Je ziet het steeds vaker: een dj en een muzikant (of meerdere muzikanten) die samen optreden, in allerlei combinaties. Wat maakt een dj tot een volwaardig muzikant? Wat komt erbij kijken? En wat drijft muzikanten en dj’s om elkaar op te zoeken?

DJ & Muzikant samen op het podium - Waarom dit zo goed werkt

De basis: scratching

Het was ‘Grand Wizard Theodore’ die als eerste de vinylplaat gebruikte als instrument in plaats van als medium. Als kind zette hij zijn hand op de plaat om deze tot stilstand te brengen wanneer hij zijn moeder niet verstond. Hij merkte het specifieke geluid op van het heen en weer bewegen van de naald: ‘scratching’ was geboren. Het fenomeen werd snel opgepikt en verder ontwikkeld door dj’s als ‘Grandmaster Flash’ en ‘Jam Master Jay’, waardoor de draaitafel vanaf dan als instrument kon worden beschouwd. Scratchen gebeurt door met je hand de plaat zachtjes naar voor of achter te beïnvloeden. De snelheid waarmee dit gebeurt, beïnvloedt de toonhoogte en het timbre van het muzikale deeltje dat door de beweging herhaald of omgekeerd werd. Door met de andere hand de crossfader (de horizontaal liggende fader op een dj-mixer) te bedienen, beslis je over de intervallen waarmee het scratchgeluid te horen is. Doordat kanaal A vaak de muziek (of in een bandcontext: niets) bevat en kanaal B het geluid van de scratchplaat, bewerkstellig je de ritmische schakeringen. Het is belangrijk om stil te staan bij welk soort crossfader je nodig hebt: voor het betere scratchwerk heb je niets aan een traag reagerende fader. Gelukkig heb je tegenwoordig instelbare crossfaders zoals de Pro X Fade van Eclectic Breaks. Deze bezitten een ‘Tension Torque Control’ waarmee je de gevoeligheid van de fader kan instellen.

Samples

Wanneer je als dj in een band gaat scratchen, dan doe je eigenlijk niets anders dan samples bewerken en deze blenden in het geluid van de band. Het spreekt voor zich dat de ingepaste deeltjes muziek helemaal in functie van het eindgeluid moeten zijn. Het is dus belangrijk dat zowel de dj als de band bewust bezig zijn met het zoeken naar de ideale toevoegingen. Toen alleen vinyl nog een optie was om te scratchen, was men vaak gebonden aan bestaande samples die men dusdanig bewerkte tot het origineel niet meer herkenbaar was. Het gebruik van eigen samples was een dure aangelegenheid, omdat er voor ieder experiment een vinylplaat moest worden geperst. Met de komst van de moderne cd-spelers en MIDI-controllers is dat echter verleden tijd. De CDJ-reeks van Pioneer was jaren de standaard onder dj’s. Deze cd-spelers bevatten een zeer nauwkeurig jogwheel met instelbare massa, zodat je je cd’s hanteert alsof het een vinylplaat is. Zo is het mogelijk om je favoriete samples op één cd te branden en deze op de juiste momenten op te vragen tijdens de set. Ook al verliest het een deel van zijn analoge charmes, het bespaart tijd en geld en opent een wereld van mogelijkheden. Zo kun je elders stukjes vocaal van de zanger of zangeres opnemen en deze live gaan scratchen, loopen, enzovoort. Mits de juiste afstelling qua volume en klankkleur, kun je hier indrukwekkende resultaten mee bereiken. Een bijkomend voordeel is dat professionele cd-spelers iets minder gevoelig zijn voor schokken dan draaitafels, door de aanwezigheid van een buffer. Het laatste wat je wilt is een naald die zijn eigen gangetje gaat door de trillingen op het podium, maar ook dit kan worden opgelost door het ondersteunen van je platenspelers met speciaal verkrijgbare opblaasbare kussentjes voor het opvangen van de resonanties.

Digitaal

Wanneer ook (mp3)-cd-spelers je muzikale hersenspinsels niet kunnen bevredigen, dan wordt het tijd voor MIDI-controllers en effectapparatuur. Tegenwoordig zijn de meeste dj-controllers een combinatie van een MIDI-controller en een audio-interface. Ze kunnen dus zowel fysiek audio doorsturen als een audioprogramma virtueel aansturen. Daarnaast bevatten ze tegenwoordig vaak ook zeer hanteerbare jogwheels (in tegenstelling tot de plastic feel van vorige generaties) en verscheidene instelbare knoppen, zodat je samples apart kan toewijzen. Een controller zoals de DDJ-SX3 van Pioneer is een betaalbare doch uitmuntend voorbeeld van een goede totaaloplossing. Dergelijke controllers lijken sterk op de meegeleverde dj-software, zijn in staat om te scratchen en samples te triggeren en hebben een ingebouwde audio-interface en -effecten. Soms kan er in een band-situatie echter meer behoefte zijn aan een flexibele setup of een uitgebreidere routing, zodat afzonderlijke apparaten interessanter worden. Spits je je voornamelijk toe op het triggeren van samples, dan kan een launchpad (zoals de AKAI APC-40) in combinatie met Ableton een betere keuze zijn. Manipuleer je vooral de effecten van meelopende tracks, dan kijk je best naar MIDI-controllers met meer draaiknoppen of effectapparaten zoals de Korg Kaoss Pad.

Money P

Hoe groot het aanbod van dj’s ook mag zijn, er zijn er slechts enkelen die als bandlid op het podium durven te stappen. Een van die muzikale waaghalzen is Steve Pittoors. Als Money P verzorgde hij op hoog niveau de live scratching, beat triggering en effecten van onder andere Kosen-Rufu en Vlaamse hiphop-legende ABN. “Het leukste verschil tussen een band-dj en een ‘plaatjesdraaier’ is dat je mee verantwoordelijk bent voor de song”, vertelt Steve. “Een klassieke dj kan de originele nummers wel beïnvloeden om zijn verhaal te doen, maar speelt minder een rol in de essentie van de nummers. Je hebt uiteraard dj’s die bestaande nummers zo remixen dat het originele niet meer herkenbaar is, maar dan ben je in mijn ogen ook een producer/muzikant. Een band-dj is verplicht om zich eerder te gaan focussen op klanken en fragmenten. Muzikale achtergrond is dus niet noodzakelijk om het tot een goed einde te brengen, maar aan de andere kant ben je als muzikant ook maar beter op de hoogte van wat er omgaat in de charts en op de dansvloeren van de gemiddelde scoutsfuif. Wanneer je als dj aan de slag wilt gaan in een band, kun je er het beste voor zorgen dat je reeds op voorhand een idee hebt van hoe de muziek live gebracht gaat worden, zodat je thuis kan voorbereiden. Sommige aspecten kunnen nu eenmaal tijdrovend zijn, waar je bandleden natuurlijk niet op moeten wachten. Indien je toch niet anders kan dan on the spot te improviseren, beperk je dan tot een bepaald aantal samples.” “Het is heerlijk om jezelf te verliezen in analoog materiaal, maar jammer genoeg ook tijdrovend en duur. Ik zou het niet echt aanraden, ook al heeft het absoluut wel zijn charmes. Er wordt nogal vaak met dezelfde softsynths en plugins gewerkt, zodat het moeilijker wordt om jezelf te onderscheiden. Analoge spullen kunnen dan zorgen voor een bepaalde sound die het net dat tikkeltje anders maakt. Live werk ik nog het liefst met een simpele Serato-setup in combinatie met twee Technics SL-1200 platendraaiers. Vinyl blijft toch het interessantst wanneer het erop aankomt muziek met je handen te manipuleren. Daarnaast staat er meestal wel een launchpad of iets dergelijks. Het moeilijkste aan een live-set blijft de signaalketen: die kan erg complex worden, zeker wanneer je ook het geluid van andere bandleden wilt manipuleren. Het grootste probleem is dat er zowel een podium- als een zaalmix nodig is en de mix idealiter volledig door de geluidsman wordt gedaan in plaats van de combinatie met een dj die het geluid herbewerkt. Er wordt ook met in-ears gewerkt om interferentie uit te schakelen, zeker wanneer er ook akoestische instrumenten meespelen. Bij de optredens van James Blake kun je de gillende grietjes horen in het signaal wanneer hij zijn stem loopt, maar ach: ook dat heeft zijn charmes. A wise man once said: KISS. En dat betekent niets anders dan ‘Keep It Simple Stupid!’

Draaitafel kiezen

Van elke platenspeler kun je zeker zijn dat hij je vinyl vlekkeloos zal spelen. Toch speelt het type draaitafel een grote rol voor het beoefenen van ‘turntablism’. Sowieso kies je het beste voor een motorgestuurde speler (direct drive) in plaats van een speler die wordt aangestuurd met een riem (belt drive), omdat die de startsnelheid drastisch verlaagd, wat het scratchen niet ten goede komt. Ook andere praktische overwegingen zijn noodzakelijk voor een geschikte match: door een rechte arm slijten platen sneller, maar krijgt de naald wel een betere grip. De bekendste platenspeler voor dj’s is de Technics SL1200, maar ook een merk als Pioneer kwam reeds met gelijkwaardige modellen op de proppen.

De juiste volumes

Ondertussen is het duidelijk dat een band met een eigen geluidstechnicus meer kans heeft op een gebalanceerd zaalgeluid. Toch blijft de onderlinge balans van de muzikanten belangrijk, zeker wanneer je samples van verschillende aard en volume gaat gebruiken. Wanneer je digitaal gaat, kun je dit probleem oplossen door de samples thuis op een gelijk volume te zetten. Wanneer je ‘oldskool’ met platen werkt, is die keuze minder voor de hand liggend. Het is belangrijk dat de dj in een band volledig kan vertrouwen op zijn monitorgeluid en voor zichzelf een referentiepunt in acht neemt. Net zoals het een ongeschreven regel is dat de vocalen doorgaans even luid worden gemixt als de gitaarsolo’s, kan de dj zich vastpinnen op een referentie zoals het volume van de zang of de snare.

Interview: Saxofonist Carlo en DJ Niels

“Als muzikant heb ik al van alles gedaan”, zegt Carlo. “Ik heb zelfs saxofoon gespeeld verkleed als sultan in De Efteling. Ik speel in diverse bands, in verschillende settings. In optreden met een dj komt alles wat ik mooi vind aan het spelen in die verschillende settings bij elkaar.” Wat Carlo ooit uit een min of meer commercieel oogpunt heeft bedacht, heeft geresulteerd in iets waar hij als saxofonist zijn artistieke ei helemaal in kwijt kan. “Tot zeer aangename verrassing.” Daar gaat natuurlijk een geschiedenis aan vooraf. Niels en Carlo hadden ieder hun eigen ontwikkeling doorgemaakt, totdat ze elkaar ontmoetten en besloten om te gaan samenwerken. Niels – opererend onder de naam DJ O’Niels – is van oorsprong drummer. “In het radioprogramma Countdown hoorde ik op een gegeven moment een dj scratchen. Ik raakte erdoor gefascineerd en wilde dat ook gaan doen. Ik sprokkelde wat geld bij elkaar, kocht daar twee draaitafels van en ging aan de slag. Aanvankelijk puur voor mezelf. Tot ik een keer gevraagd werd om in een kroeg te draaien. Zo is het voor mij begonnen als dj. De band waarin ik drumde, hield op te bestaan en gaandeweg heb ik me steeds meer toegelegd op het dj-werk. Het is overigens hobby (in het dagelijks leven werk ik voor een bank). Maar wel een hobby waarin ik veel kwijt kan en me compleet mentaal kan ontladen.”

Aan het dansen

Saxofonist Carlo is beroepsmuzikant en in 2003 afgestudeerd aan het conservatorium van Amsterdam. “Ik heb daarna altijd in verschillende settings gespeeld, wat ik overigens nog steeds doe. Zo speelde ik met de Wereldband in theaters, in een nineties coverband op feesten en in de Amsterdamse formatie Wicked Jazz Sounds. Deze formatie bestaat uit een collectief van dj’s en muzikanten, opererend in het clubcircuit.” Na afloop van de optredens met de coverband begon Carlo iets steeds meer op te vallen. “Na ons optreden kwam er steeds vaker een dj. Ik merkte dat de mensen dan pas echt aan het dansen kwamen.” Dat zette Carlo aan tot nadenken en hij bedacht in 2006 een concept waarin hij alles wat hij had geleerd in de verschillende settings bij elkaar bracht. “Zo heb ik in het theater geleerd dat iets een kop en een staart moet hebben. Dus dat er van begin tot eind over nagedacht moet zijn. Ik wilde, net als in Wicked Jazz Sounds, iets doen met de combinatie dj en muzikant. Maar dan niet in het clubcircuit. Ik wilde ermee naar feesten.” Hij deed dat samen met de toetsenist van zijn coverband (die de dj werd), een zangeres en een percussionist. “We zetten de stukken uit bekende nummers zonder zang in loops, waar we vervolgens overheen speelden en zongen: ‘Beatsclassics’ was geboren. We brachten een soort live remix van bekende nummers, zeg maar. Met op een scherm achter ons bewerkingen van de beelden van de oorspronkelijke videoclip. Het bleek een gat in de markt. Mensen die bij een feest muziek willen, twijfelen vaak tussen een dj en een liveband. Met dit concept hebben ze beide. Wij waren zo ongeveer de eersten die dit deden en hebben dat bijna zeven jaar intensief gedaan.”

Muzikale vrijheid

“Op een gegeven moment raakte het concept toch gedateerd”, zegt Carlo. “En ik raakte erop uitgekeken. Ik ben ermee gestopt en besloot het concept als het ware om te keren. Het eerste concept ging uit van een ‘bandopzet’: we speelden drie keer 45 minuten. Dat werkte in eerste instantie omdat het publiek toen nog van de ‘bandgeneratie’ was. Maar dat is veranderd. Het publiek van nu is een dj-generatie. Daarom wilde ik het omkeren: naar een concept waarin de dj de belangrijkste rol heeft en de muzikant aanvullend is. Een ander perspectief dus.” Carlo ging op zoek naar een dj met wie hij kon samenwerken. “Via via ben ik bij Niels terechtgekomen. Dat is nu een kleine vijf jaar geleden. We zijn gaan samenwerken en ook dat werd een succes. Bovendien vinden we het allebei ook gewoon heel leuk om te doen.” Sterker nog, voor Carlo is de vrijheid tijdens zo’n avond enorm. “In coverbands en in het theater speel je steeds weer dezelfde nummers, met steeds dezelfde partijen. Als ik met Niels optreed, speel ik soms het thema van een nummer, maar daarnaast heb ik alle vrijheid om over de nummers te soleren. Het zijn wel nummers met een groove die de mensen kennen, zoals dat ook bij coverbands het geval is, maar in mijn solo’s ben ik helemaal vrij. Dat is echt een kick.” Zo komt in het optreden met een dj voor Carlo alles samen. “Je bedenkt een concept waar een markt voor is en tegelijk is het iets waarmee je artistiek heel goed mee uit de voeten kunt.”

Constant piekgevoel

Een goed concept bedenken is één, maar vervolgens komt het aan op uitvoeren. En dat is met het huidige ‘dj-generatie publiek’ een behoorlijke uitdaging, aldus Niels. “De mensen van nu zijn snel verveeld. Dat zie je zeker in de dance-wereld. Vroeger kon je als dj iets opbouwen gedurende de avond. Maar tegenwoordig zijn dance-nummers een aaneenschakeling van climaxen, via de ‘build up’ naar de ‘drop’. Het publiek van nu wil voortdurend prikkels. Zijn die er niet? Dan duiken ze in hun telefoon. Zeker de jeugd wil constant een piekgevoel hebben. Dj’s spelen daar op in.” Als Niels en Carlo samen optreden, doen ze dat toch anders en proberen ze op een andere manier de afwisseling te brengen. “We geven er wel in zoverre aan toe, dat we onze optredens anders ingedeeld hebben. We hebben het bekende concept van drie keer 45 minuten (zoals dat bij bands veelal wordt gedaan) verlaten en maken nu kortere sets. Binnen die korte sets bieden we pieken aan. En daarin speelt Carlo op de saxofoon een belangrijke rol.”

Muzikale ceremoniemeester

De beide artiesten zien dat het werkt. “Je merkt dat de mensen anders reageren op het moment dat Carlo op het podium komt”, weet Niels. Maar het boeien van het publiek is niet alleen Carlo’s verdienste, merkt Carlo op. “Niels voelt het publiek goed aan. Hij brengt op de juiste momenten stijlwisselingen aan. En weet ook waar hij voor mij ruimte moet creëren om te spelen. Want als ik de hele avond zou meespelen, werkt het niet. Juist die afwisseling werkt goed. Niels regisseert dat en hij voelt goed aan hoe hij dat moet doen.” In feite kun je Niels als de muzikale ceremoniemeester van het feest beschouwen. En Carlo als de muzikale smaakmaker. Daardoor staat Carlo tijdens een optreden meer in de spotlight dan Niels achter zijn draaitafels. “Ik heb daar geen enkele moeite mee”, zegt Niels. “Ik begrijp heel goed hoe mensen zo’n avond beleven. Daarin heb ik mijn eigen rol. Als ik beroerd draai, komt Carlo niet tot zijn recht als saxofonist. Dat weten we allebei. We laten onze ego’s thuis en maken er samen een leuke avond van, voor het publiek en voor onszelf.”

Verrijking

Overigens zijn Niels en Carlo niet de enigen die dit concept bieden. Er zijn meer dj’s en muzikanten die samen optreden en dat aantal groeit nog steeds. “Je ziet ook combinaties met dj en gitaar, percussie of trompet. En natuurlijk zang. Maar de combinatie met saxofoon zie je het meest. De saxofoon is een sfeerinstrument en mengt heel goed met de elektronische sound van een dj. En je kunt een saxofoon laten klinken als een zangpartij.” Hoe kijken collega dj’s en muzikanten eigenlijk tegen dit concept aan? Wat betreft muzikanten is dat in de loop van de tijd veranderd, weet Carlo. “Toen ik ermee begon, was de reactie vaak: ‘Wat suf, je gaat toch niet met een dj mee toeteren’. Ik merkte dat veel muzikanten erop neerkeken. Maar inmiddels is dat anders geworden en zijn er veel meer muzikanten die samenwerken met een dj. Natuurlijk ken ik een aantal puristische jazzmuzikanten die aangeven het beslist niet te willen. Maar het kan ook goed zijn dat ze het niet kunnen of aandurven.” En collega-dj’s? “Ik weet dat veel dj’s het een verrijking vinden om met een muzikant samen te werken, zoals ik dat zelf ook vind”, antwoordt Niels. “En voor mij komt er nog eens bij dat Carlo een supermuzikant is. Ik ben er trots op dat ik naast hem op het podium sta.”

Zie ook

» DJ Gear & toebehoren
» Muziekinstrumenten & Accessoires

» Hiphop-geschiedenis: meer dan alleen rappen
» Tien manieren om als muzikant geld te verdienen
» Wat zijn booth monitors? En heb ik die nodig?
» DJ-Wereld: ‘It’s a men’s world!’ Of toch niet meer?!
» Wat doet een DJ (nou eigenlijk)?
» DJ’en met DVS en timecode – Hoe en waarom
» 7 tips voor het voorbereiden van je DJ-set
» DJ’en op een bruiloft – Zo maak je het tot een succes
» Hoeveel durf jij te vragen voor een gig?

Geen reactie

Nog geen reacties...

Laat een reactie achter