De piano is wereldwijd een van de populairste muziekinstrumenten. In dit artikel bespreken we de geschiedenis en uitvinder(s) van de piano, de belangrijkste onderdelen, de stemming, en de akoestische piano versus de elektrische en digitale piano. Ook krijg je een indruk van wat er komt kijken bij echt goed pianospel.

Piano: geschiedenis, techniek & meer!

Praktisch instrument

Naast een muzikaal rijk en aantrekkelijk instrument, is de piano ook een praktisch instrument. Hij leent zich namelijk prima om te componeren en te repeteren. Dat heeft er zeker te maken dat de piano een orkest of band op zich is; je kunt er een melodie op spelen en tegelijk akkoorden en een baslijn. Daarmee dek je eigenlijk het complete muzikale spectrum. En met een sterke ritmische baslijn kun je enorm grooven op de piano. Dat ‘compleet orkest’-aspect van de piano kan een handicap zijn voor pianisten die vanuit de thuissituatie voor het eerst in een band gaan spelen. Een pianist die altijd alleen heeft gespeeld, is gewend steeds een baslijn te spelen en heeft daar ook veel steun aan. Maar die baslijn op de piano zit vrijwel altijd de bassist in de weg. Dat wekt in de band nog wel eens ergernis en onbegrip op en de neiging om de linkerhand van de toetsenist vast op zijn rug te binden. Zo rigoureus hoeft het allemaal niet. Probeer er als toetsenist aan te wennen dat je meestal niet lager speelt dan de lage C (de C onder de centrale C). Daar is al veel mee gewonnen. Probeer een baslijn te vermijden en integreer die laagste toon in het akkoord dat je speelt. Dan zit je de bassist niet in de weg.

Snaarinstrument met een rijke geschiedenis

De piano heeft een rijke (muzikale) geschiedenis en het is interessant om daar eens in te duiken, met hier en daar een link naar de digitale piano’s van nu. De piano is een snaarinstrument, waarin de klank wordt opgewekt door het slaan van een hamertje tegen de snaren. De piano is gebaseerd op eerdere technologische vernieuwingen in de instrumentenbouw. Een vroege voorloper van de piano was de hakkebord (Engels: hammered dulcimer), een citer waarop snaren zijn gespannen die worden gehamerd met zogeheten mallets. In de volksmuziek worden soortgelijke instrumenten nog veel gebruikt. In de Middeleeuwen zijn er meerdere pogingen gedaan om een instrument te ontwikkelen waarmee je via toetsen de snaren kon bespelen. Dat heeft geresulteerd in onder meer het klavechord en het klavecimbel, die in de zeventiende eeuw veel werden gebruikt. In een klavechord worden de snaren aangeslagen door een zogeheten tangent, een messing plaatje. Dat geeft een zacht geluid, wat het klavechord vooral tot solo-instrument voor de huiskamer maakt. In het klavecimbel worden de snaren niet aangeslagen, maar getokkeld door middel van een pennetje, zoals je een harp of gitaar bespeelt. Je kunt met een klavecimbel meer volume maken dan met een klavechord, maar als het om volume gaat, heeft het klavecimbel ook een beperking: je kunt maar op één volume spelen, waardoor je weinig mogelijkheden hebt qua dynamiek. Bovendien kun je op een klavecimbel geen lange noten spelen (sustain), omdat het geluid snel wegsterft. Dat is enigszins te omzeilen door een zogeheten triller te spelen, die je veel hoort in de typische klavecimbelmuziek.

Hoe maakt een piano geluid?

Bartolomeo Cristofori: uitvinder van de moderne piano

Ondanks deze ‘beperkingen’ zat er veel eeuwenlang vergaarde kennis van materialen, constructies en mechanismen verwerkt in het klavechord en het klavecimbel. Die kennis vormde een uitstekend vertrekpunt voor de ontwikkeling van de piano. Als uitvinder van de moderne piano geldt de Italiaan Bartolomeo Cristofori (1655-1731), die rond 1700 zijn pianoforte introduceerde. Cristofori was een ervaren klavechordbouwer. De piano was het resultaat van Cristofori’s zoektocht om de kwaliteiten van het klavechord en het klavecimbel te combineren: de dynamiek en het sustain van het klavechord en de luidheid van het klavecimbel. Cristofori vond hiervoor de oplossing door een (met hard vilt beklede) hamer de snaar aan te laten slaan en vervolgens weer los te laten komen van de snaar. Dit in tegenstelling tot het klavechord, waarvan de tangent na het aanslaan in contact blijft met de snaar en deze dus dempt. Dit was een baanbrekende nieuwe vinding van Cristofori. Maar de hamer moest nog meer kunnen: het terugvallen in zijn rustpositie moest zo stil mogelijk gebeuren en je moest één toon snel achter elkaar kunnen aanslaan. Dat lukte Cristofori allemaal en hiermee was de pianoforte geboren: de ‘oerpiano’. In muziektermen (afkomstig uit het Italiaans) staat piano voor zacht en forte voor luid: een instrument waarmee je dus zacht en hard kunt spelen. In de eeuwen daarna is deze naam geëvolueerd naar ‘piano’, maar in principe gaat het om hetzelfde instrument als de pianoforte.

Gewogen toetsen en dempers

Het hamermechaniek dat Cristofori heeft uitgevonden, heeft model gestaan voor de vele andere hamermechanieken die pianobouwers in de eeuwen daarna hebben ontwikkeld. De ‘actie’ die een pianotoets heeft, leent zich uitstekend om iedere gespeelde toets een eigen dynamiek mee te geven, een belangrijk muzikaal ingrediënt. Voor de ontwikkelaars van de veel latere digitale piano’s was en is het een grote uitdaging om diezelfde actie ook in een digitale piano te krijgen, omdat hier geen hamers aan te pas komen. Dit zijn de zogeheten gewogen toetsen. De meeste toetsenisten spelen het liefst piano op een keyboard of digitale piano met gewogen toetsen, omdat ze zo op een natuurlijke manier dynamiek aan hun spel kunnen geven. Dat is op een keyboard met licht verende synthesizertoetsen veel lastiger. Terug naar Cristofori. Naast met hard vilt beklede hamerkoppen rustte hij de piano ook uit met zachte vilten dempers. Door het aanslaan van een toets wordt deze demper van de betreffende snaar af getild en slaat de hamerkop tegen de snaren. Het trillen van de snaren wordt via een kam overgebracht naar de zangbodem, waardoor deze gaat zingen (resonantie). Als de toets wordt losgelaten, wordt de demper onmiddellijk weer tegen de snaar gedrukt, waardoor de toon wordt gedempt.

De drie piano-pedalen, waar dienen deze voor?

Sustainpedaal en andere pedalen

De Duitse orgelbouwer Gottfried Silbermann (1683-1753) was de uitvinder van een belangrijke verbetering aan Cristofori’s pianoforte. Hij bedacht namelijk de voorloper van het moderne sustainpedaal. Door dit pedaal in te drukken, worden alle dempers tegelijk van de snaren gehaald, waardoor de gespeelde snaren blijven doorklinken. Bovendien brengen de doortrillende lage snaren de vrijhangende hogere snaren in trilling, zodat die dus ook gaan ‘meedoen’ (resonantie). Dat ‘meedoen’ van niet-aangeslagen snaren is heel kenmerkend voor een akoestische piano. Je hoort op een piano eigenlijk altijd meer dan alleen de aangeslagen snaren, wat ook een zekere rijkdom geeft aan het pianogeluid. Die resonantie is een belangrijk aspect voor de ontwerpers van digitale piano’s die streven naar een zo natuurgetrouw mogelijk pianogeluid. De hedendaagse piano’s hebben twee of drie pedalen, waarvan het sustainpedaal (het rechter pedaal) het meest wordt gebruikt. Het linker pedaal (in muziektermen: una corda) laat de piano zachter klinken. Sommige piano’s hebben middenin nog een derde pedaal. Bij een aantal piano’s dient dit als een studiepedaal, dat je kunt vergrendelen en dat de piano zachter laat klinken, tegen geluidsoverlast. Bij andere piano’s, doorgaans de vleugels, is het een sostenutopedaal. Dit laat alle snaren doorklinken waarvan de toets is ingedrukt. Lees ook ons artikel over de pianopedalen.

Bach en Mozart

Na zijn introductie maakte de pianoforte niet meteen een flinke opmars. De befaamde componist Johann Sebastian Bach (die in dezelfde tijd leefde) was aanvankelijk niet zo enthousiast. Hij vond de hoge tonen te zacht. Bij een later model dat hij in 1747 zag, was hij een stuk enthousiaster. In de eeuwen daarna nam de piano een enorme vlucht en werd het, tot op de dag van vandaag, een immens populair instrument. Intussen werden er ook allerlei technische verbeteringen aangebracht. In de tijd van Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) klonk de piano zachter en meer ‘etherisch’ dan de piano’s van nu. In de eerste helft van de achttiende eeuw ondervond de piano een aantal ingrijpende wijzigingen, die leidden tot de piano zoals we die nu kennen. De industriële revolutie van die eeuw heeft daar zeker aan bijgedragen: de verschillende onderdelen konden van een steeds betere kwaliteit worden gemaakt. In de tweede helft van twintigste eeuw kwamen ook de elektrische en elektronische piano’s op. Niet te verwarren met de moderne digitale piano. Ze waren vooral bedoeld als ‘draagbaar’ en makkelijker transporteerbaar alternatief. Maar ook daar zaten ‘zware jongens’ tussen. Eigenlijk is het met die generatie elektrische en elektronische piano’s niet gelukt om de akoestische piano goed te imiteren. Maar het heeft wel instrumenten opgeleverd die een compleet eigen geluid hebben en daardoor een instrument op zich zijn. Bekende voorbeelden daarvan zijn de Wurlitzer, de Fender Rhodes, de Yamaha CP-serie en de Hohner Pianet. Lees meer hierover in ons artikel over vintage toetsinstrumenten.

Akoestische piano of digitale piano - Wat moet ik kopen?

Digitale piano

In de jaren tachtig van de vorige eeuw kwamen de digitale piano’s en polyfone synthesizers op. Die konden steeds dichter het natuurlijke pianogeluid benaderen. Het meest gebruikt zijn de digitale piano’s, die klankopwekking hebben door middel van samples. Die zijn tegenwoordig van zeer hoge kwaliteit, doordat het opnames betreft van ’s werelds beste piano’s, met topklasse opname-apparatuur. Naast draagbaarheid hebben digitale piano’s nog een aantal andere voordelen boven de akoestische piano. Om er enkele te noemen: minder duur, ze hoeven niet te worden gestemd, ze bieden meestal meer klanken dan alleen piano, ze hebben vaak MIDI-mogelijkheden, een koptelefoonuitgang (tegen geluidsoverlast), mogelijkheid tot transponeren, makkelijk uitversterken via de lijnuitgang enzovoorts. Dit zijn vooral praktische voordelen. Je kunt natuurlijk uit muzikale overweging kiezen voor een akoestische piano, gewoon omdat je die mooier vindt klinken. Voor veel mensen geeft akoestisch toch een andere muzikale ‘kick’ dan digitaal. Een andere reden kan zijn dat je een akoestische piano mooier vindt staan in de huiskamer. Overigens zijn er tegenwoordig digitale piano’s die qua ‘look’ de akoestische piano dicht benaderen. Hoef je niet op sjouw met je piano en wil je de ‘best of both worlds’ van akoestisch en digitaal? Dan kun je kiezen voor een zogeheten silent piano. Dit is een akoestische piano met de mogelijkheid om hem stil (silent) te maken door over te schakelen naar digitaal. De hameraanslagen worden dan gedempt door een vilten strip, terwijl sensoren de bewegingen registreren. Die bewegingen worden vervolgens in een ingebouwde module omgezet naar een digitaal pianogeluid, dat je met de koptelefoon kunt beluisteren. Moet je op pad met je spullen, dan kies je doorgaans voor een zogeheten stage piano. Dat is een zo compact mogelijk gemaakte digitale piano die je op een losse standaard zet en die meestal geen eigen speakers heeft. Meer over de akoestische piano versus de digitale piano in ons artikel hierover.

Physical modelling

Zoals hiervoor verteld: digitale piano’s werken op basis van samples. Dat geeft voor veel pianisten een op zich bevredigend resultaat. Toch zullen vooral klassiek geschoolde pianisten aangeven dat ze iets missen. Het probleem met samples is namelijk dat ze ‘snapshots’ zijn. Hun karakter wordt niet mede bepaald door de andere noten die worden gespeeld, zoals dat op een akoestische piano wel het geval is. Fabrikanten van digitale piano’s hebben hier technische oplossingen voor bedacht, om het akoestische gevoel te benaderen, maar het blijft een soort illusie. Het alternatief voor de ‘sample-piano’ is de piano die klankopwekking heeft door middel van physical modelling, zoals de Roland V-Piano. Er zijn ook software-piano’s die op basis van physical modelling werken. Physical modelling is een manier van synthetiseren van geluid waarbij echte instrumenten zo natuurgetrouw mogelijk worden nagebootst. Hiervoor wordt niet de klank op zich nagebootst, maar wordt de interactie tussen alle fysieke elementen op een instrument inclusief alle eigenschappen hiervan gesimuleerd met behulp van een wiskundig model.

Akoestisch, sample of pshyical modelling: de piano is een geweldig instrument. Iedere pianist, van klassiek tot jazz en pop, heeft zijn of haar eigen fascinatie voor het instrument. Je kunt waanzinnig veel geld uitgeven aan een akoestische vleugel van wereldklasse. En je kunt voor een paar honderd euro een hele redelijke stagepiano kopen die in een popband prima functioneert. En alles wat daartussen zit.

Goed om te weten

Pedaalgebruik in een band

Voor toetsenisten die digitale piano spelen in een band, is eigenlijk alleen het sustainpedaal van belang. Speelt de band ‘vol’, dan hoef je doorgaans je sustainpedaal niet te gebruiken. Maar is er meer ruimte, dan kan een sustainpedaal veel toevoegen aan je pianogeluid en soms zelfs noodzakelijk zijn. Met sustain klinkt je piano voller en draagt hij meer. Overigens is pedaalgebruik op een piano nog niet zo heel eenvoudig. Het is geen kwestie van indrukken en doorklinken maar. Je moet tussendoor op de juiste momenten even dempen (het pedaal loslaten) om er geen geluidsbrij van te maken.

Grand en upright

Akoestische piano’s kun je onderverdelen in vleugels (grand piano) en staande piano’s ofwel buffetpiano’s (upright piano). Een vleugel heeft horizontaal gespannen snaren, waarbij de hamers de snaren van onderaf raken. Bij een staande piano lopen de snaren verticaal en raken de hamers de snaren van opzij. Bij een vleugel is het geluid vooral in de laagste octaven voller, doordat de snaren langer en dunner kunnen zijn dan in een staande piano. Er bestaan vleugels in verschillende lengten, tot ruim drie meter. Over het algemeen geldt dat de klank beter (en harder) wordt naarmate een vleugel langer is. Het repeteerwerk van de vleugel zit anders in elkaar dan dat van een staande piano. Daardoor kun je op een vleugel doorgaans sneller dezelfde toets achter elkaar spelen. Bij een pianorecital of bij een pianoconcert speelt de solist vrijwel altijd op een vleugel. Zie ook het artikel over hoe een piano geluid maakt.

De drie piano-pedalen, waar dienen deze voor?

Waarom piano?

Een van Nederlands bekendste jazzpianisten is Bert van den Brink. Bert speelt ook kerkorgel, Hammond en accordeon, maar de piano is zijn grootste muzikale liefde. “Ik heb meerdere redenen waarom ik zo van piano houd. Maar dat je op een piano harmonieën kunt maken, staat voor mij op nummer één. De piano is een soort ‘kleurenbak’ met oneindig veel mogelijkheden om te mengen. Ik leg mijn twee handen op de toetsen en ga op zoek naar de harmonieën die mij bekoren. Dat maakt pianospelen voor mij zoeken, verdwalen en soms vinden.” Berts muzikale avontuur en zoektocht op de piano heeft voor hem een belangrijke motorische component. “Je hebt enorm veel mogelijkheden in de manier waarop je de hamertjes naar de snaren brengt. Dat is motorisch gezien een grote uitdaging, iedere keer weer als je piano speelt, voor iedere toets die je aanraakt. Er zit ook een risico in, zelfs voor zeer ervaren spelers. Als je probeert heel zacht te spelen, loop je namelijk het risico dat het hamertje de snaar net niet haalt. En dan hoor je niks. Ik vind dat een fascinerend gegeven. Je kunt het vermijden door steeds op safe te spelen, maar dat wil ik niet. Overigens zit in vrijwel ieder instrument een risico: op een viool kun je vals spelen, een toon op een blaasinstrument kan mislukken en zelfs op een triangel kun je net op de verkeerde plek slaan. Maar die risico’s horen juist bij muziek maken. Het blijft een zoektocht, voor iedere muzikant.” Bert noemt nog een andere bijzondere eigenschap van de piano: “Alles wat je op een piano doet, doe je vóór de klank. Met andere woorden: bij pianospelen is alles anticiperend. Op het moment dat de klank er is, kun je er niets meer aan veranderen. Bij bijvoorbeeld een strijk- of blaasinstrument kan dat wel. Dus al het ‘rommelen en graaien’ dat je doet in de toetsen van een piano, is voorbereidend op de klank die je wil gaan maken.” Bert is een uitgesproken voorstander van (zoals hij het zelf noemt) diep de toetsen ingaan. “Ik ben niet zo van het kort en ondiep raken van de toetsen, behalve dan op de momenten dat je dit bewust als effect wilt. Normaal gesproken wil ik diep de toetsen in. Dat probeer ik ook aan mijn studenten duidelijk te maken. Je moet de toets echt meenemen naar beneden. Dan heb je de meeste invloed op de klank en ben je er ook nog bij als de aangeslagen toon ophoudt te klinken.” Deze manier van spelen geeft je de mogelijkheid om meer of minder gebonden te spelen. “Het is vooral daarin waar de pianist zijn handtekening zet”, vindt Bert. “Je brengt warmte in je spel door de tonen iets te laten overlappen. De manier waarop je dit doet, is sterk bepalend voor je pianospel. Helaas is dit in het muziekonderwijs een ondergewaardeerd aspect van het pianospelen. Maar voor mij is het heel belangrijk en ik besteed er veel aandacht aan in het lesgeven. Probeer het maar eens. En laat in het begin die overlap voor je gevoel heel overdreven zijn. Neem het op, luister terug en ervaar het. Ga echt zitten in de tonen, alsof je in een lekkere stoel zit en te lui bent om op te staan. Je kunt je pianospel er enorm mee verbeteren, zeker als je het gevoel hebt dat er iets ontbreekt in je pianospel.”

Gelijkzwevende stemming

Een akoestische piano die in de huiskamer staat, moet je doorgaans twee keer per jaar laten stemmen. Ga je er regelmatig mee op stap, dan moet het vaker. Piano stemmen is een vak op zich en de meeste pianobezitters moeten dit aan een professionele pianostemmer overlaten. De stemming van de piano (eigenlijk van alle instrumenten) is een geschiedenis op zich. De verdeling van de twaalf tonen binnen een octaaf heeft de Griekse wijsgeer Pythagoras al hoofdbrekens bezorgd, omdat de rein klinkende frequentieverhoudingen van octaven (1:2), kwint (2:3) en kwart (3:4) wiskundig niet verenigbaar zijn. Deze onvolmaaktheid leidde in eerste instantie tot veel verschillende stemmingen. Wie de muziekgeschiedenis induikt, zal daar een groot aantal voorbeelden van vinden en ook wetenschappers die zich hiermee hebben beziggehouden.Aan het eind van de zestiende eeuw is de gelijkzwevende stemming geïntroduceerd en die is in de westerse wereld de meest gebruikte stemming geworden, ook voor de piano. In de gelijkzwevende stemming wordt het octaaf in twaalf precies even grote afstanden verdeeld. Dat klinkt eenvoudig en logisch, maar het is ingewikkelder dan je zou denken. En (behalve voor het octaaf) zijn de intervallen nooit precies gelijk aan de rein (= niet vals) klinkende verhoudingen die ze zouden moeten hebben. Ondanks die ‘tekortkoming’ is het voordeel van deze stemming dat ze even (weinig) vals blijft klinken wanneer er op een andere toonsoort wordt overgegaan. De gelijkzwevende stemming is een compromis om in alle twaalf toonsoorten even (weinig) vals te klinken.

Zie ook

» Digitale piano’s
» Stage piano’s
» Software-piano’s
» Alle Toetsinstrumenten & Accessoires

» Wat is de beste digitale piano voor mij?
» Wat is de beste stage piano voor mij?
» Gitaar en toetsen in een band – Kunnen ze vriendjes worden?
» Toetsenist in een band – Dit komt erbij kijken
» Zingen en spelen tegelijk – Ook jij kan het leren!
» Soleren over akkoordenschema’s
» Hoe maakt een piano geluid?
» Klassiek piano voor beginners – 6 bekende composities
» Akoestische piano of digitale piano – Wat moet ik kiezen?
» Piano spelen: juiste zithouding en houding van de handen
» De drie piano-pedalen, waar dienen deze voor?
» Hoe neem ik een piano op?
» Wat is aanslaggevoeligheid?
» Piano of keyboard leren spelen: ook voor volwassenen
» Piano-akkoorden spelen? Dit is de basis!
» Wat is het verschil tussen een keyboard en een digitale piano?
» De Minimoog: wat is de magie?
» Het Hammond-orgel: een klassieker
» Vintage toetsinstrumenten: nooit weggeweest
» De accordeon: populairder dan je denkt

Geen reactie

Nog geen reacties...

Laat een reactie achter