Announcement

Collapse
No announcement yet.

Luidsprekerplaatsing

Collapse
X
 
  • Filter
  • Time
  • Show
Clear All
new posts

  • Luidsprekerplaatsing

    Luidsprekerplaatsing in de praktijk:
    Weer een informatief stukje tekst, dit keer over luidsprekers en hoe je ze in de praktijk het beste gebruikt.



    Tegenwoordig zijn er heel veel kleine, beginnende drive-in shows en mensen die thuis experimenteren met produceren en opnemen. Wat mij opviel is dat ze na een aantal jaren sparen en werken een hele aardige lijst met apparatuur hebben, maar vervolgens de speakers gewoon op een mooie plek neerzetten en zich dan afvragen waarom de speakers die het in de showroom zo goed deden of zo lekker laag gingen dat nu ineens niet meer doen. In veel gevallen zijn extreme equalizerstanden en overmatige processing het gevolg, waardoor de geluidskwaliteit aanzienlijk omlaag gaat. Dat was voor mij de reden om eens een aantal A4tjes vol te gooien met een heleboel informatie over hoe je luidsprekers in de praktijk zo effectief mogelijk gebruikt. De tips en info kunnen op bijna alle luidsprekers toegepast worden, maar zijn voornamelijk bedoeld voor PA en studiomonitoren
    Veel van de links in deze tekst bevatten Engelstalige teksten, aangezien Engels de voertaal is in het vakgebied van de professionele audio. Google translate helpt je een heel eind op weg, maar engels kunnen is eigenlijk een must.

    Inhoud:
    - Veel voorkomende problemen
    - Ontbrekende of te aanwezige geluiden
    - “Echo” of galm
    - Te veel of te weinig lage frequenties
    - “Rondzingers”, “fluiters” en dus feedback
    - De oplossingen en de theorie erachter
    - Fase (voor studio en PA)
    - Spreiding en stereo (voor studio en PA)
    - Hoeken, muren en podia (voor studio en PA)
    - Subwoofers en lage frequenties (voornamelijk voor studio)
    - Simpele akoestische bekleding (voor studio)
    - Snelstart luidsprekerplaatsing (voor studio en PA)
    - Troubleshooting
    - Fasefouten vinden
    - De specificaties van je speakers en wat ze precies betekenen


    Veel voorkomende problemen:

    Hier behandel ik de problemen en ervaringen die veel mensen tegenkomen. Onder “de oplossingen en de theorie erachter” behandel ik de oplossingen voor die problemen en de theorie die erbij hoort, zodat je het de volgende keer makkelijk en snel op kan lossen.


    Ontbrekende of te aanwezige geluiden:

    Je kent het wel, je staat met je drive-in show in een zaal of in de openlucht, maakt eens een rondje door de zaal om te luisteren of het daar lekker klinkt en de opdrachtgever te vragen of hij/zij tevreden is en merkt op dat je op plaats x helemaal geen hoge frequenties hoort en 2 meter verderop alleen maar hoge frequenties. Dit komt door de spreiding van je luidsprekers, die in combinatie met de plaatsing ervan faseverschuivingen kan veroorzaken, waardoor je op sommige plekken bijvoorbeeld heel veel laag hoort en op sommige plekken juist helemaal niet.


    “Echo” of galm:

    In sommige ruimtes hoor je heel duidelijk een echo of galm als je een kort tikkend geluid maakt (aftikken met drumstokken, klappen). Dit komt doordat de ruimte gemaakt is van materialen die bijna al het geluid dat ertegenaan botst terugkaatsen. Dat geluid komt later bij je oren aan dan het directe geluid omdat het een weg moet afleggen naar het voorwerp waar het van terugkaatst en dan nog weer terug, daarom betekent een langere weg ook een “groter” geluid. Als je bijvoorbeeld onder een viaduct staat en daar iets schreeuwt hoor je een echo, net als in de bergen. Alledaagse materialen die geluid terugkaatsen zijn: Beton, steensoorten, glas, metaal, een aantal kunststoffen en dik pleister/stucwerk.


    Te veel of te weinig lage frequenties:

    Naast het effect dat je op sommige plaatsen bepaalde frequenties niet hoort, kan het ook nog zijn dat je overal bepaalde frequenties mist. Die frequenties zijn 9 van de 10 keer de lage frequenties. Als je bijvoorbeeld een grote zaal hebt en een bescheiden setje neerzet kan dat voor spraak heel goed uitpakken, maar bij muziek zwaar tegenvallen, voornamelijk in het laag. Dit kan heel simpel opgelost worden door de natuurwetten toe te passen.


    De oplossingen en de theorie erachter:

    Hier behandel ik de hierboven besproken problemen en situaties en geef ik oplossingen.


    Fase (voor studio en PA):

    Als je bepaalde frequenties wel of niet hoort (over het hele spectrum, van laag tot hoog) kan het zijn dat er ergens in het systeem een fasefout zit. Eerst even een stukje uitleg over fase: Als je twee gelijke sinusgolven (zeg een blauwe en een rode) hebt en je tekent ze “over elkaar” in dezelfde grafiek, zie je als het goed is één (paarse) golf. Dat betekent dat die twee golven met elkaar in fase staan. Eigenlijk betekent dat dus gewoon dat ze gelijk lopen. Als je de fase van de rode golf omdraait (180 graden), zie je dat de top van de rode sinus op dezelfde plek op de x-as ligt als het laagste punt van de blauwe golf. De speaker volgt de beweging van de golf, dus als de golf omhoog gaat, gaat de speaker naar buiten. Als de golf omlaag gaat, gaat de speaker naar binnen. Maar wat nou als je twee dezelfde golven over elkaar plakt? Dan gaat de speaker verder naar binnen of naar buiten, maar als je bij één van die twee golven de fase omdraait moet de speaker tegelijk evenveel naar buiten als naar binnen. Resultaat? Geen geluid! Een voorbeeld om te verduidelijken: Je doet een wedstrijdje armworstelen met iemand en op een gegeven moment staan de handen even stil. Hoe kan dat? Jij drukt precies even hard als je tegenstander, maar jouw kracht werkt precies de andere kant op, dus gebeurt er niets. Als de ander ietsje harder drukt gaan de handen bewegen, weliswaar heel langzaam, maar ze bewegen wel.
    Dat is ongeveer hoe fase werkt met golven, als de krachten even groot zijn “doven” ze elkaar uit. (uitdoving dus). Hoe kan het dan dat je op sommige plaatsen wel en op sommige plaatsen geen geluid hoort? Dat kan alleen als je meerdere luidsprekers per kant plaatst of de luidsprekers dicht bij een muur plaatst (normaal heb je twee kanten, links en rechts).
    Een luidspreker heeft een bepaalde afstraling (patroon in welke richting het geluid “gemikt” wordt), en als je 2 luidsprekers naast elkaar plaatst overlapt die afstraling bijna altijd een beetje en soms zelfs heel veel. Omdat je niet twee luidsprekers op precies dezelfde plek kunt hangen moeten ze naast elkaar en overlappen de afstralingpatronen. Omdat je dan 2 patronen door elkaar hebt krijg je afhankelijk van waar je staat de golven van die twee luidsprekers wel of niet gelijktijdig in je oor. Als ze precies op tijd zijn, versterken ze elkaar. Als de ene binnenkomt terwijl de andere er al half in zit krijg je gedeeltelijk uitdoving (het geluid wordt zachter, maar valt niet helemaal weg). Als de ene golf op het laagste punt is en binnenkomt terwijl de andere op het hoogste punt is krijg je totale uitdoving, zoals bij het armworstelen. Hieronder een voorbeeld van hoe uitdoving precies werkt*, je ziet helemaal links een gecombineerde golf (A, blauw) plus zijn faseverschoven broertje (rood), de golven bestaan uit drie sinusgolven. Daarnaast zie je de drie sinusgolven met rode tegenhangers waar de gecombineerde golven uit bestaan. Zoals je kan zien zijn de lage frequenties (B1, lagere frequentie is grotere golf!) een beetje verschoven, de middenfrequenties zijn wat verder verschoven (B2), en de hoge frequenties doven elkaar precies uit (B3). Het “eindresultaat” van de rode en blauwe golven zie je in C1, C2 en C3.
    Dit laat ook duidelijk zien waarom er maar een paar plaatsen (of helemaal geen plaatsen!) zijn waar je alles hoort, omdat een andere frequentie een andere golflengte betekent, die dus ook weer uit kan doven enz. enz.



    Faseverschuiving kan ook ontstaan door een luidspreker te dicht bij een (akoestisch onbehandelde) muur plaatsen, het geluid kaatst dan terug en dooft zichzelf uit. Een voorbeeld hiervan zie je hieronder, alleen gaat het hier om een gitaarversterker die opgenomen wordt met een microfoon die op een afstandje staat. Het geluid kaatst terug via de grond en veroorzaakt faseverschuivingen zoals je hierboven ziet. Je kan de gitaarversterker zien als de speaker, de grond als de muur en de microfoon als je oor.

    http://www.bax-shop.nl/docs/bax_luid...eelding_04.jpg

    Faseverschuiving kan niet alleen optreden bij de weg van luidspreker(s) naar oor, maar ook van bron naar microfoon, zoals hierboven. Dit komt met name voor bij snaredrums, als er opnames gemaakt worden kiest menig technicus om naast een microfoon boven de Snare ook een microfoon onder de Snare te plaatsen, waardoor het signaal uit fase is (de onderste microfoon hangt namelijk op de kop, dus ontvangt hij het signaal 180 graden uit fase). Om dit op te lossen druk je op je mengtafel of in de DAW (Digital Audio Workstation, software om audio mee te bewerken, zoals Cubase, Protools, Logic, Reaper, FL Studio, Reason enz. enz.) de “Phase”, “polarity” of (polarity- of phase-) “invert” knop in, in bijna alle gevallen wordt de fase dan omgedraaid en klopt het weer. Hieronder een plaatje van een Snare die van boven én van onder opgenomen wordt*:



    Het kan ook zijn dat je helemaal nergens geluid hoort, of overal dezelfde frequentie mist. Dit kan komen omdat je ergens tussen bron en luidspreker (ja, dat zijn heel wat kabels!) een plus en een min hebt omgewisseld en op die manier effectief de fase om hebt gedraaid, dit gebeurt vaak in zelfgesoldeerde kabels waarvan er eentje verkeerd is, of een gerepareerde kabel die per ongeluk verkeerdom is. Het kan ook zijn dat je in een zelfgemaakt Connectorpaneel de plus en min van een lijn- of luidsprekerkabel hebt omgedraaid, verder kan je nog zoeken in je luidsprekerkabels en de luidsprekers zelf. Door jezelf verwijderde passieve filters in luidsprekers kunnen ook verkeerdom “terugaangesloten” zijn.
    Als je last hebt van faseverschuiving door luidsprekers die elkaar uitdoven kan je afhankelijk van de situatie een aantal dingen doen; je kan luidsprekers nemen met een smallere afstraling (zolang de zaal en toepassing dit toelaten!), je kan je luidsprekers verder uit elkaar “mikken” (de onderlinge afstand aan de voorkant groter maken en die aan de achterkant gelijk houden) of in het geval van een muur die reflecteert de muur voorzien van akoestische bekleding die ook daadwerkelijk helpt in het frequentiegebied waar de problemen liggen of (de makkelijke en snelle oplossing) de luidspreker verder van de muur plaatsen. De afbeeldingen op vorige pagina’s zijn trouwens afkomstig van een Sound On Sound artikel:

    * http://www.soundonsound.com/sos/apr0...emystified.htm



    Hierboven zie je een illustratie van een luidspreker die vlak bij een muur staat, en een luisteraar die door de weerkaatsing van de muur (groen) geen geluid hoort, omdat de fase van de weerkaatsing precies andersom is vergeleken met het originele (rode) signaal. In de gele cirkel zie je dat de twee golfen elkaar precies uitdoven.


    Spreiding (afstraling) en stereo (voor studio en PA):

    Een topkast of fullrange kast heeft een speaker om de lage en middenfrequenties weer te geven, en een compression driver die vastzit aan een hoorn om de hoge frequenties weer te geven. Die hoorn heeft een bepaalde afstraling, dat zijn de randen van het gebied waar hij het geluid naartoe straalt. Die randen worden aangegeven in graden vanaf on-axis. On-axis betekent “op de lijn”, als je recht tegen het membraan van de CD (kort voor compressiondriver) aan kijkt zit je ergens op de axis. Als je er onder een hoek naar kijkt (schuin erop) ben je off-axis. Als de hoorn een afstraling van 90*60 heeft, liggen de randen van het straalgebied horizontaal op 45 graden van de axis (want 2*45=90), en verticaal op 30 graden van de axis (2*30=60). Sommige hoorns hebben een speciale verticale afstraling, waardoor de afstraling naar beneden groter is dan naar boven, maar de afstraling wordt nog steeds gewoon in graden gegeven, alleen zijn er onder niet evenveel graden als boven.
    Als je twee kasten hebt en een kloppend stereoveld wilt creëren, wat voornamelijk belangrijk is in studio’s, waar je het liefst een zo perfect mogelijk stereoveld wilt hebben, moet je de afstraling (of spreiding) van die luidsprekers weten (tip: in het Engels: Dispersion).
    Je zoekt de afstraling van je luidsprekers of en bepaalt waar je ze neer wilt zetten, vervolgens “richt” je ze zo dat je vanaf je werkplek zoveel mogelijk on-axis van beide luidsprekers zit.
    Als je een surround sound setup hebt moet je dit voor alle luidsprekers behalve de subwoofer doen, omdat die in een bol afstraalt en dus bijna overal geplaatst kan worden (in “hoeken, muren en podia” lees je hier meer over, ook voor live). Als je niet helemaal on-axis zit is het niet zo erg, maar als je aan de rand van het afstralinggebied zit kan het zijn dat je hoge frequenties gaat missen. Hieronder een aantal plaatjes van een luidspreker in Sketchup waar ik het afstraalgebied ongeveer in heb getekend, zodat je een idee hebt van hoe het werkt.









    (afbeeldingen ©Daan Jonkers, luidspreker te vinden in Google 3D modellen, zoeken op DAW)


    Hoeken, muren en podia (voor studio en PA):

    Hierboven heb je gelezen hoe fase en afstraling werken, en dat gaat nu goed van pas komen. Als je een luidspreker vlak bij een muur staat die van materiaal is gemaakt dat geluid reflecteert, kan je niet alleen last krijgen van vervelende reflecties in de hoge frequenties, maar ook van teveel lage frequenties. Dit komt doordat een subwoofer bijna altijd omnidirectioneel is, dat betekent dat hij afstraalt in een bol, in tegenstelling tot een topkast. Alle frequenties onder de pakweg 200 hertz vertonen dit gedrag, bij welke luidspreker dan ook, alleen heb je er bij subwoofers het meeste last van, omdat die alleen maar laag weergeven. Als je die bol halveert, wat je eigenlijk al doet als je hem op de grond zet (half-space). Als je de bol halveert “verdien” je 3 dB geluidsdruk, als je hem op de grond zet telt dit meestal niet, behalve als er bij de SPL (sound pressure level) metingen in de specificaties “full space” staat, wat betekent dat de subwoofer tijdens de metingen op is gehangen. Als de metingen half space zijn uitgevoerd mag je die 3 dB van het op de grond zetten dus niet meer meetellen.
    Als je sub op de grond staat en je hebt het gevoel dat je ondanks de nodige EQing toch te weinig laag hebt, probeer hem dan eens tegen een muur aan te zetten, dan halveer je de halve bol tot een kwart bol en win je weer 3 dB. Als je dan nog een muur introduceert (en hem dus in een hoek zet), win je nog eens 3 dB, waardoor je een sub die full-space bijvoorbeeld 131 dB Max SPL produceert ineens tot 140 dB Max SPL kunt laten gaan, wat ontzettend scheelt in ruimtes die net iets te groot zijn voor je setje. Het kan dan wel zijn dat je toppen op een andere plek moeten, omdat ze anders niet overal bij komen (er staan nog wel een dingen in de weg). Dit trucje werkt overigens niet bij tenten, omdat die de vervelende eigenschap hebben lage frequenties gewoon door te laten, maar de hoge te blokkeren als een betonnen muur, waardoor je niet alleen veel meer lawaai kan maken dan je lief is in zo’n tent, maar ook nog eens extra subwoofers moet regelen, omdat je anders bijna geen laag overhoudt. Beton, baksteen of meerdere dikke lagen hout werkt wel voor de “subtruc met de muur”, met de sub tegen de muur/muren (de laatste wel wat minder).
    Als je in een middelgrote ruimte staat en door de hoeveelheid podiumgeluid nauwelijks nog een fatsoenlijke mix kan maken, kan je een zogenaamde cardioide subset-up overwegen. Bij een cardioide set-up maak je gebruik van de looptijdverschillen (faseverschuiving) tussen 2 subs die achter elkaar staan. Als je twee subwoofers per kant plaatst, en de ene omdraait, zodat hij naar achter “blaast”, hem vervolgens fasedraait (180 graden verschuiven dus), en de (makkelijk te berekenen) delay toepast, komt het geluid tegelijk met dat van de andere sub bij het oor aan, terwijl die twee elkaar aan de achterkant uitdoven. Aangezien dit een heel precies en specifiek stukje systeemtechniek is ga ik hier nu niet verder op in, hieronder een paar links waar je er meer over leert:

    http://www.sinetechnicalevents.nl/nl...tellingen.html

    http://timobeckmangeluid.wordpress.com/?s=cardioide



    (afbeelding ©Daan Jonkers)

    Hierboven zie je een 18” bassreflex subwoofer (fantasieontwerpje, gebaseerd op RCF 4-Pro 8001-A/8003-A) en daaromheen een doorzichtige halve bol die het afstraalgedrag van een dergelijke subwoofer op een stevige (betonnen/aarden) ondergrond laat zien. Als je een kant van de sub tegen de muur aanzet halveert dus de bol, enzovoorts.


    Subwoofers en lage frequenties (voornamelijk voor studio):

    In je studio kan je natuurlijk geen cardioide subset-up maken, ten eerste is het niet nodig, en ten tweede heb je er ontzettend veel ruimte voor nodig. Wat je wel kan doen is het sublaag in je studio zo goed mogelijk beheersen, zodat je een gecontroleerde weergave krijgt. Ik begin bij, inderdaad, het begin: de plaats. Waar zet je je sub neer? Je begint met het uitkiezen van een aantal (zelfgemaakte/zelfgemixte?) tracks en nummers die je goed kent, vervolgens sluit je de sub aan op de rest van je systeem en zet je hem op de plek waar je normaalgesproken zit als je mixt. Je zet in principe de EQ uit, en het volume op 0dB, en gaat op handen en voeten (!) zoeken naar de plek waar het laag het meest in balans klinkt met de rest, en niet te boemerig is (uiteraard verschillen smaken!).
    Als je die plek hebt gevonden markeer je hem en zet je de sub erbovenop. De EQ en het volume laat je lekker staan, en je gaat op je mixpositie luisteren of het laag nog steeds in balans is, zoals je het hoorde toen de sub op de mixpositie stond. Als dit wel zo is en je bent tevreden, kan je het beste een tijdje alleen muziek luisteren, en nog niet gaan produceren of mixen, om aan de sub te wennen. Als je niet tevreden bent kan je een aantal dingen doen; als je sub een instelbare cross-over heeft, kan je de crossfrequentie veranderen en proberen of dat het gewenste effect heeft. Als dat niet zo is kan je eventueel met de EQ op de sub aan de slag, maar waarschijnlijk moet je de sub terugzetten op de mixpositie en opnieuw rond gaan kruipen tot je de best klinkende plek hebt. Hierboven heb je gelezen wat muren en hoeken met je laag kunnen doen, dus pas daar mee op, 9 dB klinkt bijna als een verdubbeling van het volume!
    Als je een maar een kleine ruimte tot je beschikking hebt is het misschien geen goed idee om een subwoofer te gebruiken, of monitoren die erg laag door lopen. Je zorgt zowiezo dat je monitoren de langste kant van de kamer op “vuren”, dus in een kamer van 3 bij 7 meter zet je je bureau en de monitoren tegen een van de 3-meter-wanden, om problemen in de lage frequenties te voorkomen. De langste kant van je kamer heb je ook nodig om uit te vinden of een subwoofer goed gaat werken in je studio. De laagste frequentie die “erin past” is twee keer zo lang als de langste kant van de kamer (in het voorbeeld van hierboven dus 7 meter). De snelheid van geluid hangt af van onder andere de temperatuur en de luchtvochtigheid, maar we nemen even een “standaard” van 345 meter per seconde aan, omdat de verschillen niet heel groot zullen zijn en dus niet veel uit zullen maken hier (meestal is het een kwestie van centimeters). Je mag een halve golflengte rekenen, oftewel de langste kant van de kamer verdubbelen, we komen dan uit op 2*7= 14 meter. Als je de geluidssnelheid deelt door het aantal meters weet je hoe vaak de golf per seconde moet voorkomen om in de kamer te passen, oftewel, je weet dan de laagste frequentie die er in past. In dit geval is de som dan 345/14=24,64 Hz, dus in die kamer past een behoorlijk lage frequentie. Als je echter een kamer hebt van 3*4 meter kom je uit op 345/(2*4)=43,125 Hz, wat nog best aardig is trouwens.


    Simpele akoestische bekleding (voor studio):
    Je merkt het misschien niet, maar ook als je je monitoren precies goed hebt staan kan het zijn dat je stereobeeld niet klopt. Hoe verhelp je dit? En hoe zorg je dat je een plek hebt waar je op kleine schaal (gitaar, zang, geen complete drumstellen dus) “droge” opnames (dus zonder galm of echo uit de ruimte)?
    Allereerst zorg je voor een goede afluistering, als je de monitoren goed hebt staan ga je op de mixpositie zitten en probeer je (met een beetje verbeelding) in je gedachten spiegels aan de muren en het plafond te hangen, en dan zó dat je de monitoren er in ziet. Op die plekken hang je geschikt akoestisch foam (Auralex bijvoorbeeld), en misschien nog eentje op die plek waar je tegenaan kijkt als je recht vooruit kijkt (vanaf de mixpositie), als daar ten minste geen raam zit, met een liveroom erachter.
    Als je een plek wilt om “droge” opnames te maken, kan je de hele kamer gaan behandelen, maar het is meestal veel sneller, makkelijker en goedkoper om een hoekje te maken waar je droge opnames kan maken. Een (SE) Reflexion Filter is vaak een goed begin, deze staat om je microfoon heen gevouwen en vangt alles op wat van achter de microfoon in komt. Aan de muur achter je kan je nog wat meer foam of dekens ophangen, totdat de opnames naar jouw smaak droog genoeg zijn. Het idee van “droge opnames” is dat je makkelijker reverb toevoegt dan weghaalt uit een audiobestand, en omdat de meeste thuisstudio’s niet zo geweldig klinken is droge opnames vaak de beste manier, tenzij je erg tevreden bent met het geluid zoals het is.
    Als je een ruimte wilt soundproofen, geluiddicht van binnen naar buiten, wilt maken dus, kan je om te beginnen alle ruiten van dubbel glas maken, en dikke, massieve deuren inhangen. Daarna zou je het plafond eruit kunnen halen en alle ruimte die daar beschikbaar is volproppen met Rockwool, voordat je het plafond terugplaatst (scheelt ook stevig in de gasrekening;)).
    Als het dan nog niet genoeg is zou je kunnen overwegen om een verhoogde vloer te maken, waar, inderdaad, ook Rockwool in zit (afgewisseld met lagen lucht, om de lagere frequenties ook mee te pakken). Als je akoestische panelen (foam) aan de muur ophangt, laat dan een paar centimeter tussen het paneel en de muur, ook hier pak je dan de lagere frequenties ook mee. Hoe groter de afstand tussen het paneel en de muur, hoe lager de laagste frequentie die wordt geabsorbeerd. Meerdere lagen panelen en lucht werkt alleen maar beter, maar verkleind de bruibare ruimte natuurlijk wel stevig, dus denk goed na voordat je aan zoiets begint!

    SoundonSound heeft een heel artikel over simpele akoestische bekleding in deze editie: http://www.soundonsound.com/sos/dec0...sacoustics.htm

    In de editie van Studio SOS (vast onderdeel van SoundOnSound) uit de SoundOnSound van december 2010 vindt je nog wat meer informatie met betrekking tot monitoren en diverse andere dingen die het Studio SOS team vaak tegenkomt. (na drie maanden staan de soundonsounds volledig op de site: www.soundonsound.com)


    Snelstart luidsprekerplaatsing (voor studio en PA):

    Eigenlijk is het een korte samenvatting van alles dat hierboven staat, inclusief een aantal handige tips&tricks. In punten een snelstart luidsprekerplaatsing:

    - Kleine Live-PA en te weinig laag? Zet je subs eens tegen een muur aan of, voor een wat steviger resultaat in een hoek (werkt alleen met massieve muren van beton, baksteen, etc.)

    - Kleine Live-PA en te weinig laag? In kleine ruimtes hebben hoorngeladen subwoofers nauwelijks effect, dus doe je veel kleine ruimtes, neem dan bass-reflex of band-pass subs. Het beste is natuurlijk zelf uitproberen tijdens een klus!

    - Kleine Live-PA en rare echo’s? Probeer je (mid-hoog) speakers niet vlak bij een muur te zetten en bij hele “luidruchtige” ruimtes hang je dikke (theater- en brandwerende) doeken op, als je daar de mogelijkheid voor hebt. Als dat niet kan; niet teveel tijd in een lekkere mix stoppen maar gewoon linechecken, een paar standaard EQ’s vast stellen en wachten op het publiek, die gaan heel veel reflecties opnemen.

    - Tent? Meer laag! Het laag gaat er namelijk dwars doorheen, terwijl het hoog terugkaatst als of je in een betonnen bak staat…

    - Studiomonitoren neerzetten? Laat ze over de lange kant van de ruimte “vuren”, dus je bureau tegen de korte kant, dat scheelt een boel vervelend akoestisch gedoe.

    - Groot luidsprekersysteem uit fase? Check de spreiding van de speakers en richt ze daarnaar.

    - Rondzingers? Kijk even welk opnamepatroon je microfoon heeft (ook wel polar pattern genoemd). Als je een mic hebt met cardioide opnamepatroon, betekent dat dat de mic van achteren bijna niks oppakt, dus leg je monitor zo dat zijn geluid zo min mogelijk in de microfoon terecht komt. Voor de polar patterns en meer uitleg klik je hier.


    Troubleshooting:

    Altijd handig als je in de knoei zit met één van de bovenstaande punten.


    Fasefouten vinden:

    Stel je voor; je hebt je systeem opgebouwd en alles staat goed, maar je hoort helemaal geen laag. Je stelt vast dat het een fasefout is, ergens tussen bron en luidspreker. Je hebt zoiets nog niet eerder meegemaakt, dus stel je dat het niet in de luidsprekers zelf verkeerd is gegaan. Wat doe je? Hoe los je dit op voordat de show begint? We gaan uit van een “regeltafeltje” waar een stereosignaal van een DJ op 2 monokanalen binnenkomt.
    1: controleer minstens drie keer of je niet de faseknop van een van de kanalen op je mengtafel aan hebt staan!!! Als je er na 2 uur kabels opmaken en weer dicht draaien achter komt dat je gewoon de fase op de mengtafel aan had staan ben je mooi twee uur tijd (en misschien wel een opdrachtgever) kwijt…
    Als dat niet zo is en alles klopt druk je van 1 van de faseknoppen in en luister je of het nu wel klopt. In het kanaal waar je net de schakelaar indrukte ga je nu van bron tot luidsprekerkabel controleren of je niet ergens een plus en een min hebt omgedraaid. Als dat zo is moet je op zn minst de kabel markeren, zodat je hem later kan repareren. Als je een soldeerbout bij de hand hebt doe je dat natuurlijk meteen. Zorg daarbij wel dat beide kanten van de kabel niet zijn aangesloten, de hitte kan druppeltjes soldeer op printplaten laten vallen of hele contacten binnenin het apparaat lossmelten…


    De specificaties van je speakers en wat ze precies betekenen:

    Je kent het wel, je wilt weten of die ene speaker uit de webshop iets voor jou is, maar er staat een ontzettende lijst met specificaties bij, waardoor je door de bomen het bos niet meer ziet.
    Hier een overzichtelijke lijst met de meest voorkomende specificaties en wat ze betekenen:

    - SPL Sound Pressure Level, de geluidsdruk
    - Max. SPL of Peak SPL Maximale geluidsdruk (let op, als er calculated bij staat kan dit in de praktijk lager uitvallen!)
    - Max. SPL @1W, 1M De maximale geluidsdruk bij 1watt vermogen op 1 meter afstand, ook wel de sensitivity of gevoeligheid genoemd. (kan ook calculated zijn en dus lager uitvallen)
    - RMS power Het vermogen dat de luidspreker continu aankan.
    - Program power Het vermogen dat de versterker RMS moet kunnen leveren. (dat mag uiteraard ook wat lager zijn, maar nooit lager dan de RMS van de luidspreker, tenzij je heel voorzichtig bent en niet clipt!)
    - Dispersion Spreiding, over het algemeen mag je aannemen dat de grootste hoek horizontaal is en de kleinste verticaal (bijv. 90*40, 90 horizontaal, 40 verticaal)
    - Nominal impendance Nominale impendantie, de gemiddelde impendantie (de impendantie is eigenlijk de weerstand, maar die verandert per frequentie)
    - Frequency Response De frequentierespons, de laagste en hoogste frequentie die de luidspreker kan weergeven.
    - Drivers/transducers De speakers die in de luidspreker zitten en de maten ervan (bijna altijd in inch (inch=”), 1”=+-2,5 centimeter)
    - Dimensions Afmetingen, meestal in millimeter
    - Weight Gewicht, vaak ik zowel kilo’s als LBS gegeven
    - T/S Parameters Thiele&Small Parameters, de parameters waarmee je uit kunt rekenen hoeveel volume een kast moet hebben voor een bepaalde luidspreker, hoelang de bassreflexpoorten moeten zijn etc. Dit is eigenlijk alleen van belang als je een kapotte speaker wilt vervangen die niet meer wordt gemaakt, of als je zelf luidsprekerkasten wilt bouwen.

    Als je vragen hebt kan je die hier onder stellen, de mede-forumgebruikers of ik zullen zo snel mogelijk reageren.
    Last edited by Rick; Saturday-17-09-2011, 12:49. Reason: Plaatjes D'r In
    [I][U][COLOR="Purple"][B]The nobel art of mixing sound.[/B][/COLOR][/U][/I]


    [U]Lord, please help me to keep my big mouth shut until I know what I am talking about! [/U]

  • #2
    Zoo dat is veeeel info voor 1 post :o Ff 2 dingetjes in wat ik zag toen ik er snel over keek, als je het over fase hebt vergaat dan het tijdsdomein niet. Zonder tijd is fase niks waard ;) En van fullspace naar halfspace is +6dB en niet anders ;)

    Comment


    • #3
      Ik heb hem zojuist HELEMAAL gelezen. En ik weet al weer een stuk meer!!
      Darth Crossfader

      Comment


      • #4
        Ik zou 4 van de synq rs 215 aanschaffen. nu heb ik ergens gelezen dat ze omwille van hun afstraling "60 op 100" een faseprobleem zouden geven bij volgende opstelling (zie link) klopt dat? valt er iets aan te doen ? mss enkel de hoorn omdraaien of een andere hoorn? suggesties??
        Foto

        Bedank!
        Last edited by Rick; Thursday-28-03-2013, 09:22.

        Comment


        • #5
          Afbeelding even naar link veranderd.
          Bax Music medewerker

          Comment


          • #6
            Beste DJspeakertje. Ik heb de DAP DLM luidsprekerset (2x sub, 2x top)
            Het totale vermogen bedraagt met twee subs en twee tops 4000 Watt!
            Ik draai in een zaal van 12 m lang, 7 m breed en 5 m hoog. Het geluid achter in de zaal is slecht.
            Met slecht bedoel ik dat de hoge tonen amper te horen zijn. Het geluid hoeft niet meer dan 80 dB te zijn maar wel helder. Met helder bedoel ik dat achterin de hoge tonen duidelijk te horen moeten zijn.
            Werkt een speaker niet als een lichtstraal. Ik bedoel dat als je het hoger plaatst het bij meer mensen achterin komt en dus beter (de hoge tonen) te horen is?
            Ik heb ook twee passieve boxen van 500 watt. Kan ik daar iets mee?

            Ik wil proberen om de top i.p.v. 180 cm op 260 cm te plaatsen. Weet jij een betere oplossing?

            Comment

            Working...
            X