Wanneer je luidsprekers verspreid zijn over meerdere ruimtes, zoals in winkels of winkelcentra, restaurants, scholen en bedrijven, biedt een 100 volt-systeem uitkomst. Oftewel, wanneer de kabels lange afstanden moeten overbruggen en je speakers relatief weinig vermogen hebben. Met een omroepinstallatie sluit je meerdere speakers parallel op één kabel aan over langere afstanden. Ook bij sportevenementen als voetbalwedstrijden en wielerrondes biedt een 100 volt-systeem uitkomst. Maar hoe werkt het precies en waar moet je op letten bij aanschaf en aanleg? Onze productspecialist Bas legt hieronder de basis voor je uit.

100 volt systemen, de basis uitgelegd

Waaruit bestaat een 100 volt-systeem concreet?

Een 100 volt-installatie bestaat uit een 100 volt-versterker, een aantal 100 volt-luidsprekers en speakerkabels. Let bij de aanschaf van een 100 volt-installatie op de toepassing, aldus Bas – de vraag is, is vooral spraak belangrijk, of vooral muziek? Voor spraak kom je altijd uit op de ouderwetse 100 volt-hoorn, met muziek kom je vooral op luidsprekerzuiltjes uit, of fullrange hoorns. Bij voetbalwedstrijden zijn, vanwege de grootte van het terrein, waterdichte hoorns een goede keuze, bij wielerrondes door lange straten denk je eerder aan waterdichte luidsprekerzuiltjes die galm voorkomen.

Hoeveel luidsprekers kun je aansluiten op een 100V-versterker en hoe bereken je of je luidsprekers en versterker bij elkaar passen?

De hoeveelheid luidsprekers hangt af van het vermogen van de versterker, aldus Bas: “Op een 240 watt versterker kun je bijvoorbeeld 120 speakers van 2 watt kwijt, of 24 speakers van 10 watt, of 12 speakers van 20 watt, of 12 speakers van 10 watt en 6 speakers van 20 watt. Verschillende speakervermogens zijn mogelijk, maar ook kan er bij wijze van spreken één 10 watt speaker op een 240 watt versterker zonder dat er iets kapot gaat. Zodra het totaalvermogen niet boven het versterkervermogen komt, mag het aangesloten worden.”

Hoe bereken je de juiste kabeldikte voor je 100 volt-systeem?

Bas: “Je hebt hierbij te maken met afstanden tussen de luidsprekers, de hoeveelheid vermogen en de geluidsverliezen die je voor lief wilt nemen. Dit is niet simpel in een paar zinnen te vermelden en moet door middel van berekeningen bepaald worden. Als ik bijvoorbeeld één kilometer geluid moet maken van 1200 watt, gebruik ik de eerste 500 meter vier millimeter kwadraat kabel, en vanaf de 500 meter tweeënhalf millimeter kwadraat kabel. Dit is voornamelijk gebaseerd op ervaringen. Wanneer ik klanten adviseer, raad ik altijd aan onder de 200 meter tot 400 watt voor anderhalf millimeter kwadraat te gaan. Bij langere afstanden en meer vermogen adviseer ik tweeënhalf millimeter kwadraat.”

Waar moet je nog meer op letten bij aanschaf?

Bas: “Dit is totaal afhankelijk van de toepassing. Kunnen ze ingebouwd worden in een plafond, kunnen ze aan een muur bevestigd worden, hangen ze binnen, hangen ze buiten? De hoeveelheid publiek is een belangrijke factor. Moet het geluid op de achtergrond blijven, zoals op een markt of in een winkelcentrum, of moet het op de voorgrond treden, dus voornamelijk duidelijk verstaanbare omroep zoals bij sportevenementen. In een bedrijfshal worden vaak volumeregelaars gebruikt, dit zijn volumeknopjes die op een luidspreker aangesloten kunnen worden om het volume per ruimte te regelen. Bij de meeste 100 volt luidsprekers kan het vermogen aangepast worden op de transformator. Dit is te gebruiken in winkelcentra om bijvoorbeeld bij de kassa’s wat minder vermogen in te stellen en in de wandelgangen of magazijn wat meer. Bij sportevenementen op de velden vol vermogen, en richting het publiek minder vermogen.”

Zie ook

> Alle 100 volt-speakers
> Alle 100 volt-versterkers en -mixers
> Alle 100 volt-installatietoebehoren

2 reacties
  1. Danny Geluk schreef:

    Dat klopt helemaal wat Bas hier omschreven hebt. Gister was ik bij een hardloopwedstrijd in het dorp Tuitjehorn. Tevens zit daar ook het geluid bedrijf gevestigd. R D S geluidstechniek. Die zou hier echt een voorbeeld aan kunnen nemen en een cursus!.. Sluiten 600 W aan luidsprekers aan op een versterker van 120 W. Buiten dat ook nog maar door blijven Douwe en Douwe om te proberen om het maximale uit die luidsprekers te halen. Ik hoorde gewoon een grote vervorming en verzadiging. Wij zijn nu druk bezig met de organisatie om voor komend jaar daar het geluid te verzorgen. Dan zou het voor het eerste keer zijn dat een goed geluid daar aanwezig is. Als een geluid bedrijf tevens ook geen website heeft dan is het in mijn ogen gewoon een amateur. Ze moeten het voorbeeld nemen aan Bas. Ben ik meerdere malen mee op pad geweest bij een street race. Ik moet ook zeggen dat het geluid daar echt uitstekend klonk!. Ga zo door Bas!. Mijn part kom jij naar Tuitjehorn toe

  2. Joram Peters schreef:

    Zéér mooi en uitgebreid verhaal. De grote ervaring die je hebt, heb je mooi weten weer te geven in een duidelijk en uitgebreid verhaal. Complimenten!!!

    1 Kleine opmerking “Op een 240Watt versterker kunnen bijvoorbeeld 120 speakers van 2 Watt aansluiten …..”.
    Dat is niet helemaal waar. De impedantie (Z)(wisselstroom weerstand) is een combinatie van gewone weerstand van de kabel (R) en wisselstroom weerstand (Z) van de spoelen in de speakers/hoorns. Het zomaar optellen van vermogens is een veel gebruikte truc en werkt meestal wel, mits je een zeer goede versterker hebt die ook op de rand of net onder de minimale impedantie zijn werk blijft doen. Heb je die niet en zit je tegen de rand van de minimale impedantie van de versterker, dan klapt hij er telkens uit.

    Makkelijke rekenformulie (die weinig mensen kennen), om de minimale impedantie van de versterker te berekenen:
    – 240Watt versterker 100Volt
    – 100Volt X 100Volt = 10.000 Ohm (R = U in het kwadraat) uitgangsimpendantie
    – 10.000 Ohm : 240Watt = 41,666 Ohm minimale impedantie versterker

    Afhankelijk hoeveel luidspreakers er op 1 kabel zitten, hoeveel vermogen de verster levert en de lengte van de kabel, bouwt de kabel een bepaalde weerstand (R) op, welke meegenomen MOET worden in de totale weerstand.
    Het domweg optellen van vermogens bij grote trajecten (veel speakers / lange kabels) kom je bedrogen uit.

    Vandaar dat je bij het veel werken met 100Volt trajecten een impendantiemeter een must is. Meten is weten. Je meet dan door de kabel heen, ook alle luidsprekers mee en krijgt dan een totaalwaarde in Ohms.
    Dan weet je ook wat je doet, meet je ook eventuele sluiting in de kabel of in een van de defecte speakers/trafo’s op die lijn.

    Kom je onder de minimale impendantie dan dat je versterker kan leveren en heb je geen andere/zwaardere versterker en is een tweede kabel trekken geen optie? Dan kun je op professionele versterkers omschakelen naar 70Volt en vaak ook 50Volt.
    De minimale impendantie van de versterker gaat dan drastisch omlaag.
    Bij 240Watt/100Volt mocht je gaan tot 41,66 Ohm
    Bij 70Volt is dat: 70×70=4900:240Watt = 20,42 Ohm
    Bij 50Volt is dat: 50×50=2500:240Watt = 10,42 Ohm
    Zoals je ziet ga je 30 of 50Volt omlaag en neemt de minimale impendantie 2 tot 4 maal af.
    Dat geldt ook voor het rendement van de speaker.
    Bij de helft van de spanning neemt de maximale geluidsdruk ook behoorlijk af.
    Bij 50Volt kan dat ~12 tot 18dB schelen aan maximale.

    Dat kan in sommige gevallen de uitkomst zijn, al levert de versterker dan wel zijn maximale vermogen (spanning omlaag, om zo toch de maximale stroom te leveren), maar leveren de speakers niet het maximale vermogen en dus ook niet de maximale geluidsdruk welke beschreven staan.
    Voor achtergrondsmuziek een prima oplossing, voor spraak installaties niet echt de oplossing.

    Volgens sommige is dit te berekenen, maar in de praktijk is dit per fabrikant verschillend.
    Gemiddeld is dit 100Volt : 50Volt = 2 x -6dB (verdubbeling halvering) = -12dB.
    In de praktijk is het vaak meer en dus 2 tot 3 maal -6dB wat verloren gaat van de maximale geluidsdruk.

Laat een reactie achter