De bigband kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot meer dan een eeuw geleden. Ondanks die leeftijd is de bigband nog steeds springlevend en in Nederland is een aanzienlijk aantal big bands actief. Hoe is het om in een big band te spelen? Welke eisen worden er aan je gesteld?

Klinken als één instrument

Aantallen zijn op internet niet zo te vinden. Maar als je beseft dat Sander Zweerink binnen een vrij kleine regio al drie bigbands leidt, kun je nagaan dat er in Nederland een behoorlijk aantal bigbands actief moet zijn. Daarnaast zijn er ‘gelegenheids-bigbands’ van professionele muzikanten die het leuk vinden om regelmatig in een bigband-formatie te spelen, zoals het Millennium Jazz Orchestra. Sander Zweerink houdt van bigband. In het dagelijks leven is hij freelance trompettist. Hij speelt onder meer bij de professionele feestband The Boston Tea Party, bij (de bigband van) het Metropole Orkest en bij The Jazz Orchestra of the Concertgebouw (ook een bigband). En hij leidt drie amateur-bigbands in zijn regio. Het spreekt vanzelf dat Sander van bigband-muziek houdt. “Zeker. Ik ben opgegroeid in de blaascultuur. Ik vind het leuk om in een bigband te spelen, een bigband te leiden of er gewoon naar te luisteren. Net zoals ik graag naar jazz luister. De bigband is heel veelzijdig, zowel in muziekstijlen als in klankkleur. Als een bigband speelt en alles klopt, dan is dat te gek. Een bigband bestaat voornamelijk uit blazers. Een blaasinstrument kan maar één toon tegelijk spelen. In een bigband speelt ieder instrument zijn eigen toon. De uitdaging is om te klinken als één instrument. Als dat lukt, is dat gaaf.”

Vaste samenstelling

Een bigband heeft een vrij vaste samenstelling: vier trompetten, vier trombones, vijf saxofoons (twee alten, twee tenoren, één bariton) en een ritmesectie. Die ritmesectie bestaat doorgaans uit bas (contrabas of elektrische bas), piano en soms gitaar. “Vaak beheersen de blazers meerdere blaasinstrumenten, dus tussendoor wordt er bijvoorbeeld ook weleens een klarinet, dwarsfluit of bugel gepakt”, merkt Sander op. De bigband is ontstaan in de jaren twintig van de vorige eeuw; de Roaring Twenties. In die begintijd was het een wat meer ‘romantisch’ ensemble, waar ook strijkers toe behoorden. Er werd een milde vorm van jazz gespeeld met weinig improvisatie, waar stijlvol op kon worden gedanst. In de jaren dertig verdwenen de strijkers en ging het steeds meer naar swing. Bekende bigband-leiders uit die tijd zijn Duke Ellington en Benny Goodman. Kijk je naar een film over de Tweede Wereldoorlog waar Amerikaanse bevrijders worden binnengehaald, dan hoor je steevast bigband-muziek; vaak van Glenn Miller. Zeker in oorlogstijd heeft de bigband-muziek iets bevrijdends. In Nederland werd er stiekem via de radio naar geluisterd. De bigband-muziek uit de jaren dertig, veertig en vijftig was echt dansmuziek. Daarna richt de bigband zich meer en meer op alleen de muziek, met nog meer ruimte voor geïmproviseerde solo’s. “Die zijn in de huidige bigband-muziek een wezenlijk onderdeel”, merkt Sander op. “Veel arrangementen voor bigbands zijn van jazzstandards. Over die akkoordenschema’s wordt dan geïmproviseerd.” De ontwikkeling staat niet stil. “De bigband-muziek kent steeds meer invloeden. Denk aan fusion en modern klassiek. Ook wordt er met ‘gast-instrumenten’ gespeeld. Zo hebben we met het Jazz Orchestra of the Concertgebouw laatst gespeeld met hammondorganist Dr. Lonnie Smith.”

Leadtrompettist

In iedere muziekformatie moet je naar elkaar luisteren om goed muziek te kunnen maken. In een bigband is dat zelfs ‘officieel’ geregeld. Sander legt uit: “Binnen elke sectie heb je een eerste, tweede, derde enzovoorts blazer. De eerste is de zogeheten lead. Helemaal vooraan in die rij staat de leadtrompettist. Hij of zij bepaalt, in overleg met de dirigent, hoe de band speelt. Denk daarbij aan articulatie, timing, frasering en dynamiek.” Een bigband speelt vanaf papier, dus muzieknoten. Dat lijkt heel absoluut, maar dat is niet zo. Genoteerde muzieknoten geven veel ruimte voor interpretatie. “Kenmerkend voor blazers is dat ze niet alleen het moment hebben dat een noot begint, maar ook een moment dat die eindigt. Ook dat moet iedereen tegelijk doen om de bigband als één geheel te laten klinken”, merkt Sander op. Hoe werkt het nu in de praktijk? “De leadtrompettist heeft de lead. De eerste saxofonist en eerste trombonist volgen de leadtrompettist. Iedere sectie volgt die eerste blazer van zijn sectie. En richt zich vooral op de blazer die naast hem zit. Om zo één geheel te krijgen”, legt Sander uit. Nu is het niet zo dat alle blazers dezelfde toon spelen. “Integendeel; ieder heeft zijn eigen partij met eigen tonen. Natuurlijk zijn er wel dubbelingen. Bij het gelijk spelen gaat het niet om alleen de toon, maar ook om de eerdergenoemde zaken als articulatie, timing, frasering en dynamiek.”

Naar buurman luisteren

Om dit alles zo goed mogelijk te laten verlopen, zit de lead altijd in het midden. Bij vier is dat lastig, dus dan krijg je bijvoorbeeld de samenstelling 2-1-3-4 of 3-1-2-4. Dit overigens in tegenstelling tot klassieke orkesten, waar de eerste viool vooraan zit. “Een bigband-blazer is dus 50 procent bezig met wat hij zelf speelt en 50 procent met wat de leadblazer speelt”, merkt Sander op. “Je moet je als bigband-muzikant dus erg bewust zijn van je functie en van je plek. En natuurlijk je eigen partij heel goed beheersen. Anders ben je daar tijdens het spelen te veel mee aan het worstelen en heb je geen ‘ruimte’ over om met voldoende aandacht naar je buurman te luisteren.” Nu kunnen muzikanten in een popband nog een beetje naar elkaar kijken. Voor de blazers in een bigband is dat moeilijk. Ze hebben bladmuziek voor hun neus en zitten op een rijtje naast elkaar. “Dat klopt”, beaamt Sander. “Dat tegelijk spelen is iets wat moet groeien. Je speelt een nummer voor de eerste keer. Als je het voor de tweede keer speelt, gaat het vaak al automatisch beter. Veel spelen dus.”

Vaste lead

Het stelt ook eisen aan de leadtrompettist. “Die moet constant zijn, waarmee hij voorspelbaar wordt voor de andere muzikanten. En je moet het in je hebben om te bedenken wat je er muzikaal van maakt. Daarnaast speelt de leadtrompettist de hoogste partij van de hele band. Dat zijn vaak pittige partijen. Kortom, de leadtrompettist moet goed kunnen spelen en weten wat hij muzikaal wil.” In een popband wordt de ritmische basis gelegd door de drummer en de bassist. “In een bigband zijn dat vooral de leadtrompettist en de drummer. Als die twee echt goed zijn, heb je de helft al gewonnen”, aldus Sander. Doorgaans is de leadtrompettist een vaste persoon. “Als je vaak zou wisselen, moet iedereen steeds schakelen. Vrijwel alle bigbands hebben een vaste leadtrompettist. De bigband van de Duitse omroep WDR heeft er twee: een Nederlander en een Oostenrijker.” Enkele Duitse omroepen hebben nog omroeporkesten en eigen bigbands, zoals je vroeger in Nederland ook omroeporkesten had. Bij ons zijn die allemaal wegbezuinigd. Verder is er nog in Europa een aantal professionele bigbands, maar daar hebben de musici geen vaste aanstelling. Bijvoorbeeld het Brussels Jazz Orchestra, Jazz Orchestra of the Concertgebouw en er is ook nog een Glenn Miller Orchestra dat door Europa toert.

Eigen idioom

Wat is een makkelijk gemaakte fout door bigbands? “Dat iedereen alles hard speelt”, zegt Sander na enig nadenken. “Dus dat er geen of onvoldoende dynamiek is. Zonder dynamiek is het voor publiek lang niet zo leuk om te luisteren. En je mist dan de wauw-factor als je een keer echt voluit speelt.”Stelt het spelen in een bigband andere eisen dan het spelen in een harmonie of fanfare? “Niet zo veel”, antwoordt Sander die daar zelf ook zijn roots heeft liggen. “Ook daar moet je luisteren naar de andere muzikanten. Het gaat tenslotte om samenspelen. Natuurlijk zijn er verschillen in de muziek. De bigband heeft zijn eigen idioom, anders dan die van bijvoorbeeld een fanfare of een saxofoonkwartet. Je moet wel feeling hebben met jazz. En swing kunnen spelen, want veel bigband-muziek wordt met een swingopvatting gespeeld.”

Hall of Fame

Wat zijn de goede bigbands? Dit is het lijstje van Sander:

Count Basie

Duke Ellington

Thad Jones / Mel Lewis Orchestra

Dan nog Sander zijn persoonlijke favoriete componisten/arrangeurs:

  • Thad Jones
  • Bill Holman
  • Maria Schneider
  • Sammy Nestico

Zie ook

» Ademhaling voor muzikanten
» Mondharmonica: techniek, geschiedenis en soorten
» Trompet: soorten, geschiedenis en speeltechniek
» Het geheim van een strakke blazerssectie
» Maak kennis met de klarinet
» Saxofoon: geschiedenis, soorten en speeltechnieken
» Koperen blaasinstrumenten van hoog naar laag
» Onderhoud van koperen blaasinstrumenten
» Jazz zingen: timing, frasering en improvisatie
» Jazz – Geschiedenis en kenmerken van een rijke muziekstijl
» Welke gitaar voor jazz?
» Hoe klink je als een jazz-drummer?

» Blaasinstrumenten
» Dempers
» Mondstukken
» Rieten
» Blaasinstrument-standaards
» Blaasinstrument-koffers
» Blaasinstrument-onderhoudsmiddelen
» Metronomen
» Stemapparaten

Geen reacties

Nog geen reacties...

Laat een reactie achter