Het internet staat vol met kant-en-klare akkoordenschema’s van bekende nummers. Staat de gewenste song er niet tussen? Geen probleem, er zijn ook apps die de akkoorden ter plekke voor je uitzoeken. En als het schema ook echt klopt, is zoiets erg handig. Maar… het (regelmatig) zélf uitzoeken van akkoorden van liedjes is een veel beter idee. Waarom? Omdat het een uitstekende training is van je muzikaal gehoor! In dit artikel leggen we uit hoe je dat aanpakt, inclusief uitleg over de leadsheet.

Akkoorden van liedjes uitzoeken – Zo pak je dat aan

Het prettige van popmuziek

Het prettige van popmuziek is dat liedjes vrijwel altijd een duidelijke structuur hebben. Vaak zelfs behoorlijk voorspelbaar. Iedere popsong heeft onderdelen die terugkomen. En elk onderdeel heeft zijn eigen akkoordenschema. Heb je de akkoorden van het eerste couplet (verse) gevonden, dan ben je er zo goed als zeker van dat de andere coupletten hetzelfde akkoordenschema hebben. Dat geldt ook voor het refrein (chorus). En is er een instrumentale solo? Dan gaat die vaak over het akkoordenschema van het couplet. Kortom, in popsongs (maar ook in rock, blues enzovoorts) wordt veel herhaald. Doorzie je die structuur, dan scheelt je dat veel uitzoekwerk. En als je het handig opschrijft, kun je het klein houden. Want je hoeft dan ieder onderdeel maar één keer uit te schrijven. In je notatie hoef je dan alleen maar aan te geven in welke volgorde de onderdelen worden gespeeld. De meeste nummers passen op een A4’tje en vaak zelfs op een kleiner blaadje. Om te kunnen noteren, hoef je geen noten te kunnen lezen. Maar je moet wel enige basiskennis hebben, bijvoorbeeld in het benoemen en noteren van akkoorden.

Basiskennis

We gaan ervan uit dat je bekend met akkoorden en akkoordsymbolen. Zo niet, dan kan het een goed idee zijn om eerst onderstaande artikelen te lezen:

Ook handig:

Waarom noteren

Waarom is noteren belangrijk? Je kunt het toch ook gewoon onthouden? Als je een nummer hebt ingestudeerd, zit het immers in je hoofd. Dat laatste is waar, maar er zijn meerdere argumenten om toch een notatie te maken. Ten eerste doorzie je beter de vorm. Ten tweede: als een nummer een tijd niet meer gespeeld hebt, kan het zijn weggezakt uit je geheugen. Dan is het handig om je oude notatie er weer even bij te kunnen pakken. Een ander belangrijk argument om een notatie te maken, heeft te maken met communicatie. Als de hele band gebruikmaakt van dezelfde notatie, is het tijdens repetities veel gemakkelijker communiceren. Een veelgebruikte notatievorm is de zogeheten leadsheet, waar we straks op ingaan. Dit is een soort basisnotatie, waarop iedere muzikant zelf nog instrumentspecifieke aantekeningen kwijt kan. En heb je een keer een invaller, dan geef je die een stapeltje kopieën van leadsheets (en eventueel opnames) en je bent klaar.

Akkoorden vinden

Zoals gezegd, is het herkennen van de vorm belangrijk bij het uitzoeken en noteren van een nummer. Daar gaan we straks verder op in. We duiken nu eerst dieper in het vinden van de gespeelde akkoorden. In de eerste aflevering van deze serie (Bandcoach 1) hebben we al uitgelegd dat akkoordenschema’s doorgaans logisch in elkaar zitten. In de meeste pop- en rocksongs kom je geen vreemde en onlogische volgordes van akkoorden tegen. Meestal vallen de akkoorden ook binnen de toonsoort van het liedje. Bij het uitzoeken van een nummer is het vinden van de toonsoort dan ook één van de eerste dingen die je doet. Vrijwel altijd is het eerste akkoord van de eerste volle maat van een liedje de naamgever van de toonsoort. Is dat akkoord bijvoorbeeld E? Dan is zeer waarschijnlijk de toonsoort van het liedje E majeur (of E mineur). En passen ook de gebruikte akkoorden in die toonsoort (zie aflevering 1). Goed om te weten: de bridge heeft vaak een afwijkend akkoordenschema en is soms in een andere toonsoort. Soms heb je het akkoord gevonden (bijvoorbeeld een A7: a-cis-e-g) en je hoort dat er nog een toon bij zit. Dat zou bijvoorbeeld de fis kunnen zijn. Je hebt dan een A13-akkoord. Geen zorgen: als je die fis niet speelt, zit je niet fout. Je mist een noot, maar de noten die je wel speelt, zijn goed. De 13-akkoorden en andere ‘jazz-achtige’ akkoorden komen overigens in volgende afleveringen aan bod.

Bas als hulpmiddel

Ga niet lukraak proberen de akkoorden na te spelen, maar luister eerst waar de akkoordwisselingen zitten. Bij het vinden van de akkoorden is de bas een prima hulpmiddel. Richt je bij het zoeken van akkoorden eerst op de bas. De bas speelt namelijk vrijwel altijd op de eerste tel van een akkoord de grondtoon van dat akkoord. Speelt de bas op de eerste tel van een nieuw akkoord bijvoorbeeld de A, dan weet je vrijwel zeker dat het gespeelde akkoord een A-akkoord is. Dat kan dan A, Amin, A7 enzovoorts zijn. Draai het hoog van je muziekapparaat eventueel wat terug en zet de bas flink hoog, zodat je hem goed hoort. Het herkennen van de basnoten vergt wat training, maar het is een handig hulpmiddel. Heb je de grondtoon, zoek dan vervolgens de andere tonen van het akkoord. Is het een mineur- of majeur-akkoord? Zit er een septime in? Is de kwint verhoogd of verlaagd? Is het misschien een verminderd akkoord? Het kan handig zijn om na de grondtoon de zogeheten topnoot te zoeken. Dit is de hoogst gespeelde toon. Vervolgens zoek je de tussenliggende tonen. Het naspelen van de melodielijn kan je ook helpen bij het vinden van akkoorden. Met een (digitale) piano of keyboard is het nog wat gemakkelijker akkoorden uitzoeken dan met gitaar. Zeker op een piano kun je nog wat meer de ‘diepte’ in om de basnoot te vinden. Veel keyboards kun je één of twee octaven lager stemmen, zodat je ook echt in het bereik van de bas kunt komen.

Eerst de vorm

Tot zover het vinden van akkoorden. Zoals eerder gezegd: als je een nummer uitzoekt, luister dan eerst naar de globale vorm. Probeer de onderdelen te herkennen en noteer in welke volgorde ze gespeeld worden. Tel ook het aantal maten per onderdeel en noteer dat. In de eerste twee afleveringen van de rubriek Vaktaal (Bandcoach 1 en 2) zijn allerlei begrippen besproken die met de structuur van een nummer te maken hebben. Maar als je alleen de begrippen intro, verse (couplet), chorus (refrein), solo, bridge (overgangsonderdeel met afwijkend akkoordenschema) en outro kent, ben je al een heel eind. Een standaardvorm in de popmuziek is bijvoorbeeld: intro – verse 1 – chorus – verse 2 – chorus – solo (over het schema van het verse) – bridge – chorus – outro. Of een variant hierop, bijvoorbeeld zonder solo of zonder bridge. Vervolgens ga je op basis van deze structuur de akkoorden opschrijven. Op internet zie je vaak dat de akkoorden worden genoteerd aan de hand van de songtekst (lyrics). Dat lijkt handig, maar dat is het niet. Om verschillende redenen. Een zanger kan zich vergissen in de tekst of zijn gezongen tekst net iets anders timen. En dan valt dat A7-akkoord net niét op het woordje ‘you’. Een nog belangrijker argument om het niet zo te noteren, is dat je de maten niet ziet. Aan de hand van de tekst kun je niet zien hoeveel maten je een akkoord moet aanhouden en op welke plek in de maat een akkoord wisselt. En juist in de muziek draait het om maten. Daar is alles op gebaseerd. Je kunt je notatie daarom beter op maten baseren. Daar komt bij dat in de popmuziek veel wordt gewerkt in veelvouden van twee, vier of acht maten. Want dat voelt heel logisch. Daarom is het handig om dat in je notatie ook te doen. Zet bijvoorbeeld steeds vier of acht maten op één regel. Dan ziet het er allemaal nog logischer uit. In de leadsheet op de volgende pagina is dat ook gedaan.

Goed om te weten

Ook handig voor ‘niet-akkoord-instrumenten’

Een leadsheet of een eenvoudig akkoordenschema is niet alleen nuttig voor de akkoordinstrumenten (gitaar, toetsen). Ook voor bas, drums, blazers en zang is het handig. Voor een bassist is altijd goed om te weten om welke akkoorden het gaat, want de bas moet geen majeur-loopje spelen over een mineur-akkoord (of andersom), want dat wringt enorm. Belangrijke eigenschap van een leadsheet of schema is dat je duidelijk de structuur ziet en het aantal maten per onderdeel. Dat is ook handig voor de ‘niet-akkoord-instrumenten’ en voor de zang. Zo kan de zanger aan de hand van de leadsheet bijvoorbeeld noteren over hoeveel maten een stukje tekst gaat. Een leadsheet is het raamwerk van een nummer dat geldt voor de hele band. Iedere muzikant kan daar zijn of haar eigen ‘specifieke dingen’ aan toevoegen. Een leadsheet is ook een soort overeenkomst tussen de bandleden van ‘zo doen we het’.

Handige apps

Het is nog helemaal niet zo lang geleden dat het cassettebandje dé muziekdrager was waar muzikanten mee werkten. Dat was soms behoorlijk behelpen. Als je pech had, had je een kopie van een kopie (of nóg verder). Vaak hadden de cassettedecks niet allemaal precies dezelfde snelheid, waardoor de toonhoogte dan net iets afweek. Heel onhandig.
Het handigste zijn tegenwoordig de apps die speciaal voor muzikanten ontwikkeld zijn. Denk aan handige hulpfuncties, zoals de loop-functie. Daarmee kun je een bepaalde stukje steeds herhalen, dat scheelt heen-en-weer gespoel. Vaak kun je ook het tempo verlagen en verhogen zonder dat de toonhoogte (pitch) verandert. Andersom kan ook: de toonhoogte veranderen zonder dat het tempo verandert. • Veel van de nieuwste handheld recorders hebben deze functies trouwens ook in zich. Mocht je deze apparaten willen gebruiken voor het uitzoeken van muziek, dan moeten de knoppen (start, stop, loop etc.) gemakkelijk en snel te bedienen zijn. Tascam heeft een uitgebreide range van dit soort apparaten, maar ook Zoom, Korg en andere merken hebben ze in hun assortiment. • Nog geavanceerder zijn de apps die helemaal zelfstandig de akkoorden van een song uitzoeken, zoals Yamaha Chord Tracker (iOS en Android). Zoek op ‘chord finder’ of ‘chord analyser’ en je vindt nog meer van zulke apps en websites. Nadeel kan zijn dat de software niet nauwkeurig genoeg is (blijf dus zelf kritisch luisteren!). Daarnaast is het zelf uitzoeken van akkoorden een geweldig goede en zelfs noodzakelijke training van je muzikaal gehoor. Het zal je enorm helpen in het samen spelen met andere muzikanten.

Leadsheet-voorbeeld

Hieronder zie je een voorbeeld van een leadsheet. We hebben bewust gekozen voor een song met een wat ingewikkelder structuur, want dan komen alle ingrediënten aan bod. De meeste pop- en rocksongs hebben een eenvoudiger structuur en kunnen korter genoteerd worden. Je ziet de termen intro, verse (couplet), chorus (refrein), solo en outro allemaal terugkomen. De dubbele maatstrepen die je op sommige plekken ziet, geven aan waar een bepaald onderdeel ophoudt. Dit nummer kent geen bridge. De uitgeschreven noten zijn de noten voor de toetsenpartij. Dat hoeft niet per se. Je ziet dat de basis vier of acht maten per regel is. In de muziek gaat het vaak in eenheden van vier of acht maten. Het is handig en logisch om dat ook zo over de regels te verdelen. Bij deze leadsheet is ervoor gekozen om ieder onderdeel zijn eigen letter te geven. Zo is het eerste verse met de letter A aangegeven en het tweede verse met de letter D. Omdat het akkoordenschema van het verse steeds hetzelfde is, zou je ze ook allebei A kunnen noemen. Dat wordt ook wel eens gedaan. Maar het biedt praktische voordelen om toch ieder onderdeel zijn eigen letter te geven, zoals hier is gedaan. Het is ietsje overzichtelijker en het communiceert gemakkelijker tijdens repetities. Als je roept ‘we pakken hem weer op bij D’, dan snapt iedereen meteen wat je bedoelt.

Akkoorden van liedjes uitzoeken – Zo pak je dat aan

Uitleg bij de leadsheet

1. Het tempo is 120 beats per minuut, gespeeld in een half time feel.
2. Er staat een G-sleutel voor deze balk omdat er noten staan genoteerd.
3. De twee kruizen vooraan geven aan dat het nummer in de toonsoort D staat. Vanaf de gitaarsolo (letter G) moduleert het nummer één toon omhoog (naar E, vier kruizen).
4. Het is een vierkwarts (4/4) maat.
5. Aan het eind van de eerste regel staat een zogeheten herhalingsteken. Dat betekent hier: herhalen vanaf het begin. Je speelt deze vier maten dus twee keer achter elkaar.
6. De eerste keer speel je de twee maten waar 1. bij staat. Bij de herhaling speel je de twee maten waar 2. bij staat.
7. Deze maat is een tweekwarts (2/4) maat. Daarna wordt het weer vierkwarts (4/4).
8. Zo noteer je een akkoord met een afwijkende bastoon. In de aangegeven maat wordt een Dmaj7-akkoord gespeeld met een C# in de bas. Twee maten verder zie je iets soortgelijks gebeuren. Daar wordt een Bm7-akkoord gespeeld met een A in de bas.
9. De noten onder de akkoorden geven aan hoe de akkoorden verdeeld zijn over de maat. Dit gebeurt op meerdere plaatsen.
10. Deze twee maten zijn hetzelfde als de twee voorgaande maten.
11. Deze maat is hetzelfde als de voorgaande maat.
12. Speel het stuk dat tussen deze twee herhalingstekens staat twee keer.

Zie ook

» Muziekboeken
» Toetsinstrumenten
» Alle Muziekinstrumenten & Accessoires

» Muziektheorie & Noten lezen: je leert het hier!
» Akkoorden: theorie en akkoordsymbolen
» Noten leren lezen: ritme, tempo en maatsoort
» Noten leren lezen: mineur-toonladder en toonsoort
» Noten leren lezen: C majeur toonladder
» Majeur en mineur: het verschil horen en begrijpen
» Gitaarakkoorden leren spelen voor beginners
» Piano-akkoorden spelen? Dit is de basis!
» Bijzondere akkoorden: weinig gebruikt, wel handig!
» Verminderde, overmatige en septiem-akkoorden – Leer ze hier!
» Akkoordprogressies begrijpen – Trappen, leidtonen en spanning
» 9, 11 en 13-akkoorden – Zo zitten ze in elkaar
» Vorm van pop-liedjes – Leer over couplet, refrein, bridge en meer!
» Blues spelen? Gebruik deze akkoordenschema’s, noten en tips!
» Kerktoonladders voor beginners
» Baslijnen maken – Handleiding voor de bassist
» Soleren over akkoordenschema’s
» Sneller en beter noten leren lezen: het kan!
» Nashville Number System: zo werkt het

Geen reactie

Nog geen reacties...

Laat een reactie achter