Piano spelen met twee handen tegelijk: zo train je onafhankelijkheid

Alleen de rechterhand gaat prima. Nu de linkerpartij: ook prima. Mooi, tijd om het samen te voegen. En dat is het moment dat de boel in de knoop raakt. Dit is geen persoonlijk falen maar het struikelblok van bijna elke beginnende pianist. Twee handen tegelijk is een vaardigheid die je apart moet trainen, en dat doe je door het probleem net zo lang kleiner te maken tot het lukt. We gaan knippen.

Zes maten die voelden als een wiskundeprobleem

Ik was negen jaar oud toen ik op pianoles ging. We werkten uit een heerlijk ouderwets boek. Braaf speelde ik de eenvoudige toonladders, melodietjes en liedjes, die afwisselend voor de rechter- en linkerhand waren geschreven. De volgende stap was een melodie die begon in de linkerhand en op een gegeven moment – als hij hoog genoeg kwam – overgenomen werd door de rechterhand. Dat was dan zogenaamd moeilijk, maar ik lachte erom. En toen brak het moment aan dat de twee handen tegelijkertijd verschillende dingen moesten spelen. Het waren slechts zes maten, maar het was alsof ik een wiskundig probleem moest oplossen. 

Terwijl mijn lichaam keer op keer dienst weigerde, dacht ik: “Hoe krijg ik dit ooit voor elkaar?” Het antwoord bleek uiteindelijk te zijn: doorgaan. Uiteindelijk is het – sorry voor het cliché – net als leren fietsen: opeens is daar het evenwicht en lukt het gewoon. Aan de andere kant is dat nog maar het begin. Net als dat je na de eerste honderd meter fietsen nog geen BMX-stunter bent, wachten er ook na die eerste succesvolle links+rechts-sessie op de piano nog zat uitdagingen op coördinatiegebied. Coördinatie is moeilijk.

» Piano of keyboard leren spelen – Alles voor de toetsenist
» Bekijk alle pianoboeken

Piano spelen met twee handen tegelijk: zo train je onafhankelijkheid

Waarom twee handen samen ineens niet meer lukt

Je handen zijn niet het probleem. Denk aan je derde rijles: koppeling intrappen lukt, gas geven lukt, spiegel en knipperlicht lukken. En zodra de instructeur vraagt of je dat allemaal tegelijk wil doen, hikt de auto drie keer en slaat af. Niemand concludeert dan dat je een bewegingsstoornis hebt. Je hebt die specifieke combinatie gewoon nog nooit gedaan. Piano is precies hetzelfde.

Je kunt typen  en ondertussen een boterham eten. Aan je dagelijkse coördinatie mankeert dus niks. Twee handen op een klavier is een aparte vaardigheid, die los staat van hoe handig je verder bent. Deze vaardigheid ontbreekt gewoon op dit moment, dus de enige reden dat je het nog niet kan is dat je het nog niet geoefend hebt. Dat klinkt als een dooddoener, maar het is ook een bevrijding: er is niks kapot.

Dat het echt om training gaat, zie je bij mensen die het al jaren doen. In onderzoek waarbij proefpersonen zo snel mogelijk met één hand tikten, bewoog bij niet-pianisten de andere hand stiekem een beetje mee. Bij ervaren pianisten deed die andere hand gewoon niks. Jaren aan klavierervaring lijkt je brein te leren om de ene hand stil te houden terwijl de andere werkt. Daar begin jij vandaag mee.

» Bekijk alle digitale piano’s

Handen apart, maar wel slim

Eerst elke hand alleen. Waarom? Omdat je bewuste brein maar één ding tegelijk goed kan bewaken. Zit de linkerhand eenmaal in je vingers, dan hoeft je hoofd die alleen nog zijdelings in de gaten te houden en heeft het ruimte om zich op rechts te richten. Dit is geen omweg, het is de enige weg. Wel een waarschuwing: niet het hele stuk links leren en dan pas het hele stuk rechts. Werk per frase, en voeg per frase samen.

Zorg er daarnaast voor dat de vingerzetting vaststaat en dat je deze foutloos toepast voordat je de handen samenvoegt. Elke keer dat je willekeurig een andere vinger gebruikt, creëer je weer een nieuwe situatie waar je brein mee moet omgaan, terwijl we die workload nu juist zo klein mogelijk proberen te maken. In lesboeken en ook veel bladmuziek staat de vingerzetting erbij. En als je zo eigenwijs bent om hiervan af te wijken, wees dan in elk geval consequent.

Ben je rechtshandig, geef je linkerhand dan extra beurten. Bij rechtshandigen is links van nature trager en onhandiger, en samenspel loopt pas soepel als het verschil tussen je handen klein is. Uit motoriek-experimenteren is gebleken dat pianisten met hun linkerhand merkbaar beter presteren dan niet-pianisten, terwijl rechts nauwelijks verschilt. Het zwakke broertje trekt dus bij, maar alleen als jij het bewust traint.

» Piano spelen: juiste zithouding en houding van de handen

Piano spelen met twee handen tegelijk: zo train je onafhankelijkheid

Vereenvoudigen: knip tot het wel lukt

Een hele pagina meteen met twee handen willen spelen, daar is een uitdrukking voor: te veel hooi op je vork. Pak één maat. Twee, als het meezit. Speel die meerdere keren achter elkaar op een tempo dat zo laag is dat het niet fout kan gaan. Een hoger tempo met fouten resulteert erin dat je deze fouten instudeert en er later moeilijk nog uit krijgt. Straks vertel ik nog meer over dat langzaam spelen.

Even tussendoor: af en toe moet je dat muziekstuk vergeten en gewoon wat oefeningen doen. Speel bijvoorbeeld met beide handen de eerste vijf noten van C-majeur, op en neer, in dezelfde richting. Daarna in tegenbeweging: beide duimen op de centrale C en van daaruit naar buiten en terug. Saai? Lelijk? Maakt niet uit. Je traint nu de kale coördinatie, zonder dat Bach of Einaudi je afleidt.

Je kunt ook het muziekstuk vereenvoudigen. Op het moment dat je beide handen apart geoefend hebt, hoef je ze nog niet volledig samen te voegen. Speel bijvoorbeeld met links alleen de eerste noot van elke maat terwijl rechts de volledige partij speelt. En daarna andersom.

» Klassiek piano voor beginners – 6 bekende composities

Langzaam is het nieuwe snel

Langzamer. Nee, langzamer. Zo traag dat het geen muziek meer is maar een reeks losse beslissingen: deze vinger, die toets, nu samen. Het voelt belachelijk, en het is precies wat je brein nodig heeft om de handen aan elkaar te koppelen in plaats van over elkaar te laten struikelen en het was ook de enige manier waarop ik – negen jaar oud, in dat ouderwetse lesboek – uiteindelijk die zes maten succesvol doorkwam. Tempo komt vanzelf als de koppeling zit. Andersom werkt het niet.

O ja, hoewel een metronoom nuttige toepassingen kent, zou ik hem hier niet gebruiken. De coördinatie van je handen is al moeilijk genoeg en dan is zo’n metronoom, in plaats van een hulpmiddel, opeens een irritante dwingeland: “BLIJF – IN – DIT – TEM – PO!” Waarom zou je? Kijk, het is goed om bij het instuderen niet steeds te wisselen tussen lopen en rennen, maar daar heb je de meedogenloze precisie van een metronoom niet bij nodig.

Piano spelen met twee handen tegelijk: zo train je onafhankelijkheid

Oefenen zonder toetsen

Loop ook eens weg van de piano. Oefen op tafel, op je schoot, in de trein. Tik het ritme van de linkerhand met links en dat van de rechterhand met rechts. Coördinatie zit in de eerste plaats in je handen, dus je kunt overal oefenen. Zonder noten blijft alleen het ritme over, en dat is vaak precies de plek waar het misgaat.

Herhalen, variëren en vooral kort houden

Herhaling is niet te omzeilen. Hetzelfde fragment vandaag, morgen en overmorgen, tot je handen het doen zonder dat jij erbij hoeft te zijn. Reken niet in dagen maar in weken. Vijf minuten per dag wint het van één uur op zondag: kort en vaak houdt het fris, en een uur zwoegen levert vooral een uur frustratie op.

Wordt een oefening saai, dan ben je klaar om je lichaam uit te dagen. Wissel de handen om: wat links deed, doet nu rechts. Draai de richting om. Speel links hard en rechts zacht, dan andersom. Je zoekt steeds het randje op waar het net lukt. Te makkelijk is tijdverspilling, te moeilijk is frustratie, daartussen leer je.

En als het samen tóch weer uit elkaar valt? Dan ben je niet terug bij af. Dan was het stukje te groot of het tempo te hoog. Knip kleiner, speel trager, ga nog een keer. Dat is het hele recept. Niet sexy, wel precies hoe elke pianist het ooit heeft geleerd.

Piano spelen met twee handen tegelijk: zo train je onafhankelijkheid

Twee handen, twee karakters: het einddoel van onafhankelijkheid

Zelfs als beide handen precies dezelfde melodie spelen, doen ze bij een ervaren pianist niet hetzelfde. Onderzoekers lieten experts en amateurs eenzelfde melodie in unisono spelen: beide handen dezelfde noten op hetzelfde moment. Bij de experts bleken timing en aanslagkracht per hand apart gestuurd te worden, bij de amateurs veel minder. Onafhankelijkheid is dus niet alleen verschillende noten en ritmes combineren, maar ook variëren met expressie, per hand en per vinger.

Klinkt als een ander universum. Niemand verwacht dit van jou na drie maanden les. De pianisten uit het onderzoek hadden ooit ook twee handen die elkaar in de weg zaten, en dat losten ze op met de oefeningen die jij nu in handen hebt. Elke keer dat je terugschakelt naar versimpelen en vertragen, geef je je brein weer een kans om te leren. Al die lesjes stapelen zich uiteindelijk op tot een niveau van controle dat nu nog onmogelijk lijkt.

» Waarom volwassenen het pianospelen veel te snel opgeven

Geen reacties

Nog geen reacties...

Laat een reactie achter