Effecten, welke zijn er en wat doen musici ermee? Ze zijn zowat overal aanwezig, maar zie je door de bomen het bos niet meer? Dit blogartikel is er speciaal voor iedereen die nog de eerste stappen moet zetten in de wereld van muziektechnologie. In dit artikel komt chorus aan bod, evenals andere concepten die te maken hebben met het creëren van ensembles.

Een vette sound door ensembles

Wie weleens een symfonieorkest heeft bezocht zal een enorme bak met strijkers gezien en gehoord hebben. Een beetje leuk orkest heeft er zomaar 60! De primaire reden heeft alles te maken met volume. Een viool klinkt nu eenmaal niet zo heel erg luid, zeker niet vergeleken met het geweld dat uit de bekers van koperen blaasinstrumenten komt. Door het toevoegen van extra violen die dezelfde partij spelen is de luidheid van het geheel aan violen weer netjes in balans met de rest van het orkest.

Dit geldt uiteraard ook voor de altviolen, cello’s en contrabassen. Omdat die instrumenten echter respectievelijk steeds groter worden produceren ze ook een grotere luidheid. Daarom zijn de violen rijkelijk vertegenwoordigd en is het aantal contrabassen doorgaans beperkt. De verhoudingen voor strijkers worden doorgaans genoteerd als 14:12:10:8:6, 16:14:12:10:8 of 14:14:12:10:8 (en diverse gelijksoortige andere configuraties). Dit houdt in dat er in de eerste configuratie 14 eerste violen, 12 tweede violen, 10 altviolen, 8 cello’s en 6 contrabassen present zijn.

Er is echter nog een bijkomend effect, een prettig bijkomend effect overigens. Aangezien violen en andere strijkinstrumenten geen frets hebben (zoals de meeste gitaren dat wel hebben) ontstaan er kleine fluctuaties in de toonhoogte. Wie z’n vinger maar een millimeter verplaatst op de snaar krijgt immers al een afwijkende snaarlengte – en dus een afwijkende toonhoogte. Ook vibrato is niet identiek bij alle violisten, iedere speler speelt dit net even anders, met name als de partituur voorschrijft dat de vibrato progressief moet zijn. Het resultaat is dat er bijvoorbeeld 14 eerste violisten zijn die allemaal een subtiel afwijkende klank produceren. Bij elkaar klinkt dit vet, warm en zeer prettig; ‘wollig’ is ook een term die hier wordt toegepast.

Dit werkt eigenlijk voor de meeste instrumenten zo. Met name bij koperen blaasinstrumenten (o.a. hoornen, trompetten en trombones) is het effect erg duidelijk en geliefd. Alles komt neer op een ensemble met net iets afwijkende klanken. Niet alleen de intonatie is hier van belang, maar ook het feit dat deze instrumentalisten elk hun eigen zitpositie hebben in het orkest. Een klank wordt namelijk voor een aanzienlijk deel opgebouwd door de akoestiek. Wie op een andere plek zit veroorzaakt akoestisch andere luchtstromingen en muurweerkaatsingen en dat verandert (subtiel) het klankkarakter.

Maar dit stukje orkestratieleer even geheel terzijde..

Chorus

Want dit orkestverhaal is natuurlijk erg leuk, maar niet iedereen heeft een orkest in z’n kelder, laat staan een goede zaal om iedereen perfect in te positioneren. Dus er moet een oplossing zijn om dit effect redelijk te simuleren. Die oplossing heet ‘chorus’, en de naam geeft het in z’n vertaling al een beetje aan: ‘koor’. Want ook een zangkoor heeft natuurlijk een wollig karakter ten opzichte van een solist – iedere vocalist heeft immers zijn of haar eigen intonatie en klankkleur.

De techniek

Het vorige blogartikel in deze serie ging over delay, en daarin werd al aangestipt dat een delay en een chorus veel met elkaar gemeen hebben. Lees dat artikel door voor het concept achter leeskoppen en buffers. Ook bij een digitale chorus is er sprake van een buffer waarin het brongeluid tijdelijk vertoeft. Deze buffer wordt uitgelezen waarbij de beweging van de ‘leeskop’ in snelheid varieert. Hierdoor fluctueert de toonhoogte van de klank in deze buffer. Dit geeft het effect van vibrato, gespeeld door één extra speler. Met meerdere buffers (dus feitelijk meerdere delaylijnen) simuleer je een groter ensemble. Als al deze delaylijnen uiteen worden geplaatst qua ruimtelijke positionering, én iedere delay krijgt z’n eigen vibratosnelheid en -diepte, dan benader je de praktijk van bijvoorbeeld een strijkersensemble redelijk goed.

De producten

In het blogartikel over delay is het reeds aangekaart: de techniek is niet bijster complex. Vandaar dat je al een chorus in je bezit kunt krijgen voor de prijs van een DVD’tje. Behringer beroert dit prijssegment met de UC200 Ultra Chorus. Ook bij de grotere multi-effecten zie je doorgaans wel een chorus bij de mogelijkheden. Software is natuurlijk ook handig en flexibel. Bij DAW-software zit doorgaans een pakketje effecten, met naast effecten als delay en reverb ook een chorus

Alternatieven voor chorus

Hoe leuk het ook klinkt, en hoe goed een chorus-algoritme ook is, er is één ding waar het afwijkt ten opzichte van een echt ensemble. Het effect is gebaseerd op één bron en door de regelmatige vibratosnelheid kan het effect een statisch karakter hebben. Met meerdere choruslijntjes (delaylijntjes dus) kan dit statische karakter wat gemaskeerd worden, maar meestal is een chorus in een effectapparaat niet zo heel uitgebreid. Voor een goede ensembleklank met muziekinstrumenten en -apparatuur is een andere benadering nodig.

Authentiek ensemble

De meest logische formule is natuurlijk een echt ensemble. Wie een microfoon heeft en bijvoorbeeld een djembé kan zelf een djembé-ensemble creëren door zelf steeds weer dezelfde djembépartij op te nemen. Het is dan raadzaam om de microfoon te laten staan en voor iedere opname zelf op een andere plaats te gaan zitten. Hiermee simuleer je meerdere performers die allemaal een eigen plekje bezetten. Door alle kleine afwijkingen in speelsterkte, locatie en timing ontstaat er al gauw een grootse klank. In zekere zin is het aanbevolen om met een stereomicrofoon te werken, dan pak je de akoestische plaatsing goed mee.

Met bijvoorbeeld trompetten is dit ook mogelijk; speel hetzelfde viermaal in en je krijgt een trompet-ensemble. Er is een kanttekening; de performer heeft met z’n lipspanning een aanzienlijke invloed op de klank. Natuurlijk zal het altijd als een trompet klinken, maar vier unieke trompettisten leveren gezamenlijk een net iets andere klank dan één trompettist die viermaal hetzelfde speelt. Het zit ‘m in de unieke lipspanning, maar zeker ook in het instrument zelf (en het mondstuk, vaak een persoonlijke keuze!).

In zekere zin zie je dit fenomeen bij alle instrumenten waarbij je eigen lichaam een directe invloed uitoefent op de klank. Immers, zelfs de vetmassa in je hand heeft een subtiel effect op de klank van een drumvel. Bij een indirecte invloed is die variatie er niet, het heeft dan ook niet zo veel zin om zulke instrumenten te stapelen in een ensemble. Denk bijvoorbeeld aan een piano en een klavecimbel waarbij een mechaniek de snaren laat trillen.

Bij gitaren is het een stuk makkelijker om een brede klank te fabriceren. Je speelt bijvoorbeeld tweemaal hetzelfde begeleidingspatroontje (double tracking). In de mix plaats je de ene opname uiterst links en de andere uiterst rechts. Dit levert een erg mooi en breed klankplaatje op.

Waarom een chorus hier niet werkt

Zelfs met een ruim bemeten choruseffect zul je van een enkele vioolopname nooit een wollige ensembleklank van violen maken. Er spelen meerdere factoren mee, een aantal is reeds genoemd: subtiele afwijkingen in de toonhoogte, persoonlijke vibrato, subtiele klankverschillen in ieder instrument en akoestische plaatsing.

De performance is zo mogelijk van nog grotere invloed, hier valt een term als timing onder. Wat doet een speler bijvoorbeeld bij overgangen van de ene naar de andere noot? Gaat dat een klein beetje glijdend, of een beetje meer glijdend, of juist helemaal niet glijdend? Pakt een speler direct de juiste intonatie, of moet de speler zichzelf naderhand snel corrigeren. Al deze verschillen zorgen ervoor dat een klank leeft. Hoe goed een chorus-algoritme ook wordt, veel meer dan basale wiskunde zal het nooit worden. De onvoorspelbaarheid van de mens is voor veel software nog een brug te ver. Of liever gezegd: programmeurs en ontwikkelaars doen er nu nog niet zo heel veel mee – helaas.

“Ho even, die synthesizer van mij klinkt toch best lekker met een chorus”

Klopt, maar bij die synthesizer is een chorus-effect bijna verweven met het concept, en dan zal het ook vooral worden toegepast op geschikte klanken. Die synthetische klank van bijvoorbeeld een zaagtand en een chorus is simpelweg hoe het behoort te klinken. Bij een ensemble met strijkers weten we ook hoe het hoort te klinken; als echt ensemble, niet als een enkel strijkinstrument dat door een chorus-effect wordt gejaagd. Het heeft dus uiteindelijk alles te maken met referentiekader.

Klanksynthese

Wie al een beetje handig is met synthesizers kan voor een totaal andere benadering kiezen. Het succes hiervan is wel voor een groot deel gebaseerd op de mogelijkheden van zo’n synthesizer.

Het chorus-effect is een hele simpele oplossing om meerdere spelers na te bootsen, gebaseerd op een enkele bron. Een synthesizer is juist zelf een bron en dus geschikt om een klank zo te ontwerpen waardoor er geen chorus meer nodig is voor de ensemble-sound. Met andere woorden: wie een ensemble van bijvoorbeeld acht spelers wil creëren zou dus met acht klankbronnen moeten gaan werken. Dat zouden acht oscillatoren kunnen zijn, maar bijvoorbeeld ook acht multi-timbrale parts. Hoe dit precies kan werken verschilt dus per synthesizer.

Over klanksynthese verschijnt nog een serie omvangrijke blogartikelen, de precieze methode om ensemble-klanken te maken volgt dus nog, maar in de kern is het de bedoeling om klanken ‘menselijk’ te maken. Dit wil zeggen dat er voortdurend fluctuaties zijn in de basiseigenschappen van een klank: toonhoogte, klankkleur, luidheid, timing/lengte. Akoestische plaatsing is officieel ook een basiseigenschap van klank, maar de kans dat je met je instrument rondjes gaat rennen is niet zo heel erg groot. Dus fluctuaties qua akoestische plaatsing zijn niet echt reëel.

In een van de aangekondigde artikelen over klanksynthese zal dieper worden ingegaan op de relevante syntheseparameters. Ook wordt dan uitgelegd hoe mooie instrumenten te maken zijn, inclusief ensembles.

Geen reactie

Nog geen reacties...

Laat een reactie achter