Hoe moet je piano-akkoorden spelen? Hier vind je de basis! Leer hoe je akkoordsymbolen omzet naar de toetsen van bijvoorbeeld piano, keyboard of orgel. Handig als je liedjes wilt spelen uit een songbook. De smaak te pakken? Lees onze andere blogs, pak er een pianoboek, keyboardboek of muziektheorieboek bij, of volg eens online piano/keyboard-les.

Wat is een akkoord?

Een akkoord bestaat uit drie of meer verschillende tonen die tegelijk klinken. Het ‘normale’ C-akkoord (C ‘majeur’) bestaat uit de tonen C, E en G. Onderaan dit blog staat een overzicht met de samenstelling van de meest gebruikte akkoorden. Wil je begrijpen waarom akkoorden zo in elkaar zitten? De theorie vind je in ons Akkoordtheorie-blog. Niet nodig, wel handig!

Het pianoklavier

Bovenaan zie je een afbeelding van een klavier. Kijk je heel goed, dan zie je slechts twaalf verschillende tonen. De rest van de toetsen is alleen maar herhaling van diezelfde tonen. De toon ‘C’ bijvoorbeeld, komt steeds opnieuw terug. Al deze C’s klinken min of meer hetzelfde; de één is gewoon hoger dan de ander. Denk maar aan een man en een kind die hetzelfde liedje zingen. Ze zingen precies dezelfde melodie, maar dan op een andere toonhoogte (in een ander ‘octaaf’ om precies te zijn).

Enkele opmerkingen:

  • De zwarte toetsen in het voorbeeld hebben gek genoeg dubbele namen. Ben je benieuwd naar de reden, lees dan het Akkoordtheorie-blog.
  • Voor sommigen zijn al die toetsen een onoverzichtelijke brei. Concentreer je dan op de zwarte toetsen. Je ziet dat dit groepjes van twee en drie zijn. De toon C bijvoorbeeld, is steeds de witte toets vlak voor een zwart groepje van twee.

Een akkoord spelen

Laten we een C-akkoord spelen. Zoals gezegd, bestaat het uit C, E en G. Op de afbeelding hieronder zie je weer hetzelfde klavier. Alle C’s, E’s en G’s zijn gemarkeerd met een stip. Speel nu tegelijk een willekeurige C, E én G op je piano of ander toetsinstrument. Het mogen zelfs meerdere C’s, meerdere E’s en meerdere G’s zijn! Zolang er maar minimaal één C, één E en één G aanwezig zijn.

Luister (op bijvoorbeeld YouTube) naar het eerste akkoord van Let it Be van de Beatles op het moment dat de zang begint. Dit is een C-akkoord. Welke C’s, E’s en G’s je ook meespeelt, het zal altijd goed samen klinken met de muziek.

Je mag dus spelen wat je wilt! Maar… je krijgt meestal het best klinkende resultaat door slechts één C, één E en één G te spelen die ‘naast elkaar’ liggen. Zelfs professionele toetsenisten doen dit graag. Stel, je begint met de C. Pak de eerstvolgende E en dan de eerstvolgende G. Zie de afbeelding hieronder voor een voorbeeld.

Andere volgordes kunnen ook. Als de C, E en G maar steeds naast elkaar liggen. Meer voorbeelden:

Opmerkingen:

  • Let er op dat je een akkoord niet te laag op het klavier speelt, want dan wordt de klank al gauw donker en rommelig.
  • Bovenstaande volgordes (CEG, EGC en GCE) – ze worden ‘inversies‘ genoemd – kun je natuurlijk ook hoger of lager op het klavier spelen dan we in de voorbeelden doen.

Bastoon

Alles wat hierboven beschreven is, speel je vaak alleen met je rechterhand. Je linkerhand is dus nog vrij. Het is vrij normaal om daarmee de bastoon te spelen. Dus: minimaal drie tonen met je rechterhand plus één bastoon met de linkerhand. Deze combinatie geeft een heel ‘complete’ klank aan het akkoord.

Hoe speel je de bastoon? De bastoon is altijd de laagste (dus de meest linkse) toon van alle tonen die je speelt. Bij een C-akkoord speel je meestal de C als bastoon (de C noemen we de ‘grondtoon’ van het C-akkoord). Zie het voorbeeld hieronder. Het mag ook een andere C op het klavier zijn, als het maar de laagste (meest linkse) toon is.

In een akkoordenschema staat soms ook C/G. Dit betekent: het C-akkoord spelen met de G-toon als bastoon. Zie de afbeelding hieronder. Dit wordt altijd speciaal vermeld in akkoordenschema’s, omdat het akkoord hierdoor duidelijk een andere ‘kleur’ krijgt!

Opmerkingen:

  • In een akkoordenschema kan natuurlijk ook C/E staan. Dan speel je de E als laagste toon.
  • Speel je bijvoorbeeld in een C-akkoord de C als laagste toon, dan klinkt het akkoord ‘af’ en ‘klaar’. Gebruik je een andere bastoon, dan zal het akkoord minder afgerond klinken.

Vingerzetting

Vingerzetting betekent: welke vinger op welke toets. Het doel is om de vingers niet onnodig ver te strekken.

Bij de C E G-volgorde is de vingerzetting als volgt: duim, middelvinger, pink. Dit voelt heel natuurlijk aan. Er is geen reden om het anders te doen! Trouwens, als je goed kijkt, zie je dat onder elk van je vijf vingers nu een witte toets zit. Je hebt daarmee meteen de basishouding voor het pianospelen te pakken.

Opmerkingen:

  • Vingerzetting voor de volgorde E G C is: duim, wijsvinger, pink.
  • En voor G C E is het: duim, middelvinger, pink.

Van het ene naar het andere akkoord gaan

Stel, het akkoordenschema zegt dat je eerst een C-akkoord moet spelen en daarna een G-akkoord (in Let it Be is dit het geval).

Laten we weer beginnen met de volgorde C E G in de rechterhand (en C in de bas). Dit hoeft niet, maar het is wel zo makkelijk voor nu. Hieronder nogmaals de afbeelding:

Vanaf hier gaan we naar het G-akkoord. Het G-akkoord bestaat uit de tonen G, B en D, met G als bastoon. Kies nu een G, B en D die zo dicht mogelijk liggen bij het C-akkoord dat we hierboven zien! Hieronder zie je hoe het moet.

De pink van je rechterhand kan gewoon op de G blijven liggen en je andere twee vingers hoeven maar een kleine beweging naar links te maken! Kortom, 1) je beweegt je hand/vingers niet onnodig en 2) de overgang tussen de akkoorden klinkt op deze manier heel vloeiend en natuurlijk.

Opmerkingen:

  • Blijf denken aan de vingerzetting. Het volgende is het meest relaxte:
    • C E G : duim, middelvinger, pink
    • B D G: duim, wijsvinger, pink
  • En de vingerzetting voor de bastonen? In ons voorbeeld is het volgende aan te bevelen:
    • Bastoon C: pink
    • naar bastoon G: duim

Akkoorden-overzicht

Opmerkingen:

  • Voor elk akkoord worden hierboven de tonen/toetsen aangegeven van het majeur-akkoord (‘maj’) en het mineur-akkoord (‘min’). Ook zie je voor elk akkoord de zogenaamde septiem-toon. Hiermee kun je septiemakkoorden maken.
  • In akkoordenschema’s wordt meestal de volgende schrijfwijze gebruikt:
    • majeur: C
    • mineur: Cm
    • majeur met septiem-toon: C7
    • mineur met septiem-toon: Cm7
  • Een paar voorbeelden:
    • Je wilt het D-akkoord spelen, ofwel D majeur. Kijk links in de tabel bij ‘D’. Ga vervolgens naar rechts en je ziet drie ‘maj’-noten (D, F#/Gb, A). Dit zijn de toetsen die je gebruikt voor het D-akkoord.
    • Dm spelen? Begin weer bij D, maar kies nu alle toetsen waar ‘min’ bij staat (D F A).
    • Dm7: alle ‘min’-toetsen plus de septiemtoon (C D F A).
  • Lees het Akkoordtheorie-blog voor informatie over andere akkoorden.

Meer leesvoer

Eén reactie
  1. Monique schreef:

    Super duidelijk!
    Hier kan ik goed mee uit de voeten.
    Dit schema zocht ik al langere tijd!

Laat een reactie achter