Podium uitlichten voor beginners: frontlicht, tegenlicht en zijlicht uitgelegd

Een band, act, of wat voor artiest dan ook, goed in het licht zetten draait vooral om richting: met frontlicht laat je het publiek de gezichten van de mensen zien, terwijl je met tegenlicht en zijlicht vorm en sfeer toevoegt. Wie die drie richtingen snapt, bouwt met een handvol spots een opstelling die er op elk podium goed uitziet, van buurthuis tot festivaltent.

Wat licht op een podium eigenlijk doet

Licht heeft op een podium drie taken: zorgen dat het publiek iets ziet, bepalen wáár het publiek kijkt en de stemming bepalen. Dat eerste klinkt als een open deur, maar… zichtbaarheid van wat precies? De zanger moet te zien zijn, de kabelbrij achter de drummer liever niet. Elke spot die je richt, is dus ook een keuze over wat je in het donker laat.

Dan de focus. Bij een tv-registratie kiest een regisseur wie er in beeld komt. Live is er geen camerashot, dus het licht doet dat werk: het publiek kijkt waar het licht is. Zet de leadzanger net iets feller dan de rest en de ogen gaan vanzelf die kant op. De sfeer komt daarna uit de kleur en de richting van het licht: warm wit bijvoorbeeld, voelt anders dan diepblauw, en licht van achteren vertelt een ander verhaal dan licht recht van voren.

Podium uitlichten voor beginners: frontlicht, tegenlicht en zijlicht uitgelegd

Frontlicht: kies de juiste hoek voor gezichten

Frontlicht is al het licht dat vanuit de zaal richting het podium schijnt, en het is de enige manier om gezichten echt ‘leesbaar’ te maken. Het verleidelijke beginnersfoutje is een spot recht van voren, ongeveer op ooghoogte. Alles is dan wel verlicht, maar ook plat: neus en kaaklijn verliezen hun vorm en de artiest versmelt met de achtergrond.

We noemen het dus wel ‘front’licht, maar het schijnt nooit echt recht van voren. Hang de spot altijd hoger en uit de hoek: 

• 45 graden van boven: stel je voor dat 0 graden een lamp is die recht in het gezicht schijnt van de artiest, en dat 90 graden een lamp is die recht vanboven op zijn kruin schijnt. 45 graden zit daar dan dus precies tussenin, ofwel een spot die wat hoger hangt en op die manier schuin naar beneden schijnt op het gezicht van de artiest.
• 45 graden van opzij: 0 graden is precies recht voor de artiest, en 90 graden is een lamp die vanuit de coulissen op de zijkant van zijn hoofd schijnt. 45 graden is daar tussenin: schuin van opzij dus.

Door de spot schuin van boven + schuin van opzij te laten schijnen, voorkom je dat muzikanten schaduwen op elkaar werpen en blijf je de ogen goed zien. Ga niet te hoog, want dan krijg je het omgekeerde van het zaklamp-onder-de-kin-effect, namelijk donkere oogkassen en een zwarte streep onder neus en kin. Lekker dramatisch, maar niemand herkent de zanger meer.

Die 45 graden komen uit het theater, uit de methode van Stanley McCandless. Hij gaf vanaf 1926 les aan Yale en wordt de vader van het moderne lichtontwerp genoemd. Zijn aanpak is nog steeds de basis op opleidingen: niet de enige manier, wel een die bijna altijd werkt.

» Bekijk alle spots

Per speelvlak een warme en een koele spot

Eén frontspot uit een hoek laat een gezicht mooi uitkomen, maar er is één probleem: het publiek aan de ene kant ziet vooral een verlicht gezicht, de mensen aan de andere kant zien vooral de schaduwhelft. Een tweede spot aan de andere zijde lost dat op. Je levert wat diepte in, maar iedereen in de zaal heeft nu goed zicht. (Staat je publiek om het podium heen, maak de hoek dan breder of hang er een derde en vierde spot bij.)

Geef de twee spots verschillende tinten. De ene warm (denk aan een lichte amber- of andere gelige kleur) en de andere koel, zoals lichtblauw of lavendel. De warme spot speelt de zon, de koele imiteert het hemellicht dat de schaduwen opvult. Zo krijgt een gezicht diepte zonder dat een hele wang wegvalt in het zwart. Met de balans tussen beide kun je bovendien sturen: meer warm voor een zonnig uptempo-nummer, meer koel voor een ballad. Met een DMX-lichtsturing regel je dat gewoon per kanaal.

Hoe groot mag het vlak zijn dat zo’n set spots verlicht? Reken op zo’n drie tot vier meter breedte voor twee spots. Een podium van zes meter deel je dus in twee vlakken, met in totaal vier frontspots. Probeer je het met één paar van ver weg te dekken, dan wordt de bundel te breed en te zwak.

Podium uitlichten voor beginners: frontlicht, tegenlicht en zijlicht uitgelegd

Tegenlicht: diepte en drama

Met alleen frontlicht blijft het plaatje vlak, hoe netjes je hoeken ook zijn. Tegenlicht hangt achter en boven de muzikanten en schijnt richting de zaal. Het legt een lichte rand op schouders en haar, waardoor de artiest loskomt van de achtergrond. Een steil opgehangen tegenlicht maakt de compositie eigenlijk pas echt af.

Tegenlicht verdraagt een veel zwaardere kleur dan frontlicht. Een klassieke combinatie is een vrijwel wit of licht getint frontlicht met een diepblauw tegenlicht; rood of magenta werkt net zo goed. Bij bandlicht zit hier het drama: het publiek kijkt naar het podium en ziet vooral de kleur van achteren veranderen. Wissel die per nummer en het hele podium voelt anders. Richt wel op de muzikanten en niet op de eerste rij, want de bundel wijst nu eenmaal de zaal in.

Zijlicht: vorm voor het lijf, niet voor het gezicht

Zijlicht staat links en rechts naast het podium, op hoogte van de muzikant of iets erboven, en schijnt dwars over het podium. Voor gezichten is het weinig waard: een neus werpt een schaduw over de wang. Voor lichamen juist wel. Schouders, en de hals van een gitaar krijgen een mooie rand die je met front- en tegenlicht er niet uit kan laten komen. (En alleen maar zijlicht gebruiken, van twee kanten, is leuk voor een intro, maar onbruikbaar voor een hele set, want dan zijn de randen van een figuur verlicht en blijft de voorkant donker.)

In combinatie met frontlicht vult zijlicht in wat de rest van de verlichting overslaat. Zeker met met een stevige kleur erin geeft het vorm aan objecten. Twee spots op statieven aan weerszijden zijn genoeg om te beginnen. Maar, zie het als de laatste stap, niet de eerste: pas als front- en tegenlicht staan, voeg je zijlicht toe.

» Bekijk alle licht-statieven

Podium uitlichten voor beginners: frontlicht, tegenlicht en zijlicht uitgelegd

3 opstellingen om mee te beginnen

Alle drie beginnen bij frontlicht en bouwen vanaf daar op. Eerst zichtbaarheid, dan pas kleur en drama.

#1. Vier spots, één speelvlak. Zet twee frontspots op 45 graden, warm en koel, en twee spots als tegenlicht in een kleur naar keuze. Genoeg voor een singer-songwriter, een duo of een kleine act die vooral in het midden staat.

#2. Acht pars, twee speelvlakken. Vier frontspots voor een podium van ongeveer zes meter, twee tegenlichten, en twee zijlichten op statieven. Hiermee zet je een band van drie tot vier muzikanten neer zonder dat er zwarte gaten vallen.

#3. Dezelfde set als #2, maar dan met ‘specials’. Een special is één losse spot voor een vaste plek of een effect, los van de algemene spot, bijvoorbeeld een smalle witte bundel op de zanger voor tijdens het refrein, of een spot op de toetsenist die anders achterin een beetje te veel in het donker staat. Met een DMX-controller leg je per nummer eenvoudig vast wat er aan en uit gaat.

En onthoud: meer lampen is niet automatisch beter licht. Vier goed gerichte spots doen meer dan twaalf spots die lukraak zijn opgehangen.

» Bekijk alle basisverlichting-sets
» Bekijk alle DMX-lichtsturingen
» Accu-pars en draadloze DMX: een lichtshow zonder kabels

Geen reacties

Nog geen reacties...

Laat een reactie achter