar die zij wellicht niet (goed) kennen. Want veel van het beste dat de popmuziek vanaf de begin jaren vijftig heeft voortgebracht, raakt langzamerhand vergeten. Het aanbod via internet, muziekwebsites als Spotify en radio etc. is zo verwarrend groot, dat velen afhaken. Of men kijkt niet meer verder dan de eigen vaste favorieten.

Bart Dingemans: “Wat goede muziek is, is subjectief. Maar op radio en televisie heersen overdag middelmatige en tot vervelens toe bekende muziek. Minder bekende muziek hoor je alleen ’s nachts. En de grote online muzieksites bevatten wel heel veel titels, maar missen helaas iedere impuls om iets nieuws te ontdekken.” In de gastblogs krijgt de lezer binnen het verhaal de songs van de gekozen muzikale hoogtepunten voorgeschoteld.

4 reacties
  1. Menno Goedhart schreef:

    Geweldig Bart. Wat is dit leuk. En wat een werk moet er in zitten om alle gegevens bij elkaar te krijgen.

  2. Stefina schreef:

    Lieve Bart,
    Wat geweldig, dank je wel hiervoor kunnen we weer genieten en nog even terug denken.
    Supper.

    Liefs Stefina

  3. René Stokman schreef:

    Knap werk Bart. Ik ( her)ken veel nummers, en uiteraard ken ik de naam Steely Dan, maar wist lang niet van alle nummers dat die van hen waren/ zijn. Mooi om dat allemaal weer eens op een rij te zien.

  4. Hans Becker Hoff schreef:

    Hallo Bart, erg leuk om een mooi stuk te lezen over mijn favoriete band. Ik heb ze zelfs nog zien optreden in Ahoy, eind jaren ’80. Ik werd geattendeerd op jouw artikel door Marc van Soest al sinds jaar en dag (eind jaren ’70) een goede vriend.
    Leuk en dank je wel!

Laat een reactie achter