Vooral in de popmuziek zijn effecten op zang niet weg te denken. Sterker nog: vrijwel alle muziek die is opgenomen, inclusief de zang, staat bol van de effecten. Wil je als zanger eigentijds klinken en wil je met je stem door de rest van de band ‘snijden’, dan zijn effecten op je zang onmisbaar. In dit artikel bespreken we een groot aantal mogelijkheden, van de bekende compressor, equalizer en galm tot speciale effecten als tremolo, distortion en harmonizer. Probeer maar eens!

Zang-effecten - Probeer eens galm, compressie en meer!

Onnatuurlijk?

“Bijna alle instrumentalisten zijn voortdurend bezig met hun sound”, zegt zangcoach Alfons Verreijt. “Het blijft me verbazen waarom zangers alleen maar bezig zijn met hun stem. Die stem is maar één onderdeel van het geheel dat uiteindelijk de zangsound bepaalt. Dat geheel is het signaalpad dat begint bij de stem, om vervolgens door de microfoon, de kabel, de effecten en de versterker naar de speakers te gaan. Al die onderdelen tezamen maken de zangsound. Als zanger wil je er invloed op hebben hoe je klinkt en dat gaat verder dan alleen je stem en de eventuele microfoonkeuze.” Maken effecten de zang niet onnatuurlijk? “Tot op zeker hoogte wel”, antwoordt Alfons. “Maar laten we eerlijk zijn: popmuziek is niet natuurlijk bedoeld. Alle opgenomen popmuziek staat bol van de effecten. Ook de zang. Om eigentijds te klinken, moet je daar als zanger in mee, alleen al omdat het publiek eraan gewend is. Ook helpen effecten om met je zang door de andere instrumenten te ‘snijden’. Het alternatief is dat je ervoor kiest om het rigoureus anders te doen en er iets geheel eigens van te maken, met een minimum aan effecten. Maar dan nog moet je kennis van effecten hebben om bewuste keuzes te maken.” In deze tweedelige serie over effecten op zang gaat het eerste deel over de basiseffecten als equalizing, compressie, galm en delay. In de tweede aflevering bespreken we de speciale effecten. De effecten zijn verkrijgbaar als hardware (dus als apparaten) en als software. In het laatste geval zitten ze al in het programma dat je gebruikt of je kunt ze invoegen als zogeheten plug-ins. (Zie ook onze serie over homerecording.)

Buizenvoorversterker

Het signaal dat van de microfoon komt, is erg zwak. Voordat het verder het signaalpad in gaat, moet het eerst worden ‘opgekrikt’. Dat wordt gedaan met een voorversterker. In de studio wordt voor de zang bijna altijd een buizenvoorversterker gebruikt. Ouderwetse techniek dus. Een buis geeft harmonische vervorming, maar op zo’n manier dat de luisteraar het als natuurlijk en aangenaam ervaart. Zeker in het huidige digitale tijdperk is het prettig dat er ergens in het signaalpad (na de microfoon) een ‘analoge stap’ zit, omdat het anders allemaal veel te clean en te klinisch gaat klinken. Buizenvoorversterkers worden vooral in de (home)studio gebruikt. In live situaties zul je ze niet gauw tegenkomen.

Compressor/limiter

Een belangrijk effectapparaat voor zang is de compressor/limiter. Officieel werkt een compressor iets anders dan een limiter, maar doorgaans worden ze in één adem genoemd. Compressie betekent ‘samendrukken’ en dat is ook wat een compressor letterlijk doet met het geluid. Een compressor is een apparaat (of software) dat de dynamiek van een geluidssignaal vermindert. Het is een soort automatische volumeknop die ingrijpt zodra het niveau van het ingangssignaal een bepaalde drempelwaarde overtreft. Die drempelwaarde kun je zelf instellen en bijvoorbeeld ook hoe snel de compressor reageert. Op die manier worden de pieken van het geluid naar beneden gedrukt. Daardoor kan het totale volume worden opgedraaid, zonder dat er onaanvaardbare pieken ontstaan. Dat heeft tot gevolg dat de zachte geluiden in volume dichter bij de harde geluiden komen. De niveauverschillen worden dus kleiner en bij extreme instellingen kunnen ze zelfs nagenoeg worden opgeheven. Compressie is oorspronkelijk bedoeld om het mixproces te vereenvoudigen, maar het wordt ook veel gebruikt om het geluid voller, krachtiger en duidelijker te maken. Op tv-reclame zit doorgaans behoorlijk wat compressie, zodat de boodschap nog duidelijker overkomt, soms tegen het opdringerige aan. In de muziekindustrie zie je de laatste jaren de trend om steeds meer compressie toe te passen, waardoor je de muziek als steeds harder ervaart. Soms hoor je de compressor bijna ‘pompen’. Inmiddels lijkt zich een trend aan te dienen waarin de compressie weer wordt teruggeschroefd. Terug naar de zang. Een beetje compressie op de zang maakt de zang krachtiger en duidelijker. Dit kan eigenlijk alleen bij opnames. In live-situaties zul je door compressie gauw problemen krijgen met feedback (rondzingen). De compressor is eigenlijk een verhaal op zich en daar komen we in een andere aflevering nog eens uitgebreid op terug.

Equalizer

De verdere kleuring van het geluid wordt gedaan met behulp van een equalizer. In het signaalpad voor de zang is equalizing een onmisbaar onderdeel. Met equalizing versterk en verzwak je bepaalde frequentiegebieden in het geluidsspectrum. Dat gebeurt zowel live als in de studio. Op het mengpaneel waar de zang in gaat, zit op iedere channel strip (de rij knoppen van één kanaal) een rijtje potmeters. Dat zijn draaiknoppen waarmee je het geluid van dat kanaal kunt equalizen. Meestal zijn dat drie of vier draaiknoppen. Zijn het er drie, dan zijn ze voor laag, mid en hoog. Zijn het er vier, dan zijn er twee mogelijkheden. De ene mogelijkheid is dat de knoppen zijn voor laag, laag mid, hoog mid en hoog. De andere mogelijkheid is dat er drie knoppen zijn voor laag, mid en hoog en één knop voor het zogeheten parametrisch mid. Met die knop stel je het frequentiegebied in waarop de mid-knop aangrijpt.

Plek in de mix

Waarom moet je zang equalizen? Om je stem zo mooi mogelijk te kleuren? Tot op zekere hoogte wel, maar het equalizen van zang heeft nog een andere functie die minstens zo belangrijk is: met equalizing geef je je stem een plek in de mix. Door de frequenties goed in te stellen, komt je zang beter naar voren in het geweld van drums, bas, gitaar, toetsen en de eventuele andere instrumenten. Door ieder instrument en de zang een eigen benadrukt frequentiegebied te geven, komt dat ten goede aan de geluidmix en komt ieder voldoende naar voren binnen die mix. Ieder instrument en de zangstem krijgt hiermee een eigen plek in de mix. Het belangrijkste frequentiegebied voor de (zang)stem ligt tussen de 4.000 en 5.000 Hz (4 en 5 kHz). Als je dit gebied versterkt, komt dat ten goede aan de verstaanbaarheid van de zang, omdat ons gehoor hierop is ingesteld. Verder is het aan te raden om bij een mannenstem het laag wat te verminderen, omdat die anders de bas en de gitaar in de weg zit. Wees niet bang dat de mannenstem hierdoor dun gaat klinken: het missende laag wordt door ons gehoor zelf aangevuld, dat is een natuurlijk proces. “Voordat je gaat draaien aan de equalizer-knoppen, zorg dat je eerst weet hoe je wilt klinken”, adviseert Alfons. “Dus experimenteer eerst thuis. Dan heb je een basis waarop je voor de repetitie, het optreden of de opname verder kunt bouwen.” Overigens kun je niet onbeperkt frequentiegebieden opdraaien, want op een bepaald moment loop je in live-situaties onherroepelijk tegen feedback (rondzingen) aan. Zoek in geval van feedback het probleemgebied op en draai dat terug. Op een parametrische equalizer verschuif je het versterkte frequentiegebied om te kijken waar het feedbackprobleem zit. Dat gebied draai je vervolgens iets terug. Daardoor wordt het geluid doorgaans wel iets doffer, maar dat is onvermijdelijk.

Galm (reverb)

Van equalizing gaan we naar galm (reverb), delay en echo. Door galm op je zang te zetten, simuleer je of je in een bepaalde ruimte staat te zingen, met weerkaatsing van het geluid op de wanden. Galm is een onmisbare saus op je zang, maar doseer het wel goed. Door te veel galm op je zang te zetten, gaat het klinken alsof je in een goedkope karaokebar staat te zingen. Er zijn verschillende soorten galm, zoals Room, Stage, Hall, Church enzovoorts. Onder meer de muziekstijl bepaalt welke galm je het beste kunt kiezen. In een rockband wil je doorgaans de zang niet laten klinken alsof je in een kathedraal staat. Door op de zang en de andere instrumenten wat galm te zetten, smeert het geluid dicht. Zolang je dat gedoseerd doet, is dat lekker. Maar te veel werkt averechts, zeker voor de zang. Eigenlijk moet je voor de zang streven naar zo ‘droog’ mogelijk: dus wel galm op je zang, maar niet meer dan strikt nodig is. Zeker als je zang wordt omgeven door instrumenten, zoals dat meestal het geval zal zijn. Minder galm komt namelijk je verstaanbaarheid ten goede. En, zeker zo belangrijk, door minder galm op je zang komt je zang meer voorin de mix te liggen: de luisteraar ervaart de zang als harder. Met veel galm plaats je jezelf naar de achtergrond, je klinkt als het ware verder weg en zachter. Daardoor klopt het geluidsbeeld niet, want in een popliedje ligt de zang doorgaans juist voorin. Hiermee zie je een relatie met equalizing. Galm en equalizing gaan hand in hand, want ze werken samen om de zang voorin de mix te leggen.

Echo en delay

Verwant aan galm zijn echo en delay. Echo in de geluidstechniek is precies hetzelfde als echo in de natuur, zoals geluid bijvoorbeeld terugkaatst van een bergwand. Zing ‘Wie is de koning van Wezel’ en je hoort ‘ezel’ terug, of meerdere keren ‘ezel’, wat dan steeds zachter wordt. Echo wordt minder gebruikt dan delay en galm. Bij delay (vertraging) wordt het geluid opgenomen en nogmaals weergegeven. Je hoort het geluid dus dubbel, maar het tweede geluid met iets vertraging. Vroeger werd dat met een bandrecorder gedaan. In een muziekstijl als bijvoorbeeld rockabilly is delay heel gebruikelijk en kenmerkend. Zangcoach Alfons Verreijt gebruikt graag delay, maar dan met een heel korte vertraging van enkele milliseconden. “Daarmee krijg je een soort verdubbelingseffect, dat de stem meer body geeft. Ik gebruik het bijna altijd.” Delay is ook prima om live te gebruiken.

Low cut altijd indrukken

Op vrijwel ieder mengpaneel zit per kanaal een low cut knop, zeker als er een microfooningang bij dat kanaal hoort. Als je de low cut knop indrukt, wordt het laagste geluid (meestal onder 100 Hz) weggefilterd. Daarmee worden storende en onbedoeld door de zangmicrofoon opgepikte geluiden weggefilterd, zoals voetstappen en een bassdrum. Op het zangkanaal kun je het beste altijd het low cut filter inschakelen. Je mist dan overigens niets van de zangstem, want die gaat niet onder 100 Hz.

Zingen in een rockband

Zing je in een rockband met twee gitaren? Dan heb je het als zanger extra moeilijk om er met je stem doorheen te snijden. In dat geval kun je de gitaristen vragen of ze hun mid hoog iets willen terugdraaien. In de zang draai je dan het mid hoog juist iets op. De gitaristen hoeven hier geen bezwaar tegen te hebben, want ze klinken er niet minder heavy door. Veel gitaristen beseffen niet dat ze door hun volle en vaak harde geluid andere geluiden afdekken. Zing je in een band met alleen akoestische gitaren, dan hoef je nauwelijks te equalizen.

Speciale effecten

De effecten die we nu gaan bespreken, zijn vrijwel allemaal gitaareffecten. Althans, ze worden het meest gebruikt voor elektrische gitaar en daar vinden ze ook min of meer hun oorsprong. Gitaareffecten kun je ook voor andere instrumenten gebruiken. Toetsenisten zullen dat beamen. Maar ook voor zang, hoewel ze voor zang minder vaak worden gebruikt dan de basiseffecten als equalizing en galm. Ze zijn zodoende te beschouwen als special effects, die iets heel eigens aan een liedje kunnen geven. We beginnen met de modulatie-effecten tremolo, chorus, phaser, flanger, wahwah en leslie. Deze effecten zou je als een soort familie kunnen beschouwen, want ze zijn onderling verwant. Die verwantschap zit hem in de eigenschap dat ze allemaal werken met een soort golf, waarvan de snelheid en vaak ook de ‘diepte’ te regelen is.

Tremolo

We beginnen met de tremolo. Op een elektrische gitaar is de tremolo de hendel op de body waarmee de gitarist de spanning van de snaren varieert, om daarmee een vibrato te maken. Tremolo is hiervoor geen juiste benaming, maar in de loop der jaren heeft deze hendel die naam gekregen. Een tremolo is namelijk geen vibrato, maar het in een bepaalde regelmaat aan- en uitzetten van het geluid. Sommige gitaarversterkers (zoals de Fender Twin Reverb) hebben dit effect ingebouwd, maar vreemd genoeg heet het dan weer vibrato. Terwijl dat geen vibrato is, maar een tremolo. Als we het hebben over tremolo op zang, gaat het over het effect waarbij het geluid snel achter elkaar wordt aan- en uitgezet. De snelheid daarvan is regelbaar. Tremolo kun je ook met je stem zelf doen, maar er is dus ook een apparaat voor. Het is geen effect om een heel nummer lang te gebruiken, maar op bepaalde plekken kan het een bijzondere uitwerking hebben.

Chorus

Chorus is een effect dat door gitaristen veel wordt gebruikt. Het is een effect dat het geluid breder maakt. Chorus is een soort zweving die ontstaat doordat meerdere bronnen tegelijk geluid van een vrijwel (maar niet helemaal) gelijke toonhoogte uitzenden. Het natuurlijke chorus-geluid, zoals bij koren of dubbelsnarige snaarinstrumenten, ontstaat doordat de toonhoogten die de zangers of snaren produceren niet precies gelijk zijn. Hierdoor ontstaan zwevingen. Iets soortgelijks gebeurt bij een elektronisch opgewekte chorus. Daarbij wordt het geluid in twee kanalen gesplitst. Die worden net iets onzuiver ten opzichte van elkaar gemaakt en ieder signaal krijgt een vibrato. De diepte en de snelheid van het vibrato zijn regelbaar. Draai je de knoppen ver op, dan krijg je een vreemd geluid. Maar in de juiste dosering geeft de chorus iets breeds aan het geluid. Je kunt de twee kanalen gesplitst houden, zodat je een stereo chorus krijgt. Maar je kunt ze ook bij elkaar voegen, zodat de chorus mono klinkt. Op zang kun je ook een chorus-effect zetten, met het genoemde verbredende effect. Er is wel een handicap bij zingen met een chorus: het wordt moeilijker om zuiver te zingen.

Phaser en flanger

Enigszins verwant aan de chorus is de phaser. Bij het phaser-effect wordt het geluid ook in twee kanalen gesplitst. Het ene signaal wordt iets uit fase gezet ten opzichte van het originele signaal. Daardoor ontstaan er pieken in het frequentiespectrum. Deze pieken hebben een onregelmatige vorm en veranderen voortdurend. Dit geeft een soort ‘sweeping’ effect aan het geluid. Een bijzondere vorm van de phaser is de flanger. Ook hier wordt een kopie van het signaal uit fase gezet ten opzichte van het originele signaal. Maar nu wordt de piek van het frequentiespectrum zo gemanipuleerd dat hij een bepaalde regelmaat laat zien. Er ontstaat een soort bult in het frequentiespectrum die voortdurend opschuift. Met andere woorden, een bepaald deel van het frequentiespectrum wordt benadrukt en dat deel verplaatst zich steeds. Het is alsof je voortdurend aan de knoppen van een equalizer zit te draaien. Door die zich verplaatsende frequentiepiek lijkt het alsof het geluid aan het ‘lopen’ is. Een bekend voorbeeld van het gebruik van flanger hoor je in de break van Listen to the Music van The Doobie Brothers.

Wahwah, leslie en distortion

Een ander effect dat ook met een ‘bult’ in het frequentiespectrum werkt, is het wahwah-pedaal. Door het indrukken van het wahwah-pedaal wordt een bepaald, in te stellen deel van het frequentiespectrum benadrukt. Het klinkt dan alsof het geluid ‘wah’ zegt, vandaar de naam van het pedaal. Vooral gebruikt door gitaristen, maar waarom ook niet voor zang? Experimenteer er gerust mee. Het laatste hier besproken effect dat een tijdsaspect in zich heeft, is de leslie. De leslie wordt van oorsprong gekoppeld aan Hammondorgels, maar wordt (meestal in een elektronische simulatie) ook gebruikt door bijvoorbeeld gitaristen en mondharmonicaspelers. In een leslie zitten ronddraaiende speakers. Daardoor ontstaat een natuurlijk vibrato, door het zogeheten Doppler-effect: geluid dat naar je toe komt stijgt in toonhoogte, geluid dat van je af gaat daalt in toonhoogte. Verder geeft de leslie door de weerkaatsing van het geluid in de lesliebox en de muren ook een ruimtelijk effect. Een typisch gitaareffect is distortion: vervorming door het oversturen van de buizen of transistors in een versterker. Distortion kan ook worden bewerkstelligd met een effectapparaat. Verwant aan distortion zijn overdrive en fuzz. Er is geen eenduidigheid over de verschillen tussen deze drie, maar doorgaans worden ze gezien als een overtreffende trap: overdrive is het minst heftig, dan komt distortion en daarna fuzz.

Harmonizer

We komen nu bij effecten die wel typisch bij zang horen. We beginnen met de harmonizer. Met dit apparaat kun je een tweede en derde stem aan je eigen stem toevoegen, in een bepaalde harmonie. Het werkt als volgt. De harmonizer wordt aangesloten op een toetsinstrument (een gitaar kan ook) en herkent vervolgens de gespeelde akkoorden. Aan de hand van die akkoorden maakt de harmonizer een tweede en derde stem, afgeleid van jouw eigen stem. Je creëert daarmee een soort achtergrondkoor. Maar dan wel één met beperkte mogelijkheden, want dit achtergrondkoor zingt precies hetzelfde als jij, maar dan in een andere toon. Het koor heeft dezelfde kleur en timing als jouw stem en kan daardoor niet echt een achtergrondkoor vervangen. Eigenlijk is de harmonizer meer een ding op zich dan dat hij de vervanging van een achtergrondkoor is. Wat leuk kan zijn, is scatten door een harmonizer, waardoor je een meerstemmige scat krijgt. Een kleine blazerssectie zou ook een harmonizer kunnen gebruiken om er wat extra stemmen bij te creëren.

Vocoder en talkbox

Je sluit een elektronisch instrument, bijvoorbeeld een elektrische gitaar, aan op de talkbox. Uit de talkbox loopt een slangetje waaruit het geluid van de gitaar komt. Dit slangetje positioneer je naast de microfoon en steek je in je mond. Je mond zal nu als klankkast fungeren. Het geluid uit je mond gaat vervolgens de microfoon in. Vorm je bijvoorbeeld een ‘a’ met je mond (je moet de ‘a’ dus niet echt zingen), dan zal het gitaargeluid ook klinken als een ‘a’. Hiermee laat je de gitaar als het ware praten. De medeklinkers moet je overigen wel daadwerkelijk uitspreken in de microfoon. Moderner is de vocoder. Bij het gebruik hiervan speel je bijvoorbeeld met een synthesizer-klank op een toetsinstrument. Door nu in een microfoon de songtekst mee te spreken, gaat de synthesizerklank klinken als een stem.

Autotune en Melodyne

Dan komen we aan bij Autotune en Melodyne. Autotune kwam eind vorige eeuw op de markt als apparaat dat zang zuiver maakt. Dat doet het door een gezongen toon ‘real time’ naar de dichtstbijzijnde zuivere toon te brengen. Doordat het real time gebeurt (dus niet in een opnamebewerking achteraf), kan Autotune ook live worden gebruikt. Heel fijn voor zangers die moeite hebben met zuiver zingen. De snelheid waarmee Autotune ingrijpt op een toon is in te stellen. Zet je hem langzaam, dan krijg je een soort jankend effect dat als effect op zich te beschouwen is. Enige tijd na introductie van het apparaat met Autotune, kwam er ook een softwareversie op de markt die je kon gebruiken in je DAW-software op je computer. Begin deze eeuw werd Melodyne geïntroduceerd, alleen als software. Dit was een soort geavanceerde broer van Autotune. Net als Autotune trekt Melodyne een onzuivere toon naar de dichtstbijzijnde zuivere toon. Dit kun je achteraf ook volledig handmatig doen, als je wilt. Ook kun je met Melodyne ritmische correcties uitvoeren en zelfs de melodie helemaal veranderen. Toch zal een ‘te veel’ aan Melodyne de zang al snel een beetje synthetisch laten klinken. Het wordt dan te goed, te strak. Een sprekend voorbeeld daarvan hoor je in de Amerikaanse tv-serie Glee (op RTL5) waar Melodyne bij iedere song wordt gebuikt.. “Exact zuiver zingen is eigenlijk onmogelijk”, merkt zangcoach Alfons Verreijt op. “En als het wel zou lukken, dan zou het onnatuurlijk klinken. Vrijwel iedereen zingt altijd net iets onder de toon, of begint in ieder geval de toon iets te laag. Als je het maar ervaart als ‘zuiver genoeg’, dan is het goed. En als een toon net niet helemaal zuiver is, maar eindigt in een vibrato, dan wordt de juiste toon uiteindelijk wel geraakt en voelt dat voor de luisteraar als een soort opluchting.” Zie ook ons artikel over pitch-correctie.

Experimenteren

Over de hier besproken effecten zegt Alfons: “Wat voor effect je ook gebruikt, de basis van je stem moet in orde zijn. Van daaruit kun je bedenken of je een bepaald effect wilt toevoegen en zo ja, welk effect. Om zo een bepaalde signatuur aan een nummer te geven. Wil je er mee experimenteren, dan kun je dat goedkoop doen door op je computer te zingen. Download bijvoorbeeld Reaper op reaper.fm (60 dagen gratis te gebruiken). Met dit programma (voor Apple, Windows én Linux) heb je een complete studio in je computer. En er zijn meer dan 40 effecten meegeleverd. Het enige dat je moet doen, is je microfoon aansluiten op je pc.” Je kunt natuurlijk ook kiezen voor een andere bekende DAW.

Experimenteer met multi-effect

Een multi-effectapparaat is een apparaat waar meerdere effecten in zitten, die je op verschillende manieren aan elkaar kunt koppelen. Je hoeft niet meteen een vocal effect-apparaat te kopen. Heeft de gitarist van je band zo’n multi-effect-apparaat voor gitaar? Vraag hem dan eens te leen en ga ermee experimenteren. Je weet maar nooit wat je zo ontdekt.

De loopstation

Het is geen effectapparaat, maar wel interessant om aan het rijtje apparaten die we hier bespreken toe te voegen: de loopstation. Het is een leuk apparaat voor zangers en andere muzikanten. Inmiddels zijn er muzikanten die er serieuze business van hebben gemaakt. Op YouTube vind je daarvan genoeg interessante voorbeelden. Bijvoorbeeld de Noor Jarle Bernhoft. Wellicht zijn de loopstations van Boss (Roland) het bekendst, zoals de RC-30. Met een loopstation kun je een opname (van zang, human beatbox, een instrument) maken en die opname vervolgens in een loop (‘rondje’) zetten, zodat deze zich steeds blijft herhalen. Vervolgens leg je daar weer een vocale of instrumentale partij ‘bovenop’. De RC-30 heeft meerdere sporen, die je ook nog eens kunt overdubben. Zo biedt een loopstation ontzettend veel mogelijkheden om iets te componeren. Het is een prima apparaat om thuis mee te experimenteren mee te oefenen. Je kunt hem ook als opname-apparaat voor repetities gebruiken.

Zie ook

» Vocal effect-apparaten
» Loop stations
» Vocal effect-plugins
» DAW-software
» Microfoons en accessoires
» Zangboeken

» Zang-opnames mixen in 5 stappen
» Belten en twangen – Techniek voor hoog en hard zingen
» Klinker-problemen bij het zingen (en oplossingen)
» Zingen met en zonder compressie
» Pitch-correctie: Auto-Tune, Melodyne… valsspelerij?
» Hoe je een koor moet opnemen
» Zing! Het is goed voor je (ook al kun je het niet)
» Zang opnemen en versterken voor beginners
» Alle Zangtechniek-blogs
» Alle Zang-blogs

Geen reactie

Nog geen reacties...

Laat een reactie achter