De legende van Marshall: waarom deze versterkers zo iconisch zijn
Gepubliceerd op dinsdag 6 oktober 2026
Marshall is misschien wel het bekendste versterkermerk ter wereld, en dat is geen toeval. Een drummer met een muziekwinkel luisterde goed naar wat gitaristen misten, en het antwoord daarop, meer volume en een rauwer randje, werd het geluid van de rock. Het begon met een paar prototypes buiten de winkel en eindigde als een stapel kasten op elk groot podium.
Een drummer achter de toonbank
Jim Marshall begon zijn muzikale leven niet met een soldeerbout maar met drumstokken. Hij was drummer en gaf drumles, en in juli 1960 opende hij in West-Londen een muziekwinkel: Jim Marshall & Son. Logisch genoeg lag de nadruk eerst op drums en slagwerk. Pas daarna kwamen er gitaren en versterkers bij, voor een groot deel geïmporteerd.
Die gitaarafdeling trok al snel een opvallend publiek. Tot de vaste klanten hoorden onder meer Pete Townshend, Ritchie Blackmore en sessiegitarist Big Jim Sullivan. Het waren toen nog geen namen die in de geschiedenisboekjes stonden, wel jonge gitaristen met uitgesproken wensen. En die wensen kwamen steeds op hetzelfde neer.
Ze wilden een Fender, maar dan goedkoper en met meer guts. De Amerikaanse versterkers waren duur, slecht leverbaar en voor de Britse clubs niet krachtig genoeg. Daar zat het gat in de markt. Een winkelier die elke dag hoort wat zijn klanten missen, zit in feite op de eerste rij om het te dichten.
» Bekijk alle Marshall gitaarversterkers en cabinets
Zes prototypes, maar niet in de winkel
Het idee om zelf versterkers te bouwen kwam van Ken Bran, de technicus die in de winkel de reparaties deed. Samen met Dudley Craven werd hij de technische ontwerper achter de eerste Marshall. Ook Richard ‘Dick’ Findlay was bij de vroege ontwikkeling betrokken. Intussen duwden zoon Terry, de ‘Son’ uit de winkelnaam, en winkelmedewerker Mick Borer flink mee richting een eigen versterker.
In de winkel zelf was daar geen plek voor, dus de eerste prototypes ontstonden bij de technici thuis. Niet bepaald een glamoureuze start voor een toekomstig wereldmerk. Het werden er zes, en pas het zesde prototype werd de definitieve versie. Vijf keer terug naar de werkbank dus, voordat het klonk zoals het moest.
In 1962 stond het eerste prototype in de winkel, en wat daarna gebeurde zegt genoeg. Er kwam meteen een stroom bestellingen binnen, ruwweg twintig of meer. Voor een drumwinkel die net zijn eerste eigen versterker liet zien, is dat geen slechte score. Een kaal prototype-chassis staat tegenwoordig in het Marshall-museum.
De JTM45: een Bassman met een Brits accent
Het resultaat van al dat gesleutel was de JTM45, de eerste Marshall. Als basis diende de Fender Bassman, wat gezien de wensen van de klanten niet zo vreemd is. De naam is minder mysterieus dan hij klinkt: JTM staat voor Jim & Terry Marshall, en 45 voor een vermogen van zo’n 45 watt. Later werd het JMP, van Jim Marshall Products.
Toch klonk de JTM45 niet als een kloon. Het geluid was agressiever en rauwer dan dat van Fender, met stevige middentonen. Dat werd de basis van wat later de Marshall crunch of British crunch ging heten. Waar het verschil precies vandaan komt, is onder liefhebbers een eindeloos gespreksonderwerp. Dat het er is, hoor je al na een paar akkoorden.
Pete Townshend wilde harder
Hoeveel guts is genoeg? Voor Pete Townshend van The Who in elk geval niet 45 watt. Hij vond Marshall niet luid genoeg en vroeg om meer vermogen, en in 1965 kwam de eerste Marshall van 100 watt. Rond 1966 sloot Marshall een distributiedeal met Rose-Morris, en via die weg kreeg de 100 watt-top naar verluidt modelnummer 1959: de Super Lead.
Bij meer vermogen hoort meer speaker. Eerst werd er een kast met acht 12-inch speakers gebouwd, maar dat gevaarte bleek te groot en te zwaar. De oplossing was nuchter: splits hem in twee 4×12-kasten op elkaar. Zo ontstond de Marshall stack, het beeld dat bij veel mensen nog steeds opduikt zodra het woord rock valt.
Die opsplitsing heeft overigens een praktische kant die nog altijd speelt. Hang je twee kasten aan één top, dan moet je nadenken over de impedantie, anders vraag je iets van je versterker waar hij niet op gebouwd is. Even rekenen voordat je aansluit is dus geen overbodige luxe.
» Bekijk alle Marshall gitaarspeakerkasten
» Speakers en versterkers: het verschil tussen 2, 4, 8 en 16 ohm
Plexi, crunch en de knop naar rechts
De Super Lead kreeg al snel een bijnaam: Plexi, naar het bedieningspaneel van Plexiglas. Die naam wordt vooral met dit model geassocieerd, al bleef het materiaal niet lang. Ergens in 1969 maakte het plaats voor geborsteld aluminium. Wie het nu over een Plexi heeft, bedoelt dus eigenlijk een vrij korte periode.
Een Super Lead had geen master volume, maar wel gewoon volumeknoppen: Loudness I en II. Zachtjes oefenen kon dus prima, alleen klonk de versterker dan volledig clean. De bekende crunch ontstond pas als de eindbuizen gingen oversturen, en daarvoor moest de versterker extreem hard staan. Een zachte crunch voor de zolderkamer zat er niet in, en de buren wisten precies wanneer je aan het oefenen was.
Juist dat geluid, een top die tot het randje wordt opengedraaid, maakte Marshall tot de keuze van Pete Townshend, Jimi Hendrix, Eric Clapton en Jimmy Page. Later schoof ook Slash van Guns N’ Roses aan in dat rijtje.
In de jaren 70 kwamen er modellen met master volume, zodat je die overdrive ook op een lager volume kon halen. Begin jaren 80 volgde de JCM800, gericht op hardrock en metal. In 1987 vierde Marshall het 25-jarig bestaan met de Silver Jubilee, die naar verluidt een favoriet van Slash werd.
» Gitaarversterker-tops van Marshall
» Bekijk alle versterkerbuizen
De Father of Loud en wat er bleef
Jim Marshall kreeg de bijnaam Father of Loud, soms ook Lord of Loud. De huidige fabriek staat in Bletchley, en het bedrijf won meerdere keren de Queen’s Award for Export. Niet slecht voor iemand die begon met drumles geven. In april 2012 overleed hij.
Daarna veranderde er veel. In 2023 kwam Marshall Amplification na ruim zestig jaar familiebezit in handen van het Zweedse Zound Industries, en samen gaan ze verder als de Marshall Group. Het hoofdkantoor staat in Stockholm; Milton Keynes blijft de thuisbasis van Marshall Amplification. In januari 2025 tekenden fondsen van HongShan Capital (HSG) voor een meerderheidsbelang, bij een waardering van circa €1,1 miljard.
Onder de groep vallen ook Natal Drums en Marshall Records, dus de drums zijn weer een beetje terug in het verhaal. Zo gaat de cirkel rond. Wat blijft, is een geluid dat nooit uit een marketingplan kwam, maar uit het antwoord op een vraag aan de toonbank: kan het niet wat harder?






Nog geen reacties...