Hoe klink je als een jazz-drummer?

Akoestische drumstellen worden qua configuratie vaak toegewezen aan een bepaald genre. Je weet dan snel welk drumstel het best bij je past. Als ‘rock drummer’ zul je geneigd zijn om een rock-configuratie te gebruiken, en als ‘jazz drummer’ zul je sneller een klein bop-kitje kiezen. Maar – er is geen enkele reden waarom je op een rock-set niet ook jazz zou kunnen spelen, of andersom. Een stijlbewuste drummer zorgt dat de klank van het drumstel – ongeacht de configuratie – altijd past bij de muziekstijl die gespeeld wordt. In dit blog bespreken we een aantal manieren om je drumstel een meer ‘jazzy’ klank te geven.

Configuratie

Tegenwoordig zie je jazzdrummers vaak op drumstellen spelen met relatief kleine trommels. Een 16 of 18 inch bassdrum met een 10 of 12 inch tom en een 14 inch floortom is een veelgebruikte configuratie. Betekent dit dat je een klein drumstel nodig hebt om die typische jazzklank te krijgen? Nee, absoluut niet! Vroeger werden juist grote trommels gebruikt. Het is tegenwoordig een trend om qua maten wat extremer te gaan – trommels worden kleiner, bekkens worden groter – althans, zo lijkt het. Er is geen grens en er zijn geen regels – gebruik wat je hebt en haal daar het maximale uit!

Drumvellen

Een van de belangrijkste elementen die de klank van je kit bepalen zijn de drumvellen. Jazzdrummers gebruiken meestal coated vellen als slagvellen. Populaire vellen voor jazz zijn bijvoorbeeld de Remo Fiberskyn en de coated Ambassador drumvellen. De Evans Calftone vellen zijn ook enorm populair. Jazzdrummers houden over het algemeen van een warme klank met veel toon en definitie. Belangrijk om rekening mee te houden is dat je in ieder geval op je snaredrum een coated (ruw) slagvel plaatst – essentieel als je met brushes gaat spelen!

Open stemming

Jazzdrummers stemmen hun drumstel meestal in een zogenaamde ‘open stemming’. Dit houdt in dat de ketels best wel mogen ‘zingen’ en niet – of minimaal – gedempt hoeven te worden. Een goede manier om deze klank te bereiken is door het slagvel en het resonantievel op dezelfde hoogte te stemmen en van daaruit te kijken wat voor jouw smaak het beste werkt. Resonantievellen worden vaak wat hoger gestemd. Meestal wordt er helemaal geen demping gebruikt. Als er dan toch demping wordt gebruikt is het meestal in de vorm van demperpads, demplinten of buitendempers. Dempringen of matten worden zelden gebruikt in de jazzmuziek.

Drumstokken en brushes

Drumstokken zijn belangrijker dan je misschien denkt. Voor je eigen speelcomfort, maar zeker ook voor de attack, de definitie en het volume. Vaak zijn jazz-stokken aan de dunne kant. Een goede maat om aan te houden is 7A, maar het is geen geschreven regel dat je op 5A of 5B geen jazz zou kunnen of mogen spelen. De belangrijkste taak is het aangeven van de ‘swing’, meestal op de ride (‘riding the cymbal’). Een heldere stokdefinitie is daarvoor essentieel. Deze bereik je met een wat subtiele, niet te grote, houten tip. De meeste jazzdrummers geven de voorkeur aan uitschuifbare brushes met metalen sprieten – nylon brushes worden zelden gebruikt. Vaak wordt de linkerbrush iets wijder gespreid voor het veegwerk (meer ‘body’ en volume) – de rechterbrush is dan wat compacter en geeft meer definitie.

Bekkens voor jazz

Jazzdrummers hebben een dure smaak wat betreft bekkens. Een B20-legering is eigenlijk een ‘must’ vanwege de klankmogelijkheden die dit materiaal heeft. Vaak klinken ‘jazzbekkens’ wat droog en rauw, maar hebben ze wel een fraaie ‘wash’ en een rijke, complexe boventonenreeks. Eigenlijk zijn alle soorten afwerkingen of finishes prima, maar over het algemeen kom je weinig ‘brilliant’ bekkens tegen. De belangrijkste bekkens zijn de hihat en ride. De hihat moet een duidelijke ‘chick’ hebben, de ride moet een bepaalde subtiliteit hebben en ‘crashbaar’ zijn. Crash-bekkens worden ook gebruikt, al zijn dit vaak de grotere, dunnere modellen vanaf 17 / 18 inch. Rivets of sizzler-kettingen worden gebruikt om over het bekken heen te hangen. Je krijgt dan een ‘sizzle’ effect wat goed werkt in bijvoorbeeld ballads. Je kunt ditzelfde effect bereiken door een muntje (of meerdere) op een stukje tape te plakken en op het bekkenblad te plakken.

Inspiratie: bekende jazz drummers

Ben je op zoek naar inspiratie maar weet je niet waar je moet beginnen? Luister en kijk dan eens naar jazzdrummers als Buddy Rich, Elvin Jones, Cindy Blackman, Art Blakey, Herlin Riley, Max Roach, Peter Erskine en Tony Williams! Er zijn diverse methodes verkrijgbaar waar de geheimen van allerlei substijlen zoals bebop, swing, second line en cool jazz heel duidelijk in uitgelegd worden. Een aanrader is de methode van John Riley: ‘The art of bop drumming’. Mel Bay’s ‘Studio/Jazz Drum Cookbook’ is ook een veelgebruikte methode. Het boek van Ed Thigpen – ‘The sound of brushes’ is een interessant en leerzaam boek boordevol informatie over het spelen met brushes! Uiteraard kun je tegenwoordig op internet ook enorm veel voorbeelden en oefeningen vinden.

Zie ook

» Jazz – Geschiedenis en kenmerken van een rijke muziekstijl
» Drumpartijen bedenken: hoe kun je dat zelf doen?

Geen reacties

Nog geen reacties...

Laat een reactie achter