Wat is DMX? Leer over lichtsturing en wat je ervoor nodig hebt

DMX is de taal waarmee je lichttafel met je verlichting praat. Met dit protocol stuur je vanaf één controller lampen en effecten van verschillende fabrikanten aan, en daarom kom je het vroeg of laat tegen zodra je met licht aan de slag gaat. Wie snapt hoe DMX werkt, bouwt sneller een lichtshow op en zoekt minder lang naar die ene lamp die niet reageert.

Wat is DMX en wat stuur je ermee aan?

DMX staat voor Digital Multiplex. De volledige naam, DMX512, verwijst naar de 512 kanalen die in één DMX-signaal passen. Zo’n signaal heet ook wel een universe. Technisch is het een asynchroon, serieel digitaal protocol: de informatie gaat in een vaste volgorde achter elkaar over één kabel. De grote winst zit in het woordje ‘standaard’. Omdat iedereen dezelfde taal spreekt, stuurt één controller armaturen van verschillende fabrikanten aan.

In de praktijk werkt een grote verscheidenheid aan apparaten met DMX. Dimmers en dimmerpacks zijn de klassiekers, maar ook rookmachines en moving heads luisteren naar het signaal van de lichttafel. De standaard trekt wel een duidelijke grens: DMX schrijft geen foutcontrole voor. Het protocol is daarom bedoeld voor verlichting en effecten zonder gevaar. Voor toepassingen waarbij een verkeerd signaal schade of letsel kan veroorzaken, is het volgens de standaard zelf niet geschikt.

Wat is DMX? Leer over lichtsturing en wat je ervoor nodig hebt
Een DMX-interface

Lichttafel, software of het armatuur zelf: waarmee stuur je aan?

Voor een handvol LED-pars volstaat een compacte lichttafel met scènegeheugens: je slaat lichtstanden op en roept ze met één knop weer op. Bands, DJ’s en schoolpodia zijn er blij mee, want zo’n tafel werkt zonder computer en reageert direct. Maar voeg je complexe verlichting zoals moving heads toe, dan loop je tegen het beperkte aantal kanalen aan. Grotere consoles met armaturenbibliotheken lossen dat op, maar kosten veel meer geld en inwerktijd. Die zie je dan ook vooral in theaters en bij technici op tour.

Een lichttafel is overigens zeker niet verplicht: een laptop met DMX-software en een USB-DMX-interface doet hetzelfde werk. De interface zet de data om in een DMX-signaal, met een XLR-uitgang naar je eerste armatuur (vanaf daar is het doorlussen). Software biedt vaak meer kanalen, armaturenprofielen en een visuele weergave van je rig, voor minder geld dan een vergelijkbare tafel. Daar staat tegenover dat je show van je laptop afhangt en dat je zonder fysieke faders minder snel en comfortabel werkt. Mobiele DJ’s, clubs en hobbyisten kiezen er vaak voor. Om toch het gevoel van een lichttafel te hebben, is er een oplossing in de vorm van zogenaamde MIDI-wings: ze zien eruit als een DMX-lichtsturing maar zijn in werkelijkheid een bak met knopjes die alleen werkt in samenwerking met de DMX-software op je computer.

Welke oplossing je ook kiest, de aansluiting vraagt weinig extra. Als je voor zekerheid gaat (en sowieso bij grote kabellengtes en professionele opstellingen), gebruik je echte DMX-kabels in plaats van gewone XLR-microfoonkabels. Ze lijken op elkaar, maar DMX-kabels zijn gemaakt voor digitale data en voorkomen haperend licht. Let bij aanschaf op 3- of 5-pins aansluitingen, want beide komen voor. Een verloopstuk lost een verschil op. Sluit het laatste armatuur trouwens af met een DMX-terminator. Wil je meerdere ketens aansturen of een lange afstand overbruggen, dan komen een splitter of draadloze DMX in beeld. Dat gezegd hebbende, is het voor eenvoudige setups over het algemeen geen probleem om gewone XLR-kabels in te zetten.

En soms… heb je helemaal geen externe sturing nodig. Veel armaturen hebben ingebouwde standen, zoals een automatische modus, sound-to-light of master/slave. Dit laatste betekent dat één armatuur de rest aanstuurt. Voor een feestje, een repetitieruimte of een band zonder lichttechnicus is dat snel geregeld en kost het niets extra. Maar snelle en precieze aanpassingen zijn natuurlijk geen optie. Het menu op een armatuur heeft overigens ook een andere handige functie: je test snel of een lamp werkt voordat je de oorzaak in je kabels gaat zoeken.

» Bekijk alle DMX-lichtsturingen
» Bekijk alle DMX-software & interfaces
» DMX-kabels
» Normale XLR-kabels
» MIDI-wings

Van lichttafel naar lamp: zo loopt het signaal

Aan het begin van elk DMX-systeem staat de controller: een lichttafel of een computer met software. Die is de baas (in vaktermen de ‘master’) en de armaturen volgen (de ‘slaves’). De bekabeling loopt van apparaat naar apparaat: van de OUT van de controller naar de IN van het eerste armatuur, vanaf diens OUT of THRU naar de IN van het tweede, enzovoort. Zo’n doorgeluste keten heet een daisy chain en scheelt je een hoop losse kabels.

Wat door die keten reist, blijft onderweg ongewijzigd. Elk armatuur ontvangt alle 512 waarden, maar kijkt alleen naar het stukje dat voor hem bedoeld is en slaat de rest over. Het werkt als een leraar die de hele cijferlijst van de klas voorleest: iedereen hoort alle cijfers, maar je let alleen op je eigen naam. Voor het signaal maakt het dus niet uit of een lamp vooraan of achteraan in de rij hangt.

Voor de verbinding zie je twee soorten stekkers. Officieel is de 5-pins XLR-connector de standaard, maar 3-pins is in de praktijk wijdverbreid. Check dus even welke aansluitingen jouw armaturen hebben voordat je kabels aanschaft. Wil je het signaal over meerdere ketens verdelen, bijvoorbeeld links en rechts van het podium, dan gebruik je een splitter, buffer of repeater. Bij lange kabeltrajecten voorkom je daarmee dat het signaal verzwakt.

Wat is DMX? Leer over lichtsturing en wat je ervoor nodig hebtEen eenvoudige DMX-lichtsturing

Hoe je kanalen verdeelt over je armaturen

Omdat elk armatuur het hele signaal binnenkrijgt, moet het weten waar zijn eigen stukje begint. Dat heet het startadres. Vanaf dat adres gebruikt het armatuur een reeks opeenvolgende kanalen. Een par met vier kanalen op adres 1 luistert naar de kanalen 1 tot en met 4. De volgende armatuur laat je dan beginnen op kanaal 5. Als dit ook vier kanalen zijn, dan wordt dat dus kanaal 5 tot en met 8.

Hoeveel kanalen een armatuur gebruikt, verschilt per apparaat: soms maar één, bij uitgebreidere lampen zeven of tien. Dat komt doordat elke functie die je wilt aansturen een eigen kanaal krijgt. Een lamp die alleen dimt, heeft genoeg aan één kanaal. Een par met aparte kanalen voor rood, groen, blauw, dimmer en strobe komt al snel op meer uit. De kanaalindeling en de beschikbare modi vind je in de handleiding.

Het volgende armatuur zet je op het startadres plus het aantal kanalen. Twee pars met tien kanalen komen dus op 1 en 11. Staat een armatuur met zeven kanalen op 100, dan gebruikt het 100 tot en met 106 en begint het volgende op 107.

Soms wil je juist dat armaturen hetzelfde doen. Zet twee identieke armaturen op hetzelfde startadres en ze reageren precies gelijk: kies je blauw, dan worden ze allebei blauw. Zo groepeer je bijvoorbeeld je frontlampen, zodat je ze met één handeling op je lichttafel bedient in plaats van dezelfde instelling vier keer te maken.

Wat is DMX? Leer over lichtsturing en wat je ervoor nodig hebtEen voorbeeld van een MIDI-wing

DIP-switches instellen op oudere armaturen

Draai een ouder armatuur om en je vindt vaak een rijtje piepkleine schakelaartjes, meestal tien naast elkaar. Dat zijn DIP-switches, en daarmee stel je het startadres in. Negen switches zijn voor het adres. De tiende heeft een eigen functie die per apparaat verschilt: bij het ene armatuur zet je er de DMX-modus mee aan, bij het andere een zelftest of een vaste lichtstand. Kijk dus altijd even in de handleiding.

De switches werken binair (aan/uit). Elke switch heeft een vaste waarde die het dubbele is van de vorige: 1, 2, 4, 8, 16, 32, 64, 128 en 256. Switch 1 is doorgaans de laagste. Het adres is simpelweg de optelsom van de switches die aan staan. Vergelijk het met een portemonnee met van elke munt precies één exemplaar, in waarden van 10 cent, 50 cent, 1 euro, 2 euro enzovoort: met de juiste combinatie munten leg je steeds precies het bedrag neer dat je nodig hebt.

Een paar voorbeelden. Voor adres 1 zet je alleen switch 1 aan, voor adres 4 alleen switch 3. Adres 10 is 2 plus 8, dus switch 2 en switch 4. Handige vuistregel bij hogere getallen: begin bij de hoogste waarde die erin past en vul de rest aan. Adres 40 wordt dan 32 plus 8, oftewel switch 6 en switch 4. En adres 129? Dat is 128 plus 1: switch 8 en switch 1.

Geen zin in rekenwerk? Zoek dan op ‘DIP switch calculator’. Er bestaan online rekenhulpen en apps die precies laten zien welke switches omhoog moeten. Bij armaturen met een LCD- of LED-display gaat het nog makkelijker: daar kies je het adres via een menu of met op- en neerknoppen, en zie je het getal gewoon op het schermpje staan.

Wat is DMX? Leer over lichtsturing en wat je ervoor nodig hebt

Van losse fabrieksprotocollen naar één standaard

Dat al die merken zo makkelijk samenwerken, was niet altijd zo. Vóór DMX512 gebruikten dimmers hun eigen, fabrieksgebonden protocollen, die onderling niet compatibel waren. Een lichttafel van het ene merk kreeg de dimmers van een ander merk dus niet aan de praat. In 1986 ontwikkelde de Engineering Commission van het United States Institute for Theatre Technology (USITT) daarom de eerste versie van DMX512. In 1990 volgden kleine aanpassingen.

In 1998 werd duidelijk dat de standaard een update nodig had, en erkenning door een internationaal erkende standaardenorganisatie. USITT droeg het onderhoud toen over aan het ANSI-geaccrediteerde Technical Standards Program van ESTA. Op 8 november 2004 keurde het American National Standards Institute de nieuwe versie goed. Daarmee werd DMX een officiële Amerikaanse standaard, onder de naam ANSI E1.11, ook bekend als DMX512-A.

In 2008 volgde een herziening, en in 2013 en 2018 werd die versie opnieuw bevestigd. De officiële titel is een flinke mondvol: ‘Entertainment Technology – USITT DMX512-A Asynchronous Serial Digital Data Transmission Standard for Controlling Lighting Equipment and Accessories’. Zie je in een handleiding DMX512-A of E1.11 staan, dan weet je in elk geval dat het om deze standaard gaat.

Nieuwste ontwikkelingen: DMX praat terug

Ook nu staat DMX niet stil. In 2024 kreeg de standaard opnieuw een volledige herziening, als ANSI E1.11-2024. Ook die versie beschrijft een methode om digitale data te versturen voor het aansturen van verlichting en accessoires. Minstens zo interessant is RDM, oftewel Remote Device Management. Deze uitbreiding is vastgelegd in ANSI E1.20, eerst in 2010 en inmiddels ook in een versie uit 2025.

Klassieke DMX werkt in één richting: de controller praat, de armaturen luisteren. RDM maakt communicatie in twee richtingen mogelijk. Daardoor kan de controller apparaten in het netwerk opsporen en hun startadressen op afstand instellen, via dezelfde DMX-verbinding. Hangt je RDM-armatuur hoog in een truss, dan hoef je dus niet meer de ladder op om het adres via het display of menu in te stellen. Oudere armaturen met DIP-switches ondersteunen RDM meestal niet. Die schakelaartjes zet je nog altijd met de hand om.

Wat is DMX? Leer over lichtsturing en wat je ervoor nodig hebtEen laser met zowel DMX als ILDA

ILDA, DALI en Art-Net: andere standaarden naast DMX

Een laser die logo’s, tekst of bewegende figuren tekent, stuur je niet met DMX aan, maar via ILDA. Die standaard komt uit de internationale laserbranche en stuurt de scanners in de laser direct en in hoog tempo aan. Daarvoor is DMX te grof: het geeft een laser vooral opdrachten als ‘kies patroon 12 en draai langzaam’. Met ILDA bepaal je elk punt van de projectie zelf, meestal met lasersoftware en een ILDA-interface tussen computer en laser.

ILDA is het terrein van lasershowbedrijven, grote clubs en festivals, waar een show vooraf op de muziek wordt geprogrammeerd. Veel instapmodellen partylasers voor mobiele dj’s en bands hebben geen ILDA-aansluiting, maar alleen een DMX-ingang en een automatische of muziekgestuurde stand. Werk je met een lichttafel en een handvol armaturen, dan hoort een laser gewoon in je DMX-keten, met een eigen startadres zoals elk ander apparaat.

In gebouwen kom je DALI tegen. Die standaard stuurt vaste verlichting in kantoren, winkels en foyers aan, vaak gekoppeld aan schakelaars, sensoren en tijdschema’s. Een installateur legt zo’n systeem eenmalig aan, en met live shows heeft het weinig te maken. Staat DALI op een LED-driver of lamp, dan is die bedoeld voor een vaste installatie en werkt hij niet zonder meer samen met je lichttafel.

Groeit je lichtplan boven de 512 kanalen van één universe uit, dan kom je Art-Net of sACN tegen. Beide protocollen verpakken DMX-data in netwerkverkeer, zodat je meerdere universes over een gewone netwerkkabel of switch verstuurt. Aan het eind zet een node het signaal weer om naar DMX voor je armaturen. Voor een eerste set met een paar pars en een moving head heb je dit niet nodig. Op grotere podia en in theaters is het dagelijkse kost.

» Lasers met ILDA
» Lasers met DMX

Geen reacties

Nog geen reacties...

Laat een reactie achter