De swingende muziekgenres als salsa, merengue en calypso bestaan in de basis uit het slagwerk dat erbij gebruikt wordt. Deze groep instrumenten wordt ook wel Latin percussie genoemd, naar de regio waar het vandaan komt: Latijns-Amerika. In dit blog maken we kennis met de instrumenten die bij deze muziek gebruikt worden.
latinpercussieblog

Latin Percussie

Met Latijns-Amerika worden alle landen bedoeld in Zuid- en Midden-Amerika waar Romaanse talen worden gesproken. Dit zijn veel landen en ieder land heeft eigenlijk wel zijn eigen muziekgenre voortgebracht. Zoals de tango uit Argentinië, de bossa nova uit Brazilië en de bomba uit Puerto Rico. De muziek die we de laatste jaren veel in Nederland gehoord hebben is de Cubaanse muziek, zoals die van de Buena Vista Social Club. Op Cuba worden veel stijlen met elkaar gemengd en dit herkennen we vaak als salsa, merengue, rumba of mambo. Deze muziek is ook wel bekend van de bijbehorende dansstijlen. Een gemeenschappelijke factor in al deze muziek zijn de swingende ritmes gespeeld door de, vaak zeer uitgebreide, percussiesectie van de bands.

Latin percussie onderscheidt zich van andere slagwerkgenres door het gebruik van andere instrumenten. In tegenstelling tot bijvoorbeeld sambapercussie is deze groep instrumenten niet bedoeld om mee te lopen. Een overzicht van samba-instrumenten kun je trouwens vinden in het blog Sambapercussie: swing er op los in een sambaband. De instrumenten voor latin percussie zijn in de afgelopen eeuwen ontstaan door het samensmelten van tradities van de originele bewoners van Zuid-Amerika en slaven uit Afrika. Per muziekstijl verschillen de gebruikte instrumenten en de basisritmes, maar er zijn wel enkele instrumenten die vaak terugkomen. Deze worden hieronder besproken.

conga

Conga’s

Een conga is in de basis een langwerpige trom met aan de bovenkant een vel en aan de onderkant een gat. Vaak worden er twee of drie conga’s in een set gebruikt. De vorm lijkt nog het meest op een ton of een vat en de manier waarop ze traditioneel gemaakt worden is dan ook vrijwel hetzelfde. Voor de ketel worden houten latten in de lengte naast elkaar geplaatst en door hoepels bij elkaar gehouden. Hiervoor kunnen verschillende houtsoorten worden gebruikt, zoals rubberhout of eikenhout. Maar tegenwoordig wordt niet alleen hout gebruikt, maar ook glasvezel. Het verschil in klank is dat hout een warme klank levert, terwijl glasvezel een fel en krachtig geluid geeft. Ook het materiaal van het vel kan variëren. Dit kan kunststof zijn, maar veelal kom je toch nog vellen gemaakt van dierenhuid tegen, bijvoorbeeld rund of buffel. Hiervoor geldt ook dat het natuurlijke product een warmere klank geeft en kunststof wat scherper is.

De toonhoogte van een conga wordt bepaald door hoe strak het vel gespannen wordt en door de diameter van het vel en de lengte van de ketel. Qua grootte wordt er traditioneel een indeling in zes types gemaakt op basis van veldiameter. Dit zijn, oplopend in grootte, de ricardo, requinto, quinto, conga, tumba en supertumba (sommige merken gebruiken overigens andere namen voor dezelfde maten). Over het algemeen geldt hoe groter de diameter van het vel, hoe dieper de ketel. Dit zorgt dan samen ook voor een lagere klank. Congaspelers gebruiken vaak meerdere formaten in een set. Dit kunnen er twee zijn, maar ook zelfs vijf, afhankelijk van de eigen voorkeur. Ze kunnen zowel staand als zittend bespeeld worden, zolang de opening aan de onderkant maar genoeg kans heeft om het geluid door te laten. De vellen worden met de hand bespeeld, waarbij verschillende slagen met vingers en handpalmen verschillende klanken voortbrengen.

bongo

Bongo’s

De bongo’s kunnen wel worden gezien als het kleine broertje van de conga’s. En met klein bedoelen we dan ook echt klein. Waar conga’s gemiddeld zo’n 75 centimeter hoog zijn, komen bongo’s vaak niet verder dan zo’n 25 centimer in diepte. Bovendien komen bongo’s standaard in een set van 2 trommels. In het Spaans wordt de grote ook wel ‘hembra’ (vrouwelijk) en de kleine ‘macho’ (genoemd), een paar dat elkaar dus aanvult. De diameter van de vellen ligt meestal tussen de 17.8 en 21.6 centimer. Hierdoor is de klank dan ook vrij hoog, maar ook hier geldt dat dit afhankelijk is van de spanning van het vel. De klankkleur wordt bepaald door de materialen, die hetzelfde zijn als bij de conga’s. Natuurlijke materialen als hout en natuurvellen geven een warme klank, terwijl fiberglas ketels en kunststof vellen een heldere, scherpe klank opleveren. Traditioneel worden de bongo’s tussen de knieën geklemd en met de hand bespeeld. Maar tegenwoordig worden ze ook vaak op een standaard geplaatst en met stokken bespeeld. Ook bij marcherende orkesten kom je de bongo’s tegen, waarbij ze meestal aan een snaredrum worden gehangen.

timbales

Timbales

Timbales lijken nog het meest op de trommels zoals we ze in Europa gewend zijn. Ze zijn alleen niet gemaakt van hout, maar hebben metalen ketels. Ook hebben ze alleen een bovenvel, en hebben daardoor een open klank. Door de strakke velspanning produceren ze een helder en scherp geluid. Ze worden doorgaans in een set van twee gebruikt en vaak in combinatie met een cowbell. Ook de zijkanten van de ketels wordt gebruikt voor het spelen van ritmepatronen, de slagen op het vel zijn meer bedoeld als accenten of voor solo’s en overgangen.

Kleine percussie

In de Latijns-Amerikaanse muzieksoorten zoals we die vandaag horen, worden deze instrumenten aangevuld met drums. Daarnaast is er nog een ruime keuze uit vele kleine percussie-instrumenten zoals cowbells, woodblocks, shakers, claves, guiro’s, triangels en maraca’s. Sommige hiervan zal besproken in een ander blog. Percussionisten zijn ook steeds vaker te vinden in andere genres, als pop en jazz. Zij hebben vaak een hele opstelling waarin al deze Latijns-Amerikaanse instrumenten voorkomen.

Geen reacties

Nog geen reacties...

Laat een reactie achter