Dictie, uitspraak en articulatie zijn onderbelichte onderwerpen in de zangwereld. Maar daarom niet minder belangrijk. Sterker nog, ze staan aan de basis van goed zingen en een goede performance. Hoe dat zit, leggen we hier uit!

Dictie, uitspraak en articulatie - Zangers kunnen niet zonder!

Alles met elkaar in balans

“Zangers zijn in eerste instantie gericht op het maken van een mooie klank”, zegt zangeres en zangdocent Sabine Brachthäuser. “Dat is begrijpelijk en logisch. Tegelijk beseffen veel zangers niet of onvoldoende dat een goede dictie en articulatie belangrijke voorwaarden zijn voor die mooie klank. De waarde ervan wordt veelal onderschat.” Sterker nog, de waarde van dictie en articulatie gaat nog veel breder en dieper. Sabine schetst: “Als zanger wil je een goede performance brengen, waarbij alle onderdelen met elkaar in balans zijn. Een voorwaarde voor een goede performance is een goede dictie. En voor een goede dictie is een goede articulatie weer een voorwaarde, gecombineerd met kennis van de uitspraak.”

Terminologie

Dictie, articulatie en uitspraak. Wat betekenen die termen nu precies? We beginnen achteraan. Uitspraak is hoe je een bepaald woord in een bepaalde taal hoort uit te spreken. Daar zijn regels voor. Natuurlijk zijn er dialecten, zeker in het Nederlands. Maar als je een Engels woord spreekt of zingt, wil je ook dat je het op de manier uitspreekt zoals in het Engels wordt gedaan. Hierover straks nog wat meer. Dan articulatie. Sabine legt uit: “Articulatie is de manier waarop wij klinkers en medeklinkers produceren. Anders gezegd, de techniek waarmee we de woorden duidelijk en verstaanbaar leren uitspreken. Onze belangrijkste instrumenten voor articulatie zijn lippen, tong en het zachte verhemelte achterin je keel. Ook de kaak speelt een rol.” Als het gaat om articulatie is er een enorme variatie tussen mensen, merkt Sabine op. “We praten allemaal zoals we het van jongs af aan van onze directe omgeving geleerd hebben. Daarnaast zijn ook andere factoren van invloed. De één spreekt sneller dan de ander, er zijn mensen die binnensmonds praten, mensen die slissen en ga zo maar door. En ga je van spreken naar zingen, dan gebeurt er ook van alles.” En dictie? “Dat is de manier waarop je een woord of een zin zingt en waarmee je dat woord of die zin een betekenis geeft. Met dictie vul je een zin als het ware met betekenis.”

Dictie

Met dat laatste raken we een belangrijk en onderscheidend aspect van zingen. “Zang is het enige instrument waarmee je betekenis geeft aan de muziek, eenvoudigweg omdat je (doorgaans) tekst met een betekenis zingt. Geen enkel ander instrument kan dat. Een ‘gewoon’ instrument kan alleen klanken maken.” Sabine is een gepassioneerde pleitbezorger van een goede dictie. “Het is ontegenzeggelijk een belangrijke voorwaarde om goed te kunnen performen. Als je dictie klopt, dan word je als zanger één met hetgeen je zingt. Het winnende lied Amar pelos dois van dit Eurovisie Songfestival is daar een prachtig voorbeeld van. Zanger Salvador Sobral was helemaal één met zichzelf, met de gedachte achter de tekst en met de muziek. Zijn dictie was zo sterk, dat veel mensen dit het mooiste lied vonden ondanks dat de meesten van hen geen Portugees verstaan. Het lied op zich is al mooi, maar de vertolking door Salvador heeft zondermeer de doorslag gegeven. Ook al versta je het niet, je gelooft ieder woord. Dictie is zo’n sterk instrument, dat je iets kunt zeggen in een taal die de ander niet verstaat. Je voelt waarover hij zingt.” Doorgaans zingen we in een taal die veel anderen wel verstaan. “Ik vind tekst het belangrijkst in gezongen muziek”, pleit Sabine. “Dat probeer ik ook aan mijn leerlingen duidelijk te maken. Die denken veelal alleen in melodie en gebruiken de tekst puur als middel om tonen te kunnen maken. Maar het is andersom: de melodie dient de tekst. ‘Weet wat je zingt’, roep ik regelmatig.” “Leer daarom ook alle teksten uit je hoofd en zing niet vanaf papier of een iPad. Automatiseer de tekst, dus leer hem voor 150 procent uit je hoofd. Pas dan ben je in staat om je aandacht volledig op de gedachtestroom én op de muziek te richten.” Zorg voor balans in je performance, is Sabines uitgangspunt. “Dan krijg je het publiek mee. ‘In balans performen’ betekent dat het publiek niet alleen hoort dat je zingt, maar ook begrijpt wat je vertelt. Een veel voorkomende fout is het te veel nadruk leggen op die ene hoge noot, waarop een onbelangrijk woord zoals ‘the’ of ‘and’ wordt gezongen. Op dat moment is de luisteraar je even helemaal kwijt.”

Uitspraak

We noemden het al eerder: een goede uitspraak is een belangrijk onderdeel van dictie. Alleen al om de reden dat een goede uitspraak ten goede komt aan de verstaanbaarheid. En je wil natuurlijk wel dat het overkomt wat je zingt.

Zingen in het Engels

Veel liedjes zijn in het Engels. “Zing je in het Engels, dan wil je niet klinken als een Nederlander die slecht Engels zingt”, aldus Sabine. “Daarvan zijn er trouwens voorbeelden te over. Van ieder Engels woord is het tegenwoordig heel gemakkelijk om achter de juiste uitspraak te komen: op internet wordt op legio plekken door native speakers gedemonstreerd hoe je Engelse woorden uitspreekt.” Maar het ene Engels is het andere Engels niet, zul je wellicht zeggen. Dat klopt. In het officiële Engels onderscheiden we Cambridge Engels en Oxford Engels, naar de twee traditionele universiteitssteden. Dan zijn er natuurlijk nog de Engelse dialecten zoals het Cockney, maar daar moet je wel een hele speciale reden voor hebben om als Nederlander in zo’n dialect te zingen.

Amerikaans Engels

En het Amerikaans Engels dan? Klopt, dat is er ook nog. Maar wat betreft Amerikaans Engels is er qua zingen iets bijzonders aan de hand, weet Sabine. “De meeste Amerikaanse zangers neigen in het zingen meer naar ‘Engels Engels’ dan naar ‘Amerikaans Engels’. Dat betreft met name de medeklinker ‘r’. In de spreektaal spreken Amerikanen die r vrij ‘dik’ uit, zeker in de ‘cowboy-achtige’ regio’s. Maar bij zingen doen veel Amerikanen het anders. Dan neigen ze veel meer naar de Engelse r, die veel ‘dunner’ wordt uitgesproken. Luister maar eens naar Bruce Springsteen (bijvoorbeeld ‘Born in the USA’) en Beyoncé. Rasechte Amerikanen, die tijdens het zingen kiezen voor de ‘dunne’ Engelse r.” Dat is niet voor niets, legt Sabine uit. “De dunne Engelse r zingt veel gemakkelijker dan die dikke Amerikaanse r. En het komt je verstaanbaarheid ten goede. Mijn advies is daarom ook: kies voor de dunne Engelse r. Ook als je een lied zingt dat oorspronkelijk Amerikaans is.” En dan nog een belangrijk advies: “Staat de r aan het einde van een woord? Spreek hem dan helemaal niet uit. Dat doen de Engelsen ook niet.”

Articulatie

Nu de articulatie. Zoals verteld, is articulatie de techniek die juist uitspreken mogelijk maakt. Met als instrumenten de tong, de lippen, het zachte verhemelte en ook de kaak.

‘Bodybuilder’ tong

Het is vaak de tong die in de weg zit als een goede uitspraak niet lukt. Illustratief is het verhaal van ‘boterklontje’ (zie verderop in het artikel). “De tong is een sterke spier, van oorsprong bedoeld om te helpen bij kauwen en slikken”, licht Sabine toe. “Maar het is ook een trage spier. Vergelijk het met een niet-lenige bodybuilder. De tong zit eerder zichzelf in de weg dan dat hij helpt. De grove motoriek lukt meestal wel, maar qua fijne motoriek gaat hij vaak zijn eigen gang. Zeker als iemand zijn fijne tongmotoriek niet goed heeft ontwikkeld, bijvoorbeeld door als kind gebrekkige spraak van je ouders over te nemen. Zoiets gaat bij een kind automatisch, bijvoorbeeld slissen. Er is dan logopedie nodig om dat goed te krijgen.” Voordat we de medeklinkers induiken daarom eerst nog even een oefening om je tong leniger te maken, wat ten goede komt aan de fijne motoriek. Die gaat als volgt: draai met het puntje van je tong een rondje langs de voorkant van je tanden. Alsof je er denkbeeldige pindakaas van af likt. Doe het eerst vijf keer linksom en vijf keer rechtsom, dan vier keer linksom en rechtsom, en zo bouw je af naar één keer. “Je voelt dat je tong daar moe van wordt”, weet Sabine. “Soms voel je dat tot in je keel of zelfs nek, want dit staat allemaal met elkaar in verbinding.”

Uitspraak van de m en de n

Er zijn stemloze medeklinkers, zoals de f, p, t, k en s, en stemhebbende “Veel zangers zijn zich er niet van bewust dat de m en n stemhebbende medeklinkers zijn”, zegt Sabine. “Ze beseffen onvoldoende dat er veel klank op deze medeklinkers zit, waardoor deze tijdens het zingen min of meer wegvallen. Wat de verstaanbaarheid niet ten goede komt.” Er is een vrij eenvoudige oefening om je ervan bewust te worden dat de m en n stemhebbende klinkers zijn. Sabine legt uit: “Zing de volgende drie woorden langzaam op steeds dezelfde toon: ‘mienen, menen, manen’. Zorg dat je constant klank maakt, dus ook op de m en de n. De sound mag niet onderbroken worden. Probeer dan eens de m en de n harder te maken dan de klinkers. Knap lastig, maar erg verhelderend als het lukt.”

Uitspraak van de l

Een andere stemhebbende medeklinker is de l. Die is bij het zingen lastiger dan je denkt, legt Sabine uit. “Zeker voor Nederlanders. Het Nederlands wordt gekenmerkt door een zware l. Zeg maar eens achter elkaar: leuk, lachen, lol. Je voelt en hoort dat die l steeds dikker wordt. Het nadeel van iets ‘dik uitspreken’ is dat het veel energie kost. Je sluit je mond af en maakt de klank te ver achterin je keel. Dat gaat ten koste van je verstaanbaarheid.” Het advies is daarom om aan te leren met een dunne l te zingen. “Daarbij zet je meer het puntje van je tong aan het werk. Dat komt ten goede aan de beweeglijkheid van je tong en daarmee aan je verstaanbaarheid.” Sabine heeft een effectieve oefening om dit te trainen. Zeg daarbij: ‘lollielollielik’, uiteraard meerdere keren achter elkaar. “Als je dat doet met een dikke l, lukt dit niet goed. Met een dunne l, zoals in het Duits en veel andere talen, lukt het beter. Wees je bewust van wat je tongpuntje doet. Als je het goed doet, raakt die bij het uitspreken van de l de overgang van de voortanden naar het verhemelte.” Zodra je de klinker o uitspreekt, komt je tongpuntje los en springt het naar beneden. “Het is dan zaak om de klinker zijn weg te laten vinden. Dat hij de tijd krijgt om goed geplaatst te worden. Het goed uitspreken van de klinkers in lollielollielik lukt alleen met een dunne l. De klank komt dan meer voor in je mond en dat maakt de klank helderder.”Advies van Sabine: “Doe deze oefening elk dag.”

De w, de z en de t

Nog een stemhebbende medeklinker: de w. Deze maak je vooral met je lippen, waar je lucht doorheen blaast. “Voor een goede w is het belangrijk dat er een goede balans is tussen enerzijds de spierspanning in de lippen en anderzijds de hoeveelheid lucht die je uitblaast”, legt Sabine uit. “Bij te veel lucht en te weinig lipspanning ben je alleen maar aan het blazen. Bij te weinig lucht en te veel lipspanning wordt de stemhebbende w een stemloze f. Door te oefenen op een goede w train je meteen je ademcontrole, die belangrijk is bij zingen.” Een andere stemhebbende medeklinker is de z. “Ook die vereist een juiste balans tussen ademstroom en spierspanning. Te veel spierspanning geeft een stemloze s.” Dan nu naar een stemloze medeklinker: de t. Een oefening om te ervaren wat je tong bij de t doet, is de volgende: spreek het Engelse woord ‘light’ uit. Maar dan eerst zonder de t en daarna met t. En voel het verschil. “De t maak je met je tongpuntje”, vertelt Sabine. “Maar die moet niet tegen je voortanden komen, want dan maak je een natte t oftewel je gaat slissen. Bij de t moet je tongpuntje tegen de voorkant van je verhemelte komen.”

De p en ‘ploppen’

Tot slot de medeklinker p die een opmaat is naar de klinkers, waar we het de volgende keer over gaan hebben. “Een verkeerd uitgesproken p, en dat geldt ook voor de f, laat de microfoon ‘ploppen’. Dat is iets wat je als zanger beslist wil vermijden. Dat ploppen ontstaat doordat er te veel lucht tegen de microfoon wordt geblazen waardoor deze overstuurt. Het risico bij een p is dat je te veel lucht opbouwt in een gesloten mond, voordat je de p uitspreekt. Daarom is ook de p een medeklinker die je aanstuurt met ademcontrole. Leer jezelf aan om de p klein te maken. Dus niet te veel (adem)energie, wat ook geldt voor de k en f.” Hoe dit te oefenen? “Zeg eens p-ie, p-ee, p-aa en zorg dat je net voldoende lipspanning opbouwt om de p te maken. Stroomt er vervolgens veel lucht door de mond na de p en voor de medeklinker die klinkt als een h? Dan push je waarschijnlijk te veel vanuit je buik. Verleg je aandacht op dat moment naar een ontspannen buik. En ga anders naar een zangdocent voor meer uitleg.”

Klinkers

Eerst even de klinkers op een rijtje. Dat zijn in de basis de ‘ie’ van Piet, ‘ee’ van beet, ‘aa ‘van baal, ‘oo’ van boom, ‘oe’ van boek en de ‘uu’ van Guus. Dan zijn er nog klanken ertussen zoals a, e, i, o en u. Eigenlijk zijn het er nog veel meer, zie hiervoor de klinkerdriehoek hieronder. Probeer eens langs een lijn langzaam van de ene naar de andere klinker over te gaan. Je komt veel tussenklanken tegen. “Natuurlijk zijn bij het zingen alle letters belangrijk. Maar van de klinkers kun je zeggen dat zij het zijn die je klank transporteren”, zegt Sabine. “Ze zijn je treble- en basknop van je stemsound. Ze spelen een cruciale rol bij projectie, het uitdragen en overbrengen van je zang. Door je klinkers tijdens het zingen goed uit te spreken, geef je helderheid en kern aan je stem. Dat komt je verstaanbaarheid en projectie ten goede. Een doffe stem reikt niet ver, een heldere stem wel.”

Dictie, uitspraak en articulatie - Zangers kunnen niet zonder!

De klinkerdriehoek geeft aan waar de belangrijkste klinkers ten opzichte van elkaar staan. In feite zitten er ook nog klinkers in het overgangsgebied tussen de hier getoonde klinkers.

Tong en resonantieruimte

We vertelden al dat het vaak de tong is die in de weg zit als een goede uitspraak niet lukt. Bij het maken van klinkers speelt de tong een belangrijke rol. “Het maken van klinkers doe je door het aanpassen van de resonantieruimte, ook ‘aanzetstuk’ genoemd. Hiermee bedoelen we de ruimte boven je stembanden tot aan de lippen. Als zanger heb je iets speciaals mee ten opzichte van andere instrumenten: je bent in staat om de klankkast van jouw instrument, namelijk je stem, in vorm en lengte aan te passen. Dit lukt met geen enkel ander instrument.” Vorm en afmetingen van je klankkast worden bepaald door de stand van het strottenhoofd (hij kan verhoogd of verlaagd worden, hierover een andere keer meer), de tong, maar ook het zachte gehemelte, de kaak, de mond en natuurlijk de lippen. “Een complex samenspel dat grotendeels onbewust gaat. Iedereen heeft tenslotte leren spreken”, zegt Sabine.

Bewustwording

Al eerder legden we uit dat bewustwording een goed startpunt is om beter te gaan zingen. Dat geldt ook voor het maken van klinkers. Een goede oefening om je bewust te worden van wat bijvoorbeeld je tong doet bij het maken van klinkers, is gewoon die klinkers maken en dan te voelen waar je tong precies zit. Sabine legt uit: “Richt je aandacht naar binnen en voel welke delen van je tong contact maken met je gehemelte of je tanden. En wat gebeurt er als je van de ene klinker naar de andere klinker gaat? Richt je daarbij vooral op de ie, ee, aa, oo en oe. Want dat zijn de basisklinkers. Neem de tijd, het duurt even voordat je door hebt wat er allemaal precies gebeurt. Herhaal vervolgens de oefening en let nu op de beweging van je lippen. Zij helpen behoorlijk mee bij het maken van klinkers.”

De ‘ie’ als startpunt

We gaan weer naar de ‘ie’. “Dat is voor articulatie een belangrijke klinker”, legt Sabine uit. “Voel de positie van je tong bij het zingen van de ‘ie’. Die positie is een goed uitgangspunt voor het zingen van de andere klinkers. Het doel is namelijk dat je tong bij het zingen van andere klinkers niet te ver wegzakt richting je keel. Die verleiding bestaat wel, zoals bij het zingen van de ‘aa’. Een arts die je keel wil onderzoeken, zegt niet voor niets ‘doe je mond wijd open en zeg eens aa’. De tong gaat dan naar achteren en omlaag, zodat de arts in je keel kan kijken.” Probeer het maar eens uit en ervaar hoe naar dit eigenlijk voelt als je dan gaat zingen.”Je zingt dan met een zogeheten knödel-aa. Je tongwortel duwt tegen je strottenhoofd, dat daardoor klem komt te zitten. Zeker bij hoge tonen, waarbij je strottenhoofd omhoog wil komen. Dat wegzakken voorkom je door je tong bij het zingen van klinkers denkbeeldig dicht bij de positie van de ‘ie’ te houden. Denk je tong steeds ontspannen naar voren en omhoog. Op die manier wordt het makkelijker om hoge tonen te zingen”, adviseert Sabine. Een oefening om je hiervan bewust te worden, is de volgende. Zing een ‘ie’ en glij daarna naar een andere klinker. Ga zo alle klinkers langs, steeds vanuit de ‘ie’. Dus ie-ee, ie-aa, ie-oo, ie-oe. Probeer bij die andere klinker steeds dicht bij de tongpositie van de ‘ie’ te blijven. Voel wat er gebeurt. Je voelt dan dat je tong bij de andere, met name de donkere klinkers (zoals ‘a’ en ‘o’) naar achteren wil zakken. Probeer dat zoveel mogelijk te voorkomen, zonder je tong te laten verkrampen. Zo leer je stap voor stap je tong te beheersen. Nog even dit: voor gewoon praten zijn deze tongoefeningen niet nodig. Dan doe je het gewoon zoals je altijd al gedaan hebt. Uiteraard op voorwaarde dat je goed te verstaan bent. Maar bij zingen heb je er voordeel van, omdat het ten goede komt aan je projectie. Bij een gesproken presentatie komt het ook goed van pas. Nog een advies: maak het niet te gek. Het is prima om bewust met je tong om te gaan en deze te trainen, maar pas op dat je je tong niet overvraagt. Doseren dus.

Tweeklanken in het Nederlands

Dan maken we de volgende stap in bewustwording. Die geldt vooral voor mensen wiens moedertaal het Nederlands is. Nederlanders hebben namelijk de neiging, en dat zit ook gewoon in de taal, om van klinkers tweeklanken te maken. Als er bijvoorbeeld staat ‘mee’, zie je alleen de klinker ‘ee’ staan. Maar zeg het eens hardop en luister goed naar jezelf. Hoor je het? We zeggen er nog een ‘i’ achteraan. Dus ‘eei’. Doorgaans summier, maar je kunt het ook overdreven doen. En zo zijn er veel meer klinkers waar wij als Nederlanders een tweeklank van maken. Probeer maar uit, je ontdekt ze zo. “In mijn begintijd als zangdocente in Nederland met een Duitse achtergrond snapte ik er niets van”, zegt Sabine. “Het zit helemaal in de taal en dat is op zich het probleem niet. Zeker niet bij spreken, waar het onbewust gaat. Maar het is belangrijk dat je je er bij het zingen wel bewust van bent. Als je in het Nederlands zingt, komen die tweeklanken veel voor. Van vrijwel iedere klinker maakt de Nederlander een tweeklank, met uitzondering van de ‘aa’. Ergens tijdens die tweeklank switch je van de ene klinker naar de andere. Wees ervan bewust waar je die switch legt, zodat de klinker waar het om gaat het accent krijgt en niet die tweede klinker in de tweeklank.” Zing je in het Engels, dan komt het woord ‘I’ (ik) vaak voorbij. “Dat is een tweeklank (‘aai’), ook al staat er maar één letter”, zegt Sabine. “Het is goed om je daar bewust van te zijn en ervoor te zorgen dat wanneer je dit woord zingt, de energie vooral in de ‘aa’ ligt en niet in de ‘i’. Nederlanders hebben nog wel eens de neiging dit om te draaien en te snel naar de ‘i’ te gaan.”

Toonladder op ‘ee’

Uiteraard zijn er oefeningen om je hier meer bewust van te worden. Bijvoorbeeld deze. Zing een toonladdertje heen en terug op ‘ee’. Dus bijvoorbeeld de tonen c-d-e-d-c of c-e-g-e-c. Maak iedere ‘ee’ lang genoeg en probeer hem echt een ‘ee’ te houden. Dus die niet die half verstopte ‘i’ er achteraan. Een andere oefening: zing lang ‘beet’. De ‘i’ achter de ‘ee’ is onvermijdelijk, maar probeer die zo lang mogelijk uit te stellen. Bij zingen is namelijk het streven om de klinker die je aanzet, zo lang mogelijk zo te houden en pas op het allerlaatst te switchen.

Goed om te weten

Loskomen van de Gooise r

In het artikel leggen we het een en ander uit over de dikke Amerikaanse r en de dunne Engelse r. En waarom de laatste bij zingen de voorkeur heeft. Voor menig ‘hedendaagse’ Nederlander zal het uitspreken van een dunne Engelse r flink wennen zijn. Want sinds de jaren tachtig heeft de dikke Gooise r zich als een epidemie over de Nederlandse bevolking verspreid. Die ellende begon al met ‘Kinderen voor kinderen’, daarna kwamen de Nederlandse soaps met sterretjes uit het Gooi en toen was de epidemie niet meer te stuiten. Tot in de verste plattelandsuithoeken van ons land doet de Gooise r zich tegenwoordig gelden.

Boterklontje, boterklontje……

Of kinderen dit spelletje nog steeds doen, weten we niet. Maar ooit circuleerde het grapje op de Nederlandse basisscholen. Het illustreert mooi het belang van het beheersen van de techniek om medeklinkers goed uit te spreken. Het grapje gaat als volgt: je zegt tegen iemand ‘zeg zo snel en zo vaak mogelijk achterelkaar boterklontje, boterklontje….’ Grote kans dat de uitgedaagde al heel snel aan het struikelen komt en uiteindelijk geen ‘boterklontje’ zegt maar ‘blotekontje’. Ben je nog maar acht jaar en leef je nog in een tijd dat er nog geen internet is, dan vind je dat een geweldige grap. Het is goed uit te leggen hoe je door de snelheid in die verkeerde uitspraak terechtkomt. Het zijn de medeklinkers die je in de problemen brengen. Bij de b sluiten je lippen. Meteen daarna moeten ze alweer aan het werk om een keurige ronde opening voor de o te maken. Dat vergt enige inspanning van de lippen en maakt b-o een lastige combinatie. De combinatie b-l ligt meer voor de hand, de tong wil tenslotte altijd meedoen. Daarentegen is de l gemakkelijker en zeker gemakkelijker dan de combinatie k-l in klontje, dat weer een uitdaging is. Helemaal omdat daar ook ‘ntje’ in zit. Dus wordt de l naar voren getrokken, meteen na de b. Dat geeft ‘blote’. De r is een lastige letter, dus die verdwijnt bij snel spreken helemaal. De l achter de k van ‘klontje’ was al verhuisd naar ‘boter’, dus blijft er ‘kontje’ over. Maar, waarom gaat het hier eigenlijk mis? We hebben inmiddels geleerd dat de tong regelmatig roet in het eten gooit met zijn haperende flexibiliteit. Sabine geeft een tip: “Probeer eens je aandacht constant op de eerste lettergreep van het woord, de b-o, te richten. Je zult merken dat het veel langer duurt totdat je tong de mist in gaat met al die snelle medeklinkers achter elkaar. In feite doe je met deze focusoefening niets anders dan je tong flink aansturen op de articulatie van de b-o.” Sabine kende het grapje niet. “Maar ik ben dan ook in Duitsland opgegroeid. Het illustreert mooi dat de tong de grote boosdoener is als het fout gaat bij uitspraak. Als je je tong goed beheerst, kun je ‘boterklontje’ wel goed snel achter elkaar uitspreken.”

Medeklinkers: lastig, maar we kunnen niet zonder

In ieder woord zitten medeklinkers. Die hebben we natuurlijk nodig, want ze bepalen mede het woord. Maar met zingen kunnen ze wel eens in de weg zitten. Want medeklinkers onderbreken je klinkers en daarmee je klank. Het zingt vaak makkelijker zonder medeklinkers. Maar ja, dan gaat het nergens meer over. En niet alleen dat. Medeklinkers zijn ook bepalend voor het ritme in het woord en zijn daarmee fijne tools voor je timing. Probeer maar eens te scatten zonder medeklinkers. Dat klinkt gewoon niet: je kunt bijna geen ritme maken.

Oefening om klinkers te isoleren

Het is helemaal niet zo gek om af en toe een tekst te zingen zonder medeklinkers, dus alleen de klinkers. Het helpt ook bij het instuderen van de melodie. Bijvoorbeeld deze: de eerste zin uit ‘The Rose’ van Bette Midler. Die luidt als volgt: Some say love, it is a river, that drowns the tender reed. Zing deze zin zonder medeklinkers. Dat vergt even wat denkwerk en uitproberen, maar uiteraard lukt het gewoon. Belangrijk: probeer het vloeiend te zingen. Glij dus van de ene klinker naar de andere. Je zult merken dat dit een prettige manier is om een melodie in te studeren. Je focust op de klinkers, waardoor je ze beter plaatst. De melodie nestelt zich in je sensomotorisch geheugen. Kwestie van daarna de medeklinkers erbij zingen en het zit.

De lippen: zingen met brede glimlach of kusmond

We hebben het veel gehad over de tong. Maar laten we de lippen niet vergeten. Zij hebben een belangrijke rol bij het maken van klinkers. Zing eens een’ ie’ met hele brede lippen. Daarna ontspan je de lippen en vervolgens tuit je de lippen tot een flinke kusmond. Dit alles terwijl je door blijft zingen op één toon. Hoor en voel je het verschil? De klank van de ’ie’ verandert: hij wandelt richting een ‘uu’ en wordt iets voller. Brede lippen zorgen voor een heldere klank. Maar tegelijkertijd verliest de klank aan kern en kracht. Getuite lippen verlengen je mondholte en dus je resonantieruimte, met zo’n anderhalve centimeter. Afgezet tegen de lengte van je gehele klankkast is dat een kleine twintig procent, dus verhoudingsgewijs veel. Met een brede mond zingen, maakt de luidsprekerbox kleiner, met alle gevolgen van dien. Veel zangers hebben de neiging om altijd met een brede glimlach te zingen. Dat lijkt vriendelijk, geen kwaad woord daarover uiteraard, maar zo maak je het jezelf zangtechnisch lastiger. Uiteraard is dit ook te oefenen. Ga voor de spiegel staan en leg je wijsvingers op je mondhoeken. Ontspan je lippen en begin te zingen. Zodra je richting glimlach gaat, voel je je vingers naar achteren gaan. Denk op dat moment smal en lang in plaats van breed en plat. Zing ook eens alle klinkers met hele brede lippen. Wat doet dit met je klank? De lippen hebben een subtiele invloed op je stemklank. De oefeningen helpen je om de stand van de lippen beter te controleren en bewuster in te zetten.

Zie ook

» Tekstbeleving: onmisbaar voor een overtuigende zang-performance
» De juiste houding bij het zingen
» Jazz zingen: timing, frasering en improvisatie
» Zangtechniek – Leer alles over zingen
» Klinker-problemen (en oplossingen) bij het zingen
» Belten en twangen- Techniek voor hoog en hard zingen
» Ademsteun en ademcyclus bij het zingen

» Microfoons en accessoires
» Zangboeken
» Vocal effects
» Speakers

Reacties gesloten..