In de loop der eeuwen zijn er verschillende technieken ontwikkeld om volume en karakter te geven aan de zangstem. Welke techniek voor jou de beste is, hangt af van welke sound je voorkeur heeft. In deze eerste aflevering van de serie over zangtechniek nemen we je mee in de boeiende geschiedenis van de zangstem.

Geschiedenis van de zangtechniekFoto: Jelmer de Haas

Volume

Hoe lang wordt er al gezongen? En hoe werd er vroeger gezongen? We weten het niet. De eerste geluidsopnames zijn van eind 19e eeuw, nadat Thomas Edison in 1878 de fonograaf had uitgevonden, de voorloper van de grammofoon. Toch zijn er zangtradities die generatie op generatie zijn overgedragen en die daardoor een goed beeld geven van hoe er binnen die traditie vroeger gezongen werd. Denk aan de Gregoriaanse koren en de gezangen van de Tibetaanse monniken. Wat we ook weten, is hoe de zangtechniek in Europa zich de laatste drie à vier eeuwen heeft ontwikkeld. En ook van de laatste pakweg honderd jaar in Amerika hebben we een goed beeld. Die geschiedenis van de zangtechniek wordt vooral gekenmerkt door de zoektocht naar volume. Hard zingen, zeg maar. Daarin kwam halverwege de vorige eeuw een ommekeer, toen we zang konden gaan versterken. Dat opende weer nieuwe mogelijkheden voor het zingen. Ga mee in de geschiedenis van de zangstem.

Belcanto

Een belangrijke traditie in de klassieke muziek is het zogeheten belcanto (Italiaans voor ‘mooie zang’). Deze zangtechniek is ontstaan in de Renaissance. Dat is de tijd na de middeleeuwen, die rond 1500 op hun eind liepen. Het Franse woord renaissance betekent wedergeboorte.  Na de ‘donkere’ middeleeuwen kwamen in Europa de kunst en de literatuur tot bloei. Rijke mensen konden zich veroorloven om naar concerten en opera’s te gaan. Die werden steeds grootser aangepakt, met grotere orkesten, grotere koren en grote theaters. Dat stelde steeds hogere eisen aan de zangers die solo zongen en daar bovenuit moesten komen. Zangers moesten steeds meer volume maken. Maar het moest wel mooi blijven klinken. Zo ontstond drie à vier eeuwen geleden het belcanto, een techniek om mooi en tegelijk hard te zingen. De opkomst van het belcanto is de eerste golf in de geschiedenis van het volume maken met de stem.

Vol en open geluid

De kern van het belcanto is dat de ruimte tussen het strottenhoofd en het zachte gehemelte zo groot mogelijk wordt gemaakt. Dat geeft de stem een vol en open geluid. Cruciaal hierbij is een goede ademsteun. Zonder die ademsteun schiet het strottenhoofd omhoog bij hoge noten. Een veelgebruikte oefening in het belcanto is het zingen van toonladders (met de piano), die steeds hoger gaan. Het streven daarbij is dat de stem in de hoogte net zo vol en open blijft klinken als bij het laag zingen. Die openheid van de klank heeft als nadeel dat gezongen teksten moeilijk zijn te verstaan, omdat door het laag houden van het strottenhoofd alle klanken op elkaar gaan lijken. Overigens had het belcanto destijds nauwelijks een wetenschappelijke basis. Er was in die tijd weinig kennis van de menselijke anatomie. De techniek van het belcanto was louter gebaseerd op waarneming in de praktijk: ‘als je het zo doet, kun je hard en toch mooi zingen’. Het belcanto is door overlevering aan nieuwe generaties geleerd, tot op heden (300 jaar later!) aan toe.  In de klassieke muziek (maar ook op veel conservatoriumopleidingen lichte muziek) wordt nog steeds volgens de belcantotechniek les gegeven. Dit omdat deze techniek de basis vormt van de klassieke muziektraditie.

Geschiedenis van de zangtechniek

Boven het gospelkoor uit

We maken een sprong van enkele eeuwen (en springen ook over de oceaan) en komen terecht in het Amerika van de 19e en 20e eeuw. De zwarte slaven hadden de blues en gospel naar Amerika gebracht. De blues kon heel ‘klein’ worden gezongen, maar voor de gospel pakte dat anders uit. Want gospels worden ten gehore gebracht voor volle kerken, met muzikanten erbij en een koor op de achtergrond. Wie daar als zanger bovenuit wil komen, moet van goeden huize komen. Wie werd solist bij een gospelkoor? Dat waren de mensen die met hun stem vanzelf al boven de rest van het koor uitkwamen. Zij deden het anders dan de rest. Zij zongen met een stevige en open klank. Dat deden ze niet op een belcanto-manier, maar met een klank die meer op roepen en soms zelfs op krijsen leek. Dat hadden ze zeker niet op een conservatorium geleerd, maar zo zongen ze gewoon. Met als gevolg dat de dirigent hen eruit pikte om te gaan soleren. Dit soort stemmen kennen we nu nog steeds. Denk aan Tina Turner, Aretha Franklin en de (overigens blanke) zangeres Anastacia. De schelheid van het geluid, met name bij de hoge tonen, maakt dat deze techniek beter te verstaan is dan belcanto. En dat is bij religieuze muziek als gospel uiteraard belangrijk.

Tin Pan Alley en musical

We blijven in Amerika en we zitten nu aan het begin van de 20e eeuw. Dit is de tijd van het befaamde Tin Pan Alley, de bijnaam voor 28th Street in New York. Daar wemelde het van de winkeltjes, waar je onder meer bladmuziek kon kopen. In bijna iedere winkel stond een piano, waarop de eigenaar ter plekke iets voor je kon componeren als je bijvoorbeeld je moeder op haar verjaardag wilde verrassen met een speciaal lied. Je kreeg de bladmuziek mee naar huis en dan kon je gaan oefenen. Tin Pan Alley is belangrijk geweest voor de Amerikaanse muziek. In de gloriejaren van Tin Pan Alley kwam ook de musical op: een toneelstuk met liedjes. Net al bij de gospels was ook hier een orkest waar de solist bovenuit moest komen, om gehoord én verstaan te worden door een zaal vol publiek. En evenals bij de gospel vereiste dit een nieuwe techniek om hard te zingen, het zogeheten belting. ‘To belt out’ betekent in het Engels ‘uitschreeuwen’. Belting is dan ook een techniek die veel weg heeft van roepen en schreeuwen, net als bij de gospel. Bij heel hoge tonen komt het zelfs dicht bij krijsen. Het woord belting leidt overigens nog steeds tot erg veel verwarring, omdat niet iedereen er hetzelfde onder verstaat. Maar interessant blijft dat er gelijktijdig in de musical én in de gospel een vergelijkbare techniek ontstaat.

Geschiedenis van de zangtechniek

Door de microfoon

Was belcanto de eerste golf om met de stem zoveel mogelijk volume te maken, de musical en de gospel zijn verantwoordelijk voor de tweede golf. Daarmee is het plafond bereikt, harder kan het niet. Althans onversterkt. Want na de Tweede Wereldoorlog komt de techniek op om instrumenten en zang te versterken én om opnames te maken die op de radio worden gedraaid. Dat opent perspectieven om op een andere manier te gaan zingen. Het kan allemaal weer zachter, met spreekstem in plaats van roepstem, dankzij microfoon en versterking. Ook de begeleidende bands (in die tijd jazzbands) waren toen nog niet zo groot. Daardoor komt in de jaren vijftig van de vorige eeuw onder meer het zogeheten croonen op (spreek uit: kroenen): relaxt zingen op een medium volume. Bekende voorbeelden zijn Nat King Cole en Frank Sinatra. Na twee golven van harder zingen is er nu sprake van een golf waarin juist zachter wordt gezongen.

Ruig zingen

Toch moet het even later toch weer harder, ondanks de elektrische versterking: de derde golf. Nader beschouwd gaat het hier niet echt om hard zingen, maar om zingen dat hard lijkt. Het gaat om ruig zingen. Dat klinkt hard, maar dat is het niet. Basis voor deze zangtechniek is het zingen met je spreekstem. Daarbij wordt compressie gebruikt: de stembanden spannen zich enigszins aan en worden tegen elkaar geduwd. Het strottenhoofd wordt niet meer zo laag mogelijk gehouden, maar mag gewoon toegeven aan de natuurlijke neiging om omhoog te gaan bij hogere tonen. Hoewel deze techniek ten koste gaat van het volume, maakt het wel een heldere sound mogelijk. En je krijgt een bereik tot aan de hoogste tonen van de stem zonder dun te klinken. Daar bovenop kan een zanger kiezen om distortion toe te voegen. Dat is (vaak bewuste) vervorming van het geluid door het strottenklepje (te) ver naar achteren te klappen. Die vervorming pakt wel weer wat energie weg, en dus volume, maar het klinkt wel heel ruig. Bekende voorbeelden van de nieuwe rock ’n roll sound zijn Elvis Presley, Buddy Holly en Jerry Lee Lewis. Deze zangers zetten een nieuwe zangtraditie in, die we nu nog steeds kennen. R&B muziek (en zo’n 80 procent van de huidige popmuziek) is trouwens ondenkbaar zonder het zingen met compressie, op medium volume.

Geschiedenis van de zangtechniek

Artistieke keuze

Inmiddels is de geluidstechniek zo ver, dat je niet door omstandigheden gedwongen hoeft te worden om een bepaalde zangtechniek te kiezen. Je kiest voor de sound die (op dat moment) bij jou past en die past in de muziekstijl die je wilt zingen. De keuze voor een bepaalde zangtechniek in de 21e eeuw is daarom jouw eigen artistieke keuze. Heb je daarvoor zangles nodig? Niet altijd, maar vaak wel. Check in het kader ‘Zangles ja of nee’ of zangles goed voor je zou zijn.

In de volgende aflevering van deze serie gaan we in op de basis van de stem. Dat is de ademhaling.

Goed om te weten

Spreken en zingen

In principe kan iedereen die kan spreken ook zingen. En kun je niet van nature zuiver (‘op de toon’) zingen, dan is dat meestal wel te leren. Feit blijft wel dat de één een makkelijker te ontwikkelen zangstem heeft dan de ander. Toch kun je je zangstem altijd verbeteren door veel naar jezelf te luisteren (maak opnames) en goed te bedenken hoe jij zelf zou willen klinken. Technisch gezien lijken spreken en zingen erg op elkaar. Bij zowel spreken als zingen is sprake van een melodie. Maar bij zingen is er doorgaans een groter melodisch bereik en de toonhoogte komt preciezer dan bij spreken. Daarnaast stelt zingen hogere eisen aan de stem. Zo worden bij zingen de tonen langer aangehouden dan bij spreken. Dat vereist een bewustere inzet van je ademsteun dan wanneer je spreekt. Ademsteun gebruik je van nature, maar iemand die spreekt is er zich niet altijd bewust van hoe hij dat doet. Met ademsteun voorkom je dat de lucht te snel ontsnapt, om zo het einde van de zin te kunnen halen. Meer daarover in de volgende aflevering van deze serie. De meeste stemproblemen bij zangers ontstaan doordat ze te hard willen zingen met hun spreekstem (met compressie, zie artikel). Of juist heel zacht willen zingen en daarbij de compressie niet kunnen loslaten.

Bandleden, ontzie je zanger!

De stem heeft een fysieke grens, hoe hard je hem ook versterkt. Daar moeten alle bandleden zich bewust van zijn, met name bij repetities. Vaak wordt bij repetities te hard gespeeld, waardoor de zanger of zangeres zichzelf niet meer goed kan horen en harder (te hard!) gaat zingen. De stem heeft daar veel onder te lijden. Het is alsof je in de tweede versnelling over de snelweg rijdt. Een motor gaat daar kapot van. Zangers hebben van repetities doorgaans meer te lijden dan van optredens. Repeteren gebeurt vaak in kleine ruimtes, waar het geluid niet weg kan, maar waar muzikanten toch de muzikale kick van een optreden willen hebben. Bovendien is het manco van veel gitaarversterkers dat ze pas lekker klinken als ze hard staan. En de drummer kan zich vaak geen apart oefendrumstel veroorloven, dat zachter klinkt. Dat is overigens deels op te lossen door de drummer achter plexiglas te zetten. Maar dat hard spelen tijdens repetities gaat ten koste van je zanger(es) én van de liedjes. Ben je zanger of zangeres en heb je last van een hard repeterende band? Dan kun je je afvragen of dit de juiste band voor je is óf je kunt eens een gesprekje hebben met je bandleden. Wordt er dan nog niet geluisterd, dan kun je het misschien technisch oplossen door gebruik te maken van in-ear monitoring tijdens repetities. Maar ga niet harder zingen dan je aankan. Dat is gevaarlijk voor je stem. En het levert waarschijnlijk ook niet de sound op die jij het best bij het liedje vindt passen.

Zangles ja of nee?

Je kunt een zangdocent inschakelen als je:

  • wilt ontdekken of je als zanger(es) nog meer in huis hebt
  • hulp wilt hebben bij het kiezen uit de vele verschillende mogelijkheden van jouw stem
  • bewust wilt worden van je stem en zijn (on)mogelijkheden
  • je sound wilt verbeteren of wilt uitbreiden
  • je toonbereik wilt vergroten
  • stemproblemen hebt na repetities of optredens
  • in de studio wilt gaan opnemen en persoonlijke coaching nodig hebt

Kies de zangdocent die bij je past

“Als je een zangdocent zoekt, kies dan iemand die jou kan leren wat jij wilt leren”, zegt zangcoach Alfons Verreijt. “Je zangdocent moet zich niet ongewenst bemoeien met jouw smaak of met jouw voorkeuren voor een sound of muziekstijl. Een goede zangdocent leert je hoe jij ‘jouw ding’ beter kunt doen. Over het algemeen is belcanto daarom niet de techniek die je helpt binnen de popmuziek. Belcanto is een zangtechniek waarmee je een klassiek klankideaal probeert te bereiken. Daardoor is het geen basis voor het zingen van popmuziek. Je kunt beter zoeken naar een docent die bijvoorbeeld kan werken met Estill Voice Training System (EVTS) of Complete Vocal Technique (CVT). Dan leer je ook om met compressie te zingen (zie artikel). En om te schreeuwen en krijsen zonder stemschade.”

Zie ook

» Ademsteun en ademcyclus bij het zingen
» Pitch-correctie: Auto-Tune, Melodyne… valsspelerij?
» Hoe je een koor moet opnemen
» Zing! Het is goed voor je (ook al kun je het niet)
» Zang-opnames mixen in 5 stappen
» Zang opnemen en versterken voor beginners
» Alle Zangtechniek-blogs
» Alle Zang-blogs

» Microfoons en accessoires
» Zangboeken
» Vocal effects
» Speakers

Comments closed...