Hij is het archetype van de synthesizer: de Minimoog. Of nog preciezer: de Minimoog Model D. In 1970 gelanceerd, in 2016 korte tijd door Moog opnieuw geproduceerd en niet lang daarna gekopieerd: de Behringer Model D. De onmiskenbare sound van de Minimoog staat op ontelbare opnames. Wat is de magie van deze analoge ‘godfather’ van de synthesizers?

De Minimoog Model D: wat is de magie?Foto’s: Ramon van Jaarsveld

Een portable synthesizer

“Ik had al een paar Moogs”, vertelt toetsenist en studio-eigenaar Maarten Helsloot. “Via internet had ik een Moog Prodigy gekocht. Toen ik die ophaalde bij iemand thuis, zag ik daar ook een Minimoog staan. Mijn interesse was meteen gewekt. In een min of meer spontane opwelling heb ik hem gekocht. Hij was prijzig, maar ik heb er geen moment spijt van gehad. Wat een sound. Mijn Minimoog heeft zichzelf allang terugverdiend doordat ik hem in veel opnames en bij veel optredens heb gebruikt. Het is mijn Stradivarius.” De Minimoog model D werd in 1970 geïntroduceerd. De geestelijk vader was Robert Moog (in 2005 overleden), oprichter van Moog Music. Tot dan toen waren synthesizers immense apparaten: allemaal losse modules die met kabels met elkaar verbonden werden om verschillende sounds te maken. Door de omvang en kwetsbaarheid niet erg geschikt om mee het podium op te gaan. Robert Moog koos de meest gebruikte golfvormen en filters en stopte die in een zwaar maar compact en portable apparaat, met 3,5 octaaf aan toetsen. Dat aangekoppelde toetsenbord was een slimme vinding. De Minimoog was geboren: een analoge synthesizer waarmee je het podium op kon. Model A, B en C waren preproductie-types, model D ging echt in productie. Dat was in 1970. Het was de eerste portable analoge synthesizer, die nog steeds iconisch is voor alle synthesizers die daarna gemaakt zijn, zowel analoog als digitaal.

Holy Grail

“De Minimoog is de Holy Grail”, stelt Maarten. “En hij voelt zich thuis in alle muziekstijlen. Het design is heel goed, zowel van de oscillatoren als van de filters. Daardoor klinkt een Minimoog altijd aangenaam. Hoe je hem ook programmeert, er blijft altijd wel een randje ‘smooth-heid’ die je in bijna geen enkele andere analoge synthesizer vindt. Hij is ook heel betrouwbaar. Mijn instrument is ruim dertig jaar oud en sjouw ik overal mee naartoe; naar liveoptredens binnen en buiten. Hij doet het altijd goed. Ook als hij al drie uur aanstaat op een podium als hij na de soundcheck op het optreden staat te wachten. Heel degelijk. En een dijk van een sound.” Van Hammondorgels met Leslieboxen is bekend dat er altijd wel publiek is dat dit instrument van dichtbij wil bekijken. “Die ervaring heb ik met de Minimoog ook”, zegt Maarten die er veel mee optreedt. “Veel mensen zijn onder de indruk van de sound. En ze zijn ervan gecharmeerd dat je het paneel met de knoppen kunt opklappen.”

De Minimoog Model D: wat is de magie?

Drie oscillatoren

Even wat techniek. De analoge Minimoog werkt volgens het principe van de substractieve synthese. Maarten legt uit: “Je hebt een basisgeluid. Vervolgens ga je allerlei dingen weghalen om een sound te maken. Vergelijk het met een brok marmer waar je een beeld uitbikt. Het concept van de substractieve synthese zie je nog steeds.” De Minimoog is een monofone synthesizer. Dat betekent dat je er maar één toon tegelijk mee kan spelen; dus geen akkoorden (zoals dat op een polyfone synthesizer wel kan). De geluidopwekking in de Minimoog is analoog met behulp van elektrische stroompjes. Dit gebeurt met zogeheten voltage-controlled oscillatoren, drie in totaal. Iedere oscillator kan een zaagtandgolf, een blokgolf of een driehoekgolf voortbrengen. De derde oscillator heeft ook nog een omgekeerde zaagtand. Met draaiknoppen kun je deze golfvormen beïnvloeden, waardoor het geluid verandert. Bovendien kun je deze golfvormen mixen, dus stapelen, en met draaiknoppen de gewenste verhouding instellen. Met één van de filters kun je bovendien een bij benadering sinusvormige toon maken.”Dat mixen – dus het stapelen van golfvormen – is wat je vooral hoort in bijvoorbeeld YouTube-filmpjes waarin mensen de Minimoog demonstreren”, merkt Maarten op. “Dat klinkt heel vet. Maar tegelijk vind ik dat je de Minimoog daarmee een beetje tekort doet. Ik houd zelf erg van een ‘single oscillator’, dus niet gestapeld. Want ook één golfvorm heeft veel power. Speel er een baslijn mee en je blaast iedereen weg.” Maarten demonstreert het en het is overtuigend.

Filter

De door de oscillatoren opgewekte golfvormen kun je vervolgens door een filter halen, waarmee je in meer of mindere mate de boventonen kunt wegfilteren, hetgeen een andere klank teweegbrengt. Met de draaiknoppen kun je verschillende parameters aanpassen. Bijvoorbeeld de afsnijdfrequentie: de frequentie waarboven het geluid (boventonen) wordt weggefilterd. Of de draaiknop voor emphasize: de vorm van de knik waarin het hoog wordt weggefilterd. Dit filter kan zelf een soort sinustoon voorbrengen, zoals eerder genoemd. En tot slot de envelope: het tijdverloop van het filter, dus hoe snel het geluid ‘op en neer’ wordt gefilterd, zodat je desgewenst een soort beweging in het geluid kunt brengen. “Je kunt zelfs percussie-achtige geluiden maken”, merkt Maarten op en demonstreert het. “De Minimoog is de basis-synthesizer, met oneindig veel mogelijkheden om sounds te maken. Het mooie is dat je voor iedere parameter een knop hebt. Ook nog eens grote knoppen, dus heel hanteerbaar. Je kunt direct iets pakken om je sound te maken, dus je hoeft niet allerlei menu’s door. Zo kun je al spelend, dus ‘on the fly’, programmeren en het geluid aanpassen. Ik vind die knoppen een onderdeel van het instrument. Dat hoort bij het synthesizer spelen. Met die knoppen maak je net zo goed muziek als met de toetsen.” Hoewel de Minimoog voor Maarten een inmiddels goed verkend terrein is, blijft het instrument hem verrassen. “Er blijven zich ‘uithoeken’ op dit instrument aandienen die ik nog niet had ontdekt. Iedere keer weet ik weer nieuwe geluiden te maken.”

Geen geheugen

De Minimoog biedt geen geheugen om de samengestelde sounds, de zogeheten patches, op te slaan. “Dat voordeel hebben digitale synthesizers wel”, zegt Maarten, die zelf zowel analoge als digitale synthesizers heeft. “Dat kan voor veel toetsenisten de reden zijn om voor een digitale synthesizer te kiezen. Je kunt dan in een live-situatie snel switchen tussen de nummers.” Dat praktische voordeel heeft een Minimoog niet. Maar, net als veel andere muzikanten, is Maarten erg gecharmeerd van een analoge sound. “Ik heb digitale instrumenten die zonder meer goed klinken. Maar na een tijdje ga ik het als het een soort trucje ervaren en blijf ik toch neigen naar analoog. Waardoor dat komt? Dat kan ik niet precies uitleggen. Misschien komt het doordat een analoge synthesizer volledig voltage-controlled is, dus aangestuurd door elektrische stroompjes. Die zijn nooit steeds precies hetzelfde, waardoor het geluid een soort imperfectie krijgt, levendig wordt. Hetzelfde ervaar ik met mijn analoge drumcomputer; die verveelt me nooit. Ik houd van elektronica, maar het moet wel leven. Sterker nog, ik kan mijn muzikale leven niet voorstellen zonder elektronische instrumenten. En daarvan spreken de analoge mij het meest aan. Tegelijk weet ik dat er ook toetsenisten zijn die juist meer van een exacte, digitale sound houden.”

Driedimensionaal

Maarten is misschien een purist als het om sound gaat, maar hij is als studio-eigenaar en producer ook goed thuis in de digitale wereld, inclusief de softwarematige plug-ins. “Ik ben daar ook altijd nieuwsgierig naar. Er zijn goede plug-ins die de sound van de Minimoog heel dicht benaderen. Ik gebruik ze ook voor opnames, bijvoorbeeld als ik nog in de productiefase ben. Of soms val je gewoon in de valkuil van het gemak, want met plug-ins werkt het nu eenmaal snel en gemakkelijk. Maar als ik later de plug-in vervang door een authentiek instrument, bijvoorbeeld de Minimoog, ervaar ik het verschil. Dan wordt het geluid ineens driedimensionaal.”

In heel veel opnames

Toen de Minimoog in 1970 werd geïntroduceerd, vond hij al snel zijn weg naar de progressieve rock. Emerson, Lake & Palmer bijvoorbeeld. Maar ook Rick Wakeman van Yes is belangrijk geweest voor de Minimoog. Op het podium had hij drie stuks staan, met spiegels erboven zodat het publiek kon zien wat hij er allemaal mee uitspookte. Dat hij drie Minimoogs meenam naar optredens, heeft te maken met het feit dat deze analoge synthesizer geen geheugen heeft. Terwijl Rick op de ene Minimoog speelde, werd de andere voor hem geprogrammeerd zodat hij snel kon switchen. Het album ‘Thriller’ van Michael Jackson heeft bij Maarten Helsloot de liefde voor de Minimoog aangewakkerd. In het titelnummer Thriller wordt de baslijn door twee Minimoogs tegelijk gespeeld; elke Minimoog net iets anders geprogrammeerd voor een supervet geluid. Live is dat opgelost door twee Minimoogs te koppelen aan een MIDI-keyboard. Dan nog wat namen die duidelijk verbonden zijn aan de Minimoog, uit verschillende muziekstijlen: Herbie Hancock, Chick Corea, George Duke (onder andere Frank Zappa) en Jan Hammer. Maarten vermoedt dat Daft Punk ook de Minimoog gebruikt, hoewel die geheimzinnig doen over hun instrumentarium. Dan zijn er nog de Franse band Air, de eveneens Franse muzikant Jean-Michel Jarre en in de triphop bijvoorbeeld Portishead. En vele, vele anderen.

Zie ook

» Moog synthesizers
» Behringer Model D
» Alle analoge synthesizers

» Soleren over akkoordenschema’s
» De theremin: wat kun je ermee?
» Wat zijn romplers en samplers?
» Wat zijn virtueel-analoge en hybride synthesizers?
» Leer zelf klanken maken met FM-synthese
» De analoge synthesizer revival
» Dagboek van een synth-geek: bezoek aan Moog USA!
» Wat is het verschil tussen een keyboard en een synthesizer?
» Nader belicht: de Yamaha Reface-serie
» Roger Linn-clinic: passie voor muziek

No responses

No comments yet...

Leave a Reply