In deze aflevering van de serie over zangtechniek gaan we het hebben over zingen met vibrato. Popzangers gebruiken doorgaans minder vibrato dan klassieke zangers. Toch is vibrato een effect waarmee je in de popmuziek je zang op smaak kunt brengen, als je het op het juiste moment en op de juiste manier toepast.

Zingen met vibrato

Let op

Ga onderstaande zangtechnieken niet in je eentje uitproberen, maar combineer deze kennis altijd met zanglessen. Zelfs een paar lessen zijn al beter dan niets. Hiermee voorkom je a) dat je vastloopt en b) dat er schade aan je stembanden ontstaat.

Wat is vibrato?

Wat is vibrato? De term vibrato heeft alles te maken met het woord vibreren, dat ‘trillen’ betekent. In de muziek is vibrato een hoorbare, regelmatige trilling, waarbij heen en weer wordt ‘geslingerd’ tussen twee uitersten. Het bekendste vibrato is het zogeheten toonvibrato, waarmee wordt gevarieerd in toonhoogte: de toon is niet recht, maar dwarrelt als het ware in een regelmatige slingerbeweging om een bepaalde toonhoogte heen. In deze aflevering bespreken we dit toonvibrato, maar ook twee andere bekende vibrato’s, te weten het pulsatievibrato en het twangvibrato. In de klassieke zang (het zogeheten belcanto) wordt veel met vibrato gezongen. Het belcanto is te beschouwen als het ‘walhalla’ van het vibrato. Het is niet te zeggen of dat van oorsprong een artistieke keuze is geweest of dat er een zangtechnische oorzaak is. Dat zit als volgt. In het belcanto wordt het strottenhoofd voortdurend zo laag mogelijk gehouden, omdat je zo een hoog volume kunt creëren. Door dat laag gehouden strottenhoofd is de tongbasis ontspannen en daardoor ook de omliggende spieren. Als gevolg daarvan heeft het strottenhoofd veel bewegingsvrijheid, doordat de ophanging van het strottenhoofd ontspannen en flexibel is. Als nu de ademstroom op de juiste snelheid langs het strottenhoofd gaat, gaat het strottenhoofd heen en weer wiegen. Daardoor ontstaat toonvibrato.

Het begrip ‘open keel’

Doordat klassieke zangers hun strottenhoofd laag houden en daardoor hun tongbasis ontspannen is, voldoen ze aan enkele belangrijke voorwaarden om met vibrato te zingen. Dat doen klassieke zangers dan ook veel, want iedere iets langere noot wordt met vibrato gezongen. Het is daarmee een stijlfiguur geworden in het belcanto. Het ontspannen houden van de tongbasis geeft een open gevoel in je keel. In het belcanto wordt dit ‘zingen met een open keel’ genoemd. Strikt genomen klopt dat niet. De keel is namelijk niet echt open, want de stembanden zijn gesloten. Anders zou je geen geluid voortbrengen. Maar het voelt wel als een open keel. Met een zogeheten open keel zingen (= ontspannen tongbasis) werkt goed in iedere muziekstijl. Ook in de popmuziek. Je gaat er beter door zingen en je krijgt er een open en helder stemgeluid door. Bovendien is het de belangrijkste voorwaarde om met vibrato te kunnen zingen. Daarnaast gelden er nog twee voorwaarden om met vibrato te kunnen zingen: je ademstroom moet de juiste snelheid hebben en voor een gecontroleerd vibrato moet je die ademstroom sturen met je ademsteun. Eerder hebben we uitgebreid aandacht besteed aan ademsteun. Het is één van de belangrijkste onderdelen van het zingen. Ademsteun houdt kort gezegd in dat je de ademstroom regelt met je middenrif, dat je weer aanstuurt vanuit je flanken. Ademsteun speelt een belangrijke rol bij het controleren van je vibrato, omdat je met ademsteun de luchtstroom mooi constant kunt houden. Overigens kan er door gebrek aan ademsteun een kort, onbedoeld vibrato ontstaan (zie verderop in dit artikel).

Zingen met vibrato

Vibrato in popmuziek

In de popzang wordt vibrato minder gebruikt dan in de klassieke zang. Er zijn popzangers die heel weinig vibrato gebruiken, zoals Chris Martin van Coldplay en Michael Stipe van R. E. M. Of het kleine randje vibrato dat je krijgt als je je ademsteun laat schieten. Een bekend voorbeeld hiervan is Sting. Popzangers die geregeld vibrato gebruiken, zijn andere andere George Michael en natuurlijk de dames Christina Aguilera, Whitney Houston en Mariah Carey. Het is de vraag of het spaarzame gebruik van vibrato in de popmuziek een artistieke keuze is of dat dit komt door zangtechnische beperkingen van popzangers. Op zich doet dat er niet toe. In de popmuziek wordt met een relatief hoog strottenhoofd gezongen, waardoor er vaak wat meer spanning op de tongbasis zit. Dat maakt het lastiger om met vibrato te zingen. Het zingen met een hoog of middelhoog strottenhoofd is overigens een natuurlijke manier van zingen, omdat dit de stand is waarmee we praten. Zingen met een laag strottenhoofd (zoals in het belcanto) is een gecultiveerde manier van zingen, die veel training vergt. Toch kun je in de popmuziek wel degelijk met vibrato zingen, ook al zing je met een hoger strottenhoofd dan in het belcanto. Belangrijk is dat je tongbasis ontspannen is, zodat je strottenhoofd heen en weer kan wiegen. Als er in de popmuziek vibrato wordt toegepast, dan is dat op lange noten. Meestal klinken die lange noten eerst recht, om tegen het einde een vibrato te krijgen. Ook aan het einde van een zin hoor je in de popmuziek nog wel eens een vibrato. Meestal is dat een vibrato dat wordt veroorzaakt door het inzakken van de ademsteun (zie kader). Dat toevoegen van vibrato aan een lange noot is bedoeld om het voor de luisteraar prettig te maken. Een lange, strakke en ‘spotzuivere’ toon vinden veel mensen minder aangenaam om naar te luisteren dan naar een toon die op een gegeven moment vibrato krijgt. Een strakke toon roept spanning op in de hersenen van de luisteraar. Sommige zangers voegen onbewust vibrato toe, omdat ze het zelf ook aangenamer vinden. Overigens kun je aan korte tonen geen vibrato toevoegen, omdat deze eenvoudigweg te kort zijn. De toon duurt korter dan de golflengte van één vibratoslinger.

Toonvibrato maken

Om een toonvibrato te bewerkstelligen, moet je dus aan drie voorwaarden voldoen: ontspannen tongbasis, luchtstroom op de juiste snelheid en controle van deze luchtstroom door je ademsteun. Een goede manier om een toonvibrato te maken, is de volgende. Aan het einde van een zin (dus vlak voordat je weer gaat inademen) kun je met je ademsteun een vibrato bewerkstelligen, namelijk door je luchtstroom gecontroleerd te versnellen. Maar daarbij mag je je ademsteun dus niet loslaten. Terwijl je je flanken aangespannen houdt, trek je (als in slow motion), je buikwand (rond je navel) naar binnen. Hierdoor versnelt de luchtstroom op gecontroleerde wijze. Met een beetje proberen kun je, door het langzaam naar binnen trekken van je buik, het punt vinden waarop je precies de juiste stroom hebt voor een vibrato. Heb je dat eenmaal onder de knie voor de eindes van je zinnen, dan kun je het ook gaan toepassen op lange noten tijdens je zinnen.

Controle over vibrato

Sommigen in de klassieke zangwereld vinden dat je niet te veel moet oefenen op vibrato. De opvatting is namelijk dat daarmee het risico ontstaat dat je stem vastloopt. Daarom traint men puur op het creëren van de juiste omstandigheden voor het vibrato. Voor wat betreft de popmuziek deelt zangcoach Alfons Verreijt die mening niet: “Het is te passief, zo ontwikkel je geen controle over je vibrato. Die controle is wel belangrijk. Neem bijvoorbeeld een achtergrondkoor. Het kan heel mooi zijn als de zangers in een achtergrondkoor met vibrato zingen. Maar dat vibrato moet dan exact synchroon zijn in snelheid en amplitude (diepte), anders wordt het een rommeltje. Om die reden zingen achtergrondkoortjes vaak zonder vibrato. Toch is het te trainen om volledig controle te krijgen over je vibrato, zodat je het ook in koortjes kunt gebruiken. Als dan het vibrato van het hele groepje gelijk loopt, klinkt het fantastisch.”

Zingen met vibrato

Pulsatievibrato

Naast toonvibrato bespreken we hier kort twee andere soorten vibrato die ook wel eens worden gebruikt. Allereerst het zogeheten pulsatievibrato. Bekende voorbeelden van zangers die dit vibrato regelmatig gebruiken, zijn: David Sylvian, Elvis Costello en de Franse zanger Julien Clerc. En natuurlijk Bert (van Bert en Ernie) als hij lacht. Overigens hebben veel Franse zangers de neiging tot pulsatievibrato. Een ander woord voor puslatievibrato is ‘chevroteren’. Daar zit het Franse woord voor geit (chèvre) in. Dit vibrato heeft inderdaad iets van het gemekker van een geit. Pulsatievibrato ontstaat als er veel spanning staat op het strottenhoofd. Het is geen vibrato waarbij de toonhoogte zweeft, zoals bij het toonvibrato. Het is een pulserend vibrato, dat ontstaat doordat voortdurend de compressie aan en uit wordt gezet. Over de aantrekkelijkheid van pulsatievibrato lopen de meningen uiteen. Maar het levert wel iets heel bruikbaars op in de klassieke muziek: daar is pulsatievibrato de basis voor het zogeheten ornamenteren, bijvoorbeeld door coloratuursopranen. Coloratuur is de naam van een reeks versieringen in de muziek, door snelle loopjes, sprongen, korte noten en tremolo’s. De term wordt meestal gebruikt voor vocale muziek en is dan vaak synoniem voor vocale virtuositeit. De sopraan is het meest geschikt voor het zingen van coloraturen. Sopranen die zich hierin hebben gespecialiseerd heten coloratuursopranen. Een coloratuursopraan kan bijvoorbeeld op iedere puls een andere toon zingen. Eén van de bekendste voorbeelden hiervan is de Koningin van de Nacht uit Die Zauberflöte van Mozart.

Twangvibrato

Tot slot het twangvibrato. Over twang hebben we eerder geschreven in het artikel over hard en hoog zingen met behulp van belting. Twang is een onmisbaar onderdeel van belting. Twangen is het achterover kantelen van je strottenklepje oftewel epiglottis. Het strottenklepje maakt deel uit van een trechtertje boven je stembanden. Als je dit klepje achterover kantelt, gaat je spraakkanaal als een soort megafoon werken. Tegelijk wordt het frequentiegebied tussen 4.000 en 5.000 Hertz versterkt, dus de hoge tonen. Bij twangvibrato heb je een toonvibrato en gebruik je twang op de hoge pieken van je toonvibrato. Bijvoorbeeld als je ‘yeah’ zingt.

Goed om te weten

Strottenhoofd en hangbrug

Ieder voorwerp (ook je strottenhoofd) heeft zogeheten eigen frequenties. Daardoor kan bij een bepaalde luchtsnelheid een voorwerp in een regelmatige trilling komen. Een sprekend voorbeeld hiervan zijn de beelden van de Tacoma Narrows Bridge (zie hieronder), een hangbrug in de staat Washington (VS). In 1940 waaide er een wind rond die brug die precies de juiste snelheid had om de brug aan het zwaaien te brengen. De wind van 64 km/u greep namelijk exact aan op de sterkste eigen frequentie van de brug. Als het zachter of harder had gewaaid, was er niets gebeurd. De brug kwam in een vibratie terecht die niet meer stopte. Uiteindelijk stortte de brug in. De spectaculaire beelden hiervan zijn te zien op YouTube. Je strottenhoofd is ook te beschouwen als een soort brug. Als je tongbasis ontspannen is, zijn de spieren er omheen ook ontspannen. Daardoor wordt je strottenhoofd een soort hangbrug die heen en weer kan wiegen. Dat gebeurt als de luchtstroom er op de juiste snelheid langs gaat. Bij echte bruggen willen we dat voorkomen. Maar bij een strottenhoofd levert dat een mooi vibrato op, dat absoluut geen kwaad kan.

Onbedoeld vibrato door loslaten ademsteun

In bovenstaand artikel hebben we verteld dat ademsteun nodig is om je vibrato te kunnen controleren. Maar juist bij gebrek aan ademsteun kan er ook een kort, onbedoeld vibrato ontstaan. Dat zit als volgt. Normaal gesproken houd je je ademsteun vast tot aan het eind van een gezongen zin. Als je je ademsteun iets te vroeg loslaat, ontstaat er een versnelling van de ademstroom. Je laatste restje lucht ‘floept’ er als het ware nog snel even uit. In die versnellende ademstroom zit altijd wel even een snelheid die je strottenhoofd in een vibratie brengt, waardoor een kort, onbedoeld en ongecontroleerd vibrato ontstaat. Dit kun je beter vermijden. Dat doe je door je ademsteun niet eerder los te laten dan moet.

Lesliebox, Doppler-effect en natuurlijk vibrato

Hammondorgels worden doorgaans versterkt via een Lesliebox. Die zorgt voor een natuurlijk vibrato, waardoor het nog aangenamer wordt om naar een Hammond te luisteren. In de Lesliebox wordt het geluid namelijk rondgedraaid. Het hoog verlaat de Lesliebox via een draaiende tweeter. Het laag komt uit een luidspreker met daarboven een draaiende trommel met gleuf. Daardoor roteert het orgelgeluid. Dit roteren veroorzaakt het zogeheten Doppler-effect, genoemd naar de Oostenrijkse natuurkundige Christian Doppler, die in 1842 dit verschijnsel voor zowel licht- als geluidsgolven beschreef. Het Doppler-effect ontstaat doordat de geluidsbron en de ontvanger ten opzichte van elkaar bewegen. Wordt de onderlinge afstand kleiner, dan stijgt de toonhoogte. Wordt de afstand groter, dan daalt de toonhoogte. Het beste is dat te horen als een ambulance met sirene langsrijdt. Als de ambulance nadert, stijgt de toonhoogte van de sirene. Zodra de ambulance voorbij is en van je wegrijdt, daalt de toonhoogte. Het draaiende geluid vanuit een Lesliebox laat het geluid voortdurend naar je toe komen en van je af gaan. Daardoor gaat de strakke toon van de Hammond zweven in toonhoogte en krijg je een natuurlijk, mechanisch opgewekt vibrato, dat aangenaam is om naar te luisteren. Vaak wordt dit gecombineerd met het elektromechanische vibrato van de Hammond zelf, dat een nog karakteristiekere sound oplevert.

Zie ook

» Zingen met effecten: growlen, grunten, distortion, krijsen, kraken, ruisen…
» Pitch-correctie: Auto-Tune, Melodyne… valsspelerij?
» Hoe je een koor moet opnemen
» Zing! Het is goed voor je (ook al kun je het niet)
» Zang-opnames mixen in 5 stappen
» Zang opnemen en versterken voor beginners
» Alle Zangtechniek-blogs
» Alle Zang-blogs

» Microfoons en accessoires
» Zangboeken
» Vocal effects
» Speakers

Reacties gesloten...