Strak spelen is vrijwel altijd een voorwaarde om een band goed te laten klinken. Als de muziek niet strak is, dan rammelt het. Zelfs een leek kan dat horen, of op zijn minst ervaren. Hoe krijg je het voor elkaar om strak te spelen op je muziekinstrument? Of anders gezegd, hoe krijg je als muzikant een goede timing? We geven je 15 praktische oefeningen en een hoop handige tips!

Strak leren spelen: doe deze oefeningen

Timing komt eerst

Timing is ontzettend belangrijk in de muziek. Zoals gitarist John Scofield zegt: “Timing komt eerst, dan je toon en dan pas je notenkeuze.” Het lastige is dat timing juist het moeilijkste is en veel gerichte oefening vergt. Om een strakke band te krijgen, moet je aan twee voorwaarden voldoen. Ten eerste moet iedere individuele muzikant een goede timing hebben. Ten tweede moet het grote geheel van de band, dus het samenspel, in een goede timing worden gezet. Laten we ons eerst richten op de individuele muzikant: op jou dus. En op een hardnekkige mythe in muzikantenland, vooral bij amateurmuzikanten. Namelijk ‘het alles op gevoel en gehoor’ doen. Veel muzikanten gaan er prat op dat ze geen noot kunnen lezen (en dat ook beslist niet willen), niets van theorie weten en alles vanuit hun (vermeende) talent doen. Klopt, op gehoor en gevoel kun je ver komen. Maar dat beperkt zich vaak tot melodie, harmonie, expressie en dat soort zaken. Muziek maken met een goede timing is een ander verhaal. Dat moet je gericht oefenen, veel oefenen (eindeloos zelfs) en je moet snappen waar je mee bezig bent. Nooit gedaan? Het is nooit te laat om er alsnog mee te beginnen. Natuurlijk is er niets mis met ‘het’ op je gevoel willen doen. Maar het is goed om te beseffen dat het vergroten van je (muziek)kennis eraan bijdraagt dat je het muziekmaken nog beter op je gevoel kunt doen. Ook in de communicatie tussen muzikanten is enige muziektheoretische kennis onmisbaar. Zolang de kennis maar geen doel op zich wordt. Als het over timing gaat, kan het geen kwaad dat je kennis hebt van maatsoorten en ritmische figuren. Het is erg lastig communiceren met je medemuzikanten over de plek van een bepaalde noot als je je niet van deze taal kunt bedienen. Ook voor je zelfstudie is deze kennis goed. Het helpt je om oefeningen ritmisch bewuster en daardoor preciezer te spelen.

Speeloor en luisteroor

Maak je geen opnames van je eigen spel? Gewoon omdat je er nooit aan hebt gedacht of omdat je het misschien niet durft? Of omdat je denkt dat opname-apparaatjes te duur zijn en te ingewikkeld om te bedienen? Onzin. Er is voor een muzikant geen enkel goed argument te bedenken waarom je jezelf niet zou opnemen. Neem jezelf op, luister terug en schrik je een ongeluk. Vaak valt het enorm tegen en de grootste tegenvaller is dikwijls de rommelige timing. Hoe dat kan? Dat komt omdat je een ‘luisteroor’ en een ‘speeloor’ hebt. Als je naar een opname luistert, doe je dat met je luisteroor. Via je luisteroor luister je op een afstandje en objectief. Als je muziek maakt, luister je naar jezelf met je speeloor. En dat oor is van nature minder objectief dan je luisteroor. Wat voor je speeloor aardig lijkt te kloppen, valt bij je luisteroor genadeloos door de mand. En dan met name timing. Wat is hieraan te doen? Je speeloor moet als het ware worden ‘gesynchroniseerd’ met je luisteroor. Je moet je speeloor ontwikkelen tot een oor dat net zo objectief en deskundig is als je luisteroor. Hoe je dat doet? Opnames maken en terugluisteren. Eindeloos vaak en gedurende je hele muzikale carrière. Dat is hét aangewezen middel voor de ontwikkeling van de speeloor. Mooi meegenomen: niet alleen je timing wordt er beter van, je pakt meteen ook je andere muzikale aspecten mee als je jezelf vaak terughoort.

Timing

Zoals eerder gezegd: ‘strak spelen’ is het spelen met een goede timing. Laten we eens wat dieper ingaan op timing. Letterlijk genomen is timing de meest strikte, bijna wiskundig precieze, ritmische uitvoering van een muziekpartij. Met andere woorden: timing heeft alles te maken met het moment waarop je een noot begint en wanneer je hem eindigt. Timing is een belangrijke kwaliteitsfactor in de muziek. Tellen is in dit verhaal een onmisbare vaardigheid. Met het tellen geef je aan wanneer een maat begint en wanneer deze eindigt. Dit klinkt simpel, maar is moeilijker dan je denkt. Goed leren tellen betekent leren voelen, tijdens je spel, waar de volgende maat begint. Het gaat erom dat je de één leert voelen, de eerste tel van de maat. In de popmuziek is die ontzettend belangrijk, met name voor drummers en bassisten. Want zij bedienen de zware maatdelen: in een vierkwartsmaat (de meest gespeelde maat) zijn dat tel één en tel drie. Tel één is de koning. Oefen maar eens met de metronoom en speel af en toe een variatie. Je zult merken dat je tijdens die variatie gemakkelijk versnelt en jouw tel één iets te vroeg komt.

Intern ritmegevoel

Veel muzikanten focussen zich op het trainen van snelle loopjes, maar verwaarlozen daardoor hun aandacht voor timing. Voordat je je overgeeft aan die snelle loopjes: ontwikkel eerst je interne ritmegevoel tot een voldoende niveau. En blijf dat onderhouden en doorontwikkelen. Het beste hulpmiddel om je interne ritmegevoel te ontwikkelen, is de metronoom. Geliefd en gehaat bij muzikanten. Wellicht verafschuw je de metronoom met zijn genadeloze tik. Maar geloof maar dat veel beroepsmuzikanten (vooral uit de ritmesectie) menig uurtje met de metronoom hebben doorgebracht. De metronoom is een goed hulpmiddel voor je tempobewustzijn, om je innerlijke gevoel voor ritme en tempo te ontwikkelen. Maar het is toch prettiger om met een ritme-apparaat of drumcomputer te oefenen, denk je wellicht? En dat werkt toch net zo goed als een metronoom? Nee, in eerste instantie werkt een metronoom beter. Juist omdat een metronoom minder comfortabel is, genadelozer. Een ritme-apparaat helpt je om tussen de tellen door op de juiste momenten je noten te spelen, zodat je óp de tel al gauw weer goed uitkomt. Met een metronoom moet je het grotendeels op eigen kracht doen en heb je alleen de tikken op de tel. Daartussen moet je het zelf doen en zien dat je goed uitkomt op de volgende tik van de metronoom.

Gitaar en toetsen

Drums en bas zijn per definitie ritmische instrumenten. Maar gitaar en toetsen hebben ook een belangrijke rol in het ritmisch geheel van een band. Een gitarist speelt tachtig procent van de tijd slaggitaar en maakt dus deel uit van de ritmesectie van de band. Goed slaggitaar spelen is moeilijk. Het is de kunst om voortdurend in de maat te blijven en strak te blijven met de drums. Datzelfde geldt voor toetsen, vooral voor piano-achtige partijen (met uitstervende tonen). Slaggitaar spelen is extra moeilijk als er niet op iedere kwart of achtste een hoorbaar slagje zit. Je loopt dan gemakkelijk uit het ritme. Daar is goed iets aan te doen: blijf ‘doorvegen’. Met andere woorden, je hand moet altijd doorgaan, ongeacht of je de snaren nu raakt of niet. Zo houd je je ‘handflow’ mooi constant en je houdt een lekkere groove. Deze techniek leent zich prima voor akkoorden, maar ook voor single notes. Je kunt er ook voor kiezen om zogeheten dead notes tussendoor te spelen, maar dat hoeft niet per se. Drummers zie je iets soortgelijks doen. Die maken bewegingen die niet altijd geluid opleveren, maar wel de groove ondersteunen. Toetsenisten zie je ook nog wel eens ‘trommelen’ op de toetsen, om dezelfde redenen. In dat opzicht hebben bassisten het moeilijker, want op een basgitaar kun je niet zo’n doorgaande beweging maken. Ook bij soleren is een goede timing van cruciaal belang. Als je timing bij het begeleiden (bijvoorbeeld slaggitaar) al niet helemaal goed is, dan is het bij soleren doorgaans nog erger. Veel solisten, vooral gitaristen en toetsenisten, verliezen zich in snelle loopjes en gaan dan de mist in met hun timing. Stop met die loopjes en probeer eerst goed in de maat te spelen.

Werk aan je timing

We gaan je nu handreikingen geven om als individuele muzikant een betere timing te ontwikkelen. Misschien moet je daarvoor een kleinere of grotere ‘cultuuromslag’ binnen jezelf maken. Als je tot de (vele) muzikanten behoort die alles op gevoel en gehoor doen (wat prima is), moet je nu accepteren dat je even iets ‘wetenschappelijker’ aan de slag moet. Dat ‘wetenschappelijke’ houdt drie dingen in: eenvoudig noten leren lezen (alleen ritmische notatie leren lezen is voldoende!), pak de metronoom erbij en neem jezelf op. Ben je bereid om dat te doen? Welkom in het walhalla van strak spelen.

Noten lezen

Veel muzikanten kunnen niet of matig noten lezen. Toch is het nuttig om die vaardigheid te leren, al was het alleen maar om de ritmiek te kunnen ‘zien’. Als je het ritme van een nummer (bijvoorbeeld de baspartij) in noten uitschrijft, wordt dat ritme heel inzichtelijk. Het helpt je om te zien hoe je het ritme moet spelen ten opzichte van de tel. Het opschrijven heeft ook nog een ander effect. Omdat je iets wilt uitschrijven, moet je er over nadenken hoe het ritmisch precies in elkaar steekt. Hierdoor zul je je partij beter onthouden. Er is nog een argument om noten te kunnen lezen. Je hebt het nodig om ritmische oefeningen te kunnen doen. Bijvoorbeeld de oefeningen die bij dit artikel staan. Straks meer over noten leren lezen!

Metronoom en opnames

Zoals hierboven verteld: het beste hulpmiddel om je interne ritmegevoel te ontwikkelen, is de metronoom. Geliefd en gehaat bij muzikanten. Wellicht verafschuw je de metronoom met zijn genadeloze tik. Maar geloof maar dat veel beroepsmuzikanten (met name uit de ritmesectie) menig uurtje met de metronoom hebben doorgebracht. De metronoom is een goed hulpmiddel voor je tempobewustzijn, om je innerlijke gevoel voor ritme en tempo te ontwikkelen. Koop er één, zo duur zijn ze niet. Bovendien zitten ze in veel apparaatjes (bijvoorbeeld voor opname of afspelen) er gratis bij. Op internet zijn ook genoeg online metronomen te vinden. Met een drumcomputer oefenen is prima, maar een metronoom helpt je nog beter voor het ontwikkelen van je interne puls. In het eerste deel van deze serie hebben we het verschil tussen je luisteroor en je speeloor uitgelegd. Bij veel muzikanten lopen die niet synchroon. Je kunt je speeloor en luisteroor synchroniseren door vaak opnames van jezelf te maken en kritisch terug te luisteren. Dan nog een tip: beweeg mee. Laat iets in je lijf precies op de tel meebewegen: je voorvoet, je hiel, je hoofd of welk lichaamsdeel dan ook. Dat is je interne metronoom. Niet met het ritme mee, maar op iedere tel van de maat. De hiel van je voet schijnt trouwens de voorkeur te hebben, omdat je dan de tel door je hele lichaam voelt. Succes met de oefeningen en raak niet te snel gefrustreerd. Heb je de smaak te pakken? Er zijn genoeg boeken te krijgen met nog veel meer oefeningen, vaak gericht op je instrument.

Ritmische oefeningen

Voor deze oefeningen gaan we er vanuit dat je weet wat maatsoorten zijn en dat je op zijn minst een beetje noten kunt lezen, in ieder geval ritmisch. Kun je dat niet, lees dan ons blog over ritme, tempo en maatsoort. Als je ooit letters en woorden hebt leren lezen, dan kun je zéker ook noten leren lezen, want dat is veel gemakkelijker. Vooral als het alleen maar ritmische notatie is, zoals hier.

  • Belangrijk: doe alle oefeningen met een metronoom en neem jezelf op, om steeds terug te luisteren. Grote kans dat je je eerst rot schrikt als je jezelf terug hoort. Maar blijf doorgaan, dan komt het goed. Timing is een kwestie van oefenen.
  • In de bovenste notenbalk staat wat je moet spelen. In de onderste notenbalk staat de klik van de metronoom.
  • In de oefeningen staat steeds de toon G genoteerd. Echter, je kunt iedere willekeurige toon spelen (of zingen). Heb je een akkoord-instrument, dan kun kiezen of je een losse toon of een akkoord speelt (of afwisselen).
  • Bij alle oefeningen staat een tempo voor de metronoom in bpm (beats per minute). Oefen eerst met het aangegeven tempo. Gaan de oefeningen goed, varieer dan de tempo’s. De grootste uitdaging is: hoger tempo en toch strak blijven spelen. Maar let op: een laag tempo en strak spelen is misschien nog wel moeilijker, want dan heb je meer tijd om niet goed te zitten

Oefening 1 – achtsten

Strak leren spelen? Doe deze oefeningen!

In deze oefening gaat het om achtsten. Die tel je als volgt: een-e, twee-je, drie-je, vier-e. Of (voor een nog ritmischer ervaring): zoals je erbij genoteerd staat. Zet de metronoom op 72 bpm. Zing de oefening tot het lekker loopt (beluister je opnames) en doe de oefening dan op je instrument.

Oefening 2 – achtsten met rust

Strak leren spelen? Doe deze oefeningen!

In deze oefening gaat het ook om achtsten, maar niet iedere achtste wordt gespeeld. Daar staat dan een rustteken van een achtste. De rusten vallen op de tel, de gespeelde noten vallen tussen de tellen (syncopisch). Zet de metronoom op 72 bpm. Zing de oefening tot het lekker loopt (beluister je opnames) en doe de oefening dan op je instrument.

Oefening 3 – shuffle basis (triolen)

Strak leren spelen? Doe deze oefeningen!

In de popmuziek en de blues is de shuffle een groove die veel wordt gespeeld. De shuffle is gebaseerd op triolen. Een triool is eenvoudig (maar muziektheoretisch niet helemaal correct) gezegd: drie noten in een tel. Dat maakt dat er 12 triool-noten in een vierkwartsmaat gaan, zoals in onderstaande oefening. Die kun je als volgt tellen: een-e-te, twee-je-te, drie-je-te, vier-e-te. Of, voor een meer ritmische ervaring: zoals in deze oefening. Let op, dit is nog geen shuffle. De oefening is bedoeld om je vertrouwd te maken met triolen, om van daaruit in de volgende oefening naar een shuffle te gaan. Zet je metronoom op 46 bpm. Zing de oefening tot het lekker loopt (beluister je opnames) en doe de oefening dan op je instrument.

Oefening 4 – shuffle

Strak leren spelen? Doe deze oefeningen!

Gaat oefening 3 goed, dan ben je klaar voor oefening 4, de echte shuffle. Zoals verteld, is de shuffle gebaseerd op een triolenfeel. Maar dan met ingebouwde rusten, zoals in deze oefening aangegeven. Doe de oefening eerst zingend en spelend, daarna alleen spelend. Eerst met metronoom, daarna zonder metronoom om te checken of je een shuffle-feel zonder hulpmiddelen kunt spelen. Opnemen!

Oefening 5 – zestienden

Strak leren spelen? Doe deze oefeningen!

Van de achtsten (oefening 1 en 2) en de triolen (oefening 3 en 4) gaan we nu naar de zestienden. Hiervan gaan er 16 in een vierkwartsmaat, dus 4 in een tel. Je kunt ze zo tellen: een-e-rug-e, twee-je-rug-e, drie-je-rug-e, vier-e-rug-e. Of een-te-ne-te, twee-te-ne-te enzovoorts. Maar dat is meer analytisch tellen dan tellen met een ritmische feel. Zoals in de oefening staat genoteerd, telt ritmischer en muzikaler. Zestienden zijn lastig en verraderlijk, vooral als er rusten in zitten. Maar die komen pas in de volgende oefening. Eerst maar eens vertrouwd raken met zestienden zonder rusten. Zet je metronoom op 44 bpm. Eerst zingen, daarna spelen.

Oefening 6 – zestienden met rusten

Strak leren spelen? Doe deze oefeningen!

Eenmaal vertrouwd met zestienden zonder rusten kun je naar deze oefening met rusten. De uitspraak van de noten is iets anders, om het zingen gemakkelijker te maken. Probeer het eerst maar zonder metronoom, om even je uitspraak goed te krijgen. Gaat dat goed, pak dan de metronoom erbij en zet die op 44 bpm. Eerst zingen, dan spelen.

Oefening 7 – op de één (met kwarten)

Strak leren spelen? Doe deze oefeningen!

In de popmuziek is tel één de koning. Tel één van iedere maat moet staan als een huis, als voorwaarde voor een goede groove. Zeker voor drummers en bassisten, maar ook voor de andere instrumentalisten. De volgende vier oefeningen zijn bedoeld om tel één strak te krijgen. Ogenschijnlijk simpel, maar het valt tegen. Zeker in deze oefening. Zet de metronoom op 40 bpm. Let op: de tikken van de metronoom zitten steeds op tel 2 en 4. Jij bent degene die tel 1 en 3 (de zware maatdelen) moet aangeven, dus tussen de tikken van de metronoom in. Dat kun je op verschillende manieren doen: stamp met je voet, sla met je hand op je knie of klap in je handen. Neem het op en luister wat je ervan bakt. Oefen ook met je instrument. Doorgaan tot het goed gaat. Tip om er in te komen: als de metronoom loopt, begin dan te tellen op de 2 (op de tik dus). Dan heb je sneller het tempo te pakken dan wanneer je begint te tellen op de 1 (in dit geval de afterbeat).

Oefening 8 – op de één (achtsten)

Strak leren spelen? Doe deze oefeningen!

Bijna dezelfde oefening als oefening 7, maar nu klap of speel je steeds twee achtsten (op de een-e en drie-je).

Oefening 9 – op de één (shuffle)

Strak leren spelen? Doe deze oefeningen!

Bijna dezelfde oefening als oefening 7, maar nu klap of speel je een shuffle (zie oefening 4).

Oefening 10 – op de één (zestienden)

Strak leren spelen? Doe deze oefeningen!

Bijna dezelfde oefening als oefening 7, maar nu klap of speel je zestienden (zie oefening 5). Dit is lastigste van de vier ‘op de één’ oefeningen. Let op: de eerste noot is steeds drie zestienden, de tweede noot is één zestiende (samen een kwart noot). Deze feel hoor je veel terug in rock, funk, latin en veel andere stijlen. Om de feel ‘van binnen’ goed te krijgen, tel je als volgt: ‘ookachu-bop’.

Oefening 11 – syncopisch (achtsten)

Strak leren spelen? Doe deze oefeningen!

Syncopisch betekent: op de lichte maatdelen. Eenvoudig gezegd: ‘naast de tel’ (maar muziektheoretisch is dat niet helemaal de correcte omschrijving). In het Engels: offbeat. Syncopisch spelen is lastig, maar moet (net als op de tel spelen) ook strak. In de volgende vier oefeningen speel je syncopisch. In deze oefening speel je de achtsten syncopisch. Met de metronoom kun je twee varianten doen: een tik op iedere tel (80 bpm) of alleen een tik op tel 2 en 4 (zoals in de notatie, metronoom op 40 bpm). Tel een-e, twee-je enzovoorts of da-ba. Oefen eerst met klappen, daarna op je instrument.

Oefening 12 – syncopisch (shuffle, variant 1)

Strak leren spelen? Doe deze oefeningen!

Bijna hetzelfde als oefening 11, maar nu in een shuffle. Met steeds de geklapte of gespeelde noot op de tweede van de triool. Handigste manier van tellen: chi-ka-da. De gespeelde noot komt dan op ‘ka’.

Oefening 13 – syncopisch (shuffle, variant 2)

Strak leren spelen? Doe deze oefeningen!

Bijna hetzelfde als oefening 12, maar nu met een geklapte of gespeelde noot op de derde van de triool. Handigste manier van tellen: chi-ka-da. De gespeelde noot komt op ‘da’.

Oefening 14 – syncopisch (zestienden, variant 1)

Strak leren spelen? Doe deze oefeningen!

Lijkt op oefening 11, maar dan met een zestiende in plaats van achtste noot. Handigste manier van tellen: dig-a-chick-a. De gespeelde noot komt op de eerste ‘a’.

Oefening 15 – syncopisch (zestienden, variant 2)

Strak leren spelen? Doe deze oefeningen!

Lijkt op oefening 14, maar dan de gespeelde zestiende op een andere plek. Tel ‘dig-a-chick-a’ en speel op de tweede ‘a’.

Goed om te weten

Tips

  • Beheers je instrument. Als je technische vaardigheden op je instrument onvoldoende zijn ontwikkeld en getraind, zal dat altijd ten koste gaan van je timing. Zeker in de moeilijker passages.
  • Als het technische niveau van een stuk muziek te hoog is (voor jou als individuele muzikant of de band als geheel), dan heeft de ritmische precisie daar onder te lijden. Probeer het eenvoudiger te maken, tot een niveau waarop het ritmisch wel goed te doen is.
  • Houd het ritmische bouwwerk van een song in eerste instantie zo eenvoudig mogelijk. Daardoor zul je als band (ritmisch) beter op elkaar ingespeeld raken. Het is belangrijk om elkaars ritmische opvatting en timing te leren kennen, voordat je het moeilijker maakt.

Schrijf de ritmes uit

Veel muzikanten kunnen niet of matig noten lezen. Toch is het nuttig om die vaardigheid te leren, al was het alleen maar om de ritmiek te kunnen ‘zien’. Als je het ritme van een nummer (bijvoorbeeld de baspartij) in noten uitschrijft, wordt dat ritme heel inzichtelijk. Het helpt je om te zien hoe je het ritme moet spelen ten opzichte van de tel. Het opschrijven heeft ook nog een ander effect: omdat je iets wilt uitschrijven, moet je er over nadenken hoe het ritmisch precies in elkaar steekt. Hierdoor zul je je partij beter onthouden.

Het ‘locken’ van bas en drums

Ook al zit je als gitarist of toetsenist zelf ritmisch goed, je blijft afhankelijk van een goede samenwerking tussen bas en drums. Als die tandem niet loopt, kunnen de andere instrumentalisten strak spelen wat ze willen, de band als geheel wordt dan nooit strak. Het ritmisch goed samenvallen van bas en drums heet ‘locken’. Als drummer en bassist goed samen spelen, met voor de drummer een sleutelrol voor de bassdrum en de snaredrum, ontstaat er een verbinding tussen het ritmische en het harmonische gedeelte van de band. De bassist is de verbinding tussen de drummer en de rest van de band, hij is het cement in het muzikale geheel. Loopt het met de band ergens ritmisch niet lekker in een nummer en je wilt analyseren waar dat aan ligt? Check dan eerst het samenspel van drums en bas. Is dat niet in orde, werk dan eerst daar aan. Lopen bas en drums goed, voeg dan stuk voor stuk de andere instrumenten toe en analyseer.

» Metronooms
» Vingertrainers
» Muziekpapier
» Bladmuziekstandaards
» Muziekboeken
» Vocal trainers
» Ritmetrainers

» Soleren over akkoordenschema’s
» Zangtechniek – Leer alles over zingen
» Drummen in onregelmatige maatsoorten – Voorbeelden & oefeningen
» Sneller en beter noten leren lezen: het kan!
» Majeur en mineur: het verschil horen en begrijpen
» Drummen en onafhankelijkheid – 10 oefeningen
» Cajon-ritmes leren spelen – De basis
» Muziektheorie & Noten lezen: je leert het hier!
» Reggae drummen – Ritmes, klanken en cues

Geen reactie

Nog geen reacties...

Laat een reactie achter