Of je nu een geïmproviseerde solo wilt maken of je wilt een solo componeren, één ding is zeker: je moet kunnen improviseren. Dat lukt je alleen als je daar veel mee oefent en experimenteert. Alleen zo breng je die muzikale stroom op gang die je nodig hebt om een goede solo te maken, ook al zou je die stap voor stap willen componeren. Dus niet alleen maar dingen naspelen ‘van de plaat’, maar gewoon vele uren besteden aan het ter plekke zelf bedenken van melodielijnen. Dat heeft als bijkomend voordeel dat je nog meer thuis raakt op je instrument. Bovendien, improviseren is de ultieme manier van muziek maken.

Soleren over akkoordenFoto’s: Jelmer de Haas

Akkoordenschema’s en toonladders

De meeste solo’s gaan over een akkoordenschema. Je ontkomt er dan niet aan om enige basiskennis te hebben van de akkoordenleer en toonladders. Ja, zul je misschien zeggen, maar veel grote muzikanten op deze aarde gaan er prat op dat ze geen noot kunnen lezen. Dat zal best zo zijn. Maar wees je ervan bewust: deze mensen zijn uitzonderingen. Ga je daar niet aan spiegelen, want dat levert je alleen maar frustraties op. Bovendien geloof ik niet altijd deze verhalen. Ik ben ervan overtuigd dat veel muzikanten koketteren met hun zogenaamde gebrek aan muzikale kennis, om zo een mythe rond zichzelf te creëren. Het doet me altijd denken aan een van mijn medeleerlingen op de middelbare school die altijd riep dat hij geen tijd had gehad om een proefwerk te leren, maar altijd een negen had. Ik geloof dat hij nu econoom is en dat heeft hij echt niet gered zonder de boeken in te kijken. Kortom, zorg dat je iets snapt van akkoorden en toonladders.

Soleren over akkoorden

Oefenen zonder band

Wat voor instrument je ook speelt, wat we hier vertellen over soleren geldt voor ieder melodisch instrument. Zoals gezegd, de meeste solo’s gaan over akkoordenschema’s. Die akkoorden worden dan gespeeld door de band en jij met je gitaar, piano, orgel, saxofoon, trompet, mondharmonica, dwarsfluit of wat voor melodisch instrument dan ook speelt daar een solo over. Je hebt uiteraard ook bassolo’s, maar die hoeven niet per se over een akkoordenschema. Immers, de ‘naamgever’ van het akkoord (namelijk de bas) is zelf aan het soleren. Vaak wordt een bassolo gedaan terwijl de drummer bescheiden meetikt. Soms raken de gitarist of de toetsenist af en toe even een akkoordje aan, maar vaak ook helemaal niet. Maar afgezien van de bassist, is het een groot probleem dat je thuis je medemuzikanten niet bij de hand hebt om voor jou de begeleidende akkoorden te spelen. En je kunt alleen maar lekker oefenen en experimenteren als er wel een gespeeld ritme, een baslijn en akkoordenschema zijn. Dat probleem is uitstekend en betaalbaar op te lossen. Daar bestaan namelijk mooie apparaten en software voor. Zelf heb ik een JS-5 Jamstation van Roland, met zo’n beetje 200 music styles aan boord. Daartussen is altijd wel een ritme/style te vinden die voldoende overeenkomt met een nummer waarvan ik het soleren wil oefenen. Je programmeert de akkoorden, kiest het juiste tempo, zet het in een ‘loop’ (zodat het rondje zich steeds herhaalt) en je schrijft het als song weg in het geheugen. Zo heb je band en song op ieder gewenst moment oproepbaar. Als je het schema een keer in een andere toonsoort wilt oefenen, dan is dat een paar drukken op de knop. Ook niet verkeerd om regelmatig te doen.

Keyboard en software

Overigens is een gewoon keyboard met bruikbare music styles aan boord ook prima, mits dit keyboard een geheugen heeft waarin je de song kunt wegschrijven. Anders moet je de song steeds opnieuw inspelen. Het probleem is wel dat je op zo’n keyboard de akkoorden meestal niet stap voor stap kunt programmeren. Je moet dan de akkoorden ‘handmatig’ inspelen, terwijl het ritme loopt. Als je niet zo thuis bent op toetsen en je kunt niet snel de akkoordgrepen wisselen, dan wordt een keyboard erg lastig. Een programmeerbaar apparaat is dan een betere optie. Ook andere merken hebben dergelijke apparaten, al dan niet via MIDI of usb te koppelen aan een keyboard om de akkoorden in te spelen. Het aanbod is overigens niet zo groot. Je zou in de verleiding kunnen komen om dan maar een drumcomputer te kopen. Maar die heeft een groot mankement voor dit doel: je hebt dan alleen maar een ritme. Dus geen akkoorden en baslijn. En die heb je wel nodig. Een prima alternatief voor een apparaat kan software zijn. Een veelgebruikt softwarepakket hiervoor is Band-in-a-Box.

Soleren over akkoorden

Je moet opnemen

Ik heb zelf als solerende muzikant enorme vooruitgang geboekt toen ik mijn eerder genoemde Jamstation eenmaal had gekocht. Het wordt ook leuker om te oefenen, waardoor je het vanzelf meer gaat doen. Dubbele winst dus. Wat mij ook enorme vooruitgang heeft gebracht, is dat ik mijn thuissolo’s (en live solo’s) ben gaan opnemen. Wil je beter worden in je solo’s, dan ontkom je er niet aan om jezelf te gaan opnemen. Dat hoeven technisch gezien geen superopnames te zijn, als je maar goed kunt horen wat je speelt. Het aanbod in goede en betaalbare (en vaak compacte) opname-apparaten is tegenwoordig enorm. Daar hoef je het niet voor te laten. Jezelf opnemen en terugluisteren is enorm confronterend en kan ook heel frustrerend zijn. Maar daar moet je jezelf gewoon overheen zetten. Toen ik ermee begon, ben ik me rot geschrokken. Ik dacht dat ik op mijn Hammond heel wat kon en dat het enorm swingde, maar wat viel dat tegen. En mijn pianosolo’s waren nog erger. Akkoord, dankzij mijn vergevorderde motoriek kon ik een indrukwekkende snelheid halen. En muzikaal klopte het ook allemaal wel: de gespeelde toonladders pasten keurig op de akkoorden. Maar het klonk helemaal nergens naar. Wat een koude douche. Waar lag dat nu aan?

Speeloor en luisteroor

Toen ik mij over mijn eerste frustraties heen had gezet, ben ik gaan experimenteren met mijn solo’s en steeds gaan terugluisteren. Het eerste wat me opviel, is dat ik een paar figuurtjes wel heel vaak gebruikte, tot aan het irritante toe. Zo’n probleem is makkelijk en snel op te lossen: je moet die figuurtjes gewoon gaan vermijden. Maar daar zat niet het echte probleem. Dat zat hem in iets anders. Al terugluisterend en analyserend heb ik de twee belangrijkste voorwaarden ontdekt voor een goede solo: goede timing en frasering. Als je dat in orde hebt, heb je drie kwart gewonnen. Die andere kwart kun je vullen met virtuositeit, expressie, gevoel, spanningsbogen, show maken, originaliteit en noem maar op. Zorg dus eerst dat je je timing en frasering in orde hebt, de rest komt daarna wel. Wat betekent dat? Allereerst timing (door Engelstalige muzikanten ‘time’ genoemd). Timing betekent dat je muzikale spel ritmisch klopt. De basis daarvan is dat je gewoon in de maat speelt. Dat is al moeilijk genoeg, want dit gaat bij veel solerende muzikanten mis. Als je jezelf niet opneemt, zul je daar nooit achter komen. Want je ‘speeloor’ functioneert in aanvang anders dan je ‘luisteroor’. Je moet trainen om je speeloor en je luisteroor zo goed mogelijk overeen te laten komen. Doe je dat niet, dan zal de muziek die je speelt voor jezelf anders blijven klinken dan voor je toehoorders , dus de ‘werkelijkheid’. En het vervelende is: de werkelijkheid is bijna altijd slechter dan hoe jij het zelf ervaart.

Soleren over akkoorden

Virtuositeit aan de kant

Je kunt de samenwerking tussen je luisteroor en je speeloor trainen door jezelf vaak op te nemen en vaak terug te luisteren. Doe dat eens en concentreer je bij het terugluisteren eens op je timing. Zit die wel echt lekker? Bij mij zat die timing niet echt lekker. Maar wat dan te doen? Eén advies: maak je spel eenvoudiger. Zet virtuositeit en snelheid aan de kant ga eens gewoon eenvoudige, geïmproviseerde melodietjes spelen. En neem die op. De kans bestaat dat je ook schrikt van je timing in die eenvoudige melodietjes. Geen nood, je moet nu eerst gaan oefenen om eenvoudige geïmproviseerde melodieën met een goede timing te spelen. Daarna kun je stap voor stap opbouwen naar het snellere werk. Maar maak die stap pas als je timing in de eenvoudige melodieën in orde is, anders heeft die volgende stap geen zin. Het zal je bij het terugluisteren misschien opvallen dat die eenvoudige melodieën helemaal niet zoveel onderdoen voor je virtuoze ‘gereutel’ met zoveel mogelijk noten per seconde en een heel ondoorzichtige melodische lijn. Voor mijzelf was dat een openbaring. Een eenvoudige melodische lijn kan veel zeggingskracht hebben, als je hem op het juiste moment speelt en daarvoor de juiste noten kiest. Daar komen we straks nog op terug.

Eenvoudig beginnen

Ik heb nog een voordeel ontdekt van eenvoudige melodische lijnen. Het is de moeite waard om jezelf te dwingen je solo’s steeds eenvoudig te beginnen. Dat geldt ook voor live-situaties waarin je wilt imponeren als (virtuoze) solist. Rustig beginnen heeft meerdere voordelen. Ten eerste brengt het rust bij jezelf en begin je minder ‘opgefokt’ aan je solo. Daar heb je je hele solo nog plezier van, hoe wild die op het laatst ook is. Een tweede voordeel van rustig beginnen met een eenvoudige melodisch lijntje, is dat dit een mooi vertrekpunt is voor je solo. Vanuit die eenvoudige melodie kun je (op basis van die melodie) de solo steeds verder uitbouwen met een melodie die steeds ingewikkelder en eventueel sneller wordt. Maar waarvan die eenvoudige melodie wel de basis is. Dat werkt heel goed. Die eerste melodische lijn hoeft maar heel kort te zijn. Drie noten is in principe al voldoende. En speel dat lijntje gerust twee keer achter elkaar, dan zit hij er nog iets beter voor jezelf in. Bovendien is herhaling in de muziek een heel sterk onderdeel. Je hoeft echt niet in elke maat iets anders te spelen (wat ik vroeger wel dacht). Een lekkere noot of een lekker lijntje kun je gerust meerdere keren achter elkaar spelen. Dat klinkt prima en intussen heb jij de tijd om het volgende dingetje te verzinnen. Probeer thuis maar uit, neem het op en luister terug. Ook grote muzikanten doen dat, terwijl het niet eens opvalt. Luister bijvoorbeeld naar wijlen Stevie Ray Vaughan, die nog steeds te boek staat als een van de grootste gitaristen ooit.

Soleren over akkoorden

Verhaal vertellen

Sommige instrumenten lenen er zich uitstekend voor om in een solo één bepaalde noot heel lang aan te houden. Dat heb ik ontdekt toen ik eindelijk een echte Lesliebox bij mijn Hammond kocht. Die toon is zo levendig, dat een matenlang aangehouden toon niet verveelt en zelfs krachtig is. Op elektrische gitaar kan dat ook. Overigens jammer dat ik dit geen enkele Hammondorganist heb zien doen op het afgelopen North Sea Jazz. Die gingen bijna allemaal voor de virtuoze ‘laat je spierballen zien’-solo. Dat is muzikanten van dit niveau uiteraard wel toevertrouwd. En het is ook begrijpelijk, want toetsenisten krijgen doorgaans niet zoveel solobeurten en dan willen ze (prof of niet) alles in die ene solo stoppen. Maar het mooiste is toch als je met je solo een soort verhaal vertelt. Dat voegt veel zeggingskracht toe. Daarmee komen we bij het aan bij het volgende onderdeel: frasering.

Frasering

In frasering zit het woord frase, dat ‘zin’ betekent. Frasering betekent dan ook niets anders dan ‘zinnen maken’. Frasering vormt samen met timing de basisvoorwaarden voor een goede solo. Sterker, ze zijn de basis voor alle goede muziek, of het nu om een solo gaat of niet. In gesproken taal heb je zinnen, punten, komma’s, vraagtekens en uitroeptekens. Iemand die mooi kan vertellen, maakt daar op de juiste manier gebruik van. Die brabbelt niet aan één stuk door. Dat vinden de meeste mensen niet om aan te horen en het boeit ook niet. Voor muziek geldt precies hetzelfde. Je moet niet doorreutelen, maar zinnen maken. Kleine melodische eenheden. Daar worden je solo’s veel beter van. Toots Thielemans, één van ’s werelds beroemdste mondharmonicaspelers, is van oorsprong gitarist. Het verhaal gaat dat hij als gitarist vroeger ook veel doorreutelde en dat hij op een gegeven moment van iemand het advies kreeg om mondharmonica te gaan spelen. Op een mondharmonica kun je niet doorreutelen, eenvoudigweg omdat je tussendoor moet ademhalen. Dat zou je ook op instrumenten moeten doen waarvoor je niet hoeft te pauzeren als je ademhaalt, zoals gitaar en toetsen. Zorg dat je solo’s ademen. Maak de gespeelde zinnen niet langer dan dat je met je stem of een blaasinstrument zou kunnen doen. Je solo’s zijn dan veel beter te volgen voor je toehoorders en ze krijgen veel meer zeggingskracht. Je gaat dan een verhaal vertellen. Dat betekent dus dat je pauzes moet inbouwen in je spel. Dat kun je thuis oefenen door jezelf te dwingen steeds op plekken pauzes in te lassen die voor jou geforceerd voelen. Gewoon geregeld een hele maat niet spelen in je solo’s. Dat zal heel erg wennen zijn, maar het is een prima training. Frasering geeft je ook de mogelijkheid om een soort vraag-en-antwoordspel in je solo te verwerken. Je speelt dan bijvoorbeeld een zin over twee maten en in de volgende twee maten speel je het ‘muzikale antwoord’. Op die manier kunnen trouwens ook twee solisten samen een solo spelen.

Soleren over akkoorden

Play the blues

In een eerder blog hebben we het gehad over de blues. Een belangrijk kenmerk van blues is dat er vrijwel altijd over blues-toonladders wordt gespeeld. Die toonladders hoor je terugkomen in bijna alle muziekstijlen, zeker ook in de pop en rock. In vrijwel iedere gitaarsolo worden ze gebruikt, ook als het helemaal geen bluesnummer is. Dus als je wilt soleren: play the blues. Dat hoeft geen uitgesproken blues-solo te zijn. Maar je solo gaat gewoon beter klinken als je kenmerkende onderdelen van de blues-toonladders inbouwt in je solo. Het belangrijkste kenmerk van zo’n toonladder is de zogeheten blue note. Dat is een verlaagde noot. De bekendste blue note is de verlaagde terts. Zo wordt in een blues in C de e verlaagd naar een es. Zie verderop in dit artikel voor meer informatie hierover. Voor een sprekende solo is het dus aan te raden om daar ‘bluesy’ elementen in te bouwen. Onder het kopje ‘Steeds bluesier’ kun je zien hoe je dat kunt doen. Er wordt vaak gezegd dat eigenlijk iedere muzikant de blues moet kunnen spelen, omdat dit een soort oermuziek is die de basis vormt voor alle hedendaagse populaire muziek. Daar is veel voor te zeggen. Zelfs al ben je geen uitgesproken bluesmuzikant, maar meer een pop- of rockmuzikant. Als je lekker op een bluesschema kunt soleren, heb je een uitstekende basis om iedere muziekstijl een solo neer te kunnen leggen. Dus nogmaal: play the blues.

Laat blue note werken

We komen nog even terug op de blue note. Zoals gezegd, de bekendste is de verlaagde terts (in toonsoort C wordt de e dan een es). Er zijn nog twee blue notes: de verlaagde kwint (g wordt fis) en de verlaagde septime (b wordt bes). Maar je zou kunnen zeggen dat de verlaagde terts op de een of andere manier de sterkste blue note is, met de meeste zeggingskracht. Door een blue note te spelen, ga je als het ware uit de toonladder en speel je een noot die ontzettend schuurt tegen die toonladder. Maar wel op een mooie manier, zeker als je die blue note maakt door bijvoorbeeld je gitaarsnaar op te trekken. Of je mondharmonica te benden. Op toetsen werkt een voorslagje heel goed. Ik speel nu zelf tien jaar blues. Toen ik daarmee begon, was ik een doorreutelende organist, met slechte timing en dito frasering. Dat is de afgelopen jaren een stuk beter geworden, hoewel het natuurlijk altijd beter kan. Wat ik ook heb ontdekt, is dat je in je solo’s die blue notes niet zomaar moet laten passeren. Oké, als je blues-toonladders speelt in je solo’s, dan speel je blues. Maar het wordt pas echt mooi als je die blue notes op die momenten neerlegt waar je ze echt nadruk kunt geven. Dus niet verstoppen in een riedeltje, maar zorgen dat dat riedeltje op die blue note uitkomt en dan benadrukken en aanhouden. En dan weer door. Of juist beginnen met een blue note, die aanhouden en dan de spanning zo opbouwen dat hij wel moet oplossen naar een andere noot. Kortom, wil je beter soleren? Ga veel improviseren, zorg voor wat muzikale basiskennis, oefen met een apparaat of computer, maak opnames, werk aan je timing en frasering en laat de blue notes voor je werken. Stop er dus gewoon veel tijd in en laat je niet gek maken door natuurtalenten!

Goed om te weten

Zoek solo’s van je helden uit

Het is prima om veel tijd te besteden aan het uitzoeken van de solo’s van je muzikale helden. Je komt zo op ideeën die nooit zomaar vanuit de motoriek van je eigen spel zouden zijn ontstaan. Zoek ook solo’s uit van muzikanten met wie je minder vertrouwd bent. Daarmee verleg je weer je horizon en dat is nooit verkeerd.

Arme toetsenisten…

Toetsenisten die willen soleren, ontkomen er niet aan om vaak toonladders te oefenen. In ieder geval de majeur-, mineur-, blues majeur- en blues mineur-toonladders in de belangrijkste toonsoorten. Het lastige van toetsen is namelijk dat de ene ladder compleet anders speelt dan de andere ladder. Je kunt niet opschuiven zoals op een gitaar of basgitaar. Om lekker te kunnen soleren, moet je als toetsenist die ladders volledig hebben geautomatiseerd.

De oorsprong van de blue note

Waar komt de blue note (ook wel ‘worried note’ genoemd) vandaan? Op die vraag is geen eenduidig antwoord te vinden. Hij is in ieder geval in de westerse muziek geïntroduceerd door de zwarte arbeiders (wellicht toen nog slaven) in de Verenigde Staten. Een verklaring is dat zij op versleten, slecht gestemde instrumenten speelden en dat daaruit de blue note is ontstaan. Maar dat is een wat zwakke verklaring, want dan zou er met iedere noot iets aan de hand moeten zijn. Een andere verklaring is dat Afrikaanse volken (net als veel andere volken) geen twaalftonig stelsel kennen zoals in de westerse wereld, maar een vijftonig stelsel (pentatoniek). Daar zou de terts dan niet in zitten. Zodoende wisten de zwarte arbeiders zich niet goed raad met de terts en werd dat een blue note. Zou kunnen, maar of dit nu een betere verklaring is? Wat wel zo schijnt te zijn, is dat de blue note al in Afrikaanse werkliederen zat en dat hij wellicht gewoon is meegenomen van Afrika naar Amerika. Dan zou het dus niets met slecht gestemde gitaren te maken hebben. Hij was er gewoon al, maar heette toen nog geen blue note.

Soleren over akkoordenDe invloedrijke blues-muzikant Robert Johnson

Steeds een andere trap

Een mooie oefening om soleren te oefenen, is steeds op een andere trap te beginnen. Speel je bijvoorbeeld een blues in E? Begin je eerste rondje op een e, je tweede rondje op blue note g, dan op a enzovoorts. Die manier van spelen inspireert je ook tot nieuwe melodielijnen.

Steeds bluesier

In het artikel leggen we uit wat het toevoegt om bluesy elementen in je solo’s in te bouwen, ook al speel je geen bluesnummer, maar bijvoorbeeld een pop- of rocknummer. Hieronder een overzicht van toonladders die steeds ‘bluesier’ worden. Genoeg materiaal om de komende jaren mee te experimenteren.

De ‘gewone’ majeur toonladder

Deze toonladder heeft geen bluesy-elementen in zich. Je speelt dan gewoon de majeur toonladder die past bij de toonsoort. Staat het liedje in C majeur? Dan speel je de ladder C majeur: c-d-e-f-g-a-b. Altijd goed, maar meestal niet zo spannend. Een liedje kan ook in een mineur toonsoort staan, daar hoort dan een mineur toonladder bij. Overigens kun je deze ‘gewone’ toonladders niet echt lekker op een blues spelen. In een blues worden vaak dominant septiem-akkoorden gespeeld, dus met een kleine septiem. Als je de ladder van C majeur speelt op een C7-akkoord, dan wringt de b van de ladder met de bes van het akkoord. Op een blues in C kun je wel de zogenaamde mixolydische toonladder van C spelen op de C7. Dat is c-d-e-f-g-a-bes-c.

Pentatonische toonladders

Pentatonische toonladders bestaan uit vijf tonen. Er zitten geen blue notes in, maar ze worden in de blues regelmatig gebruikt. De meestgebruikte pentatonische ladders zijn de pentatonisch majeur en de pentatonisch mineur. C pentatonisch majeur is c-d-e-g-a. C pentatonisch mineur is c-es-f-g-bes. Overigens zou je de es en de bes kunnen beschouwen als blue notes, maar de es wringt niet met het gespeelde akkoord Cmin (c-es-g). Dat is wel het geval als het een majeur blues is, want dan wringt de es met de e van het C7-akkoord (c-e-g-bes). De pentatonisch mineur-ladder leent zich prima voor bijvoorbeeld blues in mineur.

Majeur blues-toonladder

In de majeur blues-toonladder doet de eerste blue note zijn intrede, namelijk de verlaagde terts. Maar die zit een beetje verstopt, omdat de grote terts ook gewoon wordt gespeeld. De majeur blues-toonladder is namelijk: c-d-es-e-g-a-c. Bijna hetzelfde dus als de pentatonisch majeur, maar dan met blue note es erbij. De majeur blues toonladder leent zich uitstekend voor liedjes in allerlei muziekstijlen. Probeer maar uit. Zeker als je de verlaagde terts gewoon als een doorgangsnoot gebruikt en er niet te lang blijft hangen, klinkt het heel beschaafd, maar geeft die blue note wel een bepaalde speelsheid en rijkdom aan je solo. Gewoon mee experimenteren dus. Hier wat voorbeelden van majeur blues toonladders in veel gespeelde toonsoorten:

C: c-d-es-e-g-a-c
E: e-fis-g-gis-b-cis-e
G: g-a-bes-b-d-e-g
A: a-b-c-cis-e-fis-a

Mineur blues-toonladder

Een solo wordt het meest bluesy als je blues mineur-toonladders speelt. Die kunnen ook in niet-bluesnummers. Experimenteer ermee en zoek uit wat wel en wat niet werkt in de niet-bluesnummers. De blues mineur-toonladder van C is c-es-f-fis-g-bes-c. Daarin zijn es, fis en bes de blue notes. Hoe meer je in je solo die blue notes benadrukt, hoe ‘bluesier’ je solo klinkt. Speel je een echte blues? Let dan op. Is de blues in C, dan kun je over alle akkoorden de C mineur blues toonladder spelen. Dat wordt ook veel gedaan. Je kunt in de keuze van je ladder ook meegaan in de akkoordwisselingen, maar hier ligt een adder onder het gras. Stel deze blues in C gaat op een gegeven moment naar het akkoord F7 (vierde trap) en je wilt meegaan met je toonladder. Speel dan op het F7-akkoord niet de mineur blues toonladder van F, want dat klinkt niet zo goed. Speel dan op het F7-akkkoord een majeur blues-toonladder van F. Dat klinkt beter. Doe hetzelfde als je naar G7 gaat (vijfde trap). Daar dus een G majeur blues-toonladder. Hier wat voorbeelden van mineur blues-toonladders in veel gespeelde toonsoorten:

C: c-es-f-fis-g-bes-c
E: e-g-a-bes-b-d-e
G: g-bes-c-dis-d-f-g
A: a-c-d-es-e-g-a

Zie ook

» Band in a Box

» Groove in muziek – Wat het is en hoe je het bereikt
» Strak leren spelen? Doe deze oefeningen!
» Nashville Number System: zo werkt het
» Muziek improviseren, hoe doe je dat?
» Muziek uit je hoofd leren spelen – Deze tips gaan helpen!
» Majeur en mineur: het verschil horen en begrijpen
» Voortekens: kruisen, mollen en herstellingstekens
» Klassiek piano voor beginners – 6 bekende composities
» Drumsolo’s – Hoe zitten ze in elkaar?
» Dynamiek-tekens in bladmuziek uitgelegd
» Cajon-ritmes leren spelen – De basis
» Muziektheorie: móet je dat leren als muzikant?
» Piano-akkoorden spelen? Dit is de basis!
» Gitaarakkoorden: CAGED Majeur
» Akkoorden: theorie en akkoordsymbolen
» Noten leren lezen: ritme, tempo en maatsoort
» Noten leren lezen: mineur-toonladder en toonsoort
» Noten leren lezen: C majeur toonladder
» Gitaartabs leren lezen

1 reactie
  1. Pieter Laurman schreef:

    Jezelf opnemen; geweldige tip. Inderdaad zeer confronterend, maar heel leerzaam. Ook de aanbeveling om hele simpele rifjes te spelen; je schrikt van jezelf als je het terug luistert! We gaan weer aan de slag! Dank!

Laat een reactie achter