Het Belgische rocktrio Triggerfinger heeft met I Follow Rivers in thuisland België en in Nederland een flinke hit te pakken. De single is al meer dan 40.000 keer via iTunes verkocht. Goed voor twee keer platina. Bijzonder, want een cover zie je niet vaak de hitlijst aanvoeren, laat staan een live-versie. Bax-shop.nl vraagt zanger/gitarist Ruben Block (40) hoe en waarmee Triggerfinger zich het nummer van de Zweedse Lykke Li eigen heeft gemaakt en wat het succes hen nou daadwerkelijk heeft opgeleverd.

Met de komst van All This Dancin’ Around, het derde studioalbum van Triggerfinger dat eind 2010 is verschenen, werd de gitaar minnende muziekluisteraar weer op zijn wenken bediend. De in Los Angeles opgenomen plaat staat vol stuwende riffs en grooves, die deze zomer over veel festivalweides zullen worden gestort. Block bewees met zijn versie van Sweet Dreams van Eurythmics voor DWDD Recordings echter ook dat hij ingetogen kan spelen én dat hij de kunst van een liedje coveren in de vingers heeft. Dat de cover I Follow Rivers zo’n vlucht zou nemen hadden Block en zijn bandgenoten Monsieur Paul (bas) en Mario Goossens (drums) niet kunnen bedenken.

Wie kwam op het idee om I Follow Rivers te coveren?
“We werden uitgenodigd voor het radioprogramma van Giel Beelen op 3FM om een nummer van ons te komen spelen. De wens gebiedt dat je dan ook een nummer uit de Mega Top 50 covert. Eind vorig jaar waren we de huisband voor het Belgische televisieprogramma De Laatste Week van VRT. We moesten steeds nieuwe jingles spelen als gasten opkwamen. Dat moesten bekende nummers zijn. Daar zat I Follow Rivers van Lykke Li ook tussen, waar we toen slechts tien seconden van hebben gespeeld. Op het moment dat we bij Giel speelden stond het nummer in de Mega Top 50, dus toen dacht ik: cool, die kunnen we mooi doen. De avond voor de uitzending, die op dezelfde ochtend was als Eurosonic waar we ’s avonds moesten spelen, heb ik in mijn hotelkamer de tekst opgezocht. Het liedje heb ik met YouTube opgezocht en vervolgens heb ik op eigen gehoor de akkoorden uitgezocht. Dat gaat meestal veel sneller dan de tablatuur opzoeken.”

 Hoe hebben jullie je het nummer eigen gemaakt?
“Ik had een Reso-Phonic-model van National uit 1960, een short scale gitaar met een resonator zoals een dobro heeft. Hij klinkt als een metalen doosje. Dat maakte het nummer heel breekbaar. Dan is het gewoon een kwestie van de akkoorden volgen. Op de dag van de opname hadden we nog geen structuur bedacht. Dat hebben we een kwartier van tevoren uitgezocht. Mario had net een nieuwe app gedownload waarmee hij de beat heeft gemaakt. Bij die app zat ook een microfoon die alles nog eens uitversterkte met een soort galm. Mario vond de beat wel tof, maar hij wilde meer. Er zit rare percussie in de originele versie van I Follow Rivers. Dus pakte Mario er een theekopje en een koffiekopje bij, waar hij met een mes tegenaan begon te tikken. Even nadat we het nummer hadden gespeeld, belde onze manager op om te zeggen dat ze het al op Studio Brussel draaiden. Ook op internet, en vooral op Facebook en andere sociale media, is het nummer razendsnel overgenomen en gedeeld.”

Vind je het niet jammer dat je juist met een cover zo’n grote hit scoort?
“Wij hebben met I Follow Rivers een grotere hit dan Lykke Li zelf. Dat streelt ons ego. Dat hebben we ook goed gedaan, als ik zo vrij mag zijn. Ik kan niet geloven dat een live-nummer op nummer 1 staat, en dan ook nog in België én Nederland! Dat vind ik echt gaaf. Zo zie je maar weer dat muziek maken geen absolute wetenschap is en je een hit niet kunt voorspellen. Het nummer past bij ons, want we hebben meer rustig werk. Als mensen alleen de cover kennen en onze muziek gaan opzoeken dan zullen sommigen schrikken van ons materiaal, omdat het over het algemeen wat harder is. Maar we zien dat onze platenverkoop weer iets omhoog gaat, dus dat geldt niet voor iedereen. De promotie die we dankzij dit nummer hebben gekregen, is meer waard dan het geld dat we aan de downloads verdienen. De auteursrechten zijn immers ook voor Lykke Li. Dankzij I Follow Rivers hebben we een platendeal gekregen in Duitsland, Scandinavië en Oost-Europa. Daar lagen al contacten, maar de single heeft de doorslag gegeven. Succes kun je niet sturen, maar je kunt het op zijn minst proberen te volgen. Daarom hebben we ook geen afstand van het nummer genomen. We spelen het live, zoals je op de nieuwe live-plaat Faders Up 2 zult horen.”

Faders Up 2 wordt een dubbel live-album. Waarom hebben jullie het in de Melkweg opgenomen?
“Ten eerste is het een mooie zaal. Daarnaast stonden we er drie avonden achtereen. Als je slechts één avond hebt om een live-album te maken, dan is de druk toch wel erg groot. De tweede avond was heel intens en wild. We dachten in eerste instantie dat het grootste deel van die show gebruikt zou worden. Maar sommige nummers kwamen in die ruige vorm juist niet goed uit. Uiteindelijk is er van alle avonden evenveel gebruikt. We hebben zelf de versies uitgekozen die op de cd staan. Daarbij luisterden we eerst of de zang in orde was, daarna of de groove er lekker in zat en tot slot of we niet te grote fouten hadden gemaakt. Kleine foutjes zijn blijven staan. Er is verder helemaal niets aangepast of opgepoetst. Greg Gordon, die ook onze laatste studioplaat All This Dancin’ Around heeft geproduceerd, heeft de nummers gemixt.”

Wat is het meest rampzalige optreden dat je je kunt herinneren?
“Het is lang geleden dat er echt iets fout is gegaan. In Duitsland was het een keer verschrikkelijk warm op het podium. Mario was zo energiek aan het drummen dat hij misselijk van de hitte werd. Hij wilde de set zo snel mogelijk afmaken. Maar Paul had problemen met zijn gitaarband of iets dergelijks, dus hij had gevraagd of we even konden stoppen. Mario ging gewoon door. Paul heeft toen met onweer op zijn gezicht de set afgemaakt. Na afloop sprintte Mario van het podium om zijn ziel uit zijn lijf te kotsen. Wat kan ik zeggen: we spelen ook heel intense muziek, haha!”

Jullie deden mee aan de Red Bull Bedroom Jam, waarbij jullie jonge bands begeleidden en de Red Bull Soundclash, een muzikale confrontatie tussen twee bands met verschillende stijlen. Welke deal hebben jullie met Red Bull?
“We hebben geen deal gesloten. Het is een samenwerking, maar er staat niets op papier. We vonden de Soundclash een interessant project. Dat De Jeugd Van Tegenwoordig meedeed was voor ons de max, die vinden we keigoed! Red Bull denkt ook met ons mee. Ze hadden een optreden georganiseerd op het dak van het Museum Aan De Stroom, dat in Antwerpen staat. Ons werd gevraagd of we daar wilden spelen. Stonden we ineens met onze instrumenten op een dak van zestig meter hoog! Zo creëren we een win-winsituatie: zij kunnen reclame maken en wij hebben een tof optreden. We waken er altijd voor dat de authenticiteit van de band overeind blijft. We zijn wie we zijn. Als de naam Red Bull onder een affiche staat, kunnen we daar uitstekend mee leven.” 

Het brengt ook geld in het laatje voor jullie tours. Of zijn jullie in dat opzicht zelfvoorzienend?
“Het geld dat we verdienen wordt inderdaad in onze tournees gestopt. Je bent al snel 2000 euro per avond kwijt als je in het voorprogramma van Thin Lizzy staat. Wij kregen 100 euro. In totaal, niet per persoon. Het lijkt misschien alsof we bakken met geld verdienen, maar dat is niet zo. Maar er moet iets tegenover staan om met zo’n grote band mee te gaan. De promo gaat dan echt een stuk sneller dan in kleine zaaltjes.”

Jullie hebben ook met Within Temptation getourd. Sommige bands die in hun voorprogramma willen staan, moeten zich inkopen en zijn meer dan 500 euro per avond kwijt. Was dat bij jullie ook het geval?
“Wij hoefden ons niet in te kopen. Maar ik snap het wel. Als je op dat niveau speelt, ben je in staat om iemand te kiezen die de avond leuker kan maken. Verschillende mensen uit onze omgeving trokken hun wenkbrauwen op toen we met Within Temptation meegingen. Onze muziekstijlen verschillen nogal, maar wij vonden dat juist leuk en ik denk dat Within Temptation dat ook vond. Aan die tour hebben we festivals in Frankrijk en waarschijnlijk ook een boekingskantoor in Denemarken overgehouden.”

Tijdens een tour zitten jij, Paul en Mario de hele dag op elkaars lip. Wanneer slaat de vlam in de pan?
“Hoe dicht we op elkaar zitten wordt door ons transport bepaald. Soms gebruiken we een Mercedes Sprinter en soms een grote nightliner, afhankelijk van de afstand die we moeten overbruggen en de beschikbaarheid van hotels. Maar we hebben zeer zelden ruzie. We hebben allemaal in verschillende bands gezeten, dus we kennen de valkuilen. Ruzie voorkomen is gewoon een kwestie van je neutraal opstellen en je ego niet de hele tijd laten spreken. Daarnaast zijn er verschillende manieren om het jezelf aangenamer te maken. Ik lees bijvoorbeeld graag een boek. Maar ik heb ook altijd een laptop bij me zodat ik een filmpje kan zien. Mario kan tijdens het rijden niet lezen of schrijven, want dan wordt hij wagenziek. Dus hij doet een dutje of rijdt zelf een stuk. Als je elkaar een tijd niet hebt gezien, dan heb je ook nog wat te bepraten. In ieder geval voor een paar uur, haha! We weten van elkaar wat de gevoelige punten zijn waar je niet over moet doorzeuren. Paul wil bijvoorbeeld na een optreden zo snel mogelijk naar een hotel. Dan regelen we een taxi voor hem, zodat Mario en ik wel kunnen blijven om promo te doen of een pintje te drinken. Iemand tegen zijn zin ergens laten wachten kan voor problemen zorgen. Daar zagen we dan niet over door.”

Je lijkt altijd zo relaxed. Waar kun jij je nou echt kwaad om maken?
“Men kan mij niet zo veel flikken. In de band kunnen we altijd direct goed over dingen praten. Daardoor wordt er niets opgekropt. Als je dat doet, maak je in je hoofd het probleem groter dan het in werkelijkheid is. We hebben inmiddels allemaal een eigen hotelkamer. Dat hebben we ondertussen wel verdiend. Ook al zijn we vrienden, we hebben behoefte aan privacy. Als je veel met elkaar optrekt, dan heb je op een gegeven moment tijd voor jezelf nodig. Als je dat niet krijgt, dan leidt dat misschien niet meteen tot ergernis, maar je wordt er soms moe van. Als ik moe ben, ben ik overigens sneller kwaad te krijgen. Maar als er dan iemand aan mijn hoofd blijft zeuren zeg ik gewoon: ‘Ga weg’.”

Wat vinden je vriendin en twee kinderen ervan dat je zo veel van huis bent?
“Het is niet gemakkelijk, maar het is niet anders. Als muzikant moet je veel op reis, maar dat heb je met veel beroepen. Mijn vriendin en ik proberen het goed op elkaar af te stemmen. Als ik thuis ben, dan zijn we heel intens met elkaar. Dan wil ik bijvoorbeeld om drie uur ’s middags de kindjes van school halen. En weet je, soms is het ook fijn om iemand een tijdje te missen. Als ik een paar weken op pad ben dan groeit het verlangen om mijn gezin weer te zien, dat houdt het spannend.”

Ben je zelf in een stabiel gezin opgegroeid?
“Ik geloof dat ik een goede opvoeding heb genoten. Een beetje streng misschien, maar niet overdreven. Mijn ouders hebben geprobeerd om mij goede manieren bij te brengen. Ze zullen vast wel grijze haren van me hebben gekregen. Hoewel ik over het algemeen altijd vrij braaf ben geweest, spijbelde ik regelmatig. Toen ik een jaar of zeventien was, zijn mijn ouders een keer door school gebeld. Ik was al vier dagen op rij niet op komen dagen en de school had nooit een ziekmelding van mijn ouders ontvangen. Al die tijd was ik druk bezig om nieuwe platen te kopen. Vooral hardcore. Suicidal Tendensies, dat soort werk. Maar toen mijn ouders op de hoogte waren gebracht, gingen die allemaal aan diggelen. Toen de grootste schok voorbij was, heb ik ze nog eens gekocht.”

Zijn je ouders trots op wat je doet?
“Goh, ik denk van wel ja. Toen ik op mijn negentiende met mijn vriendin ging samenwonen, moesten mijn ouders wel even slikken. Ik was eerst vooral bezig met kunst, maar ik begon muziek interessanter te vinden. Toen ben ik ook pas begonnen met gitaar spelen. Mijn ouders wisten niet hoe dat zich zou ontwikkelen. Als je thuis al vijf jaar speelt, kunnen ze je vorderingen volgen. Nu vonden ze dat allemaal een beetje eng. Het is allemaal aardig goed gekomen.”

Dans jij door het leven?
“We zitten met Triggerfinger in een megaluxe situatie. We hebben geluk dat we dit mogen meemaken. Na Amerika en Japan is Duitsland de grootste muziekmarkt van de wereld, zelfs groter dan Engeland. Dus dat kan nog weleens heel interessant worden! Het plan is om in november opnieuw de studio in te duiken. We gaan naar de Sunset Sound Studios waar onder anderen Ringo Starr veel heeft opgenomen en Stairway To Heaven van Led Zeppelin is vastgelegd. Aan de studio zal het dus weer niet liggen. Nu onze platen ook in Duitsland, Scandinavië en Oost-Europa worden uitgebracht, kan het trouwens zomaar zijn dat we nog wat langer met onze oude nummers gaan touren, maar daar heb ik helemaal geen moeite mee!”

Patrick Lamberts

Geen reacties

Er zijn nog geen reacties gepost...

Laat een reactie achter