Zo speel je mondharmonica en gitaar tegelijk: nekhouder kiezen en afstellen

Gitaar spelen en tegelijk mondharmonica blazen: Bob Dylan deed het, Neil Young doet het nog steeds, en zelf doe ik het ook al jaren met wisselend succes. Het geheim zit niet in een derde arm, maar in een stevige nekhouder die goed is afgesteld, plus een mondharmonica in de juiste toonsoort. De rest is oefenen (en af en toe vals spelen, maar dat hoort erbij).

Hoe werkt zo’n nekhouder eigenlijk?

Een nekhouder, in het Engels harmonica rack, is in de basis een metalen beugel die om je nek hangt. Bovenop zit een veerklem waar je de mondharmonica in schuift, en op de scharnierpunten zitten vleugelmoeren of stelschroefjes waarmee je hoogte en hoek vastzet. Meer is het niet. Oh ja… het ziet er wat raar uit, alsof je een beugel voor je gebit aan de buitenkant draagt. Daar wen je aan.

Het idee is simpel: je handen blijven vrij voor de gitaar, je hoofd doet het blaaswerk. In de praktijk betekent dat wel dat je gitaarpartij op de automatische piloot moet kunnen, want je hersens zijn al druk genoeg met blazen, zuigen en het juiste gat vinden zonder dat je ernaar kunt kijken. 

» Bekijk alle mondharmonica’s
» Bekijk alle mondharmonica-accessoires

Zo speel je mondharmonica en gitaar tegelijk: nekhouder kiezen en afstellen

Waar je op let bij de aanschaf

Koop niet de goedkoopste. Dat klinkt als verkooppraat, maar ik zeg het uit eigen ellende. Een slappe houder met dun draad en zwakke vleugelmoeren zakt na drie nummers langzaam naar beneden, en dan sta je halverwege je solo met je kin achter de harp aan te jagen. Let dus op stevig draad, een krachtige veerklem en moeren die blijven zitten als je ze eenmaal hebt aangedraaid.

Dan de mondharmonica zelf. Voor dit werk gebruik je een tiengaats diatonische mondharmonica, het standaardtype dat je op vrijwel elke folk- of bluesopname hoort. Elke diatonische harp staat in één toonsoort, en die letter staat gewoon op het ding. Kies bij voorkeur een exemplaar met een kunststof kam. In een nekhouder blaas je soms minutenlang zonder hem even af te kloppen, en een houten kam zuigt dat vocht op en gaat zwellen. Plastic trekt zich daar niets van aan.

» Doe de Interactieve Keuzehulp Mondharmonica

Afstellen: de spiegel is je vriend

Ga voor de spiegel staan met je gitaar om en begin te draaien. De juiste stand is een compromis: de harp moet dicht genoeg bij je mond zitten om er goed druk op te zetten (anders klinkt het alsof er een lekke band naast je staat), maar ver genoeg weg om ook nog te kunnen zingen zonder bij elke regel tegen het metaal te tikken. Daar zit niet zo heel veel speling tussen, dus neem er de tijd voor.

Is er geen tussenstand die werkt, buig dan gerust de draad een beetje bij. Daar is het metaal sterk genoeg voor en elke nek is nu eenmaal anders. Draai daarna alles goed vast. Helemaal met rust laten kun je de moeren niet, want voor in de gigbag moet de houder weer plat gevouwen worden en dan gaan ze toch weer los. Onthoud dus hoe de stand eruitziet, of zet een streepje op het scharnier. Niets is zo vervelend als een houder die je bij elk optreden opnieuw moet uitvinden. De mijne staat na het uitklappen binnen een minuut weer precies zoals ik hem wil hebben.

» Zingen en spelen tegelijk – Ook jij kan het leren!

Zo speel je mondharmonica en gitaar tegelijk: nekhouder kiezen en afstellen

Gitaar en mondharmonica combineren zoals Dylan en Young

Het belangrijkste is dat de toonsoort van de harmonica bij je gitaarpartij past. De makkelijkste manier is de eerste positie: speel je een nummer in C, pak dan een C-harp. Alle blaasnoten vormen samen het C-akkoord, dus waar je ook blaast, het klopt. Zo ontstaat ook dat typische Dylan-geluid: vooral blaasnoten, af en toe zuigen, en vooral niet te moeilijk doen. Voor folk, pop en country is dit de stand die je zoekt.

Wil je het bluesy, dan draai je het om: tweede positie, ofwel cross harp. Op diezelfde C-harp speel je dan in G. Zuigen op de eerste drie gaten geeft het G-akkoord, blazen geeft C, en met een beetje buigen (de toon omlaag trekken met je mond, wat op het vierde gat zuigend het makkelijkst gaat) krijg je dat jankende bluesgeluid. Klinkt ingewikkeld, maar het komt erop neer dat je bij een nummer in G gewoon een C-mondharmonica pakt.

Praktisch gezien heb je dus per toonsoort een andere blues harp nodig, en dat betekent wisselen tussen nummers. Zet daarom nummers in dezelfde toonsoort achter elkaar op de setlist. Mineur spelen kan enigszins op een gewone mondharmonica, maar je loopt al snel tegen ontbrekende noten aan. Mijn advies: begin met één C-harp, speel alles in C of G, en koop er pas meer als je de smaak te pakken hebt.

» Bekijk alle mondharmonica-boeken

Geen reacties

Nog geen reacties...

Laat een reactie achter