Mondharmonica in C, G of A: welke toonsoort kies je?

Mijn eerste mondharmonica was een C. Niet omdat ik daar zo goed over had nagedacht, maar omdat mij in de winkel werd verteld dat iedereen daarmee begint. De verkoper had gelijk. Je eerste ‘harp’ is een C, elke volgende toonsoort koop je pas als een nummer of een band erom vraagt.

Dit artikel gaat over de diatonische mondharmonica, de bluesharp

Wie ‘mondharmonica’ zegt, bedoelt bijna altijd dat kleine ding met tien gaten: de diatonische mondharmonica. Mijn eerste was er zo een, en die van vrijwel iedereen die ik ken. Het is het model dat je hoort in blues, folk, country en rock, en het model waar de toonsoortvraag echt speelt. Een diatonische ‘harp’ zit vast aan één toonsoort, dus bestaat hij in alle twaalf, van de lage G tot de hoge F en F#. Alles hieronder gaat over dit type.

Waarom alleen dit type? Omdat de keuze bij de andere modellen eenvoudiger ligt. Een chromatische mondharmonica heeft een schuifje waarmee je alle twaalf tonen bereikt. Daardoor koop je er meestal één in C en speel je daarop elke toonsoort, net zoals een pianist niet voor elk nummer een andere piano hoeft te halen. Je wisselt niet van instrument, je kiest andere noten.

Tremolo- en octaafmondharmonica’s bestaan ook in verschillende toonsoorten, hoewel de uitzoek beperkter is. Je komt ze vooral tegen in volksmuziek en bij melodieën die je gewoon recht door zee speelt. Het buigen van tonen en spelen in tweede positie hoort daar niet bij, dus de hele discussie valt er weg: je koopt de toonsoort van het liedje en klaar. De meeste muziek voor volksliedjes staat gelukkig maar in enkele veel gebruikte toonsoorten.

Mondharmonica in C, G of A: welke toonsoort kies je?
Dit is de chromatische mondharmonica, te herkennen aan zijn schuifje. En daarover gaat dit artikel dus niet.

Waarom bijna iedereen met een C begint

De C-mondharmonica zit midden in het bereik. De G is het laagste standaardmodel en klinkt in beginnershanden bijna als een misthoorn, een F zit zo hoog dat je buren er wat van vinden. De C hangt daar precies tussenin. Wat je op een C leert – ademen, buigen, één losse toon pakken zonder de buurtonen mee te nemen – kun je daarna naar andere toonsoorten meenemen.

Bovendien gaat vrijwel elke instructie uit van een C. Gratis filmpjes, betaalde cursussen, de boekjes met bladmuziek: allemaal geschreven voor een C-harp. Koop je een andere toonsoort, dan klopt niets van wat je in de les hoort met wat er uit jouw bluesharp komt. En de theorie wordt er ook simpeler van. C-majeur heeft geen kruisen of mollen, alleen de witte toetsen van de piano.

Ik heb mijn eerste C nog. Het doosje is versleten en gat 4 blaast scheef, maar het is de harp waarop ik voor het eerst snapte dat je ook kunt trekken in plaats van alleen blazen. Dat soort ontdekkingen doe je het liefst op een instrument dat niet tegenwerkt.

» Bekijk alle mondharmonica’s

Elke toonsoort speelt precies hetzelfde

Alle diatonische harps hebben dezelfde gatenindeling, van de lage G tot de hoogste. Op een C blaas je C E G C E G C E G C en ’trek’ je (inademend dus) D G B D F A B D F A. Pak je een A-harp, dan zitten dezelfde intervallen op dezelfde plek, alleen klinkt alles lager. Je hoeft dus niets opnieuw te leren. Gat 4 blazen is op elke mondharmonica de grondtoon, gat 2 trekken is overal de kwint.

Wat wél verschilt, is de klank en het gevoel. Een lage harmonica, een G of een A, klinkt warm en vol, alsof de muzikant een maat extra heeft genomen om na te denken. Een C en zeker de hogere toonsoorten kunnen in het hoge register schril worden, en elke onzuiverheid hoor je meteen. Lage modellen vragen meer adem en meer controle over de adem. Dat is precies waarom je er niet mee begint, en precies waarom je er later wel een wilt.

Mondharmonica in C, G of A: welke toonsoort kies je?

Meespelen met een band: de zanger bepaalt

De toonsoort van de mondharmonica die je nodig hebt, wordt bepaald door de toonsoort van het nummer, en die wordt in de praktijk meestal door de zanger gekozen. Dus voordat je iets koopt: vraag naar de toonsoort van het nummer. Niet naar het eerste akkoord, niet naar “iets bluesigs”, maar naar de toonsoort. Een zanger die het niet weet, heeft meestal een gitarist naast zich die het wel weet.

Alleen: de toonsoort van het nummer is niet automatisch de toonsoort van je blues harp. Er wordt soms gekozen voor ’tweede positie’, waarover hieronder meer.

Mondharmonica in C, G of A: welke toonsoort kies je?

Tweede positie, oftewel cross harp

In eerste positie speel je in de toonsoort die op de harmonica staat. Je blaast, de melodie komt eruit en het klinkt netjes. Voor folk en eenvoudige melodieën werkt dat prima, en bijna elke beginner doet het vanzelf zo. Maar probeer een blues en je hoort dat er iets mist. Het klinkt braaf, als een klassiek koor dat voor het eerst een bluesnummer moet zingen.

In tweede positie, cross harp, speel je een kwint boven de toonsoort van je instrument. Op een C speel je dan in G, op een A in E, op een G in D, enzovoort. Je grondtoon zit niet meer op 4-blaas maar op 2-trek, dezelfde toon als 3-blaas. Andersom rekenen is handiger als je een diatonische mondharmonica gaat kopen: ga vanaf de toonsoort van het nummer een reine kwart omhoog, dus vijf halve tonen, en daar staat de toonsoort die je nodig hebt. Dus staat het nummer in E, dan kom je uit op een blues-mondharmonica in A. Verdiep je wel even in hoe je een kwart ergens bovenop telt; je kan niet altijd zomaar vier letters opschuiven (zie ons artikel over noten lezen).

Nu de grote vraag: waarom werkt dat zo goed voor blues? Omdat de trekgaten nu de hoofdrol krijgen en je die kunt buigen: door je mondholte en tong anders te zetten, laat je de toon zakken. Die bends zijn de kern van blues, en in tweede positie liggen de bluesnoten die je nodig hebt direct of via een bend onder je lippen. Daarom speelt vrijwel iedereen blues, en veel country en rock, in tweede positie.

» Blues spelen? Gebruik deze akkoordenschema’s, noten en tips!
» Noten leren lezen: C-majeur toonladder
» Bekijk alle mondharmonica-boeken

Je tweede harp wordt een A

Gitaristen zijn dol op E. Open snaren, een dikke lage toon, wat wil je nog meer? Veel blues en rock staat erin. Zoals gezegd: tel vanaf E tot vier en je komt uit op A: de mondharmonica waarmee je in tweede positie in E speelt. Daarom is een harmonica in A vrijwel altijd de logische tweede aankoop, nog voor je over een andere toonsoort hebt nagedacht.

Daarna volgen D, G en F, in die volgorde of met de laatste twee omgedraaid, daar zijn de meningen over verdeeld. Met C, A, D, G en F heb je een set waarmee je op de meeste sessies uit de voeten kunt. Mijn eigen setje groeide precies zo, en niet uit planning. Elke mondharmonica kwam na een avond waarop ik een bepaald nummer niet mee kon spelen.

Mondharmonica in C, G of A: welke toonsoort kies je?

Exotische toonsoorten: pas als een nummer erom vraagt

Diatonische harps bestaan in alle twaalf toonsoorten, dus ook in Db, Ab, B en F#. Ze zijn niet moeilijker, ze zijn alleen zelden nodig. Je koopt ze pas als een nummer erom vraagt: de zanger die het nummer alleen lekker kan zingen in Bb, waarvoor je in tweede positie een Eb-harp nodig hebt. Niemand begint met een Db, en niemand hoeft er een in de kast te hebben voor de zekerheid.

Twee dingen om te weten voor als het zover is. Van een aantal toonsoorten bestaan ook “low”-versies, zoals een low D of low F, voor wie een nog warmere, donkerdere klank zoekt. En sommige fabrikanten zetten zowel de eerste als de tweede positie op de mondharmonica. Handig als je op het podium in het halfdonker snel de goede uit je koffer moet grissen.

Mijn advies, na al die jaren en een koffer vol harmonica’s: koop een C, speel hem tot hij kraakt, en laat de muziek bepalen welke toonsoort de volgende wordt. Twijfel je welk model bij je past, dan helpt de keuzehulp je een eind op weg.

» Doe de Interactieve Keuzehulp Mondharmonica

Geen reacties

Nog geen reacties...

Laat een reactie achter