In een live gespeeld nummer zijn de intro en het einde kritieke momenten. Vooral het einde moet de nodige impact hebben. Een zwak of slecht uitgevoerd slot haalt het hele nummer omlaag. Nog een probleem: hoe verzin je überhaupt een goed einde? Bijvoorbeeld voor een eigen song, of voor een cover waarvan het origineel een fade-out heeft. Experimenteer met de tips in dit artikel en dan zijn die vertwijfelde applausjes straks verleden tijd!

Intro's en eindes bij live-nummers - Hoe je ze impact geeft

Einde: kroon op je werk

Iedere optredende band weet het: een zwak einde levert minder applaus op, ongeacht de kwaliteit van de rest van het nummer. Het is echt zonde om in een live-situatie een zwak of slecht einde neer te zetten. Ook een onduidelijk of vaag einde resulteert doorgaans in een twijfelend applaus. Zorg dus dat je eindes duidelijk en strak zijn gespeeld. Het is de kroon op je werk. Bij intieme concerten of als achtergrond bij een receptie worden er overigens minder stringente eisen aan de eindes gesteld. Maar speel je in een café, feesttent of concertzaal, dan moeten ze staan als een huis. “Vaak werkt dan een clichématig en daardoor voorspelbaar einde het beste”, zegt bandcoach en trompettist Martin Hiddink. “Zulke eindes zijn duidelijk voor het publiek en werken doorgaans beter dan ingenieus bedachte en virtuoos gespeelde eindes. Gewoon rechttoe rechtaan.” Vaak is het einde ook een soort climax waar je naartoe werkt. Door als band te spelen met dynamiek en spanning hoort het publiek dat je naar het einde toe gaat, dat dan als een soort hoogtepunt in het nummer werkt. Meestal leent het refrein zich beter voor de afsluiting van een nummer dan een couplet. Je hoort dan ook dat aan het eind van veel nummers nog twee keer het refrein wordt gespeeld en dan wordt afgesloten.

Zelf bedenken

Bij de meeste nummers moet je het einde zelf bedenken. Voor eigen nummers is dat uiteraard een logisch gegeven, maar voor de meeste covers geldt dat ook. Want ‘op de plaat’ heeft het origineel nogal eens een fade-out. Waarom eigenlijk? Niemand weet het precieze antwoord. Op internet vind je veel verschillende verklaringen, uiteenlopend van technisch tot artistiek. Is een fade-out voor live spelende bands verboden? Uiteraard niet, want niets is verboden in de muziek. Je neemt alleen het risico dat het einde niet duidelijk is voor het publiek, dat dan vervolgens lauw reageert op het nummer. “Bovendien kun je live nooit zo’n fade-out maken als op de plaat”, merkt Martin op. “Op de plaat schuiven ze het volume traploos steeds verder terug tot het helemaal stil is. Er is geen echte laatste noot. Live kan dat niet. Ook al ga je steeds zachter spelen, ergens speel je toch die laatste noot, waarna de muziek stopt. Dus zelfs met een live gespeelde fade-out moet je bedenken wat je laatste noot is.”

Juiste slotakkoord

Eindes moet je dus vaak zelf bedenken. Dat kan best lastig zijn. Een logische, maar daarom niet minder belangrijke tip: eindig op het juiste akkoord. Als een nummer in C majeur staat, eindig je doorgaans in het C majeur-akkoord. Datzelfde geldt voor G mineur enzovoorts. Het is geen wet van Meden en Perzen, want de muziek kent geen wetten, maar het is op zijn minst een goede richtlijn. Eindig je niet in het akkoord van de toonsoort, dan lijkt het net alsof er nog iets moet komen. Uiteraard kan het je artistieke keuze zijn om in een afwijkend akkoord te eindigen, bijvoorbeeld de vierde of vijfde trap, mits je je maar bewust bent van de consequenties. “Je slotakkoord moet ook passen in de stijl van het liedje”, adviseert Martin. “Het is heel vreemd om een rechttoe rechtaan ‘drie akkoorden’-rocknummer te eindigen met een fusion-achtig akkoord met allerlei toevoegingen. En andersom geldt dit natuurlijk ook. Een eenvoudig einde bij een relatief ingewikkeld nummer past ook niet echt en komt vaak niet goed over.”

Materiaal uit liedje

Gebruik voor het bedenken van een einde het materiaal uit het liedje zelf. Als je iets heel nieuws en origineels bedenkt, lijkt het net of je ineens een ander liedje speelt. Maak het dus niet compleet anders dan de rest van het liedje. “Vaak is in het nummer wel ergens een melodielijntje te vinden dat je voor het einde kunt gebruiken”, zegt Martin. “Dat kan in het refrein zitten, maar het kan ook een stukje instrumentaal zijn. Soms kun je het bijna rechtstreeks overnemen, soms moet je het een beetje ombouwen tot een einde. Ook kun je iets bedenken met de akkoorden uit het nummer. Daar maak je dan een ritmisch patroon van, waar bijvoorbeeld steeds meer instrumenten aan meedoen. Daarmee werk je dan naar een soort climax toe die als einde dient. Niet te lang, anders gaat het vervelen. Gewoon vier of acht maten.”

Riskant moment

Hoe goed een einde ook is doordacht, het is een riskant moment in een live gespeeld nummer. Zeker als er allerlei afspraken over zijn gemaakt, zoals ‘na het laatste refrein spelen we vier keer dat, nog één keer dat en dan…’. “Hoe meer afspraken, hoe groter het risico dat het fout gaat”, weet Martin. “Niet iedereen onthoudt het altijd even goed of is op dat moment voldoende geconcentreerd. Of er zijn misverstanden over de gemaakte afspraken. Het is veiliger dat bijvoorbeeld de drummer met een fill aangeeft dat het einde komt. Of dat de zanger een teken geeft – in de muziek een ‘cue’ genoemd.” Cues zijn gemeengoed in de live-muziek. Een cue kan variëren van een kort knikje naar de rest van de band tot een opgestoken arm of nog heftiger. Hoe erg is het dat een cue zichtbaar is voor het publiek? Doorgaans niet zo erg, het hoort ook echt bij live-muziek. Maar subtiel mag uiteraard ook. Voor bijvoorbeeld een theatervoorstelling is dat aan te raden. Iemand die het wel heel subtiel deed, was James Brown. Het was nog net niet wiebelen met zijn linkerteen, maar qua subtiliteit kwamen zijn cues daar wel heel dichtbij. En hij was furieus op de muzikanten die deze cues misten, soms tot geldboetes en ontslag toe.

Ogen en oren

“De timing van een cue is van wezenlijk belang”, aldus Martin. “Je moet hem op een logische plek leggen, die maar één mogelijkheid tot het interpreteren van het einde geeft. Niet te vroeg, anders stoppen sommige muzikanten wellicht voortijdig. Maar ook niet te laat, want dan komt het te onverwacht, met alle risico’s van dien.” Oefen er mee tijdens de repetities. En varieer de eindes qua lengte, zodat je niet met z’n allen wordt geconditioneerd op steeds die vier maten. Je moet worden geconditioneerd op de cue, ongeacht hoe kort of hoe lang de aanloop naar het einde is. Cues maken het gezamenlijk musiceren een stuk prettiger. Niet alleen voor de eindes, maar ook voor bridges, breaks en allerlei andere denkbare ‘sleutelmomenten’ in een nummer. Een voorwaarde is wel dat alle muzikanten zijn gefocust op die cues en daarom voortdurend met hun ogen en oren letten op wat er op het podium gebeurt. “Dus niet de hele tijd naar je instrument turen”, aldus Martin. “Ook al ben je er niet zeker van, probeer zo veel mogelijk te spelen zonder naar je instrument te kijken. Vaak lukt je dat beter dan je zelf zou denken. Neem de gok. Probeer ook zo veel mogelijk uit je hoofd te spelen of te zingen. Gewoon weg met dat papiertje. Je zult zien dat het dan ook wel gaat. En je ziet veel beter wat er om je heen gebeurt aan cues en dergelijke.”

Begin

Dit artikel zijn we begonnen met de eindes en niet met het begin van een nummer. Bij covers hoef je een begin vaak niet zelf te bedenken en kun je het gewoon zo doen als op de plaat staat. Ook is een begin iets minder kritisch dan een einde. Voorbeeld: het nummer begint instrumentaal en na twee maten valt de zanger in. Stel dat hij per ongeluk pas na vier maten invalt. Dat is geen enkel probleem, mits de hele band zich ter plekke aanpast aan de vergissing. Gewoon stoer blijven kijken en niemand heeft het door. Een verkeerd einde kun je dus niet meer rechtbreien, een verkeerd begin vaak nog wel, in meer of mindere mate. En als de rest daarna goed gaat, inclusief het einde, is de pijn van het verkeerde begin doorgaans wel vergeten. Natuurlijk is het belangrijk dat iedereen op het juiste moment invalt en meteen in het goede tempo zit. De drummer heeft hierin een cruciale rol, omdat hij doorgaans degene is die dit aangeeft door af te tikken. Dat aftikken is nog een kunst op zich, waarover hieronder meer. Overigens begint een nummer soms met een drum fill. Maar dan nog is het aan te raden om daarvoor af te tikken. Het geeft de bandleden het gevoel van maat en tempo. En ook voor de drummer zelf is het handig. Beginnen met een drum fill stelt hoge eisen aan de fill: speel hem zodanig dat je je medemuzikanten niet op het verkeerde been zet.

Goed om te weten

Toch nog verrassend

Zoals gezegd, werken clichématige en daardoor voorspelbare eindes vaak het beste, zeker als je op applaus uit bent. Toch kun je nog wel een soort verrassing inbouwen. Bijvoorbeeld door niet op een akkoord te eindigen, maar unisono: ieder instrument speelt dan dezelfde toon. Dat kan een einde heel krachtig maken. Of de drummer geeft na de ‘vermeende’ eindklap toch nog een tweede klap, die dan de echte eindklap is. Als hij dat motorisch goed communiceert en de andere muzikanten letten op, dan moet dat goed gaan.

Het ideale aftikken

Een belangrijke taak van de drummer is het aftikken. Je geeft daarmee het tempo en het begin van het nummer aan. Wees consequent met aftikken. Tik dus altijd op dezelfde manier af. Doe je dat niet, dan kun je ervan op aan dat het af en toe misgaat. Er zijn verschillende manieren van aftikken. Bij een vierkwartsmaat is het vrij gebruikelijk om vier tikken vooraf te geven. Sommige drummers geven slechts twee tikken, om daarmee tel drie en vier aan te geven. Maar dat is niet handig. Het geeft bandleden te weinig tijd en je krijgt ook niet echt het gevoel van het juiste tempo. Doorgaans werkt het goed twee maten af te tikken, met de eerste maat in ‘half time feel’. Het is dan tik-rust-tik-rust-tik-tik-tik-tik. Ofwel: one… two… one-two-three-four! waarbij de eerste ‘two’ dus op tel drie van de eerste maat valt. Dit is een professionele en gangbare manier van aftikken. Het biedt bovendien meerdere voordelen. Het maakt het voor de band gemakkelijker om over te schakelen naar het tempo van het volgende nummer. Door twee maten af te tikken krijgt de band de kans om het tempo van het volgende nummer écht te gaan voelen. Bovendien zet je met die eerste maat op ‘half time feel’ de band op ‘standby’. Nog een voordeel is dat je als drummer de kans krijgt om jezelf te corrigeren tijdens het aftikken. Stel dat je in die eerste (half time feel) maat nog niet het juiste tempo hebt, dan kun je dat in die tweede maat corrigeren. En het valt niet eens op. Laatste tip: soms beginnen nummers met een opmaat, dus vóór de eerste tel. Is dat het geval, tik dan ook over twee maten af met de eerste maat weer in half time feel. Ergens in de tweede maat valt de band in en jij stopt dan met aftikken.

Zie ook

» Dynamiek in je muziek brengen? Gebruik deze 8 tips
» Zithouding voor muzikanten – Leer opnieuw zitten!
» Strak leren spelen? Doe deze oefeningen!
» Soleren over akkoordenschema’s
» Zangtechniek – Leer alles over zingen
» Metal drummen – Leer het met deze gear en oefeningen
» Muziek uit je hoofd leren spelen – Deze tips gaan helpen!

Geen reacties

Nog geen reacties...

Laat een reactie achter