Geen aristocratische rock à la Stones en Who, maar een typisch Britse underground-band die naar hartenlust risico’s nam: muzikaal gingen de mannen alle kanten op en de teksten waren ongewoon persoonlijk. En zoals het een underground-groep betaamt, werden ze nooit bekend bij het grote publiek. Dit alles maakte het voor gastblogger Bart Dingemans des te interessanter om de blog-lezers te verwennen met het beste werk en geschiedenis van de Family. Veel luisterplezier!

Foto boven, van links naar rechts: John ‘Charlie’ Whitney, Jim King, Rob Townsend, Ric Grech en Roger Chapman

Engelse underground-groep

Engelse groep, ontstaan toen nieuwe Engelse groepen ‘underground’-groepen wilden/moesten zijn (1967 tot 1969). Dat was het etiket dat ze moest onderscheiden van de gevestigde namen in de Britse ‘aristocratie’ van de rock (Stones, Who, Traffic, Cream) die stamden van vóór de U.S.- gedomineerde hippietijd in de muziek, die begon in 1967. Tot dezelfde undergroundgolf behoorden in Engeland de Nice (later Emerson, Lake & Palmer), Jethro Tull, King Crimson, de Incredible Stringband en de Crazy World of Arthur Brown. Hun muziek deelt iets typisch origineel Brits. De Family is misschien wel de beste van die Britse underground, maar heeft nooit massaal succes gehad. Wat een underground-groep ook niet hoeft te hebben.

Music In A Doll’s House

Ter kennismaking een nummer van Music In A Doll’s House, hun eerste LP, uit 1968:

Hey Mr Policeman

De groepsnaam was altijd al ongelukkig. Eerst hadden ze een naam, de Farinas, die al door anderen werd gebruikt, vlak voor hun eerste plaatopname. Later bleken er meer groepen met het woord ‘family’ in de naam, en kwam daar nog eens de associatie met de Manson family van de beruchte moorden overheen.

Het underground-karakter zit in de mentaliteit, de poging om alles te wagen qua uitersten in muziek (geluidseffecten, chaos, climaxen, keuze van instrumenten). Zo had de Family een vaste violist/cellist, Ric Grech, en later een vibrafonist, John ‘Poli’ Palmer, en een saxofonist/klarinettist/harmonicaspeler, Jim King, naast zang van Roger Chapman, drums door Rob Townsend, gitaar van Charlie Whitney en Rik Grech op bas. De teksten gingen ook verder dan de gewone rock & roll en pop. Het waren met unieke rauwheid en gevoel gebrachte persoonlijke observaties, nooit de gewone love song.

Music In A Doll’s House is geproduceerd door Dave Mason (van Traffic, wat je kunt horen).

Me My Friend

Me My Friend is voor mij een hoogtepunt van de plaat. Voor mij is en blijft de stem van Roger Chapman hier het toppunt van soulvol. Luister naar de poëtische tekst. Er is een voor de tijd ongekend geluidseffect van het openvouwen van de sound als overgang van couplet naar refrein, met een ‘phasing’-effect (ook gebruikt door Jimi Hendrix). Roger levert zijn bijdrage aan de vocals met zijn voor altijd kenmerkende mekkerende raspende vibrato.

Dit nummer en vele andere nummers van de eerste LP speelde de groep op het Popfestival van Rome (mei 1968), waar ik bij was. Dat hele optreden staat in mijn geheugen gegrift. Ik stond drie rijen van het podium in de club, waar ze – toen nog geheel onbekend in Nederland – optraden. Music In A Doll’s House verscheen enkele maanden later.

Tweede LP: Family Entertainment

In 1969 was violist/bassist Rik Grech na Family Entertainment, de tweede LP, overgestapt naar de groep Blind Faith. Dit was een kort bestaande supergroep met Eric Clapton, Stevie Winwood (van Traffic) en drummer Ginger Baker (ex-Cream). Deze transfer geeft aan hoe hoog Family’s reputatie was. Zijn vervangers waren de eerder genoemde Poli Palmer en bassist John Weider. John Weider werd na de derde LP vervangen door de bekende top-bassist John Wetton. Van Family Entertainment kies ik de snelle rocker:

Second Generation Woman

De optredens en de carrière van de groep in de U.S. waren volkomen de mist in gegaan. Er is het verhaal, dat Chapman, zoals wel vaker, zijn microfoonstandaard de zaal in gooide, en daarbij per ongeluk de zaaleigenaar en machtige promotor Bill Graham raakte. Ze zouden zelfs hebben gevochten. Toeren werd afgezegd, Chapman’s visum werd ingetrokken.

Ik heb jarenlang gevonden, dat de platen na de tweede, Family Entertainment uit 1969, in kwaliteit kelderden. Daar ben ik helemaal op teruggekomen. De latere platen laten nog meer razende energie en knappe ideeën horen, echter minder precies gearrangeerd, met de meer jazzy insteek van spontaan spelen. Hier vindt Chapman pas zijn zelf als zanger. Family Entertainment is zoals ik er nu tegenaan kijk wel van hoge kwaliteit, vol muzikale grapjes en knappe melodieën, maar ook enigszins pretentieus. Ric Grech en Jim King zijn al opgestapt, de nieuwe leden zijn John ‘Poli’ Palmer (vibrafoon, fluit en piano) en John Weider (viool, bas).

The Weaver’s Answer

The Weaver’s Answer is een voorbeeld van dat pretentieuze: een man zingt over zijn leven, waarbij hij in het door de ‘weaver of life’ geweven kleed zijn leven overziet, en aan het eind van de song sterft. Je hoort het hele nummer zo’n ouderwetse staande klok tikken.

Terug naar de bron, meer energie, meer eenvoud

Vanaf de derde LP, genaamd A Song for me (1970), is de groep commercieel uitgespeeld. Op deze plaat staan twee krakers die hun nieuwe energie laten horen:

Drowned In Wine

Love Is A Sleeper

Terwijl op de twee voorgaande LP’s allerlei instrumenten te horen zijn behalve de standaard van bas, drum en gitaar, namelijk strijkers, de mellotron, akoestische gitaren en blazers, keren ze terug naar de standaard instrumenten plus de jazzy invloeden van Poli Palmer op vibrafoon en fluit. De eerste twee LP’s zijn een voorbode van de prog rock uit de jaren zeventig (Genesis, Yes). De nieuwe sound is meer ruige rock, met losjes ingebreide jazzinvloeden.

Een volgend opzwepend nummer is:

The Cat And The Rat

“Je kunt een kat schoppen, op een rat trappen, maar wedden dat je het niet zult maken. Je blijft een outsider, je zit in een storm, je schoenen zijn versleten.”

Afscheid van inbedding in de prog-rock-stroming

In hetzelfde jaar, 1970, verscheen Anyway, een LP waarop ze definitief hun rockende zelf hebben gevonden en afscheid hebben genomen van hun prog-rock tendensen. Daarvan zijn de groepen Van der Graaf Generator (met Peter Hammill), Genesis (met Peter Gabriel en Phil Collins) en Yes (Bill Bruford en Rick Wakeman) de meest betekenende/succesvolste vertegenwoordigers in de begin jaren zeventig.

Family bracht begin jaren zeventig regelmatig platen uit die weinig, of alleen in het Verenigd Koninkrijk verkocht werden. Hun gebrek aan succes mocht niet verhinderen dat deze alle sterke muziek laten horen, met plezier, en behoorlijk compromisloos uitgevoerd. Hun tegenpool was de progressieve, symfonische rock die zich op den duur gek genoeg manifesteerde als een zeer conservatieve stroming in de popmuziek.

Het latere, nog altijd boeiende plaatwerk

De platentitels zijn Fearless (1971), Bandstand (1972) en It’s Only A Movie (1973).

Larf And Sing

Van Fearless kies ik Larf And Sing. Aanstekelijke, meerstemmige, deels a capella zang.

Burlesque

Van Bandstand is Burlesque opvallend lollig, bijna parodiërend, met een vet en zwaar ritme; het nummer had als single enig succes in het Verenigd Koninkrijk.

Sweet Desiree

Van It’s Only A Movie komt Sweet Desiree. Nog een nummer tegen de achtergrond van het ranzige nachtleven.

De Family’s laatste LP zit vol lichthartige humor, anders dan je van een laatste LP misschien zou verwachten.

Geen treurnis bij het einde van de Family

Het was dan ook absoluut niet het creatieve einde van de samenwerking van Roger Chapman en Charlie Whitney, de kern van de Family. Mij lijkt Roger Chapman de theatrale man, de man van optredens. Charlie Whitney is naar mijn schatting het puur muzikale talent, niet geheel in de spotlights. Zo zag ik ze destijds in Rome optreden: de maniakaal bewegende, expressieve Chapman en schuin achter hem Whitney, het hart van de band, met zijn double-neck elektrische gitaar. Links achter Chapman stond Ric Grech, met zijn elektrisch versterkte viool, de draden naar de versterker, met plakband bevestigd aan de klankkast.

Streetwalkers

Kort na de laatste Family-LP kwam een samenwerkingsproject van Chapman en Whitney beiden uit: Streetwalkers. Diverse andere oud-Familyleden leverden een bijdrage aan deze LP. De heren schreven ook in deze groep de eigen nummers als team. Vervolgens maakten ze de LP-naam tot groepsnaam. Ze vormden de groep Streetwalkers met nieuw personeel die met hun eerste twee LP’s Downtown Flyer en Red Card hoog scoorde bij de liefhebbers van authentieke ‘cult’-groepen. Beide platen staan vol rockende nummers en worden nog altijd hogelijk gewaardeerd.

Latere carrières

De Family is een band uit Leicester, de plaats waar de groepsleden elkaar hebben ontmoet. Alleen ‘Chappo’ is daar ook geboren. Chapman, Whitney en Palmer maken het nog altijd goed. Helaas is Ric Grech al in 1990 aan leverfalen gestorven. In 1977 eindigde de samenwerking van Chapman en Whitney. Chapman continueerde een carrière met als begeleidingsgroep onder andere The Shortlist. Eind jaren zeventig verkaste hij naar Duitsland, waar zijn muziek zeer werd en wordt gewaardeerd, en hij minder last heeft van de opgefokte popsfeer in het Verenigd Koninkrijk. Zijn laatste plaat dateert van 2010. Ik herinner mij dat Johnny Rotten van de Sex Pistols in 1976 of 1977 onder andere hem in de pers afkraakte als een van de oude garde die eindelijk eens moest oprotten.

No Mule’s Fool

Met de enige succesvolle single van de Family ga ik eindigen. Hij haalt in het Verenigd Koninkrijk plaats 28.

Het gaat over een jongen en zijn muilezel die op een hete dag besluiten niets te doen. Het is ontzettend warm, je hoort alleen het gezoem van bijen. Veel verwijzingen naar ‘grass’ = marihuana. De mule staat voor het gevoel dat je nergens naar toe wilt als je stoned bent. Luister en geniet van de alle kanten op springende melodie, de stem van Roger die intiem en zacht kan zijn als balsem voor de ziel en hard kan mekkeren, de saxofoon- en de klarinetpartijen van Jim King en het opgewekte, geraffineerde deuntje als uitro.

Zie ook

» Delbert McClinton – Geschiedenis van een ‘musician’s musician’
» Joni Mitchell – Geschiedenis van een lichtend voorbeeld
» Joe Jackson – Geschiedenis van een complexe popartiest
» The Byrds – Geschiedenis van een groep rock-pioniers
» Jefferson Airplane – Geschiedenis van een revolutionaire band
» Jerry Lee Lewis – Geschiedenis van een geboren rock-‘n-roller
» The J. Geils Band – Geschiedenis van een macho groep met stijlgevoel
» Doug Sahm en zijn Sir Douglas Quintet – Geschiedenis van een cowboy-hippie
» Little Feat – Geschiedenis van een cult-band
» Lyle Lovett – Geschiedenis van een ongewone countrymuzikant
» Ian Dury & The Blockheads – Geschiedenis van een groep virtuoze punkrockers
» Otis Redding – Geschiedenis van een groot soulzanger

Gastblogger Bart Dingemans

De formule van gastblogger-muziekkenner Bart Dingemans is: het laten horen van hoogtepunten van het werk van door hem gekozen bijzondere artiesten, met een toelichting van muzikale en maatschappelijke context, wetenswaardigheden en anekdotes.

Hij is muziekenthousiast met een liefde voor de vele genres, binnen of net buiten het etiket popmuziek (blues, R&B, country, bluegrass, folk, jazz, soul, gospel, reggae). Hij wil liefhebbers verrijken met muziek die echt briljant is, maar die zij wellicht niet (goed) kennen. Want veel van het beste dat de popmuziek vanaf de begin jaren vijftig heeft voortgebracht, raakt langzamerhand vergeten. Het aanbod via internet, muziekwebsites als Spotify en radio etc. is zo verwarrend groot, dat velen afhaken. Of men kijkt niet meer verder dan de eigen vaste favorieten.

Bart Dingemans: ‘Wat goede muziek is, is subjectief. Maar op radio en televisie heersen overdag middelmatige en tot vervelens toe bekende muziek. Minder bekende muziek hoor je alleen ’s nachts. En de grote online muzieksites bevatten wel heel veel titels, maar missen helaas iedere impuls om iets nieuws te ontdekken.’ In de gastblogs krijgt de lezer binnen het verhaal de songs van de gekozen muzikale hoogtepunten voorgeschoteld.

» Alle blogs van Bart

Geen reacties

Nog geen reacties...

Laat een reactie achter